ECLI:NL:RBDHA:2026:28973

ECLI:NL:RBDHA:2026:28973

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 31-08-2026
Datum publicatie 01-10-2026
Zaaknummer C/09/711059 / JE RK 26-1471
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/711059 / JE RK 26-1471

Datum uitspraak: 31 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats],

advocaat: mr. J. de Koning uit Lisse,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats].

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 14 augustus 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

- [naam 1] en [naam 2], namens de gecertificeerde instelling;

- de advocaat van de moeder.

De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel op de juiste wijze zijn opgeroepen.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

[minderjarige] verblijft bij de tante vaderszijde (hierna: de tante).

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 mei 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 6 juni 2027.

3. Het verzoek

De gecertificeerde instelling verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De problematiek van beide ouders is meer op de voorgrond komen te staan. Beide ouders hebben onvoldoende draagkracht om de zorg- en opvoedtaken voor [minderjarige] te dragen en bovendien beschikt de vader niet over een eigen woning. De moeder heeft in mei aangegeven dat zij op dat moment niet meer in staat was voor [minderjarige] te zorgen waardoor hij ongeveer zeven weken bij de tante heeft verbleven. [minderjarige] is vervolgens met een opbouwschema teruggekeerd naar de moeder. De moeder heeft echter in juli opnieuw aangegeven de zorg voor [minderjarige] niet te kunnen dragen. Er is Ambulante Spoed Hulp (ASH) aangevraagd. Er is toen echter besloten dat het niet verantwoord is dat [minderjarige] teruggaat naar de moeder waardoor ASH is afgesloten. De gecertificeerde instelling vindt het van belang dat zowel de vader als de moeder de komende periode werken aan hun persoonlijke problematiek. De vader is eind juli opgenomen geweest in een verslavingskliniek vanwege zijn alcohol- en drugsproblematiek en de hiermee samenhangende psychische problematiek, maar hij heeft de kliniek al na enkele dagen verlaten. De hulpverlening van de vader bij [zorginstantie 1] is tijdelijk gepauzeerd. De gecertificeerde instelling wil de komende periode kijken of dit herstart kan worden. Ook zal gekeken worden naar afspraken over de contactmomenten tussen [minderjarige] en de vader. De moeder krijgt opvoedondersteuning vanuit [zorginstantie 2], werkt hieraan mee en staat goed in contact met de jeugdbeschermer waardoor de samenwerking prettig verloopt. De gecertificeerde instelling vindt het belangrijk dat de moeder de tijd krijgt om aan zichzelf te werken zodat de thuisplaatsing van [minderjarige] succesvol kan verlopen. Een periode van zes maanden is daarvoor nodig. De gecertificeerde instelling geeft daarbij aan dat als [minderjarige] eerder naar huis kan omdat het goed gaat met moeder, hij al eerder thuis zal worden geplaatst.

4. De standpunten

Namens de moeder is ingestemd met de plaatsing van [minderjarige] bij de tante en is naar voren gebracht dat hiervoor geen machtiging tot uithuisplaatsing nodig is aangezien zij achter de plaatsing staat. Als de machtiging toch wordt verleend verzoekt de moeder om deze uit te spreken voor de duur van drie maanden en het verzoek voor het overige aan te houden. Namens de moeder is naar voren gebracht dat de afgelopen periode niet goed verlopen is doordat zij veel is afgevallen en haar medicatie is gewijzigd. Zij heeft dit opgepakt met haar hulpverleners en voelt zich inmiddels beter. De moeder verwacht dat zij op korte termijn weer voor [minderjarige] kan zorgen.

5. De beoordeling

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.

De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Door de persoonlijke problematiek van beide ouders zijn zij op dit moment onvoldoende in staat om de zorg- en opvoedtaken van [minderjarige] te dragen. De vader kampt met verslavingsproblematiek, beschikt niet over een eigen woning en staat ambivalent tegenover hulpverlening. De moeder heeft de afgelopen maanden twee keer in relatief korte tijd aangegeven de zorg voor [minderjarige] niet meer te kunnen dragen. Door haar persoonlijke problematiek heeft zij op dit moment onvoldoende draagkracht. [minderjarige] verblijft bij de tante en dat verloopt goed. De ouders vinden het fijn dat [minderjarige] bij zijn tante terecht kan. Ter zitting is namens de moeder naar voren gebracht dat een machtiging niet nodig is, omdat de moeder instemt met de plaatsing van [minderjarige] in het netwerkpleeggezin. Uit artikel 1:265a van het Burgerlijk Wetboek volgt echter dat op het moment dat sprake is van een ondertoezichtstelling en een minderjarige buiten het gezin verblijft een machtiging tot uithuisplaatsing vereist is. Vrijwillige uithuisplaatsing is daarom niet mogelijk tijdens een ondertoezichtstelling. De kinderrechter vindt het in het belang van [minderjarige] dat hij de komende periode bij zijn tante kan blijven. Een termijn van zes maanden is hiervoor passend. De kinderrechter begrijpt de wens van de moeder om de machtiging te verlenen voor een kortere periode, maar duidelijkheid voor [minderjarige] over zijn verblijfplaats weegt voor de kinderrechter zwaarder. Een tussentijds toetsmoment zorgt daarbij voor de nodige onrust en spanningen die in deze situatie niet wenselijk zijn. Een periode van zes maanden geeft de moeder voldoende rust, ruimte en duidelijkheid om te werken aan haar problematiek. Het is noodzakelijk dat de thuissituatie van de moeder voldoende duurzaam stabiel is. Er moet voorkomen worden dat [minderjarige] na een thuisplaatsing opnieuw uithuisgeplaatst moet worden. Het komend halfjaar is nodig om dit te bewerkstelligen door de continunering en inzet van de benodigde hulpverlening. Daarbij heeft de jeugdbeschermer ook aangegeven dat als wordt gezien dat [minderjarige] eerder weer bij zijn moeder zou kunnen wonen, dat daar ook naar zal worden gehandeld.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 31 augustus 2026 tot 28 februari 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2026 door

mr. M.J.L. van der Waals, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 28 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.M. Kroon als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand