ECLI:NL:RBDHA:2026:28684

ECLI:NL:RBDHA:2026:28684

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer C/09/711388 / FA RK 26-8644
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

I. Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf II. Afwijzing machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling Wzd

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[cliënt] ,

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/711388 / FA RK 26-8644 en C/09/711374 / FA RK 26-8638

Datum beschikking: 26 augustus 2026

I. Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf

II. Afwijzing machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

Beschikking naar aanleiding van de door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoeken tot het verlenen van een rechterlijke machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd) en een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

hierna te noemen: cliënt,

geboren op [geboortedatum] 1940 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende in de [accommodatie] , [plaats 1] ,

advocaat: mr. R.G. van der Laan te Leiden.

Procesverloop

Bij verzoekschrift I inzake de rechterlijke machtiging, ingekomen ter griffie op 21 augustus 2026, zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 11 maart 2026;

- een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 19 augustus 2026;

- een op 19 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [arts 1] , die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was.

Bij verzoekschrift II inzake de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling, ingekomen ter griffie op 21 augustus 2026, zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de gemeente Katwijk van 20 augustus 2026;

- de op 20 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [arts 2] , die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij zijn behandeling betrokken was.

De mondelinge behandeling van de verzoeken heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- cliënt, bijgestaan door zijn advocaat;

- de arts, [arts 3] ;

- de eerst verantwoordelijke verzorgende, [verzorgende] .

Standpunten ter zitting

Namens cliënt is door de advocaat ter zitting naar voren gebracht dat een artikel 21 procedure wellicht passender is aangezien het verzet van cliënt minimaal aanwezig is. Cliënt is weliswaar wat onrustig als er familie op bezoek is geweest, maar hij is dan goed te begeleiden en verder rustig aanwezig.

Door de arts is naar voren gebracht dat door de rust en de structuur in de accommodatie, cliënt over het algemeen rustig aanwezig is. Cliënt kan wel boos reageren als hij iets wil. Ook is er sprake van nachtelijke onrust waarbij hij meerdere malen naar de gang gaat. Als er familie op bezoek is geweest, is cliënt ook onrustig en rammelt hij aan deuren. Hij eet en drinkt redelijk en hij laat zich goed helpen bij de ADL-verzorging. Door zijn afasie in combinatie met een [dialect] , is het lastig om goed met cliënt te communiceren. Morgen wordt cliënt overgeplaatst naar [plaats 2] . Vanwege de onrust en het rammelen aan de deuren, is de arts van mening dat een machtiging de komende periode nog nodig is.

Door de eerst verantwoordelijke verzorgende is naar voren gebracht dat het lastig is om met cliënt te communiceren, maar dat als cliënt iets wil, hij dit duidelijk laat merken. Sommige zorgmedewerkers kunnen in het [dialect] een klein beetje met cliënt praten. Uit die gesprekken blijkt niet hoe cliënt zijn verblijf in de accommodatie vindt.

Beoordeling bij verzoekschrift I

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening te weten uitgebreide neurocognitieve stoornis in het kader van dementie, een gemengd type (Alzheimer en vasculair).

Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:

– ernstig lichamelijk letsel;

– ernstige psychische schade;

– ernstige verwaarlozing;

– maatschappelijke teloorgang;

– de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Cliënt is volledig afhankelijk van de hulp van zijn echtgenote. Er is sprake van nachtelijke onrust waarbij de echtgenote cliënt steeds in de gaten moet houden en zij zelf nauwelijks aan rust toe komt. Cliënt moet meerdere malen per nacht plassen maar urineert vanwege zijn verwardheid over de badkamervloer. Cliënt kan verbaal agressief reageren naar de echtgenote, heeft woedeaanvallen en kan dreigend overkomen. Hij ging naar dagbesteding waardoor de echtgenote wat werd ontlast. Cliënt heeft echter aangegeven dat hij niet meer naar dagbesteding toe wil waardoor de druk op echtgenote is toegenomen. De thuiszorg kan de zorg in de nachten niet opvangen. Concluderend vindt de rechtbank de opname noodzakelijk omdat de echtgenote de 24-uurs zorg niet meer aankan en de inzet van de thuiszorg niet meer toereikend is.

De opname en het verblijf in een accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.

Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf in een accommodatie. Alhoewel cliënt vanwege de afasie moeilijk uit zijn woorden komt, stelt de rechtbank vast dat er sprake is van verzet. Ter zitting is toegelicht dat cliënt regelmatig onrustig is en aan de deuren rammelt. Uit de stukken blijkt ook dat cliënt eerder heeft aangegeven dat hij niet opgenomen wil worden in een verpleeghuis en dat hij duidelijk “nee” heeft aangegeven over een opname. Nu het lastig is om met cliënt een gesprek aan te gaan, gaat de rechtbank uit van vooral zijn gedragingen en die laten verzet zien. Daarbij zal cliënt de komende periode worden overgeplaatst naar een ander verpleeghuis en dit zal ook de nodig onrust met zich mee kunnen brengen.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.

Beoordeling verzoekschrift II

Nu door toewijzing van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf is voorzien in een maatregel ter afwending van het ernstig nadeel, is er geen grondslag meer voor toewijzing van het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling. Dit verzoek wordt dan ook afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling af;

verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:

[cliënt] ,

geboren op [geboortedatum] 1940 te [plaats 2] ,

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 februari 2027.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.J.L. van der Waals

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand