ECLI:NL:RBDHA:2026:28915

ECLI:NL:RBDHA:2026:28915

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-09-2026
Datum publicatie 30-09-2026
Zaaknummer 09-129732-26
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vrijspraak voor opzettelijke brandstichting. Veroordeling voor culpoze brandstichting. Gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen waarvan 77 dagen voorwaardelijk en een taakstraf voor de duur van 150 uren opgelegd. Benadeelde partij niet-ontvankelijk. Schadevergoedingsmaatregel opgelegd.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/129732-26

Datum uitspraak: 24 september 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 10 september 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.S.J. Hoogstraaten en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. D.W. Roos naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd [sic] dat:

hij op of omstreeks 19 maart 2026 te ’s-Gravenhage opzettelijk brand heeft gesticht, door open vuur / een sigaret in aanraking te brengen met een matras danwel touwjes / papieren op een matras, terwijl daarvan- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten voor de omliggende woningen en/of het trappenhuis en/of een bed te duchten was en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en), te weten deinwoners van de omliggende woningen en/of [slachtoffer] te duchten was;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 19 maart 2026 te 's-Gravenhage, zeer, in elk geval aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend open vuur / een sigaret in aanraking heeft gebracht met een matras danwel met touwjes / papieren op een matras en vervolgens het vuur niet (voldoende) heeft gedooft, waardoor het aan verdachtes schuld te wijten was dat er brand is ontstaan, terwijl daardoor gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten voor de omliggende woningen en/of het trappenhuis en/of een bed ontstond en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor de inwonersvan de omliggende woningen en/of [slachtoffer] ontstond.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair tenlastegelegde en tot bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit.

Vrijspraak

De rechtbank is, evenals de officier van justitie en de verdediging, met betrekking tot het primair ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend is bewezen. Niet kan wettig en overtuigend bewezen verklaard worden dat de verdachte opzet had op brandstichting zoals hem primair ten laste is gelegd.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft in de bijlage opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Bewijsoverwegingen

Vaststaat dat brand is ontstaan doordat de verdachte de vlam van een aansteker in aanraking heeft gebracht met een matras, dan wel touwtjes aan een matras. De verdediging heeft zich allereerst op het standpunt gesteld dat de verdachte niet onvoorzichtig heeft gehandeld zoals hem ten laste is gelegd en daarnaast bepleit dat geen sprake is geweest van levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor andere flatbewoners dan het slachtoffer [slachtoffer] .

Zeer dan wel aanmerkelijk onvoorzichtig

Bij schuld in de zin van culpoze brandstichting zoals bedoeld in artikel 158 van het Wetboek van Strafrecht moet het, voor zover hier relevant, gaan om zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig handelen. Of daarvan sprake is, wordt bepaald door de manier waarop die schuld in de tenlastelegging nader is geconcretiseerd, en is verder afhankelijk van het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Het komt er daarbij op aan of de verdachte tekortschoot in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid (in spreektaal: normale, niet in professionele hoedanigheid handelende mensen). Daarbij geldt dat niet al uit de ernst van de gevolgen kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de hier bedoelde zin.

Gelet op de gedragingen van de verdachte is geen sprake van zeer onvoorzichtig handelen. Redengevend acht de rechtbank dat de verdachte door te trappen geprobeerd heeft de vlammen te doven en ook heeft omgekeken of dat het geval is. Wel is naar het oordeel van de rechtbank sprake van aanmerkelijk onvoorzichtig handelen. Daarbij slaat de rechtbank acht op de volgende omstandigheden. De brand vond plaats in een flat, het was midden in de nacht waardoor veel mensen in de flat lagen te slapen én in de flat woonden kwetsbare mensen, ouderen, zoals ook de ouders van de verdachte. Het matras lag bovendien voor de ingang van de lift in een smalle schacht. De verdachte kon gelet op deze omstandigheden, nadat hij eerst (touwtjes van) het matras in brand had gestoken en wist dat er vuur was ontstaan, ter zekerstelling dat de brand volledig uit was, niet volstaan met trappen en omkijken. De verdachte heeft onvoldoende maatregelen genomen om ervan uit te gaan dat het vuur daadwerkelijk gedoofd was.

Gevaar

Uit de wettige bewijsmiddelen met de daarin opgenomen redengevende feiten en omstandigheden volgt dat van de brand gemeen gevaar voor goederen zoals in de ten laste legging geconcretiseerd en levensgevaar of gevaar voor lichamelijk letsel voor [slachtoffer] te duchten was. De rechtbank moet verder beoordelen of naar algemene ervaringsregels voorzienbaar was dat van de, aan de schuld van de verdachte te wijten, brand levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was voor (ook) de inwoners van omliggende woningen, waarbij het gaat om andere bewoners in het complex. Uit de bevindingen van forensisch onderzoek en aanvullende gegevens, zoals foto’s en video’s volgt dat dit het geval was. De conclusie van het forensisch onderzoek is dat het zeer aannemelijk is dat door de brand van het bed (matras, lattenbodem en bed ombouw) gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was. In het forensisch onderzoek is beschreven dat het schuim dat zich in een matras bevindt snel brandt. Een brandend matras gaat gepaard met rookvorming, vlammen en hete gassen. De rook kan hoge temperaturen hebben, stijgt snel op en belemmert het zicht. Daarnaast is de rook ook giftig. Het trappenhuis heeft in dit geval gediend als een rookkanaal. De bewoners van het gebouw hadden, als zij gebruik zouden maken van de algemene ruimte, geconfronteerd kunnen worden met een levensbedreigende situatie. Anders dan de verdediging heeft bepleit, was dit gevaar daarom ook voorzienbaar voor inwoners van de omliggende woningen. Immers, naar algemene ervaringsregels was dat het geval voor iedere bewoner die zich in of bij de lift of in de buurt van de brand bevond, en dus in ieder geval voor de inwoners van omliggende woningen. De bouwkundige, brandwerende, constructie van de flat doet hier niet aan af, terwijl evenmin relevant is dat (enkel) bij [slachtoffer] letsel is ontstaan.

De bewezenverklaring

De rechtbank is met betrekking tot het subsidiair ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend is bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

hij op 19 maart 2026 te 's-Gravenhage aanmerkelijk onvoorzichtig open vuur in aanraking heeft gebracht met een matras danwel met touwtjes op een matras en vervolgens het vuur niet voldoende heeft gedoofd, waardoor het aan verdachtes schuld te wijten was dat er brand is ontstaan, terwijl daardoor gemeen gevaar voor goederen, te weten voor de omliggende woningen en het trappenhuis en een bed ontstond en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor de inwonersvan de omliggende woningen en [slachtoffer] ontstond.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 77 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die de duur van de reeds door de verdachte in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd overschrijdt. De verdediging verzoekt te volstaan met een taakstraf, al dan niet in combinatie met een voorwaardelijk strafdeel.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit

De verdachte heeft brand veroorzaakt. Hij heeft midden in de nacht in een flat op de vijfde etage voor de ingang van de lift touwtjes aan een matras in brand gestoken. Hoewel hij dacht dat hij de vlammen had gedoofd door deze uit te trappen, is de brand uitgeslagen, met ernstige gevolgen voor het slachtoffer en forse schade aan de flat. Toen het slachtoffer de lift uitstapte, werd hij totaal overvallen door de brand en de rookontwikkeling. Het slachtoffer vreesde voor het leven van zijn gezin dat in de woning op de vijfde etage van de flat lag te slapen. Als gevolg van de brand heeft het slachtoffer allereerst lichamelijk letsel opgelopen, zoals ademhalingsproblemen, een hese stem en een verbrand stuk haar. Het slachtoffer ervaart elke dag de gevolgen van de brand. De ernst van dit alles blijkt ook uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring. Van de flat zijn de muren, plafondplaten en de vloer op de vijfde, zesde en zevende etage als gevolg van de brand zwartgeblakerd. Door de brand ontstond niet alleen gevaar voor goederen, maar ook levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor andere inwoners in het flatgebouw. De verdachte had beter moeten weten, niet zodanig gevaarlijk baldadig gedrag moeten tonen en verdergaande maatregelen moeten treffen dan hij heeft gedaan om er zeker van te zijn dat het vuur dat hij had aangestoken was uitgedoofd toen hij de lift instapte. Hieraan kent de rechtbank bij haar strafoplegging zwaarwegende betekenis toe.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het blanco strafblad van de verdachte van 29 juli 2026.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van de reclasseringsadviezen over de verdachte van 13 mei 2026 en 28 augustus 2026, waaruit volgt dat sprake is van stabiele leefomstandigheden en van een laag recidiverisico. De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte hem op te leggen een straf zonder bijzondere voorwaarden.

Ter zitting heeft de verdachte openheid van zaken gegeven. Hij is zichtbaar enorm geschrokken van de gevolgen van de brand die hij heeft veroorzaakt. Herhaaldelijk heeft hij spijt betuigd en te kennen gegeven dat, als hij schuldig is, zijn verantwoordelijkheid wil nemen. De rechtbank neemt dit ter harte en weegt dit mee in haar straftoemeting.

Straftoemeting

De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij straffen die rechters in soortgelijke zaken hebben opgelegd.

Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt. De rechtbank acht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf passend, enerzijds om de ernst van de gepleegde feiten tot uitdrukking te brengen en anderzijds om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken.

Alles afwegende, komt de rechtbank tot een straf die gelijk is aan de eis van de officier van justitie. Zij acht een gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen passend en geboden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 77 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf van 150 uur, te vervangen door 75 dagen hechtenis.

7. De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 3.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Dit betreft immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van het gehele bedrag, inclusief de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat het minderjarige slachtoffer niet wettelijk is vertegenwoordigd en subsidiair dat het bedrag van de schadevergoeding moet worden gematigd.

Het oordeel van de rechtbank

Ontvankelijkheid van de benadeelde partij

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De rechtbank overweegt hiertoe dat in het geval de benadeelde partij minderjarig is deze bij voeging in het strafproces vertegenwoordigd moet worden door een wettelijk vertegenwoordiger. De rechtbank kan op basis van het strafdossier niet vaststellen of dit is gebeurd en daarom is sprake van een formeel gebrek. Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

Niettegenstaande het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde strafbare feit heeft gepleegd en dat hij civielrechtelijk aansprakelijk is voor de schade. De rechtbank zal ambtshalve een schadevergoedingsmaatregel opleggen. De rechtbank merkt daarbij ten overvloede nog op dat enkel sprake is van een formeel gebrek in de vertegenwoordiging van het slachtoffer dat ook eenvoudig te herstellen zou zijn.

Ten aanzien van (de omvang van) deze schade overweegt de rechtbank als volgt. Naar het oordeel van de rechtbank is aannemelijk dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde lichamelijk letsel heeft opgelopen, bestaande uit ademhalingsproblemen, een hese stem en een verbrand stuk haar. Voor de vergoeding van de geleden immateriële schade bestaat derhalve een grondslag, artikel 6:106 lid 1 sub BW. Bijkomend acht de rechtbank gelet op de feitelijke onderbouwing van de vordering voldoende aannemelijk dat sprake is psychische schade als gevolg van het strafbare feit.

De door de benadeelde partij geleden immateriële schade wordt door de rechtbank, mede in aanmerking genomen de Rotterdamse schaal, naar billijkheid vastgesteld op een bedrag van € 3.500,00.

8. De inbeslaggenomen voorwerpen

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen telefoon kan worden geretourneerd aan de verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen over de in beslag genomen telefoon.

Het oordeel van de rechtbank

Nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan de verdachte gelasten van zijn telefoon.

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 158 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

10. De beslissing

1. Het proces-verbaal van aangifte, opgemaakt op 19 maart 2026, voor zover inhoudende (p. 10 PV VGL):

2. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 10 september 2026:

3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 2 juli 2026, voor zover inhoudende (p. 35-36 Aanvullend procesdossier):

4. Het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict ( [straatnaam] 's-Gravenhage), opgemaakt op 2 april 2026, voor zover inhoudende (p. 67-68 PV VGL):

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.6 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

aan zijn schuld brand te wijten is, terwijl daardoor gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander ontstaat

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 90 (NEGENTIG) DAGEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de eventuele tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 77 dagen niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

veroordeelt de verdachte voorts tot:

een taakstraf voor de tijd van 150 (HONDERDVIJFTIG) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 75 (VIJFENZEVENTIG) DAGEN;

de vordering van de benadeelde partij;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

de schadevergoedingsmaatregel;

legt aan de verdachte op de verplichting om aan de Staat te betalen een bedrag van € 3.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 19 maart 2026 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer] ;

bepaalt dat als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 35 dagen; de toepassing van gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, en dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

het inbeslaggenomen goed;

gelast de teruggave aan de verdachte van zijn telefoon, te weten: Apple iPhone Zwart, goednummer PL1500-2026094502-3503453.

Dit vonnis is gewezen door

mr. S.E. Bandsma, voorzitter,

mr. M.C. Ritsema van Eck-van Drempt, rechter,

mr. S. Pereth, rechter,

in tegenwoordigheid van mrs. N. de Jong en B.J. Stil, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 september 2026.

Bijlage I

Overzicht bewijsmiddelen

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2026094502, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (PV VGL p. 1-117, Aanvullend procesdossier p. 1 t/m 53 en Aanv PV p. 1-6).

De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:

Ik doe aangifte van brandstichting van een pand op de [straatnaam] , gepleegd op donderdag 19 maart 2026, omstreeks 03:15 uur.

Ik ging de aansteker tegen de touwtjes aan doen. Het ging een klein beetje vlammen. Ik heb het touwtje dat vastzat aan het matras aangestoken. Het losse touwtje zat ernaast, zo te zien heeft die vlamgevat. Ik heb alleen een aansteker tegen het touwtje gehouden.

