RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/709618 / JE RK 26-1297
Datum uitspraak: 1 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2023 in [geboorteplaats 1],
hierna te noemen: [minderjarige 1],
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats 2],
hierna te noemen: [minderjarige 2].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. I.G.M. van Gorkum uit Den Haag.
De kinderrechter merkt als informanten aan:
[de gezinshuismoeder] ,
hierna te noemen: de gezinshuismoeder,
en
[de gezinshuisvader] ,
hierna te noemen: de gezinshuisvader,
hierna ook gezamenlijk te noemen: de gezinshuisouders.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 21 juli 2026;
- het rapport van de Raad als bedoeld in artikel 1:265j lid 3 Burgerlijk Wetboek (BW) van 13 augustus 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 september 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling;
- de gezinshuismoeder.
De gezinshuisvader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de gezinshuisvader wel juist is opgeroepen.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven in een gezinshuis.
De kinderrechter in de rechtbank Gelderland heeft bij beschikking van 3 september 2025 [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 3 september 2026 en een machtiging verleend gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gezinsgerichte voorziening tot 25 november 2025.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 november 2025 de machtiging verlengd [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gezinsgerichte voorziening tot 25 februari 2026 en de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 februari 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] verlengd tot 3 september 2026 en de machtiging verlengd [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gezinsgerichte voorziening tot 3 september 2026.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een gezinsgerichte voorziening te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. De moeder heeft geen informatie verstrekt over haar traject bij [zorginstelling]. De gecertificeerde instelling heeft mede daardoor een zeer beperkt zicht gekregen op haar functioneren en ontwikkeling. Vanuit hulpverlening zijn er wel zorgelijke signalen ontvangen over de moeder. Daarnaast is de moeder van 29 maart tot eind juli 2026 volledig uit contact geweest met de gecertificeerde instelling en betrokken hulpverlening. De gecertificeerde instelling heeft geprobeerd om met de moeder in contact te komen en af te spreken. Eind juli heeft de moeder per e-mail aangegeven dat zij graag betrokken wil zijn bij haar kinderen. De gecertificeerde instelling heeft toen per e-mail laten weten wat nodig was voor een hervatting van de omgang en medio augustus 2026 een afspraak met de moeder en haar begeleiders ingepland. De moeder was toen niet aanwezig en het is sindsdien niet gelukt om een fysieke afspraak in te plannen. De moeder heeft doordat zij uit contact was sinds 26 februari 2026 haar kinderen niet meer gezien. Het was de bedoeling dat tijdens de omgangsmomenten de band met de kinderen behouden kon blijven en dat de opvoedmogelijkheden en dat de belastbaarheid van de moeder onderzocht werden. Hierbij zou de moeder ondersteund worden in haar opvoedvaardigheden, praktische verzorging en het contact met de kinderen. Toen de omgangsmomenten nog plaatsvonden, lukte het de moeder niet altijd om op tijd te komen en de volledige aandacht bij de kinderen te houden. De gecertificeerde instelling meent dat het te veel voor de moeder is en dat zij veel dingen niet kan overzien. Ook heeft zij geen uitoefening gegeven aan haar gezag door geen toestemming te geven voor praktische zaken.
De kinderen verblijven in een stabiel en veilig gezinshuis en laten daar een positieve ontwikkeling zien. In het gezinshuis krijgen de kinderen de continuïteit, stabiliteit en ononderbroken hechting die zij nodig hebben. Wel worden zij belast met het wegvallen van het contact met hun moeder en de onduidelijkheid over hun opvoedperspectief. De gecertificeerde instelling meent dat de moeder niet binnen een voor de kinderen aanvaardbare termijn aan de noodzakelijke opvoedvoorwaarden kan voldoen, gelet op de patronen waarbij de moeder eerst positieve stappen zet en vervolgens uit contact gaat en geen openheid wil geven over haar functioneren. De gecertificeerde instelling heeft een besluit genomen over het perspectief van de kinderen. [minderjarige 1] heeft nooit bij de moeder gewoond en heeft recht op duidelijkheid over waar hij zal opgroeien. Dit moet volgens de gecertificeerde instelling in het gezinshuis zijn. Voor [minderjarige 2] zal niet langer toegewerkt worden naar een moeder-kindhuis-traject of een thuisplaatsing, wegens het ontbreken van contact met de moeder. De gecertificeerde instelling ziet onvoldoende perspectief op een veilige terugkeer naar huis binnen korte tijd. De gecertificeerde instelling heeft eerder wel onderzoek gedaan naar een passend moeder-kindhuis, maar de moeder is overal afgewezen. De gecertificeerde instelling wil zich gedurende een ondertoezichtstelling richten op het bieden van bieden van langdurige stabiliteit en continuïteit voor beide kinderen binnen hun huidige opvoedomgeving. Het komende jaar wil de gecertificeerde instelling duidelijkheid krijgen over of de moeder in staat is om haar ouderlijk gezag te behouden en uit te oefenen. Ook zal onderzocht worden of een overdracht aan het vrijwillig kader mogelijk is of dat een gezagsbeëindigende maatregel nodig blijkt.
