RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.47540
(gemachtigde: mr. B. Anik),
en
(gemachtigde: mr. M.R. Stuart).
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de asielaanvraag als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiser is het hier niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De rechtbank zal het beroep daarom ongegrond verklaren. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel voor eiser heeft.
Procesverloop
Eiser heeft op 7 februari 2024 een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vw aangevraagd. Eiser stelt van Colombiaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2002.
De minister heeft met het bestreden besluit van 30 september 2025 de aanvraag van eiser op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw, afgewezen als ongegrond en aan hem een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van vier weken.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 2 juli 2026, gelijktijdig met het beroep van mevrouw Y.T. Ramirez Motta, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, M. Gutierres als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft Colombia verlaten vanwege de algemene onveilige situatie in Colombia en de problemen met de FARC. De familie van eiser is ontheemd door de FARC toen eiser ongeveer 10 jaar oud was. In 2021 heeft eiser het land van herkomst verlaten vanwege de onveilige situatie in Colombia, onder andere veroorzaakt door de FARC. Ongeveer één tot twee jaar geleden zijn de vader van eiser, de zus van eiser en zijn zwager opnieuw verdreven van hun boerderij in San Antonio. Eiser vreest bij terugkeer naar Colombia voor willekeurig geweld en ontheemding.
Standpunten partijen
Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
- de identiteit, nationaliteit en herkomst;
- de ontheemding door de FARC.
De minister heeft - kort samengevat - de door eiser gestelde identiteit, nationaliteit, herkomst en de ontheemding door de FARC geloofwaardig geacht. De minister concludeert echter dat eiser geen vluchteling is zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Colombia een reëel risico loopt op ernstige schade. Hiertoe overweegt de minister dat eiser sinds de eerste ontheemding zonder problemen in Colombia kon verblijven. De minister heeft zich verder op het standpunt gesteld dat eiser in Colombia de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan inroepen en dit heeft nagelaten.
Eiser heeft de juistheid van het standpunt van de minister gemotiveerd betwist. Op hetgeen hij in dit verband heeft aangevoerd zal hieronder – voor zover relevant – worden ingegaan.
Heeft de minister op goede gronden vastgesteld dat in het departement [locatie] geen enkel niveau van willekeurig geweld wordt aangenomen?
Eiser voert aan dat de FARC in Colombia nog steeds actief is. Als onderbouwing daarvan heeft eiser brieven overgelegd van Vluchtelingenwerk Nederland over de veiligheidssituatie in Colombia. Op zitting heeft eiser toegelicht dat hij met de overgelegde landeninformatie beoogt te onderbouwen dat het geweld is toegenomen en niet is verdwenen in Neiva, de woonplaats van eiser en hoofdstad van het departement [locatie]. [locatie] behoort tot het departement waar de FARC actief is en de gewapende groeperingen aanzienlijk zijn gegroeid. Gedwongen ontheemding, rekrutering en afpersingen behoren tot de vaste werkwijze van de FARC, aldus eiser.
De rechtbank overweegt dat de minister in zijn beleid over Colombia voor het departement [locatie] niet aanneemt dat sprake is van (een gradatie van) willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn. In de brief van de minister van 30 januari 2025 waarin – kort gezegd – staat dat het Landgebonden beleid naar aanleiding van het ambtsbericht wordt gewijzigd, wordt het departement [locatie] niet genoemd. Dit betekent dat het beleid ten aanzien van het departement [locatie] niet wordt aangepast en geen sprake is van (een gradatie van) willekeurig geweld. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser met het overleggen van de brieven van Vluchtelingenwerk Nederland niet aannemelijk heeft gemaakt dat er voor [locatie] wel een situatie van enige mate van willekeurig geweld moet worden aangenomen. Daarbij is van belang dat in de brieven van Vluchtelingenwerk Nederland het departement [locatie] slechts één keer wordt genoemd en deze brieven verder geen concrete informatie bevatten over (de mate van) willekeurig geweld in dit departement. Het enkele gegeven dat InSight Crime in een bericht van 28 mei 2026 spreekt over criminele conflicten in [locatie] is onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van willekeurig geweld in de zin van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn. De enkele verwijzing van eiser naar de brieven van Vluchtelingenwerk Nederland leidt dus niet tot twijfel aan de juistheid van het Landgebonden beleid van de minister. De rechtbank beschikt ook ambtshalve niet over informatie die daaraan doet twijfelen. De beroepsgrond slaagt niet.
Heeft de minister op goede gronden vastgesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Colombia een reëel risico loopt op ernstige schade?
Eiser voert aan dat hij niet kan terugkeren naar Colombia. Hij loopt daar een reëel risico op ernstige schade omdat eiser eerder slachtoffer is geworden van ontheemding door de FARC. Daarbij is de familie van eiser generaties lang slachtoffer geworden van gewelddadige ontheemding. Dit patroon blijft zich herhalen. Zijn familie is na het vertrek van eiser nog verdreven. Het voorgaande maakt aannemelijk dat eiser bij terugkeer wederom slachtoffer wordt. Daarnaast is eiser slachtoffer geworden van gewelddadige overvallen. Dat de overvallen niet persoonlijk tegen eiser waren gericht doet er niet aan af dat eiser persoonlijk slachtoffer is geworden van deze daden. Het feit dat eiser eerder slachtoffer is geworden, onderschrijft de ernst van het risico dat eiser loopt in het geval van terugkeer. Eiser voert verder aan dat niet van hem kan worden verwacht dat hij bescherming van de autoriteiten vraagt. Effectieve bescherming door de autoriteiten is één van de kernproblemen in Colombia. In werkelijkheid wordt geen bescherming geboden door de autoriteiten en dat blijkt ook uit het Algemene Ambtsbericht Colombia van juni 2024, waarin gesproken wordt van een hoge mate van straffeloosheid voor wat betreft de opvolging van aangiftes, aldus eiser.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister op goede gronden geconcludeerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Colombia een reëel risico loopt op ernstige schade. Dat de minister de ontheemding door de FARC geloofwaardig heeft geacht, betekent niet dat reeds daarom sprake is van een reëel risico op ernstige schade. De minister heeft daarbij in aanmerking kunnen nemen dat de geloofwaardig geachte gebeurtenis heeft plaatsgevonden toen eiser ongeveer 10 jaar oud was en dat hij sindsdien geen persoonlijke problemen heeft ondervonden in Colombia. Nergens blijkt uit dat specifiek eiser in de negatieve aandacht staat van de FARC. Dat eiser in het verleden overvallen is op straat maakt evenmin dat sprake is van een reëel risico op ernstige schade. Hoewel het valt te betreuren dat eiser slachtoffer is geworden, was deze overval niet persoonlijk op eiser gericht. De stelling dat de ontheemding van zo’n twee jaar geleden van de vader, de zus en de zwager van eiser uit de boerderij in San Antonio aannemelijk maakt dat eiser bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade, volgt de rechtbank ook niet. De minister heeft op goede gronden geconstateerd dat de boerderij in San Antonio van eisers zwager is. Eiser heeft verklaard dat zijn familie de boerderij moest verlaten, omdat zijn zwager geen afpersingsgeld wilde betalen. De boerderij in San Antonio is verder niet te linken aan eiser. Hierbij heeft de minister kunnen betrekken dat eiser zelf niet in Colombia was ten tijde van deze ontheemding. Eiser is immers in 2021 uit Colombia vertrokken. Eiser kan terugkeren naar Neiva, waar zijn vader en moeder sinds de eerste ontheemding zonder problemen verblijven. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. Eiser heeft echter geen concrete, persoonlijke en objectieve informatie aangeleverd die aannemelijk maakt dat hij persoonlijk gevaar loopt. De rechtbank overweegt tot slot dat de door eiser aangehaalde uitspraak van 9 juni 2026 van deze rechtbank en zittingsplaats (ECLI:NL:RBDHA:2026:15584) niet tot een ander oordeel leidt, nu de daarin geschetste situatie niet vergelijkbaar is met onderhavige zaak. De beroepsgrond slaagt niet.
De rechtbank stelt vast dat de vraag of iemand bescherming kan krijgen van de autoriteiten in het land van herkomst pas aan de orde komt, wanneer die persoon aannemelijk heeft gemaakt een gegronde vrees voor vervolging te hebben of een reëel risico te lopen op ernstige schade. De rechtbank heeft reeds hierboven, onder r.o. 6.2, geoordeeld dat eiser dit niet aannemelijk heeft gemaakt. De vraag of eiser bescherming kan krijgen, behoeft daarom geen bespreking.
Tot slot
Voor zover eiser in de gronden van beroep heeft betoogd dat de overwegingen in het bestreden besluit over artikel 8 van het EVRM onjuist zijn, volgt de rechtbank eiser niet, reeds omdat niet is aangegeven waarom deze overwegingen onjuist zouden zijn.
Conclusie en gevolgen
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Hoekstra, rechter, in aanwezigheid van
mr. S. Jongmans, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.