ECLI:NL:RBDHA:2026:29175

ECLI:NL:RBDHA:2026:29175

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 12-08-2026
Datum publicatie 02-10-2026
Zaaknummer C/09/695974
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Bevoegdsheidsincident, Erfrechtverordening

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team Handel

Zaaknummer: C/09/695974 / HA ZA 25-1110

Vonnis in incident van 12 augustus 2026

in de zaak van

[eiser] te [woonplaats 1] ,

eiser in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. J.A. Jansens van Gellicum,

tegen

1. MR. [gedaagde 1] , 2. MR. [gedaagde 2] ,

in hun hoedanigheid van vereffenaars in de nalatenschap van wijlen [erflaatster]

en wijlen [erflater], te [plaats] ,

gedaagden in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

hierna te noemen: de vereffenaars,

advocaat: mr. J.H. Rodenburg.

en

3. [interveniënt] , te [woonplaats 2] ,

interveniënt in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

hierna te noemen: [interveniënt]

advocaat: mr. R.J.M.H. Orgel te Enschede,

4. [belanghebbende], te [woonplaats 3] ,

opgeroepen partij in de hoofdzaak,

hierna te noemen: [belanghebbende] ,

niet verschenen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis in incident van 25 maart 2026 en het daarin beschreven procesverloop;

- de conclusie van antwoord plus incident tot onbevoegdheid van 1 juli 2026, met producties 1 tot en met 13;

- de conclusie van antwoord in incident van 15 juli 2026 namens de vereffenaars;

- de conclusie van antwoord in incident van 15 juli 2026 namens [eiser] .

In het vonnis in incident van 25 maart 2026 is de vordering van [interveniënt] tot tussenkomst toegewezen en is [eiser] in de hoofdzaak bevolen ook [naam] bij afzonderlijk exploot op te roepen in de procedure op de rol van 8 april 2026. Deze oproeping heeft blijkens het door de rechtbank ontvangen afschrift plaatsgevonden op 1 april 2026.

2. De beoordeling in het incident

Het geschil

De rechtbank verwijst voor een beschrijving van het geschil in de hoofdzaak naar rechtsoverweging 2.3 tot en met 2.5 van het vonnis in incident van 25 maart 2026. Kern van het geschil is dat [eiser] vindt dat het testament dat de in Spanje wonende vader van [eiser] , [interveniënt] en [belanghebbende] , heeft opgesteld nietig is dan wel vernietigd moet worden.

De vordering van [interveniënt] in het incident

[interveniënt] vordert in incident dat de rechtbank zich onbevoegd zal verklaren. Zij legt hieraan ten grondslag dat op grond van artikel 4 van de Erfrechtverordening de Spaanse rechter bevoegd is om een beslissing te nemen. Op grond van artikel 5 Erfrechtverordening is het mogelijk voor de betrokken partijen om, indien door de erflater ten aanzien van de erfopvolging overeenkomstig artikel 22 Erfrechtverordening is gekozen voor het recht van een lidstaat, het gerecht van die lidstaat bij uitsluiting bevoegd te verklaren over elke aangelegenheid die de erfopvolging betreft. [eiser] en de vereffenaars zijn in dit kader overeengekomen dat de rechtbank Den Haag bij uitsluiting bevoegd is om uitspraak te doen over elke aangelegenheid die de erfopvolging betreft. Omdat [interveniënt] geen partij is bij deze overeenkomst (en ook niet voornemens is een forumkeuze te ondertekenen) is aan de vereisten van artikel 5 Erfrechtverordening echter niet voldaan. Derhalve is de rechtbank Den Haag volgens [interveniënt] niet bevoegd om op grond van de forumkeuze een beslissing te nemen, en de rechtbank Den Haag is evenmin bevoegd op grond van een andere uitzondering opgenomen in de Erfrechtverordening.

De vereffenaars refereren zich aan het oordeel van de rechtbank. [eiser] voert verweer. Nu de vereffenaars de forumkeuzeovereenkomst hebben gesloten, zou ondertekening van de overeenkomst door [interveniënt] niet nodig zijn. Daarnaast zou het volgens hem niet stroken met de doelstellingen van de Erfrechtverordening als de Spaanse rechter deze procedure zou moeten behandelen.

De Erfrechtverordening bepaalt in artikel 4 als hoofdregel dat de gerechten van de lidstaat waar de erflater op het tijdstip van overlijden zijn gewone verblijfplaats had, bevoegd zijn om uitspraak te doen over de erfopvolging in haar geheel. Niet in geschil is dat erflater ten tijde van zijn overlijden zijn gewone verblijfplaats had in Spanje. Uitgangspunt is dan ook dat de Spaanse rechter bevoegd is om van de hoofdzaak kennis te nemen. De Erfrechtverordening formuleert op dit uitgangspunt een aantal uitzonderingen, waaronder de forumkeuze zoals bedoeld in artikel 5 van de Erfrechtverordening. Met [interveniënt] is de rechtbank van oordeel dat dit artikel toepassing mist, omdat [interveniënt] , en ook [belanghebbende] geen partij zijn bij de overeenkomst die [eiser] en de vereffenaars in dit kader hebben gesloten. Naar de rechtbank begrijpt, betoogt [eiser] dat [interveniënt] zelf niet akkoord hoefde te gaan met deze forumkeuze, omdat zij als erfgenaam is vertegenwoordigd door de vereffenaars. Het takenpakket van een vereffenaar is echter beperkt tot het beheren en vereffenen van de nalatenschap (artikel 4:211 BW). Het onderwerp van de hoofdzaak, namelijk de vraag of sprake is van een nietig testament, valt hier niet onder. Voor zover de vereffenaars namens de erfgenamen een forumkeuzebeding zijn aangegaan, kan dit in de onderhavige zaak dus in ieder geval geen effect sorteren. En zelfs als [interveniënt] alsnog akkoord zou gaan met de forumkeuze, ontbreekt nog de toestemming van [belanghebbende] hiervoor.

[eiser] heeft verder nog aangevoerd dat de Erfrechtverordening beoogt een “geconcentreerde en samenhangende afwikkeling van grensoverschrijdende nalatenschappen mogelijk te maken”, terwijl er een “sterke Nederlandse aanknoping” bestaat die behandeling door de rechtbank Den Haag rechtvaardigt. Hij wijst daarbij op het feit dat erflater in zijn testamenten het Nederlandse recht van toepassing heeft verklaard, de rechtbank Den Haag de vereffenaars heeft benoemd, de nalatenschap (onroerende) goederen omvat in Nederland en alle erfgenamen in Nederland woonachtig zijn. De rechtbank gaat hier niet in mee. De Erfrechtverordening staat behandeling van verschillende onderwerpen van de erfopvolging in een en dezelfde nalatenschap door de gerechten van verschillende lidstaten niet in de weg. Voor het geval de praktische omstandigheden van de erfopvolging maken dat behandeling van de zaak door een rechter van een andere lidstaat – wiens recht de erflater van toepassing heeft verklaard – beter is, kan het op grond van de hoofdregel bevoegde gerecht zich op verzoek van een van partijen onbevoegd verklaren (zie artikel 6 aanhef en onder a van de Erfrechtverordening).

Gelet op het voorgaande kan de rechtbank aan de Erfrechtverordening op dit moment geen bevoegdheid ontlenen. Dit betekent dat de rechtbank zich onbevoegd moet verklaren om van de hoofdzaak kennis te nemen. In dat geval zal zij [eiser] in de proceskosten in het incident veroordelen. Aan een behandeling van de hoofdzaak met daarin een proceskostenveroordeling komt de rechtbank dan niet toe. De rechtbank sluit echter niet uit dat het Spaanse gerecht dat over de hoofdzaak zal moeten beslissen, gelet op de door [eiser] genoemde omstandigheden en ervan uitgaande dat [eiser] daarom zal verzoeken, zal oordelen dat een Nederlands gerecht beter in staat is om uitspraak te doen over de erfopvolging als hiervoor bedoeld. In dat geval is de rechtbank op grond van artikel 7 aanhef en onder a van de Erfrechtverordening alsnog bevoegd in deze zaak te beslissen (zie ook Rechtbank Noord-Holland 3 juli 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:7435).

In het licht van het voorgaande zal de rechtbank deze zaak naar de rol van 26 augustus 2026 verwijzen met het verzoek aan partijen zich uit te laten over een mogelijke aanhouding van deze procedure in afwachting van een uitspraak van een Spaans gerecht over de bevoegdheid.

3. De beslissing

De rechtbank:

in het incident

verwijst de zaak naar de rol van 26 augustus 2026 voor het uitlaten door partijen over hetgeen hiervoor onder 2.7 is overwogen;

in de hoofdzaak en het incident

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Bordes en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.

2984

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand