ECLI:NL:RBDHA:2026:29042

ECLI:NL:RBDHA:2026:29042

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 22-09-2026
Datum publicatie 01-10-2026
Zaaknummer C/09/693170
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verzoekschrift tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht. Tussenbeschikking. Verweerster voert aan dat eerst aanvullende medische informatie moet worden verstrekt. Zij heeft ter zake (ook) een tegenverzoek gedaan. De rechtbank komt tot de conclusie dat aanvullende medische informatie moet worden verstrekt en houdt iedere verdere beslissing aan.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team Handel

Zaaknummer / rekestnummer: C/09/693170 / HA RK 25-592

Beschikking van 22 september 2026

in de zaak van

[verzoeker] te [woonplaats] ,

verzoeker,

hierna te noemen: [verzoeker] ,

advocaat: mr. C.C.J. de Koning,

tegen

NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.

te Den Haag,

verweerster,

hierna te noemen: NN,

advocaat: mr. A.N.L. de Hoogh.

1. De procedure

Op 16 oktober 2025 heeft de griffie van de rechtbank een verzoekschrift van [verzoeker] ontvangen, met producties 1 tot en met 8. Op 20 februari 2026 is namens NN een verweerschrift tevens houdende een zelfstandig tegenverzoek ingediend, met producties 1 tot en met 20.

Op 26 februari 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Hierbij zijn verschenen:

[verzoeker] in persoon, bijgestaan door mr. De Koning voornoemd en mr. J. Braanker;

namens NN, [naam 1] (schadebehandelaar personenschade) bijgestaan door mr. de Hoogh voornoemd.

Tijdens de mondelinge behandeling hebben beide partijen hun standpunten toegelicht en vragen van de rechtbank beantwoord. Namens [verzoeker] zijn spreekaantekeningen overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt.

De zaak is vervolgens op verzoek van partijen aangehouden voor nader overleg tussen partijen. Nadien heeft de rechtbank nog ontvangen:

de e-mail/brief namens [verzoeker] van 15 juni 2026, met producties 9 tot en met 11;

de e-mail/brief namens NN van 17 juni 2026, met als bijlage de akte wijziging zelfstandig tegenverzoek met bijlage 21.

de brief namens [verzoeker] van 6 juli 2026.

Daarna is de datum van de beschikking bepaald op vandaag.

2. De feiten

Op 13 december 2021 is [verzoeker] betrokken geweest bij een verkeersongeval (hierna: het ongeval). De door [verzoeker] bestuurde auto werd daarbij geraakt door een achteroprijdende auto, WAM-verzekerd bij NN. NN heeft de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend.

In het kader van de schaderegeling heeft op gezamenlijk verzoek van partijen een neurologische expertise plaatsgevonden, uitgevoerd door dr. [naam 2] (hierna: [naam 2] ). Uit het rapport van [naam 2] van 12 april 2024 volgt, kort gezegd en voor zover hier relevant, dat er volgens hem geen aanwijzingen voor objectieve aan het ongeval gerelateerde neurologische afwijkingen aanwezig zijn. Volgens [naam 2] valt een orthopedische expertise te overwegen, vanwege – in zijn woorden – “de bevindingen van een mogelijke fractuur van de C2 tip met tevens letsel van een ligament en de diagnose myofasciale pijn met C2 betrokkenheid en facet arthropathie.”

Partijen hebben na ontvangst van het rapport van [naam 2] , zowel in aanloop naar als lopende deze procedure, gesproken over de vervolgstappen in het kader van de schaderegeling. Dit heeft niet geleid tot overeenstemming, onder meer omdat partijen het niet eens konden worden over (nader) te verstrekken medische informatie.

In een advies van 12 mei 2026 heeft J. Lok, medisch adviseur van de zijde van NN (hierna: Lok) opgesomd welke informatie volgens hem op dit moment nog moet worden verstrekt door [verzoeker] .

Bij de rechtbank Den Haag is eerder een verzoekschriftprocedure aanhangig geweest met [verzoeker] als verzoeker en NN als verweerder. De mondelinge behandeling in die zaak, bij de rechtbank Den Haag bekend onder zaak- en rekestnummer C/09/665341 / HA RK 24-223, heeft plaatsgevonden op 12 september 2024. In het proces-verbaal van deze mondeling behandeling is onder meer de volgende verklaring van [verzoeker] opgenomen:

“Ik ben onlangs voor een behandeling in Israël geweest. Het Leids Universitair Medisch Centrum heeft het probleem niet ontdekt. Uiteindelijk is mijn dossier naar een beroemd specialist in Israël gestuurd. Hij heeft het probleem gevonden en met uitgenodigd voor een behandeling. Die behandeling is onlangs geweest. Ik heb 13 injecties in mijn schedel gehad.”

3. Het geschil

Het verzoekschrift van [verzoeker] strekt ertoe dat de rechtbank, in het kader van een voorlopig deskundigenbericht als bedoeld in artikel 196 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv):

een orthopedisch, verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek beveelt,

daartoe de in zijn verzoekschrift genoemde deskundigen te benoemen,

en hen op te dragen de door hem voorgestelde vragen te beantwoorden.

Kort gezegd wenst [verzoeker] daarmee meer duidelijkheid te verkrijgen over het causaal verband tussen het ongeval en zijn klachten, beperking en de daaruit voortvloeiende schade.

NN verzet zich tegen toewijzing van het verzoek. Zij voert daartoe het volgende aan. [verzoeker] heeft de laatste jaren bewust en bij herhaling heeft geweigerd om (potentieel) relevante medische informatie aan haar medisch adviseur te verstrekken. Daarmee verhindert [verzoeker] een eerlijke en voorspoedige beoordeling van zijn letselschadeclaim. Daarom is het verzoek van [verzoeker] niet toewijsbaar wegens misbruik van recht. In ieder geval moet de ontbrekende (potentieel) relevante medische (alsnog) worden verstrekt, voordat het verzoek van [verzoeker] kan worden toegewezen.

Wat betreft het verzoek om een verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek geldt volgens NN eveneens dat de stappen die nodig zijn om het bestaan van zijn klachten en het causaal verband tussen die klachten en het ongeval vast te kunnen stellen nog niet zijn gezet. Zolang dat niet is gebeurd, is het verzoek van [verzoeker] om een verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek prematuur, in strijd met de goede procesorde en dus niet toewijsbaar, aldus NN.

NN heeft een zelfstandig tegenverzoek ingediend. Dit verzoekt strekt ertoe – na wijziging daarvan – dat de rechtbank [verzoeker] beveelt om uiterlijk zes weken na deze beschikking de onder nummer 2.10 van haar akte wijziging zelfstandig tegenverzoek besproken stukken te verstrekken aan de medisch adviseur van NN.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Bij de beoordeling van het verzoek stelt de rechtbank het volgende voorop. Het doel van voorlopige bewijsverrichtingen, waaronder het voorlopig deskundigenbericht, is (onder meer) het verkrijgen van meer zekerheid over de voor de beslissing van een geschil relevante feiten en omstandigheden, om zo beter te kunnen beoordelen of het raadzaam is een procedure te beginnen of voort te zetten.

Een verzoek tot het bevelen van een voorlopig deskundigenonderzoek moet in beginsel worden toegewezen, tenzij de rechtbank van oordeel is dat de informatie die verlangd wordt niet voldoende bepaald is, onvoldoende belang bij het voorlopig deskundigenbericht bestaat, het verzoek in strijd is met de goede procesorde, sprake is van misbruik van bevoegdheid, of andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen het voorlopig deskundigenbericht (art. 196 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Orthopedische expertise

Niet in geschil is dat NN als WAM-verzekeraar aansprakelijk is voor eventuele schade van [verzoeker] als gevolg van het ongeval. Tussen partijen bestaat wel discussie over de vraag of [verzoeker] schade heeft geleden en/of zal lijden als gevolg van het ongeval.

Om te kunnen vaststellen of [verzoeker] dergelijke schade heeft geleden, zal allereerst in kaart moeten worden gebracht wat zijn klachten zijn en in hoeverre een (juridisch) causaal verband kan worden vastgesteld tussen die klachten en het ongeval. Als daarbij een verschil van mening ontstaat tussen de benadeelde en de betrokken verzekeraar, is het gebruikelijk om een of meerdere onafhankelijke deskundigen te benoemen, die daarnaar op hun vakgebied onderzoek doen en daarover rapporteren. In dit geval hebben partijen [naam 2] benaderd. Gelet op de inhoud van het rapport van [naam 2] (met name zoals weergegeven hiervoor in 2.2), kan een orthopedische expertise op basis van de IWMD-vraagstelling naar het oordeel van de rechtbank in beginsel bijdragen aan het verkrijgen van meer zekerheid over het bestaan van klachten en causaal verband met het ongeval – en daarmee over punten die relevant zijn voor de beslissing van het geschil tussen partijen.

Desondanks acht de rechtbank het verzoek van [verzoeker] tot het bevelen van een orthopedische expertise bij de huidige stand van zaken (nog) niet toewijsbaar. Daartoe wordt het volgende overwogen.

Uit de laatste stukken die de rechtbank van partijen heeft ontvangen, blijkt dat partijen na de mondelinge behandeling (opnieuw) een poging hebben ondernomen om het eens te worden over de nader en met het oog op te verrichten onderzoek te verstrekken medische informatie, wat uiteindelijk heeft geleid tot het bevragen van de huisarts bij brief van 16 maart 2026. NN heeft de daarop ontvangen brief van de huisarts van 17 april 2026 (met bijbehorende aanvullende informatie) voorgelegd aan haar medisch adviseur, die op zijn beurt in een advies van 12 mei 2026 heeft geconcludeerd dat nog altijd niet alle (potentieel) relevantie medische informatie is verstrekt. NN heeft dit advies vervolgens toegestuurd aan (de advocaat van) [verzoeker] en hem verzocht de ontbrekende medische informatie op te vragen en alsnog aan te leveren. [verzoeker] heeft niet aan dit verzoek voldaan, waarna partijen zich uiteindelijk weer hebben gericht tot de rechtbank en de procedure is voortgezet. Het is partijen dus nog altijd niet gelukt om hierover in onderling overleg tot overeenstemming te komen; de discussie tussen partijen over de te verstrekken informatie heeft zich ook na het inwinnen van aanvullende informatie voortgezet en lijkt zich op punten zelfs te hebben uitgebreid.

[verzoeker] heeft zich in dit verband op het standpunt gesteld dat het geschil tussen partijen over de te verstrekken informatie geen reden is om de benoeming van een deskundige uit te stellen, omdat de te benoemen deskundige zelf kan bepalen welke aanvullende informatie nodig is en deze dan zonodig rechtstreeks kan opvragen. [verzoeker] heeft aangegeven bereid te zijn de deskundige daartoe onvoorwaardelijk te machtigen. De rechtbank volgt [verzoeker] hierin niet. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een reëel risico dat de discussie over de benodigde medische informatie zich simpelweg verplaatst van de rechtszaal naar de deskundige. Het verstrekken van een machtiging aan de deskundige biedt in dat geval geen, althans onvoldoende uitkomst. Uit de door partijen overgelegde stukken komt namelijk naar voren dat nog niet voldoende duidelijk is welke informatie voorhanden is en – nog belangrijker – waar deze eventueel zou kunnen worden opgevraagd. Een verstrekte machtiging lost in dat geval niets op.

Daarbij komt dat (in ieder geval) de medisch adviseur van NN tot op heden nog niet heeft kunnen adviseren op basis van een compleet medisch dossier. Niet uit te sluiten valt dat nadere informatie van belang is voor de manier waarop het te bevelen deskundigenonderzoek wordt ingestoken, bijvoorbeeld wat betreft de vraagstelling of het vakgebied van de te benoemen deskundige(n), of het moment waarop en de volgorde waarin zij rapporteren.

Onder de gegeven, hiervoor besproken omstandigheden acht de rechtbank het nu bevelen van een orthopedische expertise niet doelmatig en in strijd met de goede procesorde. Bij de huidige stand van zaken, waar sprake is van een incompleet medisch dossier, kunnen daarnaast teveel vraagtekens worden gezet bij de bruikbaarheid van de uitkomsten van een orthopedische expertise in het kader van de verdere afwikkeling van de schade – en daarmee bij het belang van [verzoeker] bij toewijzing van zijn verzoek.

In het voorgaande en mede gelet op het zelfstandig tegenverzoek van NN, ziet de rechtbank aanleiding om in deze beschikking eerst te beslissen over de vraag welke nadere medische informatie door [verzoeker] verstrekt moet worden en de beslissing over het bevelen van een orthopedische expertise voorlopig aan te houden totdat partijen zich hebben kunnen uitlaten over de gevolgen van de nader te verstrekken informatie voor het verdere verloop van de procedure.

(Nader) te verstrekken medische informatie

Onder randnummer 2.10 van haar akte wijziging zelfstandig tegenverzoek heeft NN uiteengezet welke informatie volgens haar nog moet worden verstrekt. Het gaat, zo begrijpt de rechtbank, concreet om de volgende informatie:

de (behandel)informatie die verband houdt met de ziekte van Hashimoto, meer specifiek de informatie die door internist [internist] en/of iedere andere bij de behandeling betrokken hulpverlener is vervaardigd;

de in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) vervaardigde (behandel)informatie en het beeldvormend materiaal met betrekking tot de behandeling van het traumatisch letsel waarover nu alleen bekend is: “2000 kg axiaal trauma waarbij meerdere discus propulsie”;

al het vervaardigde beeldvormend materiaal (MRI, röntgen et cetera) van de (rechter) enkel en de wervelkolom, waaronder in ieder geval het beeldvormend materiaal dat wordt besproken en/of staat vermeld in de in het medisch advies van Lok van 12 mei 2026 vermelde correspondentie van orthopedisch chirurgen [orthopedisch chirurg 1] en [orthopedisch chirurg 2] , HAP Smash, neurologen [neuroloog 1] en [neuroloog 2] en de radiologieverslagen van 13 en 14 december 2024;

Alle behandelinformatie van de Sherap Pluk Klinieken;

Alle (overige) behandelinformatie van in het buitenland ondergane behandelingen, waaronder de informatie die is vervaardigd in Haddasah Medical Organisation en de informatie van de “beroemde specialist” waarover [verzoeker] had tijdens de mondelinge behandeling van 12 september 2024 (zie hiervoor in 2.5);

Het verslag van de in 2013 verrichte neurologische analyse wegens nek- en armklachten;

De medische rapportages van de bedrijfsarts.

Vooropgesteld wordt dat bij de beoordeling van de vraag welke medische informatie [verzoeker] moet verstrekken een belangenafweging moet worden gemaakt. Het recht van [verzoeker] op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer staat daarbij tegenover het recht van NN op een eerlijk proces / het beginsel van hoor en wederhoor.

Bij de concrete invulling van te maken belangenafweging sluit de rechtbank aan bij de Medische Paragraaf bij de Gedragscode Behandeling Letselschade (hierna: de Medische Paragraaf). Uit de Medische Paragraaf volgt dat het onder omstandigheden proportioneel kan zijn om niet alleen medische informatie op te vragen die direct ziet op de schadeveroorzakende gebeurtenis als zodanig, maar op de periode daarvóór en/of daarna. In dat kader zijn onder meer van belang de looptijd van de schade en de omvang van de letselschadevordering, de aard en complexiteit van het letsel, de klachten en het klachtenverloop, de relevante medische voorgeschiedenis en de opstelling van de benadeelde. Daarbij geldt als uitgangspunt dat alle relevante informatie wordt verzameld en dat de medisch adviseurs van beide partijen in beginsel moeten kunnen beschikken over dezelfde informatie.

[verzoeker] stelt dat hij als gevolg van het ongeval blijvende klachten heeft opgelopen en dat de beperkingen die daarvan het gevolg zijn hebben geleid tot zijn (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid. Volgens [verzoeker] is zijn schade als gevolg daarvan aanzienlijk, mede omdat hij een zelfstandig ondernemer is zonder arbeidsongeschiktheidsverzekering. Onder deze omstandigheden, waarin sprake is van een (mogelijk) relevante medische voorgeschiedenis, een lange looptijd van de klachten (welke klachten – gelet op de gang van zaken tot nu toe – kennelijk niet eenvoudig te objectiveren zijn) en een aanzienlijke letselschadevordering die mede bestaat uit toekomstige schade, is het naar het oordeel van de rechtbank proportioneel om niet alleen medische informatie in te winnen over de schadeveroorzakende gebeurtenis zelf, maar ook relevante medische informatie uit de behandelend sector over zowel de periode daarvóór, dus uit de medische voorgeschiedenis van [verzoeker] , als over de periode daarna.

NN heeft ter onderbouwing van de door haar gevraagde medische informatie onder meer verwezen naar de adviezen van haar medisch adviseur van 15 augustus 2024 en 12 mei 2026 (respectievelijk bijlage 5 van NN en productie 11 van [verzoeker] ). Naar het oordeel van de rechtbank heeft zij daarmee voldoende onderbouwd dat de hiervoor in 4.11 onder a, b, c en f genoemde medische informatie uit de medische voorgeschiedenis van [verzoeker] nog ontbreekt en relevant is voor de beoordeling van het bestaan van de klachten van [verzoeker] en het causaal verband tussen die klachten en het ongeval. Verstrekking daarvan is naar het oordeel van de rechtbank dan ook noodzakelijk voor een eerlijke en voorspoedige beoordeling van de letselschadeclaim van [verzoeker] .

Het verweer van [verzoeker] dat uit de door hem als productie 3 overgelegde brief van zijn huisarts van 9 december 2024 blijkt dat alle beschikbare medische informatie over “het 2000 kg axiaal trauma” en de ziekte van Hashimoto al is verstrekt volgt de rechtbank niet. Over het 2000 kg axiaal trauma staat in deze brief namelijk alleen vermeld dat [onderstreping, rechtbank] “geen documentatie beschikbaar [is] in het huisartsenjournaal”. Ten aanzien van de ziekte van Hashimoto blijkt uit de door [verzoeker] nader overgelegde brief van zijn huisarts van 17 april 2026 duidelijk dat (mogelijk) meer informatie uit de behandelend sector over de ziekte van Hashimoto beschikbaar is en ook waar deze opgevraagd kan worden: namelijk bij/via internist [internist] .

Ten aanzien van de door NN gevraagde medische informatie over behandelingen in het buitenland, dus de informatie als genoemd hiervoor in 4.11 onder d en e, overweegt de rechtbank het volgende. Vast staat dat [verzoeker] na het ongeval in verband met zijn klachten is behandeld in het buitenland. De rechtbank is het eens met NN dat het voor een eerlijke en voorspoedige beoordeling van de letselschadeclaim van [verzoeker] noodzakelijk is dat de beschikbare medische informatie over die behandelingen wordt verstrekt.

Op basis van de in deze procedure overgelegde stukken en stellingen van partijen staat vast dat [verzoeker] in het buitenland in ieder geval is behandeld in “de Sherap Pluk Klinieken” en door Haddasah Medical Organisation.

Uit de brief van de huisarts van [verzoeker] van 27 april 2026 blijkt dat de huisarts beschikt over een verslag van de Sherap Pluk Klinieken, dat volgens hem destijds (waarschijnlijk) door [verzoeker] zelf is aangeleverd. Dat verslag moet in elk geval worden verstrekt. Voor zover [verzoeker] beschikt over meer/andere medische informatie van de Sherap Pluk Klinieken, moet deze ook worden verstrekt.

Wat betreft de Hadassah Medical Organisation en “overige behandelinformatie van in het buitenland ondergane behandelingen” begrijpt de rechtbank dat [verzoeker] zich op het standpunt stelt dat alle beschikbare medische informatie door hem al is verstrekt/overgelegd als productie 4d bij het verzoekschrift. De rechtbank constateert dat deze productie diverse stukken bevat die afkomstig zijn van de Hadassah Medical Organisation. Voor zover NN meent dat dat er meer/andere stukken beschikbaar zijn, heeft zij dat onvoldoende (feitelijk) onderbouwd. De enkele verwijzing van NN naar de opmerking van haar medisch adviseur in zijn advies van 15 augustus 2024 dat [verzoeker] bij een arts van de Hadassah Medical Organisation zou hebben gesproken over drie blokkades en TENS-behandelingen terwijl in de door hem tot dan toe ontvangen medische informatie slechts melding werd gemaakt van twee blokkadebehandelingen is daartoe onvoldoende.

Ten slotte dient [verzoeker] ook eventueel beschikbare informatie over de door hem tijdens de mondelinge behandeling van 12 september 2024 bedoelde “beroemde specialist” te verstrekken.

Het verzoek van NN om verstrekking van de medische rapportages van de bedrijfsarts (als genoemd hiervoor in 4.11 onder g) zal worden afgewezen. NN heeft namelijk niet, althans onvoldoende gemotiveerd gesteld waarom verstrekking van die informatie op dit moment noodzakelijk is voor een eerlijke en voorspoedige afwikkeling van de letselschadeclaim van [verzoeker] .

Verzekeringsgeneeskundige en arbeidsdeskundige expertise

De uitkomst van de door [verzoeker] verzochte verzekeringsgeneeskundige en arbeidsdeskundige expertise wordt pas echt relevant voor de beslechting van het geschil tussen partijen, als het causaal verband tussen het ongeval en (een deel van) de klachten van [verzoeker] is vastgesteld. Dat is, zoals hiervoor weergegeven, echter niet het geval. De rechtbank acht deze verzoeken (voorshands) dan ook prematuur en niet toewijsbaar.

Slotsom

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [verzoeker] de hiervoor in 4.11 onder a, b, c, d en f genoemde medische informatie moet verstrekken, althans moet opvragen en de ontvangen stukken vervolgens moet verstrekken aan de medisch adviseur van NN en dat het zelfstandig tegenverzoek van NN voor het overige zal worden afgewezen.

De rechtbank zal bepalen dat [verzoeker] zich uiterlijk op 22 december 2026 dient uit te laten over de gevolgen van de door hem aan de medisch adviseur van NN verstrekte medische informatie voor de verdere beoordeling van deze zaak. NN krijgt vervolgens een termijn van zes weken om daarop te reageren.

Iedere verder beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

beveelt [verzoeker] om de hiervoor in 4.11 onder a, b, c, d en f genoemde medische informatie (op te vragen en) te verstrekken aan de medisch adviseur van NN;

bepaalt dat [verzoeker] zich uiterlijk op 22 december 2026 dient uit te laten als bedoeld in 4.20 van deze beschikking;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Dondorp en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026.

2968

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand