Gezag
Beschikking op het op 15 december 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C.H. Remmelink in Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
zonder bekende woon en/of verblijfplaats binnen en buiten Nederland.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 17 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De minderjarige [minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Feiten
Verzoek en verweer
De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, haar met het eenhoofdig gezag te belasten over [minderjarige] .
De vader heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
Ontbreken geboorteakte
De moeder stelt dat zij geen geboorteakte van [minderjarige] kan overleggen, omdat [minderjarige] in [geboorteland] is geboren. Gelet op de motivering door de moeder, en omdat uit de BRP-uittreksels blijkt dat [minderjarige] het kind is van de moeder, zal de rechtbank voorbijgaan aan dit vereiste.
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek.
Gezagsverhouding
Voordat de rechtbank toekomt aan de inhoudelijke beoordeling van het verzoek, moet worden vastgesteld wie van de ouders op dit moment het ouderlijk gezag heeft over [minderjarige] . Omdat [minderjarige] in [geboorteland] is geboren en de ouders daar hun gewone verblijfplaats hebben gehad ten tijde van de geboorte van [minderjarige] , wordt naar Syrisch recht bepaald wie met het ouderlijk gezag over [minderjarige] is belast.
Met verwijzing naar de uitspraak van 10 april 2020 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2020:2149; JPF 2020/98 met annotatie van I. Sumner) overweegt de rechtbank dat volgens het Islamitische recht, dat in Syrië geldt, zowel de vader als de moeder van rechtswege het gezag over hun minderjarige kind hebben. Tenzij de rechter anders beslist, loopt de gezagsverhouding na ontbinding van het huwelijk door.
Nu niet gesteld of gebleken is dat er in Syrië andersluidende beslissingen zijn genomen over het ouderlijk gezag over [minderjarige] , concludeert de rechtbank op basis van het Syrisch recht dat de ouders nog steeds gezamenlijk zijn belast met het gezag over [minderjarige] .
De volgende vraag die dient te worden beantwoord is of deze gezagsverhouding in Nederland wordt erkend. Hiertoe overweegt de rechtbank dat het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, Trb. 1997, 299 (hierna: HKBV 1996) van toepassing is, nu het verzoekschrift van de moeder is ingediend na 1 mei 2011, op welke datum het HKBV 1996 in werking is getreden.
Uit artikel 16, derde lid, van het HKBV 1996 volgt dat de op grond van het recht van de Staat van de gewone verblijfplaats van het kind bestaande ouderlijke verantwoordelijkheid blijft bestaan na verplaatsing van die gewone verblijfplaats naar een andere Staat, in het onderhavige geval van Syrië naar Nederland.
Gelet hierop komt de rechtbank tot het oordeel dat de moeder en de vader hun gezag over [minderjarige] hebben behouden nadat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] en de moeder is verplaatst naar Nederland.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder verzoekt om haar voortaan met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten. Volgens de moeder is gezamenlijk gezag niet langer in het belang van [minderjarige] . De moeder heeft daarbij naar voren gebracht dat de ouders in maart 2022 in Ter Apel zijn aangekomen en de vader ongeveer twee weken na de aankomst is vertrokken met onbekend adres. Sinds het vertrek van de vader hebben de moeder en [minderjarige] niets meer van hem vernomen. De moeder heeft geprobeerd contact te zoeken, maar dit is onmogelijk gebleken. Omdat de ouders gezamenlijk gezag hebben is voor tal van dingen toestemming van beide ouders nodig. De moeder wil voorkomen dat zij straks voor verschillende situaties procedures moet voeren voor vervangende toestemming, omdat aan de vader geen toestemming kan worden gevraagd.
Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Op grond van het tweede lid van voornoemd artikel zijn de gronden van artikel 1:251a eerste en derde lid BW van overeenkomstige toepassing. Het gezamenlijk gezag kan derhalve worden beëindigd indien a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of indien b) wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van gewijzigde omstandigheden, nu de vader al geruime tijd uit beeld is. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat een wijziging van het gezag anderszins in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is. Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken, is de rechtbank gebleken dat de vader onbereikbaar is en de moeder en [minderjarige] sinds maart 2022 geen enkel contact met hem hebben gehad. De afwezigheid en onbereikbaarheid van de vader maakt de gezamenlijke gezagsuitoefening feitelijk onmogelijk. Gelet op het voorgaande – en omdat de vader geen verweer heeft gevoerd – zal de rechtbank het verzoek van de moeder om haar te belasten met het eenhoofdig gezag toewijzen.
BeslissingDe rechtbank:
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 2] 1976 in [geboorteplaats 2] , [geboorteland] , het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.