[eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. J.M. Bell),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Inleiding
In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van verweerder van 17 augustus 2026.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
1. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Eiser heeft namelijk de gronden van beroep niet vermeld en heeft dit verzuim niet tijdig hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
2. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3. Eiser heeft de gronden van het beroep niet vermeld. De rechtbank heeft eiser in haar bericht van 8 september 2026 verzocht om binnen drie werkdagen dit verzuim te herstellen. Eiser heeft binnen de geboden termijn geen gronden ingediend en deze gronden zijn nog altijd niet ontvangen. Eiser heeft de beroepsgronden dus niet tijdig vermeld.
4. Eiser heeft geen reden gegeven voor het verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor deze verzuimen gebleken.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 25 september 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.