Daarna heb ik de vlam uitgezet en gedoofd. Toen ik bleef staan, keek ik of de vlam gedoofd was. Nadat ik het had uitgezet, heb ik nog gekeken of ik geen vonk of brand zag. Voor de zekerheid, ik zag dat de vlam uit was. Toen nog getrapt om zeker te zijn of de vlam helemaal uit was en te kijken of de vlam geen vonken verspreid, Ik was al zeker, maar in plaats van 100% wou ik 200% zeker zijn.

Het is heel gevaarlijk, het kan gewoon in de fik gaan. Ook al denk ik dat ik het uit heb gezet.

Als dat door mij is gekomen, als vaststaat dat het dat matras is geweest ben ik te onvoorzichtig geweest.

Ik, verbalisant, heb camerabeelden van de [straatnaam] van het vertrek van de verdachte van de vijfde verdieping met de lift uitgewerkt. Op video was te zien 19-3-2026 02:57:01.

Ik zag dat de binnenkant van de lift gefilmd werd. Ik zag dat de deuren open gingen. Ik zag in de weerspiegeling van de liftdeur oranje vlammen wakkeren. Ik zag dat deze vlammen groter werden omdat ik in de weerspiegeling van de lift zag dat de vlammen op een groter oppervlak van de liftdeur te zien waren. Op dat moment zag ik een tweede persoon in beeld verschijnen. Ik zag dat twee personen op de galerij van de flat stonden. Ik zag op de grond van de galerij de hoek van een matras liggen. Ik zag een oranje vlam op het matras. Ik herkende persoon 2 als [verdachte] . Ik zag dat de vlam op het matras langzaam uitdoofde. Ik zag dat er nog steeds andere vlammen te zien waren in de weerspiegeling van de lift. Ik zag dat [verdachte] voorover gebukt bij het matras stond. Ik zag dat [verdachte] gedurende ongeveer 10 seconden gebukt over het matras blijft staan. Ik zag dat de liftdeuren weer sloten. Ik zag dat toen de liftdeuren sloten er nog een vlam te zien was in de weerspiegeling.

Ik zag dat de liftdeuren hierop weer openden. Ik zag toen geen vlam meer in de weerspiegeling van de liftdeur. Ik zag dat [verdachte] gedurende ongeveer 5 seconden naar beneden keek naar het matras. Ik zag dat [verdachte] een stap zette richting het matras en gedurende ongeveer 12 seconden voorover hangt boven het matras. Ik zag dat [verdachte] weer een klein stapje naar achteren deed. Ik zag dat [verdachte] gedurende ongeveer 5 seconden voorover gebogen naar het matras bleef kijken. Ik zag dat

[verdachte] drie stappen richting de lift zette terwijl hij naar het matras bleef kijken. Ik zag dat persoon twee zich plots wegdraaide en een trap op het matras gaf.

Ik zag hierna dat [verdachte] de lift instapte. Ik zag dat net voordat de liftdeur sloot, [verdachte] nog even snel door de kier van de liftdeur keek. Ik zag dat er toen op de hoek van het matras geen vlam te zien was. Ik zag ook dat er in de weerspiegeling geen vlam te zien was, maar dit beeld werd deels geblokkeerd.

Forensisch onderzoek [straatnaam] , 's-Gravenhage.

Gevaarzetting

Met de bevindingen van het PD onderzoek en de aanvullende gegevens zoals foto’s en video is het zeer aannemelijk dat er door de brand van het bed (matras, lattenbodem en bed ombouw) sprake is geweest voor gemeen gevaar voor goederen zoals genoemd in artikel 157 lid 1 Sr. en ook levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander zoals genoemd in artikel 157 lid 2 Sr.

De materialen in een matras zijn doorgaans hoofdzakelijk van polyurethaanschuim. Dit

schuim brandt snel en verspreidt veel dichte rook, vlammen en hete gassen. De rook

die hiervan afkomt kan ook hoge temperaturen hebben. Door convectie stijgt de rook

snel op, vooral in verticale ruimten zoals trappenhuizen. Hierdoor wordt het zicht

snel belemmerd. Daarnaast is de rook ook toxisch. Bij de verbranding van het

polyurethaanschuim komt koolmonoxide, kooldioxide, waterstofcyanide en roet vrij. Dit

zorgt dat de rooklaag (zeer) giftig, zuurstof verdrijvend en irriterend voor de ogen,

luchtwegen en longen is.

Het trappenhuis heeft tijdens deze brand gediend als verticale schacht en zodoende

als rookkanaal.

Een brand zorgt naast hitte, de kans op intoxicatie ook voor paniek bij mensen.

Bewoners worden geconfronteerd met een actuele en dreigende situatie en moeten in die

chaos op zoek naar een alternatieve route om te vluchten. In de flat zagen wij dat voor veel inwoners aanpassingen waren aangebracht in verband met hun beperkte mobiliteit (verhoging voor rolstoelen/rollators, elektrische deurdrangers).

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand