Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 23 juni 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N.J.R.M. Elings te Molenschot.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.C.M. Groenestijn te Almere.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
het verzoekschrift, met bijlagen;
het F9-formulier van 13 juli 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage;
het F9-formulier van 19 juli 2026 van de zijde van de moeder, met bijlage;
het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken, met bijlagen;
het F9-formulier van 13 augustus 2026 van de zijde van de vader, met bijlage;
het verweer tegen de zelfstandige verzoeken, met bijlagen;
het F9-formulier van 21 augustus 2026 van de zijde van de vader, met bijlage.
De minderjarige [minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 24 augustus 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
[naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Feiten
Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
Uit die relatie is het volgende nog minderjarige kind geboren:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats].
[minderjarige] woont bij de moeder.
Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
Bij beschikking van deze rechtbank van 23 mei 2014 is – voor zover hier aan de orde –:
- bepaald dat met ingang van heden aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over de minderjarige;
- bepaald dat de minderjarige bij de vader zal zijn:
- een keer in de veertien dagen van zaterdag 9.00 uur tot maandag 9.00 uur;
- iedere week van woensdag 9.00 uur tot donderdag 9.00 uur;
- vakanties en feestdagen bij helfte, in onderling overleg.
- de door de vader met ingang van heden te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige op € 150,- euro per maand bepaald.
- partijen hebben nadien de zorgregeling gewijzigd. [minderjarige] is bij zijn vader van vrijdagavond tot zondagavond in de ene week en in de andere week op donderdagavond van 18.00 uur tot 20.00 uur. De man brengt en haalt [minderjarige].
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt, na wijziging, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens:
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt tevens zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens:
voor het geval dat de moeder zelf naar [plaats 1] verhuist terwijl zij geen toestemming krijgt om [minderjarige] mee te nemen:
- te bepalen dat [minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats bij de vader zal hebben met ingang van de datum waarop de moeder zelf naar [plaats 1] verhuist;
- te bepalen dat [minderjarige] ieder weekend van vrijdag uit school, dan wel vanaf 18.00 uur wanneer hij die dag geen school heeft, tot zondag 18.00 uur bij de moeder verblijft alsmede gedurende de helft van de schoolvakanties en feestdagen, in onderling overleg te verdelen;
- te bepalen dat de moeder verantwoordelijk is voor het halen en brengen van [minderjarige] en de daarmee samenhangende kosten;
- te bepalen dat [minderjarige] vrij telefonisch en digitaal contact met beide ouders kan onderhouden;
- voor het geval aan de moeder vervangende toestemming wordt verleend om met [minderjarige] naar [plaats 1] te verhuizen:
- te bepalen dat [minderjarige] ieder weekend van vrijdag uit school, dan wel vanaf 18.00 uur wanneer hij die dag geen school heeft, tot zondag 18.00 uur bij de vader verblijft;
- te bepalen dat de bestaande feitelijke vakantieregeling in stand blijft, inhoudende dat [minderjarige] gedurende in totaal ongeveer vier weken per jaar bij de vader verblijft, verdeeld over de zomer- en kerstvakantie, tenzij partijen schriftelijk anders overeenkomen;
- te bepalen dat de moeder [minderjarige] aan het begin van ieder contactmoment naar de vader brengt, hem aan het einde bij vader ophaalt en de vervoerskosten draagt;
- te bepalen dat [minderjarige] vrij telefonisch en digitaal contact met beide ouders kan onderhouden;
- de aldus vastgestelde zorgregeling uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vanaf het moment dat [minderjarige] feitelijk naar [plaats 1] verhuist;
- voor het geval de rechtbank de vervangende toestemming tot verhuizing en schoolinschrijving verleent, die beslissingen niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De moeder heeft verweer gevoerd tegen de zelfstandige verzoeken van de vader, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt zelfstandig:
- te bepalen dat [minderjarige] eenmaal per veertien dagen van vrijdag tot zondag bij de vader verblijft, waarbij de moeder [minderjarige] op vrijdag naar de vader brengt en de vader [minderjarige] op zondag terugbrengt naar de moeder, onder voortzetting van de bestaande vakantieregeling, althans een zodanige zorg- en vakantieregeling vast te stellen als de rechtbank in het belang van [minderjarige] juist acht.
Beoordeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat een vergelijk zoals genoemd in het vijfde lid van dat artikel tussen de ouders niet mogelijk is. De rechtbank zal daarom een beslissing nemen op de verzoeken van de ouders.
Inhoudelijke beoordeling
Gelet op de samenhang zal de rechtbank de verzoeken over de verhuizing, de inschrijving bij een middelbare school en bij een huisartsenpraktijk en de hoofdverblijfplaats samen behandelen.
Vervangende toestemming verhuizing
Wettelijk kader
Uit vaste jurisprudentie – onder meer het arrest van de Hoge Raad van 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5901 – volgt dat bij de beslissing over vervangende toestemming voor de verhuizing van kinderen alle omstandigheden van het geval in acht moeten worden genomen en tegen elkaar moeten worden afgewogen. Dit kan er ook toe leiden dat andere belangen zwaarder wegen dan het belang van de kinderen. Het gaat dan onder andere om:
De rechtbank benadrukt dat bovenstaande opsomming niet is bedoeld als bepaling van criteria waaraan afzonderlijk moet worden voldaan, maar dat voor de beoordeling een belangenafweging moet worden gemaakt met inachtneming van genoemde omstandigheden.
Standpunt moeder
De moeder koestert al langere tijd de wens om terug te verhuizen naar [plaats 1], waar zij vandaan komt en waar haar familie woont. Na veertien jaar op wachtlijsten te hebben gestaan, komt zij nu in aanmerking voor een huurwoning in [plaats 1]. De moeder lijdt aan longcovid en verwacht dat zij in [plaats 1] haar leven weer kan opbouwen. Als zij zou verhuizen naar [plaats 1] zou dat bovendien haar financiële mogelijkheden verbreden, omdat zij dan haar koopwoning in [plaats 2] kan verkopen. Zij zal dan de beschikking krijgen over haar overwaarde, die naar verwachting € 200.000,- zal bedragen.
De verhuizing zal reiskosten met zich meebrengen. De moeder ziet verschillende mogelijkheden in het brengen en halen van [minderjarige]. Zo stelt zij voor dat haar ouders daarin meehelpen, en dat de moeder de drukkere vrijdag voor haar rekening neemt, en de vader de rustigere zondag. Op den duur denkt de moeder dat [minderjarige] zelf met het openbaar vervoer kan reizen. De reiskosten die de vader moet maken hiervoor wenst de moeder te compenseren met de inmiddels te lage kinderalimentatie die de vader betaalt. Zij stelt bovendien dat [minderjarige] de reisafstand gewend is, nu hij ook regelmatig in het weekend reist tussen [plaats 3] en [plaats 4], waar de nieuwe partner van de vader woont.
[minderjarige] is bekend in de omgeving van [plaats 1] en brengt regelmatig in het weekend tijd door bij zijn familie daar. [minderjarige] laat vrienden achter in [plaats 2], maar de moeder ziet mogelijkheden om zijn vrienden te laten komen logeren in [plaats 1]. [minderjarige] heeft met zijn moeder verschillende scholen bezocht in [plaats 1] om te kijken welke het beste bij hem past, en heeft daarin een keuze gemaakt. Na zijn middelbareschooltijd zou [minderjarige] een specifieke opleiding willen volgen aan [schoolnaam 2] in [plaats 5], wat bij [plaats 1] in de buurt ligt.
Volgens de moeder heeft zij tijdig contact gezocht met de vader over de voorgenomen verhuizing. Ze heeft bovendien bij de huidige school van [minderjarige] geïnformeerd over wat er speelt en [minderjarige] voorwaardelijk ingeschreven op de gekozen school in [plaats 1], zodat [minderjarige] op beide scholen na de zomervakantie zou kunnen beginnen.
Standpunt vader
Er is volgens de vader geen actuele noodzaak om te verhuizen met [minderjarige] naar [plaats 1]. De haast zou komen vanuit de moeder, die de kans aangrijpt om haar lang gekoesterde en persoonlijke wens waar te maken. Er is geen dringende noodzaak aangetoond voor de reden waarom [minderjarige] zijn twee laatste jaren van de middelbare school niet in zijn vertrouwde omgeving zou kunnen afmaken. Ook heeft de moeder niet aangetoond of er mogelijkheden zijn voor verhuizing naar een rustiger deel in (de regio) [plaats 2]. De opvangmogelijkheid die de moeder noemt in haar sociale netwerk in [plaats 1] levert volgens de vader geen noodzaak op voor de verhuizing, nu [minderjarige] veertien jaar oud is en opvang weinig nodig zal zijn. De steun die het de moeder geeft om dichter bij haar sociale netwerk te zijn, acht de vader begrijpelijk, maar levert geen concrete noodzaak op om juist op dit moment met [minderjarige] te verhuizen. Bovendien heeft de moeder een huurwoning aanvaard en nieuwe middelbare scholen met [minderjarige] bezocht, terwijl de vader daarvóór nadrukkelijk heeft aangegeven niet in te stemmen met een verhuizing.
Volgens de vader heeft de moeder onvoldoende inzichtelijk gemaakt wat de te verwachten financiële lasten worden met de verhuizing naar [plaats 1] en hoe die zich verhouden tot de lasten van de koopwoning waar de moeder nu in woont.
In zowel het geval dat de moeder alleen verhuist naar [plaats 1], als in het geval dat toestemming wordt verleend om daarheen te verhuizen met [minderjarige], stelt de vader dat de moeder de reiskosten op zich moet nemen, nu zij de keuze maakt te verhuizen.
[minderjarige] zit in een belangrijke en eindelijk stabiele schoolfase, met nog twee jaren te gaan. Als [minderjarige] zou verhuizen, zou hij worden losgemaakt uit zijn sociale en diepgewortelde omgeving. Het is volgens de vader niet in zijn belang om hem nu van school te laten wisselen. Een verhuizing over twee jaar, wanneer [minderjarige] zijn mavodiploma heeft gehaald en een vervolgopleiding start, zou aanzienlijk minder druk meebrengen voor [minderjarige]. Over een vervolgopleiding heeft de vader met [minderjarige] gesproken. Daaruit maakte de vader op dat [minderjarige] zich nog aan het oriënteren is.
De vader merkt op dat, als de verhuizing zou doorgaan, een autorit tussen beide ouders 1 uur en 23 minuten per enkele reis zou duren. Een reis met het openbaar vervoer vergt meerdere overstappen, waardoor zelfstandig reizen voor een veertienjarige jongen aanzienlijk minder eenvoudig is dan het huidige traject tussen [plaats 2] en [plaats 3].
De vader is van mening dat de moeder over de verhuizing niet daadwerkelijk met hem heeft overlegd. De vader werd in een zeer kort tijdsbestek de druk opgelegd om de moeder al dan niet toestemming te geven voor een verhuizing. De afgelopen zes jaar is de communicatie tussen partijen overwegend werkbaar geweest. Echter, met zaken rondom de verhuizing voelt de vader dat hij onvoldoende of achteraf betrokken wordt bij het nemen van beslissingen.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank stelt voorop dat de moeder in beginsel het recht heeft om haar leven in vrijheid te kunnen inrichten. Dat recht wordt begrensd door de belangen van [minderjarige] en de vader. De wens van de moeder wordt ingegeven door onder meer de (begrijpelijke) omstandigheden dat zij lijdt aan longcovid, een uitgebreider netwerk heeft in de omgeving van [plaats 1] en doordat zij met de verkoop van haar woning naar verwachting een aanzienlijke financiële buffer kan creëren vanuit haar overwaarde.
Het belang van de vader bestaat eruit om onbelemmerd en onveranderd contact te blijven hebben met [minderjarige]. Hij heeft aangevoerd te vrezen dat hij door de verhuizing nog meer een weekendvader te worden dan hij nu al is. Dat is bij het uiteengaan van partijen nooit zijn intentie geweest. Feit is echter dat [minderjarige] sinds het uiteengaan van partijen voor het grootste gedeelte van de tijd bij zijn moeder woont en er de afgelopen jaren sprake is van een regeling waarbij hij om het weekend bij zijn vader is. In de andere week zien [minderjarige] en zijn vader elkaar op donderdagavond. Het handhaven van de donderdagavond zal bij een verhuizing onmogelijk zijn, maar de regeling zal voor het grootste gedeelte ongewijzigd blijven. Een verhuizing betekent een langere reistijd, maar [minderjarige] zal nog steeds om het weekend bij zijn vader kunnen verblijven.
[minderjarige] zelf heeft aangegeven dat hij zich niet anders kan herinneren dan dat zijn ouders uit elkaar zijn en dat hij om het weekend bij zijn vader is. Hij waardeert dat contact en ziet geen reden waarom het zou moeten veranderen bij een verhuizing. Met de verhuizing zelf lijkt [minderjarige] vrede te hebben. Hij vindt het niet erg om van school te wisselen. De klassenindeling verandert toch, nu hij van de tweede naar de derde gaat en hij verwacht het contact met zijn vrienden in [plaats 2] online te kunnen onderhouden, zoals hij nu ook al voor een belangrijk deel doet. De rechtbank weegt de mening van [minderjarige] mee. In het belang van [minderjarige] is verder dat zijn schoolgang niet lijdt onder een verhuizing. Daarvan is geen sprake, nu de verhuizing aan het begin van het nieuwe schooljaar plaats zou vinden en de moeder samen met [minderjarige] middelbare scholen in [plaats 1] heeft bezocht. Zij hebben gezamenlijk een school uitgezocht.
In het contact tussen [minderjarige] en de vader ziet de rechtbank onvoldoende reden om de verhuizing van de moeder te verbieden. Het contact zal immers voor het grootste gedeelte intact blijven. Voor het overige ziet de rechtbank in de belangen van [minderjarige] ook geen reden om de verhuizing te verbieden. Van serieuze compensatie door de moeder is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Zij heeft aangeboden het brengen en halen voortaan te verdelen. De vader zal daarmee om het weekend gedurende één dag zo’n drie uur in de auto zitten. De rechtbank vindt dat dat niet van hem kan worden verwacht en ziet daarin aanleiding de zorgregeling te wijzigen, zoals hieronder zal worden uiteengezet.
De rechtbank neemt verder in aanmerking dat de moeder de vader laat betrokken heeft in haar verhuiswens. Tijdens de zitting is uitgebreid besproken op welke wijze een verhuizing voor de vader acceptabel zou kunnen zijn en welke zorgregeling daarbij passend zou zijn. De vader heeft daarop geen concreet alternatief kunnen formuleren. De rechtbank leidt daaruit af dat, ook indien de moeder eerder toestemming aan de vader had gevraagd, dit niet tot een andere uitkomst zou hebben geleid.
De rechtbank betrekt daarnaast in haar oordeel dat de Raad op de zitting heeft opgemerkt dat het contact tussen [minderjarige] en beide ouders goed verloopt en dat een verhuizing, gelet op de leeftijd en levensfase waarin [minderjarige] zich bevindt, op zichzelf niet bezwaarlijk hoeft te zijn. Ook noemde de Raad dat de verhuizing naar verwachting een positief effect zal hebben op het welzijn van de moeder, wat ook weer in positieve zin zijn afspiegeling zal hebben op [minderjarige].
Alles afwegende oordeelt de rechtbank dat het belang van [minderjarige] zich niet tegen de verhuizing verzet. Het verzoek tot verhuizing zal daarom worden toegewezen.
Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan de voorwaardelijke verzoeken die de vader heeft gedaan voor de situatie dat de moeder toestemming zou krijgen om zónder [minderjarige] naar [plaats 1] te verhuizen.
Vervangende toestemming inschrijvingen school en huisarts en zelfstandig verzoek hoofdverblijfplaats
Nu de rechtbank aan de moeder vervangende toestemming heeft verleend om met [minderjarige] naar [plaats 1] te verhuizen, acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige] dat hij kan worden ingeschreven op [schoolnaam 1] in [plaats 1] en bij [huisartsenpraktijk]. Zeker voor de school geldt dat [minderjarige] een zo naadloos mogelijke overgang naar [plaats 1] moet hebben. De toestemming van de vader voor deze inschrijving kan daarom niet worden afgewacht.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Wettelijk kader
Aangezien de ouders gezamenlijk belast zijn met het ouderlijk gezag over de kinderen is artikel 1:253a BW) van toepassing op het verzoek tot wijziging van de zorgregeling. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van de kinderen wenselijk voorkomt. Uit het vierde lid van artikel 1:253a BW volgt dat artikel 1:377e BW van overeenkomstige toepassing is, zodat de rechtbank op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing inzake de omgang kan wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
Standpunt moeder
De dagelijkse verantwoordelijkheid voor [minderjarige] rust in overwegende mate bij de moeder. In de huidige zorgregeling is [minderjarige] om het weekend bij zijn vader en brengen zij een paar uur samen door op donderdagavond in de tussenliggende week. De moeder stelt voor om de weekenden te behouden en de donderdagen te compenseren met meer tijd bij de vader in de vakanties. De moeder ziet geen aanleiding om na verhuizing alle vervoerskosten eenzijdig voor haar rekening te nemen, wat de vader zelfstandig verzoekt. Haar voorstel is om in het vervoer tussen haar ouders en de vader te verdelen. Ieder draagt daarmee de kosten van de door hem of haar verzorgde rit.
Standpunt vader
Partijen hebben tijdens een traject bij Ouderschap Blijft de zorgregeling gewijzigd die bij beschikking van deze rechtbank van 23 mei 2014 is vastgesteld. Het voorstel om gemiste contacttijd met vader in vakanties te compenseren, verzacht de gevolgen voor de vader niet voldoende. De vader heeft vijf vakantieweken per jaar en brengt daarvan ongeveer vier weken met [minderjarige] door. Een extra vakantieweek kan regelmatig contact gedurende het schooljaar niet vervangen.
De vader wenst de huidige zorgregeling te compenseren door ieder weekend samen met [minderjarige] door te brengen. Op die manier hebben de vader en [minderjarige] meer rust en tijd met elkaar.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de bestaande zorgregeling in hoofdzaak kan worden voortgezet. Enkel de contactmomenten op de donderdagavonden eens per twee weken komen te vervallen, omdat het in verband met de afstand voor [minderjarige] te belastend en onpraktisch is om deze naast zijn reguliere weekschema te blijven behouden. Daartegenover blijft een weekendregeling bestaan die aansluit bij de huidige praktijk. Een regeling waarbij [minderjarige] meer weekenden bij de vader zou verblijven vindt de rechtbank niet in zijn belang omdat [minderjarige] ook de kans moet krijgen in [plaats 1] een leven op te bouwen. Daarbij merkt de rechtbank ten overvloede op dat het [minderjarige] altijd vrijstaat om telefonisch en digitaal contact op te nemen met zijn ouders, zoals nu feitelijk ook al gebeurt.
Ten aanzien van het halen en brengen acht de rechtbank het passend dat de moeder daarvoor de volledige verantwoordelijkheid en kosten draagt. De verhuizing is immers het gevolg van haar keuze, terwijl zij bekend was met de reiskosten en -tijd die de verhuizing met zich meebrengen. De rechtbank is van oordeel dat halen en brengen door de vader over een dergelijke afstand niet kan worden verwacht en dat het aan de moeder is om, zoals zij in het eerste contact met de man over de verhuizing heeft aangeboden, het halen en brengen van [minderjarige] te verzorgen. De rechtbank verwacht dat als zij dat zelf niet kan, zij daarvoor haar netwerk inschakelt.
Uitvoerbaar bij voorraadverklaring
De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat hij zo spoedig mogelijk kan instromen op de middelbare school in [plaats 1]. Zij zal deze beschikking daarom uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 23 mei 2014 –:
*
verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – om:
- met [minderjarige] te verhuizen naar de woning gelegen aan het adres [adres] te [plaats 1];
- [minderjarige] te doen inschrijven op de middelbare school [schoolnaam 1] te [plaats 1];
- [minderjarige] te doen inschrijven bij [huisartsenpraktijk] te [plaats 1];
*
bepaalt dat de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats];
- bij de vader zal zijn om het weekend van vrijdag uit school, dan wel vanaf 18.00 uur wanneer hij die dag geen school heeft, tot zondag 18.00 uur;
- volgens de bestaande feitelijke vakantieregeling gedurende in totaal ongeveer vier weken per jaar bij de vader verblijft, verdeeld over de zomer- en kerstvakantie, tenzij partijen schriftelijk anders overeenkomen;
- aan het begin van ieder contactmoment door de moeder naar de vader wordt gebracht, en zij [minderjarige] aan het einde van ieder contactmoment weer bij de vader ophaalt en de moeder hiervoor de volledige vervoerskosten draagt;
- vrij telefonisch en digitaal contact met beide ouders kan onderhouden;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.