RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/710291 / JE RK 26-1384
Datum uitspraak: 1 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 3 augustus 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 september 2026. Daarbij was aanwezig:
- [naam] namens de gecertificeerde instelling.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
[de minderjarige] is halverwege de zitting op 1 september 2026 de zittingszaal binnengekomen. De kinderrechter heeft [de minderjarige] toen naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover - in het bijzijn van de jeugdbeschermer - een gesprek gevoerd met de kinderrechter. De jeugdbeschermer heeft daarop kunnen reageren.
2. De feiten
[de minderjarige] is erkend door de vader.
Bij beschikking van 15 mei 2025 is de vader belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] verblijft bij een logeerhuis van Jeugdformaat.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 december 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 12 september 2026. Ook heeft de kinderrechter een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 12 september 2026.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt op meerdere gebieden ernstig bedreigd. [de minderjarige] gaat niet naar school en heeft al ongeveer een jaar geen dagbesteding. Het traject bij het OPDC is geëindigd, omdat [de minderjarige] herhaaldelijk niet verscheen. Het lukt haar ook niet om bij een andere vorm van dagbesteding aan te komen. De vader en anderen lukt het niet om [de minderjarige] hiervoor de stimuleren. Dat [de minderjarige] ter zitting heeft aangegeven de volgende dag naar school te zullen gaan is positief. Daarnaast zijn er zorgen over het zelfbepalende gedrag van [de minderjarige] . Zij lijkt moeite te hebben met het accepteren van begeleiding, afspraken en structuur. Voor emotieregulatie- en agressieproblematiek is een leerstraf ingezet, maar het lukte haar onvoldoende om afspraken na te komen binnen dit traject. Er is een negatieve terugmelding gedaan. [de minderjarige] trekt zich veel terug op haar kamer en heeft een omgekeerd dag- en nachtritme. Zij gaat bijna dagelijks naar haar vader, maar zij ondernemen dan niets samen. Er is een risico op verdere sociale isolatie en een afname van haar psychisch welzijn. Daarnaast zijn er zorgen over de persoonlijke hygiëne en de hygiëne van de kamer van [de minderjarige] . Ondanks de ingezette hulpverlening en het vermogen tot reflectie van [de minderjarige] lukt het haar onvoldoende om afspraken na te komen en noodzakelijke veranderingen vast te houden. De goede band tussen [de minderjarige] en haar vader is erg belangrijk en moet gestimuleerd worden, maar de vader is door zijn beperkte belastbaarheid niet in staat om de ontwikkelingsbedreigingen weg te nemen. [de minderjarige] heeft baat bij een trauma-sensitieve opvoedomgeving, waarbij duidelijke grenzen en voorspelbare kaders worden geboden. Omdat [de minderjarige] op meerdere gebieden vastloopt, lijkt een driemilieuvoorziening - waar verblijf, onderwijs en behandeling geïntegreerd worden aangeboden - meer passend en zij is daarvoor aangemeld. Er moet nog een screeningsgesprek plaatsvinden voordat [de minderjarige] op de wachtlijst wordt geplaatst. Nadat zij gescreend is, komt [de minderjarige] met terugwerkende kracht op de wachtlijst. Onduidelijk is hoelang het vervolgens duurt totdat een vervolgplek beschikbaar is. Wel is duidelijk dat de situatie met [de minderjarige] bij Jeugdformaat steeds meer onhoudbaar wordt. De gecertificeerde instelling vindt het belangrijk om met de betrokkenen het perspectief van [de minderjarige] te bespreken.
4. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Er zijn zorgen over [de minderjarige] op meerdere leefgebieden. Er zijn zorgen over het zelfbepalende gedrag van [de minderjarige] . [de minderjarige] kan hierbij zelfreflectie tonen - zoals op de zitting - maar volgens de groep kan een periode met zelfreflectie omslaan in tegendraads, brutaal en asociaal gedrag. [de minderjarige] heeft last van agressie- en emotieregulatie problematiek, maar heeft onvoldoende meegewerkt aan haar behandeling in het kader van een leerstraf. Het is erg positief dat [de minderjarige] heeft aangegeven naar school te zullen gaan, aangezien dit belangrijk is voor haar sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling. De kinderrechter moedigt [de minderjarige] aan om dit echt te gaan doen en is blij dat [de minderjarige] hierbij begeleid zal worden door haar mentor - tevens oud-coach - met wie zij een goede band heeft. De positieve band tussen [de minderjarige] en de vader is erg belangrijk, maar zij ondernemen niets samen. Hierdoor blijven er zorgen over een sociaal isolement van [de minderjarige] en een verdere afname van een haar psychologisch welzijn. De vader is door zijn beperkte belastbaarheid onvoldoende in staat om de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] met vrijwillige hulpverlening weg te nemen.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.
De vader is door zijn beperkte belastbaarheid momenteel niet in staat om de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] te dragen. Het is positief dat [de minderjarige] veel bij de vader is, zodat de onderlinge band behouden kan blijven en de situatie op de groep minder escaleert. Omdat de vader geen opvoedrol hoeft in te nemen, vinden er bij hem thuis momenteel geen escalaties plaats. Het is van belang dat [de minderjarige] zo snel mogelijk naar een driemilieuvoorziening kan gaan, zodat zij binnen één setting de benodigde duidelijkheid, stabiliteit, grenzen, behandeling en onderwijs krijgt. De verwachting is dat deze setting meer bij de behoeften van [de minderjarige] aan zal sluiten.
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 12 september 2027;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 12 september 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026 door mr. S. van der Harg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 8 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.