ECLI:NL:RBDHA:2026:29111

ECLI:NL:RBDHA:2026:29111

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-09-2026
Datum publicatie 02-10-2026
Zaaknummer C/09/708206 / FA RK 26-6668
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorzieningen. Uitsluitend gebruik echtelijke woning en toevertrouwing minderjarige - geen verweer. Vaststelling voorlopige zorgregeling. Vaststelling minimale voorlopige kinderalimentatie, geen draagkracht voor voorlopige partneralimentatie.

Uitspraak

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 30 juni 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. H.E. Brokers-van Dijk te Vleuten.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. P.F.D.P. de Milliano te Katwijk.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift en het verweerschrift met zelfstandige verzoeken.

Op 18 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

Feiten

Verzoek en verweer

Het verzoek van de moeder strekt ertoe dat:

- de moeder gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] ;

- [minderjarige] aan de moeder wordt toevertrouwd;

- een begeleide regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van [minderjarige] wordt vastgesteld, die passend is binnen de veiligheidsafspraken van partijen;

- een door de vader aan de moeder te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 574,- per maand wordt vastgesteld, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

- een door de vader aan de moeder te betalen voorlopige partneralimentatie van € 350,- per maand wordt vastgesteld, met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.

De vader voert verweer tegen de verzochte voorlopige zorgregeling, de voorlopige kinderalimentatie en de voorlopige partneralimentatie, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt de vader zelfstandig:

- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van [minderjarige] wordt vastgesteld, waarbij wordt bepaald dat:

 zolang de vader geen eigen woonruimte heeft waar [minderjarige] kan overnachten: [minderjarige] eens per weekend op zaterdag of zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur bij de vader is en deze zorgregeling in de vakanties doorloopt;

 vanaf het moment dat de vader eigen woonruimte heeft waar [minderjarige] kan overnachten: [minderjarige] eens per twee weken van vrijdag uit school en tot die tijd 16.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de vader is, alsmede dat de vakanties bij helfte worden gedeeld;

- te bepalen dat de vader, zolang hij geen woonruimte heeft waar [minderjarige] kan overnachten, een voorlopige kinderalimentatie van € 122,- per maand wordt vastgesteld met ingang van de datum van de beschikking;

- te bepalen dat de vader, vanaf het moment dat hij woonruimte heeft waar [minderjarige] kan overnachten, de voorlopige kinderalimentatie op nihil wordt gesteld dan wel subsidiair op € 25,- per maand;

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Uitsluitend gebruik echtelijke woning

De moeder stelt dat zij het meeste recht en belang heeft bij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, ook zodat [minderjarige] met zijn moeder in zijn vertrouwde omgeving kan blijven wonen. Volgens de moeder hebben partijen eind mei 2026 afgesproken dat de moeder met [minderjarige] in de woning kan blijven en heeft de vader toen de woning verlaten.

Nu de vader instemt met het verzoek van de moeder ten aanzien van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, zal de rechtbank dat verzoek toewijzen.

Toevertrouwing

De moeder stelt dat zij door de gebeurtenissen in de afgelopen periode arbeidsongeschikt is geraakt en dat zij daardoor in de gelegenheid is om de zorg voor [minderjarige] (vrijwel) volledig te dragen. Ook geeft zij aan dat het in lijn is met de tussen partijen gemaakte afspraken om [minderjarige] aan de moeder toe te vertrouwen.

De vader heeft geen verweer gevoerd tegen dit verzoek en stemt – naar de rechtbank begrijpt – in met de toevertrouwing van [minderjarige] aan de moeder.

Gelet op deze overeenstemming en het gegeven dat de moeder het grootste deel van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] draagt, zal de rechtbank [minderjarige] toevertrouwen aan de moeder.

Voorlopige zorgregeling

Huidige situatie

Uit de stukken en dat wat tijdens de zitting is besproken is de rechtbank gebleken dat het contact in de afgelopen weken steeds op zaterdag vanaf 10.00 uur heeft plaatsgevonden, waarbij [minderjarige] in de vrije weekenden van de vader tot 15.00 uur bij de vader verbleef en in de eindtijd in de werkweekenden van de vader afhankelijk was van zijn werkrooster. De contactmomenten verlopen goed en de overdrachten worden begeleid door mensen uit het netwerk van de moeder.

De moeder stelt dat [minderjarige] aangeeft dat hij zijn vader graag vaker zou willen zien. Daarnaast geeft de moeder aan dat zij op korte termijn gaat re-integreren op werk en dat zij er daarom behoefte aan heeft dat de vader [minderjarige] vaker opvangt, omdat de beperkte opvangmogelijkheden de re-integratie van de moeder nu belemmeren.

De vader geeft aan dat het niet mogelijk is om [minderjarige] vaker of langer bij hem te laten verblijven vanwege zijn onregelmatige werk, zijn persoonlijke omstandigheden (waaronder de begeleiding en therapieën die hij inplant op zijn vrije dinsdag) en het feit dat hij geen woonruimte heeft waar [minderjarige] kan overnachten. Zodra hij wel dergelijke woonruimte heeft, kan er een uitgebreidere zorgregeling worden vastgesteld, aldus de vader.

Inhoudelijke beoordeling

In het kader van deze voorlopige voorzieningenprocedure gaat de rechtbank bij de beoordeling van de voorliggende verzoeken uit van de actuele situatie. De moeder heeft ter zitting een zorgregeling voorgesteld, waarbij [minderjarige] in het vrije weekend van de vader (en dus eens per twee weken) op zaterdag van 10.00 uur tot 18.00 uur bij de vader is. Op die manier behoeven de ouders niet met elkaar af te stemmen over de eindtijd van de regeling in de werkweekenden van de vader. De vader heeft aangegeven dat hij daarmee kan instemmen. Omdat niet is gebleken dat deze voorlopige zorgregeling in strijd is met het belang van [minderjarige] , zal de rechtbank deze voorlopige zorgregeling vaststellen. Daarbij benadrukt de rechtbank dat [minderjarige] kennelijk heeft aangegeven dat hij vaker bij zijn vader wil zijn. De rechtbank geeft de ouders, in het bijzonder de vader, dan ook mee om de contactmomenten tussen [minderjarige] en de vader in onderling overleg uit te breiden.

Gelet op de wens van [minderjarige] , het uitgangspunt dat regelmatig en goed contact met beide ouders van belang is voor een evenwichtige (identiteits)ontwikkeling en de behoefte van de moeder om te worden ontlast, acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige] dat hij ook een deel van de schoolvakanties bij zijn vader doorbrengt. Daarom zal de rechtbank bepalen dat [minderjarige] in de herfstvakantie, de tweede week van de kerstvakantie en de eerste week van de meivakantie bij de vader zal zijn.

De rechtbank overweegt verder dat zij in met moeite en slechts beperkt zicht heeft gekregen op wat er op dit moment mogelijk is bij beide ouders ten aanzien van de zorgregeling. Daarom zal de rechtbank, ook gelet op de aard van de voorlopige voorzieningen, geen aparte voorlopige zorgregeling en vakantieverdeling vaststellen voor de toekomstige situatie waarin de vader over woonruimte beschikt waar [minderjarige] wel kan overnachten. Het is immers nog niet duidelijk of en, zo ja, wanneer de vader dergelijke woonruimte zal verkrijgen en hoe de werkroosters van de ouders er dan uit zullen zien, gelet op de aanstaande re-integratie van de moeder en functiewisseling van de vader.

Voorlopige kinderalimentatie

De moeder verzoekt een voorlopige kinder- en partneralimentatie vast te stellen. Ook bij de beoordeling van de verzoeken stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Indien de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken.

Bij de vaststelling van de kinder- en partneralimentatie en de berekening neemt de rechtbank de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatie opgenomen in het Rapport alimentatienormen als uitgangspunt. De rechtbank rondt hierna in haar berekening de bedragen telkens af op hele euro’s.

Ingangsdatum

Om proceseconomische redenen zal de rechtbank eerst de ingangsdatum vaststellen. De rechtbank stelt voorop dat zij op grond van artikel 1:402 van het Burgerlijk Wetboek (BW) een grote mate van vrijheid heeft bij het vaststellen van de ingangsdatum.

De rechtbank zal de voorlopige kinderalimentatie vaststellen met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift, te weten 30 juni 2026, omdat de vader vanaf die datum redelijkerwijs rekening heeft kunnen houden met een eventueel te betalen bijdrage voor [minderjarige] .

Behoefte

Bij de berekening van de kinderalimentatie wordt eerst gekeken naar wat de kosten van een kind (de behoefte) zijn. De behoefte van [minderjarige] is tussen partijen in geschil. De rechtbank zal daarom hierna de behoefte vaststellen.

Voor het bepalen van de behoefte moet allereerst het netto besteedbaar inkomen (NBI) van ieder van partijen tijdens hun huwelijk worden bepaald.

Partijen zijn het niet eens over het NBI van de moeder, zodat de rechtbank dat hierna zal berekenen. Hiervoor gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 49.242,- bruto per jaar. Hoewel de ouders in 2026 uit elkaar zijn gegaan, gaat de rechtbank in het kader van deze voorlopige voorzieningenprocedure uit van de jaaropgave van 2025 omdat de moeder in de afgelopen periode arbeidsongeschikt is geraakt, maar op zeer korte termijn weer zal gaan re-integreren. Omdat de recente salarisstroken van de moeder daarom geen goed beeld geven van haar inkomen in de komende periode en de moeder zelf ook rekent met de jaaropgave van 2025, zal de rechtbank ook van deze jaaropgave uitgaan.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen fiscale heffingskortingen, berekent de rechtbank het NBI van de moeder op het moment van het huwelijk op € 3.483,- per maand.

Partijen zijn het ook niet eens over het NBI van de vader, zodat de rechtbank dat hierna zal berekenen. Hiervoor gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 3.778,- bruto per maand exclusief vakantiegeld, te vermeerderen met de gemiddelde rouleringsbijslagen, onregelmatigheidsbijslagen, compensatie onregelmatigheid, bijslag voor les/instructie/begeleiding en derving SAV. De rechtbank gaat hierbij steeds uit van het gemiddelde van de salarisspecificaties van april, mei en juni 2026 van de vader.

De rechtbank houdt verder rekening met de volgende ingehouden premies:

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen fiscale heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank het NBI van de vader op het moment van het huwelijk op € 3.644,- per maand.

Het netto besteedbaar gezinsinkomen (NBGI) van partijen bedroeg dus € 7.127,- per maand (€ 3.483,- (NBI moeder) + € 3.644,- (NBI vader)). Op basis van dit NBGI hadden partijen geen recht op een kindgebonden budget. Tussen partijen is niet in geschil dat de vader een kinderalimentatie aan zijn ex-partner betaalt voor zijn dochter [naam 2] . De vader heeft gesteld dat dit bedrag inmiddels is verhoogd van € 575,- naar € 589,-, maar heeft deze stelling niet onderbouwd. Omdat beide ouders hebben aangegeven dat de kinderalimentatie voor [naam 2] eerder in ieder geval € 575,- bedroeg, zal de rechtbank uitgaan van dit bedrag. Na aftrek daarvan bedroeg het NBGI van partijen € 6.552,-. Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen 2026, leidt het voorgaande tot een behoefte van € 876,- per maand voor [minderjarige] .

De moeder stelt dat het tabelbedrag met de netto kinderopvangkosten van [minderjarige] van € 250,- per maand moet worden verhoogd.

De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat in het tabelbedrag alle normale kosten zijn begrepen. De ‘normale’ kosten van de kinderopvang worden dus geacht te zijn verwerkt in het tabelbedrag. Zodanige hoge kosten voor kinderopvang/-oppas in verband met de verwerving van inkomsten die niet (volledig) gecompenseerd worden door lagere uitgaven op andere posten, kunnen leiden tot een correctie op het tabelbedrag.

De rechtbank is van oordeel dat de moeder onvoldoende heeft onderbouwd waarom de door haar gemaakte netto opvangkosten niet geacht kunnen worden (volledig) te zijn verdisconteerd in het tabelbedrag en niet gecompenseerd worden door lagere uitgaven op andere posten. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om het tabelbedrag te verhogen.

De rechtbank zal hierna beoordelen in welke verhouding de behoefte tussen partijen moet worden verdeeld.

Draagkracht moeder

De rechtbank hanteert bij de berekening van de draagkracht van de moeder dezelfde uitgangspunten als hiervoor bij de berekening van de behoefte van de kinderen. Dat betekent dat de rechtbank op basis van de jaaropgave 2025 uitgaat van een bruto jaarinkomen van € 49.242,-.

De moeder heeft aangegeven dat zij geen kindgebonden budget kan aanvragen, omdat de vader nog staat ingeschreven op haar woonadres. De rechtbank gaat ervan uit dat de vader zich zo spoedig mogelijk zal uitschrijven van dat woonadres, omdat hij inmiddels elders woont; zoals de vader ook ter zitting heeft aangegeven. Alsdan kan de moeder de relevante kindgerelateerde toe- en bijslagen aanvragen en/of ontvangen. Daarom zal de rechtbank het kindgebonden budget bij het inkomen van de moeder optellen.

De rechtbank berekent het kindgebonden budget aan de hand van bovenstaande inkomensgegevens.

Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank het NBI van de moeder op € 3.859,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.

Omdat het NBI van de moeder hoger is dan € 2.200,-, zal de rechtbank voor de berekening van haar draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + € 1.365,-)] gebruiken. De draagkracht van de moeder bedraagt dan: 70% x [3.859 – (1.158 + 1.365)] = € 935,- per maand.

Draagkracht vader

De rechtbank hanteert bij de berekening van de draagkracht van de vader dezelfde uitgangspunten als hiervoor bij de berekening van de behoefte van de kinderen. De rechtbank houdt derhalve rekening met een NBI van € 3.644,- per maand.

De moeder heeft gesteld dat de vader op dit moment geen woonlasten heeft. De vader heeft dit betwist en gesteld dat hij momenteel € 750,- kale huur betaalt voor zijn nieuwe woning, dat hij verder aan het zoeken is naar een ruimere woning waar [minderjarige] ook kan overnachten en dat hij nog altijd de helft van de hypotheekaflossing en -rente betaalt. Tegen deze achtergrond ziet de rechtbank aanleiding om het reguliere woonbudget toe te passen bij de berekening van de draagkracht van de vader. Ook zal de rechtbank rekening houden met de helft van de totale hypotheeklasten, die volgens de moeder in totaal € 1.100,- bedragen.

Omdat het NBI van de vader ook hoger is dan € 2.200,-, zal de rechtbank voor de berekening van zijn draagkracht dezelfde formule gebruiken. De draagkracht van de vader bedraagt dan: 70% x [3.644 – (1.093 + 1.365 + 550 (hypotheeklasten))] = € 445,- per maand. Hiervan wordt de kinderalimentatie van € 575,- die de vader aan zijn ex-partner betaalt ten behoeve van [naam 2] afgetrokken. Dit levert, ook zonder een bijdrage voor [minderjarige] , reeds een negatief saldo op.

De rechtbank komt op grond van haar berekening tot de conclusie dat de vader geen draagkracht heeft voor een bijdrage voor [minderjarige] . De rechtbank constateert evenwel dat de vader heeft aangegeven dat hij onder de huidige omstandigheden in staat is om een bijdrage van € 122,- voor [minderjarige] te voldoen. De rechtbank zal derhalve conform het verzoek van de vader een voorlopige kinderalimentatie van € 122,- vaststellen.

Voorlopige partneralimentatie

Gelet op het voorgaande, zal de rechtbank het verzoek tot vaststelling van een voorlopige partneralimentatie wegens gebrek aan draagkracht afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de moeder bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] ;

*

bepaalt dat de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] , aan de moeder zal worden toevertrouwd;

*

bepaalt dat [minderjarige] voorlopig bij de vader zal zijn:

*

bepaalt dat de vader aan de moeder, met ingang van 30 juni 2026, voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de [minderjarige] zal betalen van € 122,- per maand, (bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt)vanaf heden telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 1 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.G. Meeder

Griffier

  • mr. A.J. Klootwijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand