RECHTBANK DEN HAAG
Opvolgende rechterlijke machtiging
[de cliënt],
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/710566 / FA RK 26-8142
Datum beschikking: 26 augustus 2026
Beschikking naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een opvolgende machtiging voor de duur van een jaar als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1930 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling], [plaats],
advocaat: mr. A. Alam-Khan te Delft.
ProcesverloopHet procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 5 augustus 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 17 februari 2026;
- de aanvraag voor een opvolgende machtiging aan het CIZ van 29 juli 2026;
- de op 24 juli 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1], die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was;
- het zorgplan van 29 juli 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- de advocaat van cliënt;
- de behandelaar, [naam 2].
De rechtbank stelt vast dat het niet mogelijk is om cliënt te horen. De rechtbank heeft geprobeerd een gesprek aan te gaan met cliënt. Cliënt heeft hierbij meerdere malen benoemd dat de rechtbank niet welkom is en verder was het gesprek niet goed te volgen. Het was ook duidelijk dat cliënt erg onrustig was. De rechtbank heeft daarom de mondelinge behandeling zonder aanwezigheid van cliënt voortgezet.
Standpunten ter zitting
De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Zij heeft geprobeerd contact te maken met cliënt, maar dat is haar niet gelukt.
De behandelaar heeft naar voren gebracht dat cliënt intensieve 24-uurs zorg nodig heeft met veel 1-op-1 begeleiding. Vanwege de hoge zorgvraag, is er een hogere indicatie voor cliënt aangevraagd. Cliënt is onder behandeling geweest bij [zorginstantie] in het verleden. Hierbij is geprobeerd om het toestandsbeeld te verbeteren met antipsychotica, maar dit hielp onvoldoende en leverde valgevaar op. Cliënt blijft zich verzetten tegen haar verblijf in de accommodatie waarbij zij naar de uitgang blijft lopen.
Beoordeling
Op 12 maart 2026 door de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie verleend tot en met 12 september 2026.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten een uitgebreide neurocognitieve stoornis met gemengde etiologie: waarschijnlijk Lewy Body dementie en vasculaire dementie.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
– ernstig lichamelijk letsel;
– ernstige verwaarlozing;
– maatschappelijke teloorgang.
Cliënt is naast haar dementie ook psychotisch waarbij zij met mensen spreekt die er niet zijn. Gedurende de opname is er sprake van zeer gebrekkige zelfzorg. Er is geen enkel ziekte-inzicht waardoor cliënt in de veronderstelling is dat zij geen hulp nodig heeft en denkt het allemaal nog zelf te kunnen. Zij is regelmatig vervuild, zij draagt vuile kleding en ruikt naar urine. Cliënt heeft een toenemende intensieve zorgbehoefte waarbij veel 1-op-1 begeleiding noodzakelijk is.
De voortzetting van het verblijf in een accommodatie is noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie. Cliënt wil naar huis en loopt regelmatig richting de uitgang van het verpleeghuis. Door de toenemende hulpbehoevendheid is de rechtbank van oordeel dat terugkeer naar huis niet mogelijk is.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een opvolgende machtiging tot voortzetting van het verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van een jaar.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een opvolgende machtiging tot voortzetting van het verblijf in een accommodatie ten aanzien van:
[de cliënt],
geboren op [geboortedatum] 1930 te [geboorteplaats],
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 augustus 2027.