RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/710300 / JE RK 26-1389
Datum uitspraak: 31 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over de vaststelling van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 31 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
[naam] , namens de gecertificeerde instelling;
de moeder;
- de vader.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] woont bij haar vader.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 maart 2026 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 11 januari 2027.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen, inhoudende dat:
wekelijks begeleid contact tussen [de minderjarige] en moeder op woensdag van 13:00 uur tot 14:30 uur, onder begeleiding van Jeugdformaat;
(video)belcontact tussen [de minderjarige] en moeder op maandag, woensdag en vrijdag van 18:30 uur tot 18:45 uur;
de regie over de uitvoering en eventuele aanpassing van de zorgregeling te beleggen bij Jeugdbescherming West;
een informatieregeling vast te stellen waarbij moeder iedere 6 tot 8 weken door vader tijdens de evaluatiemomenten wordt geïnformeerd over belangrijke gebeurtenissen en relevante ontwikkelingen. Van spoedeisende zaken brengt vader moeder zo spoedig mogelijk op de hoogte.
De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De omgangsmomenten tussen [de minderjarige] en de moeder worden begeleid door Jeugdformaat. Over het algemeen verloopt dit goed, maar er blijven zorgen bestaan over de voorspelbaarheid van de omgang, het nakomen van afspraken en signalen van alcoholmisbruik. Ook zijn er zorgen over de emotionele stabiliteit van de moeder. De omgangsbegeleiding is noodzakelijk om de veiligheid en voorspelbaarheid van het contact te waarborgen. [de minderjarige] lijkt zich meer te beschermen tegen de teleurstelling wanneer een contactmoment onverwachts niet doorgaat. Ook tijdens de belmomenten ervaart [de minderjarige] soms onvoorspelbaar gedrag van de moeder waardoor zij gesprekken vroegtijdig beëindigd. De komende periode zal worden bekeken of de omgangsmomenten kunnen worden uitbreid. De communicatie tussen de vader en de moeder verloopt daarnaast wisselend. Het lukt hen niet om spanningen en emoties los te koppelen van de gezamenlijke ouderrol waardoor er spanningen zijn rondom de omgang en besluitvorming over [de minderjarige] . Een vaststelling van de zorgregeling is nodig zodat er duidelijkheid, voorspelbarheid en rust ontstaat. De gecertificeerde instelling verzoekt om de regie over de uitvoering en eventuele uitbreiding zodat de zorgregeling, indien wenselijk, kan worden aangepast. De gecertificeerde instelling wil het verloop van de omgangsmomenten iedere zes tot acht weken gaan evalueren.
4. De standpunten
De moeder werkt aan zichzelf en kan binnenkort starten met traumabehandeling bij Trauma Centrum Nederland. Ze wil na het afronden van deze therapie de gebeurtenissen uit het verleden achter zich laten. De omgangsmomenten met [de minderjarige] verlopen goed.
De vader stemt in met het verzoek. Het lijkt hem een goed idee om de zorgregeling vast te leggen. Op die manier is er altijd iets om op terug te vallen. Hij geeft aan dat de communicatie met de moeder op bepaalde momenten goed verloopt, maar dat er ook momenten zijn waarop dit minder goed gaat. Daarnaast geeft de vader aan dat op het moment dat [de minderjarige] met de moeder wil bellen op een ander moment dan de afgesproken tijd, hij haar daarvoor in de gelegenheid stelt en dit stimuleert.
5. De beoordeling
De kinderrechter beoordeelt of het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk is dat een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wordt vastgesteld. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
De door de gecertificeerde instelling verzochte zorgregeling, wordt sinds enkele maanden feitelijk al zo uitgevoerd. Door de omgangsbegeleiding van Jeugdformaat is aangegeven dat de omgangsmomenten over het algemeen goed verlopen, maar dat er ook zorgen zijn. Zo kunnen omgangsmomenten onverwachts toch niet doorgaan of de moeder vertoont soms onvoorspelbaar gedrag tijdens de omgangs- en belmomenten. Er wordt gezien dat [de minderjarige] behoefte heeft aan een duidelijke zorgregeling zodat zij weet waar zij aan toe is. De gecertificeerde instelling heeft veiligheidsafspraken opgesteld waarin onder meer is vastgesteld dat voorafgaand aan ieder omgangsmoment wordt gekeken of de moeder voldoende nuchter en stabiel is. Om verder te werken aan haar persoonlijke problematiek zal de moeder op korte termijn starten met behandeling om haar traumatische ervaringen te verwerken. Naast de zorgen over de problematiek van de moeder verloopt de communicatie tussen de vader en de moeder wisselend. Het lukt hen soms onvoldoende om constructief en in het belang van [de minderjarige] afspraken te maken en beslissingen te nemen terwijl dit op sommige momenten juist gemakkelijk verloopt. Om de onderlinge spanningen hierover weg te nemen is het vaststellen van een zorgregeling noodzakelijk. Ter zitting heeft de gecertificeerde instelling benoemt dat de voorgestelde zorgregeling een minimumregeling betreft. Door Jeugdformaat is aangegeven dat omgangsmomenten kunnen worden uitgebreid dus de gecertificeerde instelling zal dit de komende periode onderzoeken. De gecertificeerde instelling wil daarom ook de mogelijkheid hebben om de zorgregeling te wijzigen als dat mogelijk is. Gelet daarop zal de kinderrechter de uitvoering van de zorgregeling gedurende de ondertoezichtstelling onder regie van de gecertificeerde instelling laten plaatsvinden. Door de regie bij de gecertificeerde instelling te beleggen wordt de jeugdbeschermer in de gelegenheid gesteld om de zorgregeling uit te breiden als dat wenselijk is zonder hiervoor naar de rechtbank te moeten.
De kinderrechter zal het verzoek van de gecertificeerde instelling toewijzen en een zorgregeling vaststellen. Ter zitting is door de vader naar voren gebracht dat [de minderjarige] vanaf komend schooljaar op woensdagmiddag tot half een op school zit. Hierdoor is de verzochte regeling zoals geformuleerd onder punt 1 niet uitvoerbaar wat de tijden betreft. Ter zitting hebben alle partijen laten weten dat zij ermee instemmen om de zorgregeling voor de woensdag zonder vaste tijden vast te leggen. De tijden zullen zij onderling bepalen. De kinderrechter zal daarom de zorgregeling op woensdag vastleggen in die zin dat er gedurende anderhalf uur begeleide omgang zal zijn.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
bepaalt als verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders:
- wekelijks begeleid contact tussen [de minderjarige] en moeder op woensdag gedurende anderhalf uur, onder begeleiding van Jeugdformaat;
- (video)belcontact tussen [de minderjarige] en moeder op maandag, woensdag en vrijdag van 18:30 uur tot 18:45 uur;
- de regie over de uitvoering en eventuele aanpassing van de zorgregeling te beleggen bij Jeugdbescherming West;
- een informatieregeling vast te stellen waarbij moeder iedere 6 tot 8 weken door vader tijdens de evaluatiemomenten wordt geïnformeerd over belangrijke gebeurtenissen en relevante ontwikkelingen. Van spoedeisende zaken brengt vader moeder zo spoedig mogelijk op de hoogte;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2026 door
mr. M.J.L. van der Waals, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 28 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.