RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummers:
I. C/09/709939 / JE RK 26-1343
II. C/09/710856 / JE RK 26-1449
III. C/09/711143 / JE RK 26-1482
Datum uitspraak: 28 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaken van
Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
in zaak I over,
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,
[de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2019 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 3] ,
en in zaak II en III over [de minderjarige 1].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. J.M. Jonkers uit Baarn.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter heeft bij beschikking van 18 augustus 2026 een spoedmachtiging verleend om [de minderjarige 1] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 18 augustus 2026 tot 1 september 2026 en heeft het verzoek om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van vier maanden, aangehouden tot de mondeling behandeling van 28 augustus 2026.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift (I) met bijlagen, ontvangen op 27 juli 2026;
het verzoekschrift (II) met bijlagen, ontvangen op 12 augustus 2026;
het verzoekschrift (III) met bijlagen, ontvangen op 18 augustus 2026;
het standpunt van de vader met bijlagen van 28 augustus 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2026. Daarbij waren het eerste deel aanwezig, waarin verzoek II en III en het gedeelte dat ziet op [de minderjarige 1] van verzoek I zijn behandeld:
- [de minderjarige 1] met zijn advocaat;
de moeder;
de vader met zijn advocaat, via een digitale verbinding;
[naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
Vervolgens hebben [de minderjarige 1] en zijn advocaat de zittingszaal verlaten en heeft de kinderrechter met de overige aanwezigen het verzoek (I) ten aanzien van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] behandeld.
2. De feiten
Het huwelijk van de ouders is door echtscheiding ontbonden.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] .
[de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] wonen bij de moeder.
[de minderjarige 1] verblijft in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, te weten bij [accommodatie] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 september 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] verlengd tot 6 september 2026.
3. Het verzoek
Verzoek tot ondertoezichtstelling [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3]
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek – samengevat en zakelijk weergegeven – als volgt gemotiveerd. [de minderjarige 1] is afgelopen jaar weer bij zijn moeder en zusjes gaan wonen. Vanaf dit moment zijn de incidenten in de thuissituatie weer verder toegenomen in frequentie en ernst. Er zijn zorgen over zijn emotieregulatie, cannabisgebruik en het plegen van strafbare feiten. De problematiek van [de minderjarige 1] legt een grote druk op het gezinssysteem. Hiermee worden [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] ook belast. Daarnaast wordt gezien dat de communicatie tussen de ouders nog steeds gespannen is. Het lukt de ouders niet om duurzaam en zelfstandig gezamenlijk uitvoering te geven aan het ouderschap en daarom is hulp geïndiceerd van Kind en Scheiding. Deze hulp moet nog starten. Daarbij lopen de contactmomenten de afgelopen periode ook moeizaam en heeft de vader de laatste vier contacten met de kinderen afgezegd. [de minderjarige 1] heeft daarnaast zelf recent te kennen gegeven zijn vader niet meer te willen zien. Verder is het ook voor de emotionele veiligheid van de kinderen noodzakelijk dat de vader het huiselijk geweld en de impact daarvan erkent. De gecertificeerde instelling is van mening dat zonder hun regie de noodzakelijke hulpverlening onvoldoende van de grond komt. Daarnaast is het belangrijk dat zij nog betrokken blijven om ook de contactmomenten te monitoren en te sturen. Volgens de gecertificeerde instelling bestaat het risico dat zonder hun regie de spanningen tussen de ouders zullen toenemen, waardoor de kinderen geen positief en onbelast contact kunnen hebben met de ouders en niet tot emotionele ontwikkeling komen.
Verzoek tot gesloten machtiging [de minderjarige 1]
Daarnaast verzoekt de gecertificeerde instelling (verzoek II) een machtiging te verlenen om [de minderjarige 1] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier maanden. Doordat de expiratiedatum van de vorige machtiging gesloten jeugdhulp afliep, voordat het nieuwe verzoek op zitting kon worden behandeld, heeft de gecertificeerde instelling een (spoed) verzoek voor een machtiging gesloten jeugdhulp ingediend en daarin opnieuw verzocht om aansluitend aan de spoedmachtiging een (reguliere) machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van vier maanden (verzoek III). Dit verzoek heeft de gecertificeerde instelling gehandhaafd en zij heeft verzoek II ingetrokken.
Volgens de gecertificeerde instelling is het noodzakelijk dat [de minderjarige 1] nog langer op [accommodatie] blijft. Voordat [de minderjarige 1] op [accommodatie] verbleef, waren er ernstige zorgen over agressie en grensoverschrijdend gedrag dat [de minderjarige 1] liet zien in de thuissituatie. Naast de reeds hierboven genoemde zorgen over drugsgebruik en het in aanraking komen met politie, kon hij ook in huis een dreigende houding aannemen tegenover de moeder en de zusjes. Daarnaast ging zijn schoolgang achteruit en lukte het [de minderjarige 1] niet meer om zich goed aan het signaleringsplan te houden. Daarbij zijn er zorgen over zijn gewetensontwikkeling en antisociale opvattingen. Ook de afgelopen weken zijn er bij [accommodatie] incidenten geweest van geweld. Door [de minderjarige 1] zijn onttrekking aan het gezag en hulpverlening, zijn impulsiviteit en de negatieve beïnvloeding door jongeren - die veel op straat hangen en strafbare feiten plegen - is een open setting nog te risicovol. Op dit moment is vanuit [accommodatie] het FAST-traject van de Waag gestart. Dit is intensieve systemische therapie, gericht op het verbeteren van de veiligheid in de thuissituatie en waarin teruggewerkt zal worden naar een terugplaatsing van [de minderjarige 1] bij de moeder. Dit is nog in de beginfase, maar de Waag denkt dat binnen twee tot drie maanden gewerkt kan worden aan een veilige en verantwoorde terugplaatsing bij moeder. Daarnaast kan [de minderjarige 1] de behandelingen die hij al volgde bij de Waag gericht op emotieregulatie en trauma blijven volgen vanuit [accommodatie] . Verder is [de minderjarige 1] aangemeld voor een forensisch coach vanuit E25. Volgens de gecertificeerde instelling is een langere plaatsing bij [accommodatie] nodig om ervoor te zorgen dat voorgaande hulp ingezet en voortgezet kan blijven worden en het beter zal gaan met [de minderjarige 1] .
Ter zitting heeft de gecertificeerde instelling daarbij toegelicht dat een verblijf van [de minderjarige 1] bij de vader op dit moment niet passend is. [de minderjarige 1] heeft te maken gehad met huiselijk geweld in de thuissituatie. Daarbij zullen bepaalde zaken die niet goed gaan bij de moeder ook niet goed gaan bij de vader. [de minderjarige 1] heeft hulp nodig en binnen de setting van [accommodatie] kan hem die hulp worden geboden. Daarnaast heeft [de minderjarige 1] ook al een tijd geen contact gehad met de vader. De laatste keer dat [de minderjarige 1] de vader zag, heeft de vader belastende uitspraken gedaan richting [de minderjarige 1] .
4. De standpunten
De moeder heeft ter zitting te kennen gegeven dat zij kan instemmen met het verzochte. De zorgen ten aanzien van [de minderjarige 1] zijn duidelijk en daarvoor blijft een ondertoezichtstelling noodzakelijk. Daarnaast is het volgens de moeder ook belangrijk dat de ondertoezichtstelling voor [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] blijft. Het gaat in principe goed met hen, maar het is in het kader van de omgang met de vader nog wel belangrijk dat de gecertificeerde instelling betrokken blijft. Ook kan de moeder instemmen met de gesloten plaatsing van [de minderjarige 1] bij [accommodatie] . Dit is een hele verdrietige en moeilijke keuze, maar volgens de moeder is het voor de bescherming van [de minderjarige 1] wel noodzakelijk. Daarnaast hebben de eerste gesprekken vanuit het FAST-traject plaatsgevonden. Dit zijn tot nu toe fijne gesprekken en de moeder kijkt positief tegen dit traject aan. Om dit traject zorgvuldig te doen, zijn volgens de moeder ook wel de verzochte vier maanden voor de gesloten plaatsing nodig.
Door en namens de vader is (deels) verweer gevoerd tegen het verzochte. Ten aanzien van de ondertoezichtstelling voor alle drie de kinderen kan de vader instemmen. Het is volgens de vader belangrijk dat er wordt toegezien op de kinderen en wordt meegekeken in de thuissituatie bij de moeder. De vader heeft namelijk ernstige zorgen over de opvoed- en leefsituatie van de kinderen bij de moeder. Ten aanzien van de uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] , is de vader van mening dat [de minderjarige 1] weer bij hem moet komen wonen. Een verblijf bij de vader is een concreet en beschikbaar alternatief voor een plaatsing buiten het gezin. Als er een passend alternatief is, dan moet bij voorkeur dit alternatief worden gekozen. De vader is bereid en in staat om de dagelijkse verzorging van [de minderjarige 1] op zich te nemen. De vader heeft op dit moment de tijd en ruimte om te bieden aan [de minderjarige 1] wat hij nodig heeft. Volgens de vader heeft [de minderjarige 1] een grote behoefte aan structuur en stabiliteit en dat kan de vader bieden. Hij heeft een rustige omgeving nodig, met weinig prikkels, weg uit het criminele circuit, waar hij kan sporten en stap voor stap weer terug naar school kan gaan. Hij zal hier minder vrijheid hebben dan in de situatie bij de moeder. Daarbij accepteert de vader ook al het toezicht, begeleiding en hulpverlening die nodig wordt geacht als [de minderjarige 1] bij hem verblijft. Ten slotte heeft de rechtbank al in september 2025 overwogen dat als een thuisplaatsing bij de moeder niet veilig gerealiseerd zou kunnen worden, naar een plaatsing bij de vader moest worden gekeken. De vader heeft er geen vertrouwen in als [de minderjarige 1] weer terug gaat naar de moeder. Dit is al meermaals verkeerd gelopen en [de minderjarige 1] is alleen maar verder afgegleden. Eveneens heeft de vader geen vertrouwen in de plek bij [accommodatie] . Dit is een plek met veel prikkels en de vader denkt dat deze plek alleen maar schadelijk voor [de minderjarige 1] zal zijn.
5. De beoordeling
Verlenging ondertoezichtstelling [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3]
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
Naar het oordeel van de kinderrechter is er nog steeds sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige 1] . Het afgelopen jaar zijn de zorgen over het zelfbepalende en grensoverschrijdende gedrag van [de minderjarige 1] – in de thuissituatie, maar ook op straat door middel van het plegen van strafbare feiten - alleen maar verder toegenomen. Duidelijk is dat dit een grote weerslag heeft op het gezin. Daarbij lijken de ouders ook een andere visie te hebben op wat [de minderjarige 1] nodig heeft en waar hij moet verblijven om tot een verbetering van de situatie te komen. De kinderrechter vindt het daarom noodzakelijk dat er nog een jeugdbeschermer betrokken blijft die zicht kan houden op de ontwikkeling van [de minderjarige 1] en regie kan voeren over de voor hem noodzakelijke hulpverlening. Daarbij is er naar het oordeel van de kinderrechter ook nog steeds sprake van een ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . Het is positief om te horen dat het in principe goed gaat met [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . Daarentegen heeft de kinderrechter ook nog wel zorgen. Zo heeft de problematiek van [de minderjarige 1] – dan wel indirect – invloed op [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . Daarnaast zal er de komende periode wederom teruggewerkt worden naar thuisplaatsing van [de minderjarige 1] bij de moeder (en dus [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] ), waardoor er opnieuw een nieuwe dynamiek in de thuissituatie zal zijn. Het is belangrijk dat dit goed wordt begeleid en dat daarbij ook zicht is op de invloed die dit heeft op [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . Verder is het belangrijk dat de gecertificeerde instelling nog regie kan blijven voeren over de contactmomenten van alle drie de kinderen en de vader. De afgelopen maanden zijn de contactmomenten verschillende keren niet doorgegaan en hier ervaren [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] last van. Daarbij is de verstandhouding en communicatie tussen de ouders moeizaam en ingewikkeld. Naar het oordeel van de kinderrechter is het daarom noodzakelijk dat de jeugdbeschermer – als onafhankelijk persoon – nog betrokken blijft en regie en zicht kan houden op het contact tussen de vader en de kinderen, waarbij zij het belang van de kinderen altijd voorop stelt. Gezien het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van alle drie de kinderen verlengen voor de verzochte duur van één jaar.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Machtiging gesloten jeugdhulp [de minderjarige 1]
De kinderrechter is daarnaast van oordeel dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [de minderjarige 1] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige 1] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.De kinderrechter machtigt daarom de gecertificeerde instelling om [de minderjarige 1] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier maanden.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Het is de afgelopen maanden niet gelukt om een veilige en stabiele opvoedsituatie bij de moeder te creëren. Er zijn ernstige zorgen over toenemend delictgedrag, blowen, escalaties in de thuissituatie en de schoolgang van [de minderjarige 1] . [de minderjarige 1] lijkt steeds verder af te glijden en vast te lopen op verschillende ontwikkelingsgebieden. Naar het oordeel van de kinderrechter lukt het onvoldoende om in de thuissituatie het risicovolle gedrag van [de minderjarige 1] te begrenzen en de veiligheid van hem en de mensen om hem heen te waarborgen. Ook een open groep zal dit onvoldoende kunnen bieden, nu [de minderjarige 1] zich onttrekt aan het gezag van een ouder of begeleider en daarnaast beïnvloedbaar is voor het negatieve gedrag van andere jongeren. Naar het oordeel van de kinderrechter zijn de kaders van geslotenheid noodzakelijk en geschikt om de negatieve spiraal waarin [de minderjarige 1] zit te doorbreken en de noodzakelijke hulpverlening in te zetten. Het is goed om te horen dat het FAST-traject is gestart en dat daarmee gewerkt wordt aan het verbeteren en veiliger maken van de thuissituatie bij de moeder. De kinderrechter spreekt daarbij de hoop uit dat dit daadwerkelijk gaat leiden tot een fundamentele verandering voor [de minderjarige 1] en de rest van het gezin. Anders dan de vader is de kinderrechter van mening dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden dan een gesloten plaatsing om de problemen van [de minderjarige 1] te behandelen. De kinderrechter ziet een plaatsing bij de vader op dit moment niet als een reële optie. Daarin neemt de kinderrechter mee dat de vader de afgelopen maanden geen contact heeft gehad met [de minderjarige 1] en ook zeer beperkt betrokken is geweest in zijn leven. De vader laat hierin een ambivalent beeld zien, waarin hij zegt sterk betrokken te zijn, maar aan de andere kant terugtrek gedrag laat zien en bijvoorbeeld niet naar de contactmomenten met de kinderen komt. Verder zijn er ook vanuit de gecertificeerde instelling en de moeder zorgen geuit over eventuele vormen van mishandelingen in het verleden tussen de vader en [de minderjarige 1] . Hoewel dit door de vader wordt betwist, is de kinderrechter van oordeel dat hier nog wel naar gekeken dient te worden, voordat een plaatsing bij de vader zou worden overwogen. Dit laat onverlet dat de kinderrechter wel vindt dat de komende tijd onderzocht moet worden, als een eventuele terugplaatsing bij de moeder opnieuw niet goed gaan, wat de rol van vader in de toekomst kan zijn en in hoeverre hij aan de behoeften van [de minderjarige 1] kan voldoen. Gelet op het FAST-traject en de verdere hulpverlening die nog ingezet moet worden is naar het oordeel van de kinderrechter een termijn van vier maanden voor de plaatsing passend. Het is immers van belang dat een terugplaatsing zo zorgvuldig mogelijk gebeurt, zodat deze terugplaatsing ook duurzaam en bestendig is.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] tot 6 september 2027;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
verleent een machtiging om [de minderjarige 1] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 28 augustus 2026 tot 28 december 2026;
stelt vast dat er ten aanzien van verzoek II niets meer te beslissen valt.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2026 door mr. J. Visser, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S.L.G. van Otterlo als griffier, en op schrift gesteld op 15 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.