Erkenning buitenlandse adoptie/verklaring voor recht
Beschikking op het op 22 april 2024 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster] ,
verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres in Brazilië,
advocaat: mr. E.P.J. Appelman te Alkmaar.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de adoptievader] ,
de adoptievader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage,
zetelend te 's-Gravenhage,
hierna: de ambtenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- de brief van de ambtenaar van 3 juli 2024, met bijlagen;
- het F9-formulier van 12 juli 2024 van de zijde van de verzoekster, met bijlagen;
- de brief van de ambtenaar van 6 augustus 2024;
- het F9-formulier van 19 augustus 2024 van de zijde van verzoekster, met bijlage;
- de brief van de ambtenaar van 11 september 2024;
- het F9-formulier van 18 februari 2025 van de zijde van verzoekster, met bijlage;
- het e-mailbericht van de ambtenaar van 29 juni 2026.
Op 30 juni 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij is de advocaat van verzoekster verschenen. Verzoekster en de adoptievader zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De ambtenaar heeft zich per e-mail van 29 juni 2026 afgemeld voor de zitting.
Verzoek
Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat de adoptie-uitspraak van de Circuit Court te Sabinapólis, Brazilië van 10 oktober 1977 wordt erkend.
Feiten
- Verzoekster is geboren als [verzoekster] op [geboortedatum] 1974 te [plaats] , Brazilië.
- Op 10 oktober 1977 is de adoptie van verzoekster door [de adoptievader] en [de adoptiemoeder] uitgesproken door het Judicial District of Sabinópolis, Brazilië.
- Door de adoptie heeft verzoekster de naam [verzoekster] verkregen.
- [de adoptiemoeder] (de adoptiemoeder) is overleden op [datum] 2016.
Beoordeling
Rechtsmacht
De rechtbank acht voldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer aanwezig om op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van het onderhavige verzoek kennis te nemen. Verzoekster heeft namelijk gesteld dat zij een Nederlandse verblijfstitel wil verkrijgen en dat dat makkelijker is met een beslissing van de rechtbank op het verzoek. Bovendien heeft de adoptievader de Nederlandse nationaliteit. Dat gold ook voor de adoptiemoeder.
Erkenning Braziliaanse adoptie
Wettelijk kader
Het Haags Adoptieverdrag van 29 mei 1993 (Trb. 1996, 197) is niet van toepassing nu de Braziliaanse adoptie van verzoekster voor de inwerkingtreding van dit verdrag heeft plaatsgevonden.
De Wet conflictenrecht adoptie (WCAd) die in werking is getreden op 1 januari 2004 en op 1 januari 2012 is vervangen door de bepalingen van afdeling 3, titel 6 (artikelen 10:107 tot en met 10:111) van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is evenmin van toepassing, nu deze wet alleen van toepassing is op de erkenning van adopties die op of na het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet in het buitenland tot stand zijn gekomen.
De Braziliaanse adoptie moet daarom worden getoetst aan de hand van ongeschreven Nederlands recht. De rechtbank zal hierbij aansluiting zoeken bij de in de WCAd vervatte regels, omdat deze regels naar haar oordeel overeenkomen met de ongeschreven regels van Nederlands internationaal privaatrecht voor de erkenning van buitenlandse adopties zoals deze golden voorafgaand aan de inwerkingtreding van de WCAd. Gelet hierop moet naar het oordeel van de rechtbank beoordeeld worden of:
Ter plaatse bevoegde instantie
De rechtbank komt tot het oordeel dat de Braziliaanse adoptiebeslissing te beschouwen is als gegeven door een ter plaatse bevoegde instantie. Ten tijde van de adoptie woonden de adoptiefouders namelijk in Brazilië, zoals ook blijkt uit de door de ambtenaar overgelegde kopieën van de persoonskaarten van de adoptiefouders.
Behoorlijk onderzoek en behoorlijke rechtspleging
De rechtbank komt ook tot het oordeel dat sprake is van behoorlijk onderzoek en behoorlijke rechtspleging. Uit de overgelegde adoptiebeslissing blijkt dat de biologische moeder van verzoekster juridische bijstand had voorafgaand aan die beslissing. Ook blijkt daaruit dat de verblijfplaats van de biologische vader niet bekend was, maar dat geprobeerd is hem te traceren en hij ook gedurende een ruime periode in de gelegenheid is gesteld om te verschijnen in de procedure. Omdat hij daar uiteindelijk geen gebruik van heeft gemaakt, heeft de rechtbank zijn toestemming voor de adoptie vervangen.
Openbare orde
Niet is gebleken dat de erkenning van de adoptiebeslissing in strijd is met de openbare orde.
Conclusie
De rechtbank zal daarom ex artikel 1:26 BW de gevraagde verklaring voor recht afgeven.
Inschrijving Braziliaanse geboorteakte
De rechtbank begrijpt uit het lichaam van het verzoek dat ook wordt verzocht de Braziliaanse geboorteakte in te schrijven in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand. De rechtbank ziet daartoe geen grondslag. Verzoekster heeft niet de Nederlandse nationaliteit en is evenmin een persoon die rechtmatig in Nederland verblijft op grond van artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000 (artikel 1:25 BW). Daarnaast is ook geen sprake van een adoptie die wordt uitgesproken door deze rechtbank (artikel 1:25 lid 5 BW). Artikel 10:109 lid 3 BW is ook niet van toepassing, omdat nog geen sprake is van een in Nederland ingeschreven geboorteakte waar een latere vermelding aan kan worden toegevoegd. Om diezelfde reden is artikel 1:26a BW ook niet van toepassing.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart voor recht dat de Braziliaanse adoptiebeslissing over verzoekster van 10 oktober 1977 van het Judicial District of Sabinópolis te Minas Gerais, Brazilië voor erkenning in aanmerking komt;
wijst het meer of anders verzochte af.