Het is positief dat de moeder ter zitting heeft toegelicht hoe het nu met haar gaat. De gecertificeerde instelling hoopt de samenwerking weer te kunnen hervatten en samen te kijken hoe de omgang met de kinderen vormgegeven kan worden, waarbij moet worden gekeken welke omgangsvorm het beste voor de kinderen is.
4. De standpunten
Door en namens de moeder is geen verweer gevoerd tegen de verlening van de ondertoezichtstelling. Er is wel verweer gevoerd tegen de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing. [minderjarige 2] is bij de moeder weggehaald doordat zij wegens het beëindigen van het moeder-kindhuistraject geen woonruimte had, maar niet door zorgen over het kunnen vervullen van haar moederrol. De kinderen mogen niet bij de moeder verblijven bij [zorginstelling], maar de moeder wil wel graag dat de kinderen in de toekomst bij haar komen wonen. Zij heeft de afgelopen periode hard daarnaartoe toegewerkt door te proberen om een inkomen te regelen en zij zal op 30 september 2026 starten met een stage. Verder is de moeder bezig met haar rijbewijs en leert zij bij [zorginstelling] om zelfstandiger te worden. De moeder zal begin oktober verhuizen naar een studio in [plaats]. Hierbij krijgt zij ambulante begeleiding. Indien het goed gaat met de moeder bij de studio, kan zij mogelijk naar een appartement waar de kinderen bij haar kunnen verblijven. De moeder wilde niet dat de kinderen haar zagen in de periode dat zij door haar therapie emotioneel getriggerd werd, omdat zij hen geen trauma wilde geven. Ook had zij alle kracht nodig voor haar therapie. Tijdens de therapie werkt de moeder aan haar emotieregulatie. Nadat de moeder weer in contact is getreden met de gecertificeerde instelling zijn er door miscommunicatie afspraken niet doorgegaan. De moeder zet momenteel veel stappen en de advocaat vraagt zich daarom af of er nu al een perspectiefbesluit moet worden genomen over [minderjarige 2]. De moeder wil niet dat een kind, maar alle kinderen bij haar komen wonen en dus ook [minderjarige 1]. De kinderen zijn jong en ervaren zover bekend nog geen last van onduidelijkheid over waar zij zullen opgroeien. De advocaat verzoekt daarom om het perspectiefbesluit niet te bekrachtigen.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De moeder is een aantal maanden uit contact geweest met de gecertificeerde instelling en betrokken hulpverlening. Hierdoor was er geen zicht op haar functioneren en konden praktische zaken voor de kinderen niet geregeld worden. Sinds 26 februari 2026 hebben de kinderen hun moeder niet meer gezien en kon hen geen duidelijkheid worden gegeven over wanneer zij hun moeder wel weer zouden kunnen zien. Doordat de omgang niet doorging, kon er ook niet worden gewerkt aan het opbouwen van een betere band tussen de moeder en de kinderen en het verbeteren van de opvoedvaardigheden van de moeder. Er zijn zorgen over de draagkracht van de moeder en haar de mogelijkheden om een sensitieve opvoeding te bieden die aansluit bij de kinderen. Eerder werd gezien dat [minderjarige 2] heftig reageerde op de omgang met de moeder. De moeder heeft veel positieve stappen gezet ten aanzien van haar eigen problematiek, maar is ook nog met veel voor haar belangrijke en impactvolle zaken bezig, zoals therapie en een aanstaande verhuizing. Gelet op het bovenstaande, acht de kinderrechter het noodzakelijk dat gecertificeerde instelling in het kader van een ondertoezichtstelling betrokken blijft. De hoop is dat de moeder de positieve stappen voor haar eigen ontwikkeling door kan zetten en dat de samenwerking met de gecertificeerde instelling hervat kan worden. Het is van belang dat de gecertificeerde instelling zicht krijgt op hoe het met de kinderen, de moeder en hen samen gaat.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van een jaar.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.
In het gezinshuis krijgen de kinderen de liefde, stabiliteit en nabijheid die zij nodig hebben. De moeder is niet in staat dit aan de kinderen te bieden vanwege het gebrek aan passende woonruimte en de stappen die zij nog moet zetten ten aanzien van haar eigen problematiek. Er heeft een aantal maanden geen contact plaatsgevonden tussen de moeder en de kinderen, waardoor dit op een voor de kinderen passend tempo weer opgebouwd moet worden. Hierbij is het van belang dat de moeder en de gecertificeerde instelling eerst afspraken maken, zodat de omgang op een voor de kinderen veilige en fijne manier plaats kan vinden. Indien de omgang weer is hervat, kan onderzocht worden wat de draagkracht en opvoedvaardigheden van de moeder zijn en gewerkt worden aan verbetering hiervan. Gelet op alle stappen die nog gezet moeten worden voordat een thuisplaatsing overwogen kan worden, acht de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar passend en geboden. De kinderrechter benadrukt dat de moeder altijd de moeder van de kinderen blijft en een belangrijke rol zal spelen in het leven van de kinderen. Het komende jaar kan de gecertificeerde instelling onderzoeken hoe de moeder deze moederrol vorm kan geven.
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 3 september 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een gezinsgerichte voorziening tot 3 september 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026 door mr. S. van der Harg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 8 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.