RECHTBANK Den Haag
Team handel
zaak-/rolnummer: C/09/681084 / HA ZA 25-195
Vonnis van 30 september 2026
in de zaak van
1. [eiser sub 1] te [plaats 1] , 2. [eiser sub 2] B.V. te [plaats 1] ,3. STICHTING [eiser sub 3] te [plaats 2] ,
eisers,
eiser sub 1 hierna te noemen: [eiser sub 1] ,
eiser sub 2 hierna te noemen: [eiser sub 2] ,
eiser sub 3 hierna te noemen: [eiser sub 3] ,
hierna samen te noemen: [eisers] c.s.,
advocaat: mr. A.A.H.M. van der Wijst,
tegen
mr. [gedaagde] q.q., in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [bedrijfsnaam] B.V. voorheen te [plaats 3] ,
gedaagde,
hierna te noemen: mr. [gedaagde] q.q. of de curator.
1. Waar gaat deze zaak over?
In deze zaak vorderden [eisers] c.s. aanvankelijk (onder meer) [bedrijfsnaam] B.V. te veroordelen tot staken en gestaakt houden van inbreuk op de door [eiser sub 1] ontworpen MaMa Vaas, tot vergoeding van de daardoor geleden (en nog te lijden) schade en vernietiging van de resterende Betsy vazen. Gedurende de procedure is [bedrijfsnaam] B.V. failliet verklaard en heeft de curator de procedure overgenomen. [eisers] c.s. en de curator hebben voor de zitting een schikking getroffen die zag op de geldelijke verhaalsvorderingen. De curator heeft de vermeend inbreukmakende vazen vernietigd en [eisers] c.s. hebben hun vorderingen ingetrokken, behalve twee verklaringen voor recht. De rechtbank oordeelt dat [eisers] c.s. gezien het faillissement en de schikking onvoldoende belang hebben bij de verklaringen voor recht, waardoor zij niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen.
2. De procedure
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- het vonnis in incident van 6 augustus 2025 en de daarin genoemde stukken;
- het herstelvonnis in incident van 20 augustus 2025;
- de conclusie van antwoord van 17 september 2025, met producties 1 tot en met 6;
- de akte aanvullende producties 24 tot en met 27 van [eisers] c.s.;
- de akte wijziging van eis, met aanvullende producties 28 en 29 van [eisers] c.s.;
- de akte van 19 augustus 2026 van [eisers] c.s.
De mondelinge behandeling heeft op 19 augustus 2026 plaatsgevonden. [eisers] c.s. hebben tijdens de mondelinge behandeling de zaak nader toegelicht. De curator was niet aanwezig. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat [eisers] c.s. tijdens de zitting hebben gezegd.
3. De feiten
[eiser sub 1] heeft in 1998 de MaMa vaas ontworpen, die op basis van een exclusieve licentie in verschillende kleuren wordt geproduceerd en verkocht door atelier [eiser sub 3] . Hieronder is ter illustratie een afbeelding van de MaMa vaas weergegeven:
[eiser sub 2] is de onderneming waarmee [eiser sub 1] zijn ontwerpen exploiteert.
[bedrijfsnaam] B.V. bood sinds 2021 onder de naam ‘Vase Betsy’ of ‘Betsy vaas’ vazen in verschillende kleuren aan (hierna: de Betsy vaas). Hieronder is ter illustratie een afbeelding van de Betsy vaas weergegeven:
Op 21 juli 2021 heeft [naam] namens [bedrijfsnaam] B.V. een onthoudingsverklaring getekend waarin [bedrijfsnaam] B.V. verklaart dat zij inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten op de MaMa vaas door het aanbieden van de Betsy vaas en dat zij deze inbreuk zal staken en gestaakt zal houden op straffe van een direct opeisbare boete van € 500,- per keer dat hiermee in strijd wordt gehandeld en voor iedere dag dat dit handelen voortduurt.
In 2023 heeft [bedrijfsnaam] B.V. opnieuw voornoemde Betsy vazen aangeboden.
Op 20 juli 2023 hebben [eisers] c.s. [bedrijfsnaam] B.V. gesommeerd de inbreuk te staken en de verbeurde boetes te voldoen. Hierop is niet gereageerd.
In 2024 heeft [bedrijfsnaam] B.V. opnieuw voornoemde Betsy vazen aangeboden.
Op 10 december 2024 hebben [eisers] c.s. [bedrijfsnaam] B.V. gesommeerd de inbreuk te staken en de verbeurde boetes uit 2023 en 2024 te voldoen. Op 12 december 2024 heeft [bedrijfsnaam] B.V. betwist dat sprake is van inbreuk en gesteld dat geen boetes zijn verbeurd omdat de onthoudingsverklaring niet is ondertekend door een rechtsgeldige vertegenwoordiger. [bedrijfsnaam] B.V. is de voornoemde Betsy vazen blijven aanbieden.
Op 30 december 2025 is het faillissement van [bedrijfsnaam] B.V. uitgesproken. De curator heeft de zaak overgenomen.
[eisers] c.s. en de curator hebben een schikking bereikt met betrekking tot de geldelijke verhaalsvorderingen. Partijen hebben afgesproken dat de (advocaat van de) curator zich zou onttrekken aan de procedure, dat de curator geen verweer zou voeren en dat de resterende Betsy vazen zouden worden vernietigd. Daartegenover zouden [eisers] c.s. de proceskosten niet verhalen op de boedel indien zij in het gelijk zouden worden gesteld en vorderingen III tot en met XI, zoals weergegeven in 2.8 van het vonnis in incident, intrekken.
4. Het geschil
[eisers] c.s. vorderen – zakelijk weergegeven en na wijziging van eis – (I) te verklaren voor recht dat de MaMa vaas auteursrechtelijk beschermd is en (II) te verklaren voor recht dat het auteursrecht op de MaMa vaas toekomt aan [eiser sub 1] .
Aan hun vorderingen leggen [eisers] c.s. het volgende ten grondslag. De MaMa vaas is een uniek ontwerp dat in 1998 door [eiser sub 1] is ontworpen. Hij heeft daarbij bewuste keuzes gemaakt in de compositie. De MaMa vaas is daarmee auteursrechtelijk beschermd en [eiser sub 1] is de auteursrechthebbende.
[eisers] c.s. hebben belang bij de gevorderde verklaringen voor recht. Ten aanzien van vordering (I) dat de MaMa vaas auteursrechtelijk beschermd is, is hun belang onder meer dat zij buiten deze procedure rechtszekerheid over hun rechtspositie hebben. Daarnaast stellen [eisers] c.s. dat zij een herhaalde betwisting van de auteursrechtelijke bescherming door [bedrijfsnaam] B.V. (dan wel haar (middellijke) bestuurder) in toekomstige situaties willen voorkomen. Niettegenstaande het faillissement van [bedrijfsnaam] B.V. vrezen [eisers] c.s. dat de inbreukmakende vazen in een later stadium door [bedrijfsnaam] B.V. of gelieerde personen te koop zullen worden aangeboden. De kans dat dat gebeurt, achten [eisers] c.s. reëel, gelet op het feit dat [bedrijfsnaam] B.V. de Betsy vazen eerder meerdere malen te koop heeft aangeboden. Bovendien is de mogelijkheid van schade onbetwistbaar. Wat betreft de gevorderde verklaring voor recht (II) dat het auteursrecht op de MaMa vaas aan [eiser sub 1] toekomt, stellen [eisers] c.s. dat de verklaring noodzakelijk is om rechtszekerheid te krijgen over het makerschap en de exploitatiestructuur, wat van belang kan zijn voor de licentieovereenkomsten tussen [eiser sub 1] en [eiser sub 3] . Nu het makerschap niet vaststaat, zou deze licentieovereenkomst een lege huls zijn. Daarnaast willen [eisers] c.s. ook voorkomen dat [bedrijfsnaam] B.V. zich in de toekomst kan verweren tegen de stelling dat het makerschap bij [eiser sub 1] ligt. Daarbij komt ook nog dat het bewijsvermoeden van artikel 4 Auteurswet door [bedrijfsnaam] B.V. is aangevallen, waardoor eisers verder stellen belang te hebben bij bevestiging van het makerschap.
De curator concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] c.s. met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] c.s. in de kosten van deze procedure. De curator betwist daartoe dat de MaMa vaas een auteursrechtelijk beschermd werk is en dat [eiser sub 1] de maker is.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5. De beoordeling
[eisers] c.s. vorderen na wijziging van eis uitsluitend nog verklaringen voor recht. Zij dienen daarom aan te tonen dat zij daarbij voldoende belang hebben. Zij zijn daar niet in geslaagd. Gezien het faillissement van [bedrijfsnaam] B.V. en de schikking tussen [eisers] c.s. en de curator, hebben [eisers] c.s. onvoldoende belang bij de gevorderde verklaringen voor recht.
Verklaringen voor recht moeten namelijk in ieder geval strekken tot het op bindende wijze vaststellen van het bestaan of preciseren van de inhoud van een rechtsverhouding tussen procespartijen. In dit geval dus tussen [eisers] c.s. en de curator. Dit betekent dat, anders dan [eisers] c.s. hebben gesteld, rechtszekerheid over de rechtspositie van [eisers] c.s. buiten de onderhavige procedure om jegens derden en waarborging van de exploitatiestructuur tussen [eiser sub 1] en [eiser sub 3] onderling geen belang opleveren voor de gevorderde verklaringen.
[bedrijfsnaam] B.V. is failliet verklaard, waarna de curator in het geding is verschenen, het proces heeft overgenomen en [bedrijfsnaam] B.V. van rechtswege buiten het geding is geraakt (artikel 28 lid 2 van de Faillissementswet). Daarmee is de curator in plaats van [bedrijfsnaam] B.V. als procespartij getreden. Herhaalde (en daarmee toekomstige) betwisting of inbreuk door [bedrijfsnaam] B.V. of diens bestuurder levert derhalve geen belang op, omdat zij geen partij (meer) zijn bij deze procedure.
Indien een verklaring voor recht wordt gevorderd dat aansprakelijkheid bestaat voor schade, dient de rechter ervan uit te gaan dat eisers daarbij belang hebben als de mogelijkheid van schade aannemelijk is. De door [eisers] c.s. gevorderde verklaringen voor recht zien echter op het vaststellen van de auteursrechtelijke bescherming van de MaMa vaas en de auteursrechthebbende daarvan. Zij betreffen niet de vaststelling van inbreuk of aansprakelijkheid voor schade. Voornoemd uitgangspunt is, anders dan [eisers] c.s. betogen, in deze zaak dus niet van toepassing.
Partijen hebben tot slot een schikking bereikt met betrekking tot, zo stellen [eisers] c.s., de geldelijke verhaalsvorderingen. Bovendien zijn de resterende Betsy vazen in dat kader door de curator vernietigd, waardoor herhaalde (en daarmee toekomstige) (vermeende) inbreuk door de curator niet mogelijk is. Uit de schikking kan de rechtbank niets anders afleiden dan dat er tussen [eisers] c.s. en de curator geen sprake meer is van enig geschil. Gelet hierop is onvoldoende duidelijk welke rechtsgevolgen kunnen worden verbonden aan de gevorderde verklaringen voor recht in de huidige rechtsverhouding tussen [eisers] c.s. en de curator. Daarom is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat [eisers] c.s. voldoende belang hebben bij de gevraagde verklaringen voor recht.
Voorgaande leidt tot de conclusie dat [eisers] c.s. niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen.
[eisers] c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De curator heeft niet verzocht om proceskostenveroordeling op basis van 1019h Rv. De proceskosten worden dus op basis van het liquidatietarief berekend. De proceskosten van de curator worden begroot op:
- griffierecht
€
2.995,00
- salaris advocaat
€
554,00
(1 punt × € 554,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
3.738,00
6. De beslissing
De rechtbank
verklaart [eisers] c.s. niet-ontvankelijk in hun vorderingen,
veroordeelt [eisers] c.s. in de proceskosten van € 3.738,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eisers] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.T.H. Janssen en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026.