RECHTBANK DEN HAAG
tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.49259
(gemachtigde: mr. J. Burema),
en
(gemachtigde: mr. P. Looijenga).
1. Deze tussenuitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de verklaringen van eiser geloofwaardig zijn. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft de minister gevraagd om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Hij stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1996. De minister heeft met het bestreden besluit van 11 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A.O. Adam als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Toetsingskader
3. De rechtbank stelt voorop dat het aan eiser is om zijn asielrelaas aannemelijk te maken. Dat kan met documenten of met geloofwaardige verklaringen. Vervolgens wordt beoordeeld of de geloofwaardig bevonden elementen van het asielrelaas reden zijn om aan eiser de vluchtelingenstatus (wegens een vrees voor vervolging) of de subsidiaire beschermingsstatus (wegens een risico op ernstige schade) toe te kennen. De rechtbank heeft de bevoegdheid om een bindende uitspraak te doen over de geloofwaardigheid van het ter staving van het asielverzoek overgelegde asielrelaas, over de aannemelijkheid van de vrees voor vervolging van de verzoeker of het reële risico voor hem op ernstige schade bij terugkeer naar zijn land van herkomst, en over de gegrondheid van dat verzoek, rekening houdend met alle elementen die in de beroepsprocedure naar voren zijn gebracht. De rechtbank toetst niet alleen het bestreden besluit, maar moet ook een eigen, uitputtende en geactualiseerde beoordeling verrichten.
De rechtbank zal hierbij eerst beoordelen of het asielrelaas (on)geloofwaardig is. Daarbij beoordeelt de rechtbank achtereenvolgens de asielmotieven, het referentiekader en de relevante elementen, die kunnen bestaan uit algemene bronnen en landeninformatie, documenten, verklaringen van eiser en eventuele nieuwe elementen. Vervolgens beoordeelt de rechtbank of de vrees voor vervolging of het risico op ernstige schade is gebaseerd op een redelijke mate van waarschijnlijkheid. De rechtbank sluit met deze wijze van beoordelen aan bij de uitspraken van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats over de beoordeling van asielverzoeken door de rechter naar aanleiding van de arresten Quotal en Ebilum.
Het asielrelaas
4. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser woonde in [plaats], Somalië. Al Shabaab heeft eiser opgedragen om belasting te betalen. Eiser heeft dat geweigerd. Daarop is eiser ter dood veroordeeld door een rechtbank van Al Shabaab. Al Shabaab heeft eiser geld betaald zodat hij zijn lijkwade kon kopen. Bij een aanslag op het huis van eiser is zijn zwager gedood. Deze aanslag was voor eiser bedoeld. Al Shabaab bedreigt ook de zus van eiser. Eiser is bij terugkeer zijn leven niet zeker.
Het bestreden besluit
De asielmotieven
5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser;
de problemen met Al Shabaab.
Gesteld noch gebleken is dat er meer of andere asielmotieven zijn. De rechtbank gaat bij de beoordeling van de geloofwaardigheid en zwaarwegendheid van het asielrelaas daarom uit van deze asielmotieven.
De relevante elementen
6. De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om hier anders over te oordelen.
Wat betreft de problemen met Al Shabaab voert eiser aan dat hij uitgebreid heeft verklaard over de belastinginning door Al Shabaab. Zijn verklaringen stroken met de landeninformatie. Daaruit blijkt dat Al Shabaab ook belasting int in gebieden die niet onder haar controle staan, zoals in [plaats]. De zus van eiser heeft bevestigd dat eiser doelwit is van Al Shabaab. Eiser kan geen bescherming krijgen tegen Al Shabaab. Eiser heeft een maand bij zijn tante verbleven, waar Al Shabaab hem niet kon vinden. Eiser heeft ook een overlijdensakte van zijn zwager overgelegd, wat bevestigt dat zijn zwager is overleden.
De minister vindt de problemen met Al Shabaab niet geloofwaardig. De minister stelt zich op het standpunt dat de verklaringen van eiser niet samenhangend en aannemelijk zijn. Eiser heeft niet inzichtelijk gemaakt waarom Al Shabaab het op hem gemunt heeft. Het is ook ongeloofwaardig dat Al Shabaab geld naar eiser zou overmaken om een lijkwade te kopen, omdat de organisatie juist is gericht op het genereren van inkomsten tegen minimale kosten. Het is verder ongerijmd dat eiser geen bescherming zocht na de telefonische bedreigingen door Al Shabaab en dat eiser na de moord op zijn zwager een maand bij zijn tante is ondergedoken. Bovendien heeft eiser summier en wisselend verklaard over de bedreigingen van zijn zus en heeft eiser de dood van zijn zwager en het politieonderzoek dat daarop is gevolgd niet onderbouwd met objectieve documenten.
Het referentiekader
7. De rechtbank betrekt bij haar beoordeling ambtshalve het referentiekader van eiser. Eiser is tot zijn zestiende of zeventiende naar school geweest. Hij heeft voor het bedrijf van zijn vader gewerkt en dat na de dood van zijn vader overgenomen. Van eiser wordt verwacht dat hij redelijk consistent kan verklaren over de gebeurtenissen die ten grondslag liggen aan het asielverzoek. Eiser wordt niet tegengeworpen dat hij concrete data niet kan noemen.
De problemen met Al Shabaab
De rechtbank ziet aanleiding om eerst de landeninformatie over de belastinginning door Al Shabaab te bespreken, omdat de minister dat in het bestreden besluit beperkt heeft gedaan en omdat de verklaringen van eiser tegen de achtergrond van de landeninformatie moeten worden bezien. Uit informatie van EUAA volgt dat Al Shabaab verschillende vormen van belasting heft bij burgers in Somalië. De vergelding voor het weigeren om belasting te betalen kan gewelddadig van aard zijn, waaronder door ontvoeringen, beschietingen en de dood. In Zuid-Centraal-Somalië (waaronder [plaats] valt) heeft een vreemdeling over het algemeen een gegronde vrees voor vervolging als hij weigert belasting te betalen. Het niet betalen van belasting wordt gezien als vervolging wegens godsdienst of politiek. Uit het meest recente algemeen ambtsbericht voor Somalië volgt daarnaast dat Al Shabaab jaarlijks tussen 100 en 150 miljoen Amerikaanse dollar aan belastinginkomsten heeft. Ook heft Al Shabaab belasting in gebieden die buiten haar controle staan. Daartoe verzamelt Al Shabaab via haar netwerk van informanten informatie over import en eigendom, waarna zij de eigenaar van handelswaar of bezit benadert met de opdracht om een bepaald bedrag aan belasting te betalen. Soms zijn er niet meteen represailles als iemand de belasting niet onmiddellijk betaalt en krijgt iemand eerst verschillende waarschuwingen, maar het is vrijwel onmogelijk om aan represailles te ontkomen. Uit een andere bron volgt dat in extreme gevallen de gevolgen van niet-betaling ernstig zijn, zoals de dood. Al Shabaab heeft de capaciteit voor executies en andere strafmaatregelen. Al Shabaab heeft geen controle over gebieden in [plaats], maar is daar geïnfiltreerd in de overheid en heeft een groot netwerk aan informanten. Al Shabaab int ook belasting in [plaats]. Uit het ODI-rapport volgt dat Al Shabaab in gebieden die de overheid controleert infiltreert in de bestaande structuren en belangrijke informatie verkrijgt van overheidsfunctionarissen door dwang en omkoping. De gevolgen van niet-betalen kunnen dodelijk zijn.
Tegen deze achtergrond oordeelt de rechtbank dat eiser geloofwaardig heeft verklaard waarom hij doelwit is geworden van Al Shabaab. De minister werpt eiser tegen dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt waarom Al Shabaab het op hem gemunt heeft. De andere werknemers die vaak ook de wagens van het bedrijf van eiser bestuurden hadden namelijk geen problemen met Al Shabaab. Hiermee gaat de minister eraan voorbij dat uit de landeninformatie volgt dat Al Shabaab informatie verzamelt over eigendom van handelswaar of bezit en de eigenaar opdraagt om belasting te betalen. Dat Al Shabaab de vader van eiser, die tot zijn overlijden eigenaar was van het bedrijf, niet heeft benaderd, doet er niet aan af dat Al Shabaab op enig moment eiser in het vizier heeft gekregen. Hoewel het volgens een bron uitzonderlijk is dat niet-betalen van belasting tot de dood leidt, komt het wel voor en heeft eiser verklaard dat hij verschillende doodsbedreigingen heeft gekregen.
Ook acht de rechtbank geloofwaardig dat Al Shabaab geld naar eiser heeft overgemaakt om zijn lijkwade te kopen. Hoewel deze werkwijze niet is beschreven in de hiervoor besproken landeninformatie, heeft eiser gewezen op een aantal andere voorbeelden waarin Al Shabaab zo te werk gaat. De rechtbank acht het aannemelijk dat Al Shabaab in een voorkomend geval zo te werk gaat met het doel om burgers ertoe te bewegen om belasting te betalen. Ook blijkt dat Al Shabaab deze werkwijze heeft gehanteerd bij een bedreigde journalist. Eiser heeft hierover bovendien op aannemelijke wijze verklaard dat hij meteen na ontvangst van de betaling werd gebeld met de waarschuwing dat hij ter dood was veroordeeld door een rechtbank van Al Shabaab en dat het geld voor zijn lijkwade bestemd was. Eiser heeft toegelicht dat het een islamitische leefregel is dat iemand zijn eigen lijkwade regelt, omdat hij zo de gedachte bij de dood houdt. Dat Al Shabaab erop gericht is om tegen minimale kosten maximale inkomsten te genereren, maakt het niet onlogisch dat Al Shabaab aan eiser een beperkt bedrag van ongeveer 20 dollar overmaakt met als doel dat eiser belasting betaalt. Dat is immers een kleine investering voor Al Shabaab die ertoe moet leiden dat eiser (periodiek) belasting gaat betalen en die bovendien een afschrikwekkende werking zal hebben voor andere burgers die worden geconfronteerd met een belastingaanslag.
De rechtbank acht het daarnaast niet ongerijmd dat eiser niet meteen beschermingsmaatregelen nam na de bedreigingen. De minister vindt het onlogisch dat eiser niet na het eerste dreigtelefoontje van Al Shabaab beschermingsmaatregelen nam. Daarbij gaat de minister eraan voorbij dat eiser heeft verklaard dat hij zijn familie niet zomaar in de steek wilde laten. Dat acht de rechtbank aannemelijk, omdat het achterlaten van familie een moeilijke beslissing is. De minister werpt eiser ook tegen dat hij na het derde telefoontje waarin hij ter dood werd veroordeeld geen maatregelen nam. Eiser heeft echter verklaard dat hij na dat telefoontje besloot om binnen te blijven en niet naar werk ging. Hij heeft op dat moment dus wel maatregelen genomen. Dat eiser enerzijds heeft verklaard dat hij niet wist dat Al Shabaab aanslagen pleegde tegen burgers en anderzijds dat hij geen aangifte heeft gedaan omdat de overheid burgers niet beschermt tegen Al Shabaab, is onvoldoende voor een ander oordeel. In hoeverre eiser afwist van het gevaar van Al Shabaab in algemene zin acht de rechtbank minder van belang, omdat eiser aannemelijk heeft verklaard over zijn individuele vrees.
De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn zwager is overleden. De minister werpt eiser ten onrechte tegen dat hij de dood van zijn zwager op geen enkele manier heeft onderbouwd met objectieve documenten, zoals een overlijdensakte. De minister werpt eiser ook tegen dat hij geen documenten heeft overgelegd van het onderzoek van de politie naar de moord op zijn zwager. De rechtbank gaat aan die tegenwerpingen voorbij. Ten eerste heeft de minister in het bestreden besluit niet (expliciet) genoemd dat hij de verklaringen van eiser niet geloofwaardig vindt omdat eiser geen documenten heeft overgelegd en geen goede verklaring heeft gegeven voor het ontbreken van documenten, maar alleen dat hij de verklaringen niet geloofwaardig vindt omdat hij ze niet samenhangend en aannemelijk vindt. Ten tweede acht de rechtbank de verklaring van eiser over de aanslag op zijn huis en de verklaring van eisers zus, waaruit volgt dat gewapende mannen van Al Shabaab aanklopten, eiser wilde doden en in plaats daarvan eisers zwager doodschoten, aannemelijk. Deze verklaringen zijn immers consistent en stroken met de overige verklaringen van eiser en de landeninformatie.
In beroep heeft eiser een verklaring overgelegd van het ziekenhuis in [plaats]. Daaruit volgt dat [naam 1] op 20 september 2023 is binnengebracht met een ernstige schotwond en dood is verklaard bij binnenkomst. Hoewel eiser heeft verklaard dat de naam van zijn zwager [naam 2] is, is die enkele mogelijke verschrijving of verspreking onvoldoende om af te doen aan de overige aannemelijk geachte verklaringen. Zoals de rechtbank hiervoor heeft geoordeeld, hebben eiser en zijn zus op aannemelijke wijze verklaard dat de zwager van eiser bij vergissing is doodgeschoten.
De rechtbank oordeelt dat het niet ongerijmd is dat eiser een maand is ondergedoken bij zijn tante voordat hij naar Europa vluchtte. Eiser heeft daarover verklaard dat hij binnen bleef en zo het risico op ontdekking beperkte. Uit de verklaring van de zus van eiser volgt dat eiser bij zijn tante verbleef totdat eiser het geld voor zijn ontsnapping bijeen had gebracht. De rechtbank acht het aannemelijk dat eiser bij een familielid bleef totdat hij zijn vertrek had geregeld.
De rechtbank oordeelt tot slot dat eiser niet summier en wisselend heeft verklaard over de bedreigingen van zijn zus. De minister werpt eiser tegen dat eiser in het nader gehoor eerst heeft verwezen naar de verklaring van zijn zus en pas later zelf heeft verklaard dat zijn zus werd bedreigd. De rechtbank acht dat niet vreemd, zeker niet omdat de hoormedewerker aan het begin van het nader gehoor duidelijk heeft gemaakt dat de IND veel waarde hecht aan documenten waarmee eiser zijn asielmotief kan onderbouwen. Dat eiser wisselend heeft verklaard over wanneer en hoe vaak zijn zus is bedreigd, maakt niet dat ongeloofwaardig is dat zijn zus is bedreigd. Hierbij is het referentiekader van eiser van belang, waaruit volgt dat hij tot zijn zestiende of zeventiende levensjaar naar school is geweest en het niet noemen van concrete data hem niet wordt tegengeworpen. Uit de verklaring van de zus van eiser volgt ook dat Al Shabaab haar blijft bellen en bedreigen.
De conclusie
De rechtbank komt tot de conclusie dat het asielrelaas van eiser geloofwaardig is, gelet op het referentiekader van eiser, de landeninformatie en de verklaringen van eiser en zijn zus.
Conclusie en gevolgen
8. De rechtbank beoordeelt het asielrelaas van eiser als geloofwaardig. De minister heeft nog niet beoordeeld – en partijen hebben zich nog niet uitgelaten over – of de geloofwaardig bevonden elementen reden zijn om eiser aan te merken als vluchteling dan wel aan te nemen dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade (de zwaarwegendheid). De rechtbank ziet aanleiding om de minister in de gelegenheid te stellen om dat gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Dat kan met een aanvullende motivering of met een nieuwe beslissing op de aanvraag, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit. De minister moet daarbij een inhoudelijk standpunt innemen over de zwaarwegendheid van de geloofwaardig bevonden elementen. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen de minister het gebrek kan herstellen op vier weken na verzending van deze tussenuitspraak.
De minister moet zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen één week na verzending van deze tussenuitspraak aan de rechtbank meedelen of hij gebruikmaakt van de gelegenheid om het gebrek te herstellen.Als de minister gebruikmaakt van die gelegenheid, mag eiser binnen vier weken na verzending van de mededeling over het herstel van het gebrek daarop reageren. De rechtbank zal partijen vervolgens mededelen hoe zij het beroep verder behandelt.
Beslissing
De rechtbank:
- draagt de minister op binnen één week na verzending van deze tussenuitspraak de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
- stelt de minister in de gelegenheid om binnen vier weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J. Wilts, rechter, in aanwezigheid van P.P. van Essen - van 't Ende, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.