ECLI:NL:RBDHA:2026:29177

ECLI:NL:RBDHA:2026:29177

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-05-2026
Datum publicatie 02-10-2026
Zaaknummer C/09/690949
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Inbreuk modelrecht

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team Handel

Zaaknummer: C/09/690949 / HA ZA 25-759

Vonnis van 13 mei 2026

in de zaak van

GRAYPANTS EUROPE B.V. te Amsterdam,

eisende partij,

hierna te noemen: Graypants,

advocaat: mr. L.M.A. Merkus,

tegen

[gedaagde partij] , h.o.d.n. [handelsnaam] , te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde partij] ,

advocaat: mr. J.L. ten Hove.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 26 augustus 2025, met producties EP01 tot en met EP16;

- de conclusie van antwoord, met producties GP01 tot en met GP15;

- de akte houdende overlegging aanvullende producties van Graypants, met producties EP17 en EP18;

- de akte houdende overlegging aanvullende producties van [gedaagde partij] , met producties GP16 en GP17;

- het bericht van Graypants van 9 februari 2026, met productie EP19;

- de akte houdende overlegging aanvullende producties van [gedaagde partij] , met productie GP18.

Op 11 februari 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden.

2. De feiten

Graypants is een internationaal designbedrijf met verschillende collecties lampen, waaronder de Wick-tafellampcollectie (hierna: de Wick-lamp). De Wick-lamp wordt wereldwijd aangeboden.

Graypants is houder van het op 22 oktober 2020 aangevraagde en geregistreerde Uniemodel met nummer 008211122-0001 (hierna: het “Wick-model”). Bij deze registratie horen de volgende vier afbeeldingen:

[gedaagde partij] heeft een eenmanszaak genaamd [eenmanszaak] . Uit de registratie bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel volgt dat deze eenmanszaak is opgericht op 9 december 2024 en zich bezig houdt met detailhandel via internet in huis- en tuinartikelen.

Via de website [website] biedt [gedaagde partij] onder de naam [handelsnaam] verschillende interieurproducten aan, waaronder de “Olyx - Moderne LED tafellamp” in de kleuren zwart, goud, zilver, wit en rosé (hierna: het Product). Het Product stond op 3 juni 2025 als volgt op de website weergegeven:

In een brief van 4 juni 2025 aan [gedaagde partij] heeft Graypants (net als bij alle hierna te vermelden correspondentie bij monde van haar advocaat) meegedeeld dat hij door het aanbieden en verkopen van het Product inbreuk maakt op het Wick-model. Verder heeft zij [gedaagde partij] in deze brief gesommeerd – kort samengevat – i) de inbreuk te beëindigen, ii) opgave te doen van de voorraad, de verkochte producten, de in- en verkoopprijs en de behaalde omzet en winst, iii) de winst af te dragen en schadevergoeding te betalen, iv) opgave te doen van de leveranciers, v) de door Graypants gemaakte juridische kosten te vergoeden, begroot op € 2.000,-, en vi) de bij de sommatiebrief gevoegde onthoudingsverklaring met boetebeding te ondertekenen voor toekomstige inbreuken.

[gedaagde partij] heeft de webpagina van het Product dezelfde dag van de website gehaald. Ook heeft tussen partijen telefonisch overleg plaatsgevonden. Op 6 juni 2025 heeft Graypants aan [gedaagde partij] per e-mailbericht het volgende voorstel gestuurd:

“Op het moment dat u de bijgevoegde onthoudingsverklaring ondertekent, de gevraagde inzage geeft en het bedrag van EUR 1.500 aan juridische kosten vergoedt is cliënte bereid om geen verdere juridische kosten of schadevergoeding te vorderen (waar zij wel recht op heeft als ware een forfaitair bedrag).”

[gedaagde partij] heeft diezelfde dag per e-mailbericht bevestigd het Product van de website te hebben gehaald en meegedeeld dat daarmee de situatie is opgelost en nu geen sprake is geweest van commerciële exploitatie of winst, hij geen schadevergoeding is verschuldigd. Verder schrijft hij dat hij als dropshipper geen eigen voorraad heeft, zodat hij ook geen onthoudingsverklaring zal tekenen.

In reactie hierop schrijft Greypants op 6 juni 2025 onder meer:

Om eerlijk te zijn verbaasd uw reactie mij, nu u telefonisch had toegezegd dat het verstrekken van informatie en het ondertekenen van een onthoudingsverklaring geen probleem was. Hierom was cliënt dan ook bereid u tegemoet te komen in de kosten. Echter, in onderstaande e-mail komt u ineens terug op deze toezegging.

(..) om dit dossier op een goede en minnelijke manier op te lossen, is cliënte bereid om geen

schade te vorderen. Voorwaarde is wel dat u:

- De onthoudingsverklaring tekent;

- Het bedrag van EUR 1.500 overmaakt op onze derdengeldrekening.

- De gevraagde informatie verstrekt.

Het bedrag aan juridische kosten dat wij nu vragen is lager dan het genoemde begrote bedrag in de brief, echter hoe langer wij hierover met u moeten communiceren hoe meer deze kosten oplopen.

Kort en goed, dit voorstel is eenmalig en niet onderhandelbaar. Wij verwachten dat u hier volledig mee akkoord gaat en wij voor dinsdag 10 juni voor 1600 uur a.s. de getekende

onthoudingsverklaring hebben ontvangen, alsmede het bedrag van EUR 1500,-. Zoals gezegd, alleen dan is cliënte bereid geen aanspraak te maken op de door haar geleden schade.”

[gedaagde partij] heeft dit voorstel per e-mailbericht van 9 juni 2025 nogmaals afgewezen.

In een e-mailbericht van 10 juni 2025 heeft Greypants [gedaagde partij] een aangepast voorstel gestuurd, , geldig tot 11 juni 2025 12:00 uur, inhoudende dat de onthoudingsverklaring ondertekend retour wordt gestuurd en € 1.500,- aan juridische kosten wordt vergoed, met de volgende toelichting:

“De onthoudingsverklaring hebben we aangepast naar aanleiding van wat we besproken hebben. Daarom is de schadebepaling eruit gehaald, wat zoals ook aangegeven aan de telefoon een aanzienlijke toezegging van cliënte is. Ook heb je aan punt 2 al voldaan door het verstrekte document en als er inderdaad geen voorraad is heb je ook aan punt 3 voldaan.”

[gedaagde partij] heeft in reactie hierop op 11 juli 2025 per e-mailbericht laten weten het voorstel juridisch te zullen laten beoordelen. Op 16 juni 2025 heeft zijn advocaat een door haar opgestelde en door [gedaagde partij] getekende onthoudingsverklaring toegestuurd (hierna: de onthoudingsverklaring), met de volgende opmerking:

“Ik merk wel op dat deze louter door mijn cliënte getekend is omdat het sop de kool niet waard is. Mijn cliënte wil het oplopen van verdere tijd en kosten voorkomen. Zij is echter niet bereid om meer te doen.”

De onthoudingsverklaring luidt:

Op 18 juni 2025 heeft Graypants nogmaals aanspraak gemaakt op een vergoeding van juridische kosten van € 1.500,-, te ontvangen voor 19 juni 2025 om 17:00 uur, met de aankondiging anders een bodemprocedure te starten. Voor zover relevant luidt dit e-mailbericht als volgt:

“Nu wij reeds een getekende onthoudingsverklaring hebben ontvangen, zal deze procedure slechts draaien om de vergoeding van de kosten en het schadebedrag.”

Per e-mailbericht van 24 juni 2025 heeft [gedaagde partij] laten weten bij zijn standpunt te blijven.

Op 6 augustus 2025 heeft Graypants aan de advocaat van [gedaagde partij] een concept dagvaarding toegestuurd. In reactie hierop heeft zij op 11 augustus 2025 opmerkingen bij de inhoud van de dagvaarding geplaatst en de contactgegevens verstrekt van de sourcing agent waarmee hij vast zou werken. Per e-mailbericht van 12 augustus 2025 heeft hij bij monde van zijn advocaat aan Graypants meegedeeld alsnog bereid te zijn een “all-in vergoeding” van € 1.500,- te betalen, met de opmerking dat dit bedrag verder niet onderhandelbaar is. Graypants heeft hierop per e-mailbericht van 12 augustus 2025 geantwoord alleen akkoord te gaan met een vergoeding door [gedaagde partij] van de volledige juridische kosten van Graypants, die inmiddels zijn opgelopen tot circa € 6.000,-.

Partijen zijn niet tot overeenstemming gekomen, waarna Graypants tot dagvaarding is overgegaan.

3. Het geschil

Graypants vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagde partij] beveelt binnen zeven dagen na het wijzen van dit vonnis iedere inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van Graypants te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder door het:

a. staken en gestaakt houden van het aanbieden, verkopen, importeren, exporteren en op voorraad houden van het product, alsook ieder ander product dat identiek is aan of dezelfde algemene indruk wekt als het Wick-model of enig ander geregistreerd model van Graypants;

b. staken en gestaakt houden van het aanbieden, verhandelen en in voorraad houden van het product, alsook ieder ander product dat een verveelvoudiging vormt van het auteursrechtelijk beschermde Wick-model of enig ander auteursrechtelijk beschermd product van Graypants;

c. verwijderen en verwijderd houden van het product op de website en eventuele andere sociale media-kanalen;

II. [gedaagde partij] beveelt om uiterlijk binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis, te doen toekomen een schriftelijke, door een gediplomeerde, onafhankelijke administrateur gecontroleerde en gewaarmerkte opgave van de volgende informatie:

a. het aantal producten dat [gedaagde partij] tot aan het in deze te wijzen vonnis heeft verkocht;

b. de eventueel aanwezige voorraad van producten onder vermelding van de locatie(s) waar de producten zich bevinden en welke hoeveelheden zich op welke locatie bevinden;

c. de naam, adres, woonplaats, land, e-mail en telefoongegevens van de leverancier(s) dan wel bron(nen) dan wel distributeur(s) van het de producten;

d. al hetgeen [gedaagde partij] bekend is omtrent de herkomst en distributiekanalen van het product, meer in het bijzonder de (volledige) namen, adressen, e-mailadressen, telefoonnummers, zulks gerangschikt per leverancier of distributeur van het product, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende facturen;

e. de verkoopkanalen waarop [gedaagde partij] het product heeft aangeboden;

f. de in- en verkoopprijs van het product alsook het totaalbedrag aan omzet, en daaronder begrepen de winst die [gedaagde partij] heeft behaald ten gevolge van de verhandeling van het product;

III. [gedaagde partij] beveelt om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis gedurende vier weken de volgende tekst duidelijk zichtbaar op homepage van de website, [website] , te plaatsen aan de bovenkant van de pagina boven “Veelgestelde vragen”:

Bij vonnis van [datum vonnis] heeft de Rechtbank Den Haag geoordeeld dat wij met de verkoop van het namaakproduct “Olyx — Moderne LED Tafellamp” inbreuk hebben gemaakt op de intellectuele eigendomsrechten van Graypants. Wij hebben het volgende product verhandeld: Wij verzoeken u het aangekochte product aan ons te retourneren op onderstaand adres [adres]. Wij zullen dan de aankoopprijs, alsmede de verzendkosten aan u vergoeden. Hoogachtend, [handelsnaam] ” En daarnaast [gedaagde partij] beveelt om in de bovenste rand van de webpagina, waar nu staat “Zome Sale: tot wel 40%” op te nemen “Waarschuwing, de Rechtbank heeft geoordeeld dat wij inbreuk hebben gemaakt op Intellectuele Eigendomsrechten van Graypants. Voor mee info zie hier.” De “hier” linkt door naar de uitgebreidere uitleg geplaatst aan de bovenkant van de pagina boven “Veelgestelde vragen” zoals hierboven uiteengezet;

IV. [gedaagde partij] veroordeelt om aan Graypants te vergoeden de schade die zij heeft geleden en onverhoopt nog verder zal lijden ten gevolge van de inbreuk van [gedaagde partij] op de geregistreerde modelrechten en de auteursrechten van Graypants, een en ander nader op te maken bij staat en te vereffenen zoals voorzien in de wet, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, althans vanaf een door de rechtbank vast te stellen dag, eveneens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding in de onderhavige procedure, althans vanaf een door de rechtbank vast te stellen dag;

V. [gedaagde partij] veroordeelt tot betaling aan Graypants van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 5.000,- voor iedere overtreding dan wel niet-nakoming van een of meer van de hierboven opgelegde bevelen, alsmede een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat een overtreding voortduurt, dan wel - zulks ter keuze van Graypants - een dwangsom van € 500,- voor ieder product waarmee in strijd met een opgelegd bevel wordt gehandeld met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 100.000,-;

VI. [gedaagde partij] veroordeelt in de kosten van het geding ex artikel 1019h Rv, te begroten conform de door [gedaagde partij] overgelegde specificatie(s), althans op een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf zeven dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis.

Graypants legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde partij] inbreuk heeft gemaakt op het Wick-model, nu het product geen andere algemene indruk werkt ten opzichte van het Wick-model als bedoeld in artikel 10 lid 1 UModVo . Daarnaast zou [gedaagde partij] , met betrekking tot de Wick-lamp en het gebruik van foto’s van deze lamp, inbreuk hebben gemaakt op het auteursrecht van Graypants als bedoeld in artikel 12 en 13 Aw.

[gedaagde partij] voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Graypants in de proceskosten. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat hij al heeft voldaan aan alle vorderingen en het Graypants alleen nog te doen is om de proceskostenveroordeling. Graypants heeft in strijd gehandeld met artikel 21 Rv door de rechtbank in haar dagvaarding ten onrechte voor te houden dat niet zou zijn voldaan aan de vorderingen. Nu voldaan is aan de vorderingen, heeft Graypants bovendien geen belang meer bij die vorderingen. Er is verder sprake van misbruik van procesrecht. Gelet hierop dienen de vorderingen te worden afgewezen. Subsidiair betwist [gedaagde partij] dat sprake is van een geldig modelrecht dan wel auteursrecht op de Wick-lamp.

Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Bevoegdheid

Voor zover Graypants aan haar vorderingen het uniemodelrecht ten grondslag heeft gelegd is deze rechtbank, gelet op de woonplaats van [gedaagde partij] in Nederland, bevoegd op grond van artikel 80 en artikel 81 aanhef en onder a UModVo in combinatie met artikel 3 van de Uitvoeringswet de EG-Verordening betreffende Gemeenschapsmodellen (Stb. 2004, 573). Voor zover de vorderingen van Graypants zijn gebaseerd op andere grondslagen bestaat bevoegdheid alleen al omdat die niet is bestreden (artikel 110 Rv).

Inbreuk modelrecht

De rechtbank is van oordeel dat – gelet op de door [gedaagde partij] opgestelde en getekende onthoudingsverklaring (zie 2.12) – tussen partijen vaststaat dat [gedaagde partij] inbreuk heeft gemaakt op het Wick-model en overweegt daartoe als volgt.

In de onthoudingsverklaring heeft [gedaagde partij] :

de intellectuele eigendomsrechten van Graypants ter zake de Wick-lamp, waaronder de als model geregistreerde vormgeving van de lamp, uitdrukkelijk erkend;

erkend dat hij inbreuk heeft gemaakt op die intellectuele eigendomsrechten;

toegezegd dat hij iedere inbreuk op die erkende intellectuele eigendomsrechten zal staken en gestaakt zal houden, waaraan hij zelf een boete heeft verbonden van € 500,- voor iedere overtreding en € 500,- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt of € 500,- per inbreukmakend product (onverminderd het recht van Graypants om volledige schadevergoeding en/of winstafdracht te vorderen).

[gedaagde partij] heeft aan de onthoudingsverklaring niet de voorwaarde verbonden dat deze komt te vervallen als Graypants [gedaagde partij] alsnog zal dagvaarden inzake het geschil omtrent het Product. Voorafgaand aan en ook tijdens de mondelinge behandeling is de onthoudingsverklaring niet ingetrokken, dit is desgevraagd bevestigd. Het verweer van [gedaagde partij] is juist gebaseerd op die onthoudingsverklaring. Onder meer op basis van deze onthoudingsverklaring betoogt [gedaagde partij] immers dat Graypants geen belang meer heeft bij haar vorderingen, zij misbruik van recht maakt door toch een procedure aan te spannen en in strijd handelt met artikel 21 Rv door niet alle correspondentie inzake de totstandkoming van de minnelijke regeling, waarvan de onthoudingsverklaring onderdeel is, in de dagvaarding te vermelden.

Hoewel de onthoudingsverklaring breed en weinig specifiek is geformuleerd inzake de intellectuele eigendomsrechten van Graypants, is in ieder geval de verbijzondering opgenomen “terzake de lamp Wick, welke is geregistreerd als model bij het EUIPO”. De onthoudingsverklaring houdt tevens een erkenning in dat inbreuk is gemaakt op die intellectuele eigendomsrechten en dat gedaagde die inbreuk zal staken en gestaakt houden. Gedaagde heeft in de onthoudingsverklaring een verbijzondering opgenomen wat hij dan zal staken namelijk “het vervaardigen, doen vervaardigen, aanbieden, importeren, verkopen, leveren, in voorraad houden of anderszins verhandelen van producten, die inbreuk maken op de Wick lamp”. Gelet op het voorgaande staat tussen partijen dus vast dat [gedaagde partij] met het aanbieden van het Product inbreuk heeft gemaakt op het Wick-model van Greypants.

De nietigheidsverweren ten aanzien van het Wick-model, die [gedaagde partij] in de conclusie van antwoord heeft aangevoerd, maken dit niet anders. Nu gedaagde geen reconventionele nietigheidsvordering heeft ingediend, gaat de rechtbank op grond van artikel 85 UModVo uit van de geldigheid van het model. De advocaat van gedaagde heeft desgevraagd op de mondelinge behandeling ook verklaard, dat zij zich hiervan bewust is en vanuit kostenoverwegingen geen reconventionele vordering heeft ingediend. Gelet hierop behoeven deze nietigheidsverweren geen verdere bespreking.

Inbreuk auteursrecht

Nu vaststaat dat het aanbieden van het Product inbreuk maakt op het Wick-model, heeft Graypants geen zelfstandig belang meer bij beoordeling van de auteursrechtelijke gronslag van haar vorderingen met betrekking tot de Wick-lamp.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft Graypants toegelicht dat zij zich ook beroept op het auteursrecht op de foto’s van Graypants die [gedaagde partij] voor zijn website zou hebben gebruikt. Het is de rechtbank echter niet duidelijk om welke foto’s het gaat. Graypants heeft dit in haar dagvaarding niet toegelicht. De rechtbank gaat hier dan ook als onvoldoende onderbouwd aan voorbij.

Strijd met artikel 21 Rv, geen belang, misbruik van procesrecht

Het primaire verweer van [gedaagde partij] is dat Graypants deze procedure enkel heeft ingesteld om tot een proceskostenveroordeling te komen als bedoeld in artikel 1019h Rv, aangezien [gedaagde partij] – afgezien van de niet toewijsbare rectificatie – al aan alle vorderingen heeft voldaan. Uit de minnelijke onderhandelingen tussen partijen volgt dat hij gelijk is gestopt met het aanbieden van het Product en hij vervolgens aan Graypants heeft verstrekt een i) onthoudingsverklaring, ii) een Shopify-extract van alle via de website verkochte producten waar het Product niet bij staat en iii) de gegevens van een sourcing agent. Nu Graypants desondanks het gehele geschil aan de rechtbank voorlegt en doet voorkomen alsof het haar niet uitsluitend om de proceskostenvergoeding gaat, handelt zij volgens [gedaagde partij] in strijd met artikel 21 Rv en maakt zij misbruik van procesrecht. Dit zou ertoe moeten leiden dat de vorderingen van Graypants worden afgewezen, met veroordeling van Graypants in de daadwerkelijke kosten van deze procedure.

De rechtbank stelt voorop dat uit de overgelegde e-mailcorrespondentie (zie hiervoor onder 2.5 tot en met 2.15) blijkt dat partijen gedurende meerdere weken schikkingsonderhandelingen hebben gevoerd. Graypants heeft op 4 juni 2025 de eerste brief gestuurd waarin zij [gedaagde partij] heeft gesommeerd – kort samengevat – de inbreuk te beëindigen en tevens tot informatieverstrekking, afdracht van winst, betaling van schadevergoeding, een vergoeding voor gemaakte juridische kosten (€ 2.000) en ondertekening van een onthoudingsverklaring met boetebeding. [gedaagde partij] heeft in eerste instantie geweigerd meer te doen dan wat hij al had gedaan, namelijk het verwijderen van de webpagina van het Product van zijn website. Vervolgens heeft Graypants opnieuw een voorstel gedaan, waarbij de door [gedaagde partij] te betalen vergoeding was beperkt tot een bedrag van € 1.500,- aan juridische kosten. [gedaagde partij] heeft ook dit voorstel geweigerd. Uiteindelijk heeft hij, nadat hij een advocaat in de arm had genomen, wel een door haar opgestelde onthoudingsverklaring toegestuurd, maar van beperktere omvang dan door Graypants verzocht en met wederom de boodschap dat hij de gevraagde kostenvergoeding niet zal betalen. Graypants heeft vervolgens een concept dagvaarding opgestuurd, waarop [gedaagde partij] inhoudelijk en met het toesturen van gegevens van een sourcing agent heeft gereageerd. Een dag later heeft [gedaagde partij] laten weten bereid te zijn een (naar eigen zeggen niet-onderhandelbaar) all-in bedrag van € 1.500,- te betalen op de voorwaarde dat partijen elkaar over en weer finale kwijting verlenen terzake de huidige kwestie. Hierop is Graypants vervolgens niet meer ingegaan, omdat de juridische kosten door het opstellen van de dagvaarding inmiddels zouden zijn opgelopen tot een bedrag van circa € 6.000,-.

Uit het voorgaande volgt dat Graypants gedurende de onderhandelingen met [gedaagde partij] een aantal van haar sommaties uit de eerste brief heeft laten vallen, steeds onder de voorwaarde van een vergoeding voor de gemaakte juridische kosten. Zo heeft zij in het kader van de onderhandelingen geen schadevergoeding meer geëist (zie hiervoor onder 2.6) en in het kader van de onderhandelingen het Shopify-extract geaccepteerd als opgave voor informatie over de voorraad, de verkochte producten, de in- en verkoopprijs en de behaalde omzet en winst (zie hiervoor onder 2.8). [gedaagde partij] wilde echter niet voldoen aan daaraan verbonden voorwaarde tot het betalen van een vergoeding voor de gemaakte juridische kosten. Dit betekent dat er geen minnelijke regeling tot stand is gekomen, dus ook niet ten aanzien van de sommaties waarvan Graypants in het kader van die schikkingsonderhandelingen heeft afgezien. Graypants kan het geschil dus in volle omvang aan de rechter mag voorleggen en maakt – door dit te doen – geen misbruik van procesrecht. Het e-mailbericht van Graypants van 18 juni 2025, waarin zij aangeeft dat nu de onthoudingsverklaring reeds is ontvangen de procedure slechts nog zal draaien om de vergoeding van de kosten en het schadebedrag, maakt evenmin dat sprake is van misbruik van recht. De onthoudingsverklaring ziet immers op de erkenning van de inbreuk op intellectuele eigendomsrechten, zodat op dat punt geen discussie meer is tussen partijen. Dat neemt niet weg dat Greypants belang heeft bij de daarmee samenhangende inbreuk- en nevenvorderingen, reeds vanwege de executoriale titel. Bovendien wordt meer gevorderd dan in de onthoudingsverklaring wordt toegezegd. Het overleggen van het Shopify-extract – waarvan de waarde door Graypants wordt betwist – en de algemene verklaring van een sourcing agent, neemt het belang van Greypants bij haar opgavevordering evenmin weg. Zij heeft immers recht op en belang bij een juiste en volledige opgave van de informatie en dat er consequenties aan worden verbonden als blijkt dat de opgave niet juist en volledig is geweest.

Vorderingen

Stakingsbevel

Nu de rechtbank hiervoor onder 4.5 heeft geoordeeld dat [gedaagde partij] met het aanbieden van he Product inbreuk heeft gemaakt op het Wick-model, ligt het gevorderde bevel tot het staken en gestaakt houden van inbreuk (vordering I.) op dat modelrecht voor toewijzing gereed. De verbijzondering onder a. ‘voor zover het gaat om inbreuk op enig ander geregistreerd model van Greypants’ wordt als te onbepaald afgewezen. Voor de verbijzondering onder c. ziet de rechtbank geen aanleiding nu dit (het verwijderen en verwijderd houden van het Product op de website en eventuele andere social media-kanalen) reeds is inbegrepen in het stakingsbevel. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.

Opgave informatie over verkoop

Nu sprake is geweest van een inbreuk op het Wick-model, heeft Graypants recht op en belang bij de gevorderde gegevens (vordering II.) om inzicht te krijgen in de omvang van de inbreuk en de herkomst- en distributiekanalen en om de door haar geleden schade dan wel de door [gedaagde partij] genoten winst te kunnen bepalen. De in het kader van de schikkingsonderhandelingen overgelegde stukken doen hieraan niet af (zie 4.11). Dit geldt temeer nu de juistheid en volledigheid van die stukken door Graypants zijn betwist; zo zou het Shopify-account ook een specifieke productpagina bevatten en is de verklaring van de sourcing agent te algemeen. Ook bepaalde informatie op de website van [gedaagde partij] roept vragen op, zoals het feit dat bij het Product stond vermeld dat het een “bestseller” betrof en het product “op voorraad” was. Voor zover inderdaad geen verkopen hebben plaatsgevonden en geen voorraad bij [gedaagde partij] aanwezig is, kan hij dit in zijn opgave vermelden. Ook aan het bevel tot het doen van de opgave zal een gematigde en gemaximeerde dwangsom worden verbonden.

De rechtbank ziet tot slot onvoldoende grond om – naast de dwangsom – de opgave te laten plaatsvinden door een gediplomeerde, onafhankelijke administrateur, zodat de rechtbank dit onderdeel van de vordering zal afwijzen. Die administrateur is immers ook afhankelijk van de informatie die hem wordt verstrekt door [gedaagde partij] , zodat niet valt in te zien welke (extra) waarborgen dit biedt voor [gedaagde partij] . Gelet hierop is het niet evenredig om [gedaagde partij] met deze extra kosten te belasten. De onder c. gevorderde opgave van bronnen wordt afgewezen ter voorkoming van executiegeschillen, nu niet duidelijk is wat hiermee wordt bedoeld.

Rectificatie

Greypants heeft – ter beperking van haar schade bestaande uit de aantasting en uitholling van het Wick-model als gevolg van het aanbieden van namaakproducten – recht op en belang bij de gevorderde rectificatie (vordering III.), zodat deze vordering zal worden toegewezen als na te melden. De in de tekst opgenomen recall wordt afgewezen. Zoals tijdens de mondelinge zitting besproken, is dit niet aan de orde nu de website gericht is op consumenten en niet op professionele afnemers.

Schade

De door Graypants gevorderde schadevergoeding, nader op te maken bij staat (vordering IV.), zal worden toegewezen. Voor het toewijzen van deze vordering is voldoende dat de mogelijkheid dat schade is of zal worden geleden, aannemelijk is. Graypants heeft toegelicht dat het aanbieden van namaakproducten kan leiden tot aantasting en uitholling van het onderscheidend vermogen van het Wick-model en (andere) reputatieschade. Nu niet ter discussie staat dat het Product gedurende een periode online is aangeboden, is daarmee in voldoende mate aannemelijk dat Graypants mogelijk schade heeft geleden.

De wettelijke rente die wordt gevorderd over de geleden schade, is onderdeel van de schadestaatprocedure en zal daarom in deze procedure worden afgewezen.

Dwangsom

Oplegging van de gevorderde dwangsommen (vordering V.) als stimulans tot nakoming van de gegeven bevelen is aangewezen. De gevorderde dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd zoals vermeld in het dictum. De rechtbank ziet daarnaast aanleiding om onderscheid te maken tussen de dwangsommen ten aanzien van het in strijd handelen met het inbreukverbod en het niet (volledig) voldoen aan de opgaveverplichting.

Proceskosten

[gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van Graypants. Graypants maakt aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv. Graypants heeft specificaties van haar advocaatkosten overgelegd van in totaal € 16.675,- (€ 12.595,- te vermeerderen met € 4.080,- aan begrote uren voor de (voorbereiding van de) mondelinge behandeling).

De onderhavige zaak is een zaak ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv. Om de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde advocaatkosten te kunnen beoordelen, zal de rechtbank aansluiting zoeken bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie februari 2026). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Onderhavige zaak valt, gelet op het relevante feitencomplex, de grondslagen van de vorderingen, die zowel zien op het modelrecht als auteursrecht, en de gevoerde verweren, naar het oordeel van de rechtbank onder de categorie ‘normale bodemzaak’ met een maximumtarief van € 21.000,-. Nu de door Graypants gemaakte en gespecificeerde advocaatkosten lager zijn dan het maximumbedrag, zal de rechtbank deze toewijzen.

[gedaagde partij] heeft zich op het standpunt gesteld dat het niet redelijk is om het volledige indicatietarief toe te wijzen. Hij voert in dit kader aan dat de zaak voor het uitbrengen van de dagvaarding van kleur is verschoten, nu [gedaagde partij] nagenoeg aan alle vorderingen heeft voldaan. Zoals overwogen, volgt de rechtbank deze redenering niet en had Graypants nog wel degelijk belang bij de hierna toe te wijzen vorderingen, anders dan de vordering tot betaling van de proceskosten. Dit was anders in de door [gedaagde partij] aangehaalde zaak, waarin tussen partijen niet in geschil was dat aan het grootste deel van de vorderingen was voldaan en wat betreft de overige vorderingen (met uitzondering van de proceskosten) geen verweer is gevoerd.

Tegen het bedrag zoals door Graypants gevorderd heeft [gedaagde partij] verder nog ingebracht dat de werkelijke kosten lager moeten liggen, nu meerdere dropshippers zijn aangesproken en dus gebruik kon worden gemaakt van modelbrieven en -dagvaardingen, terwijl de zaak door opeenvolgend vier advocaten is behandeld wat tot hogere kosten leidt. Nu de gevorderde kosten lager liggen dan het maximumtarief van de toepasselijke categorie, dat wordt geacht redelijk en evenredig te zijn, ziet de rechtbank geen aanleiding een lager bedrag dan gevorderd toe te wijzen.

Het bedrag aan advocaatkosten (€ 16.674,-) wordt verhoogd met het griffierecht van€ 714,- en de dagvaardingskosten van € 119,40. Onder de proceskosten vallen ook de nakosten. De nakosten worden begroot op het bedrag genoemd in het liquidatietarief civiel (per 1 februari 2026: € 189,-). In geval van betekening worden een extra bedrag aan salaris (per 1 februari 2026: € 98,-) en de explootkosten van betekening toegekend.

De totale proceskosten aan de zijde van Graypants worden aldus begroot op € 17.696,40.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De rechtbank

beveelt [gedaagde partij] binnen zeven dagen na dit vonnis iedere inbreuk op het Wick-model te staken en gestaakt houden meer in het bijzonder door het staken en gestaakt te houden van het aanbieden, verkopen, importeren, exporteren en op voorraad houden van het Product, alsook ieder ander product dat identiek is aan of dezelfde algemene indruk wekt als het Wick-model;

beveelt [gedaagde partij] uiterlijk binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan Greypants te doen toekomen een schriftelijke opgave van de volgende informatie:

het aantal Producten dat [gedaagde partij] tot dit vonnis heeft verkocht;

de eventueel aanwezige voorraad van het Product onder vermelding van de locatie(s) waar de producten zich bevinden en welke hoeveelheden zich op welke locatie bevinden;

de naam, adres, woonplaats, land, e-mail en telefoongegevens van de leverancier(s) dan wel distributeur(s) van het de producten;

al hetgeen [gedaagde partij] bekend is omtrent de herkomst en distributiekanalen van het Product, meer in het bijzonder de (volledige) namen, adressen, e-mailadressen, telefoonnummers, zulks gerangschikt per leverancier of distributeur van het Product, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende facturen;

de verkoopkanalen waarop [gedaagde partij] het Product heeft aangeboden;

de in- en verkoopprijs van het Product alsook het totaalbedrag aan omzet, en daaronder begrepen de winst die [gedaagde partij] heeft behaald ten gevolge van de verhandeling van het Product.

[gedaagde partij] te bevelen binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis gedurende vier weken de volgende tekst duidelijk zichtbaar op homepage van de website, [website] , te plaatsen aan de bovenkant van de pagina boven “Veelgestelde vragen”:

Bij vonnis van 13 mei 2026 heeft de rechtbank Den Haag geoordeeld {opnemen link naar vonnis op rechtspraak punt.nl} dat wij met het ter verkoop aanbieden van het namaakproduct “Olyx — Moderne LED Tafellamp” inbreuk hebben gemaakt op het modelrecht van Graypants op de vormgeving van de Wick-lamp. Hoogachtend, [handelsnaam] ”En daarnaast [gedaagde partij] te bevelen om in de bovenste rand van de webpagina, waar nu staat “Zomer Sale: tot wel 40%” op te nemen “Waarschuwing, de rechtbank heeft geoordeeld dat wij inbreuk hebben gemaakt op Intellectuele Eigendomsrechten van Graypants. Voor meer info zie hier.” De “hier” linkt door naar de uitgebreidere uitleg geplaatst aan de bovenkant van de pagina boven “Veelgestelde vragen” zoals hierboven uiteengezet.

[gedaagde partij] veroordeelt aan Graypants te vergoeden de schade die zij heeft geleden en onverhoopt nog verder zal lijden ten gevolge van de inbreuk van [gedaagde partij] op het Wick-model van Graypants, een en ander nader op te maken bij staat en te vereffenen zoals voorzien in de wet;

veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling aan Graypants van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van:

- € 2.500,- voor iedere overtreding van het hierboven onder 5.1 opgelegde bevel, alsmede een dwangsom van €250,- voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat een overtreding voortduurt, dan wel - zulks ter keuze van Graypants - een dwangsom van € 500,- voor ieder product waarmee in strijd met het opgelegd bevel wordt gehandeld;

- € 500,- voor iedere overtreding dan wel niet nakoming van de hierboven onder 5.2. en 5.3 opgelegde bevelen;

met een maximum van de te verbeuren dwangsommen van € 50.000,-;

Veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 17.696,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,- plus de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis voor wat betreft 5.1 tot en met 5.3 en 5.5 tot en met 5.7 uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.D. Overbeek en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand