ECLI:NL:RBDHA:2026:28478

ECLI:NL:RBDHA:2026:28478

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-08-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer C/09/698712 / JE RK 26-163
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verlenging van een ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/09/698712 / JE RK 26-163

Datum uitspraak: 28 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2023 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] ,

hierna ook tezamen te noemen: de kinderen.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. N. Schiettekatte uit Rotterdam,

[de oma (mz)] ,

hierna te noemen: de oma moederszijde,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1. Het verdere verloop van de procedure

Bij beschikking van 5 maart 2026 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 12 september 2026 en het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing afgewezen. Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling is voor het overige aangehouden.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de voornoemde beschikking van 5 maart 2026, en de daarin genoemde stukken;

- de schriftelijke update van de gecertificeerde instelling van 20 augustus 2026, met bijlagen.

Op 28 augustus 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:

[naam 1] namens de gecertificeerde instelling;

de moeder en haar advocaat;

- de oma moederszijde.

2. De feiten

Voor een overzicht van de feiten verwijst de kinderrechter daar de beschikking van 5 maart 2026.

3. Het verzoek

De gecertificeerde instelling handhaaft het verzoek verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de resterende duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De afgelopen periode heeft de moeder goede stappen gezet. De kinderen verblijven nu voor het grootste deel bij de moeder en er worden geen zorgen gezien over haar opvoedvaardigheden. Het contact en samenwerking met de oma moederszijde is verbeterd en de oma moederszijde heeft de moeder ontlast tijdens de zwangerschap van [naam 2] . Ook is de situatie met de vader rustiger geworden en er is met de vader een omgangsregeling afgesproken, waarbij de kinderen de vader één keer per maand ziet. Dit zal in september 2026 van start gaan. Na de terugval in haar lachgasgebruik, heeft de moeder ook hulp gezocht bij [zorginstantie] , waarbij is aangegeven dat het gebruik niet op de voorgrond staat maar (met name) de emotieregulatie van de moeder. De moeder heeft aangegeven in behandeling te gaan voor fibromyalgie, waar ook haar emotieregulatie aan bod zal komen. Verder ontvangt de moeder hulpverlening voor haar schuldenproblematiek, heeft zij huishoudelijk hulp vanuit de gemeente, is het gezin aangemeld voor VUHP en voor Infant Mental Health (hierna: IMH), wat naar verwachting binnen vier weken van start kan gaan. De gecertificeerde instelling vindt het belangrijk om de komende tijd nog betrokken te blijven zodat wordt gemonitord of de moeder de benodigde hulpverlening aangaat en zodat er afspraken worden gemaakt over opvoeding en verzorging van de kinderen, nu de kinderen behoefte hebben aan duidelijkheid. Daarnaast zal worden gewerkt aan een afsluiting van de ondertoezichtstelling.

4. De standpunten

De moeder heeft zich niet verzet tegen het verzochte. De moeder wenst dat er wordt gewerkt aan een (volledige) thuisplaatsing van de moeder, met een passende rol voor de oma moederszijde. Er is voldoende hulpverlening betrokken en de samenwerking met zowel de moeder als met de oma moederszijde verloopt goed. Op korte termijn zal IMH starten en de moeder zal middels de hulpverlening voor fibromyalgie werken aan haar emotieregulatie. Wel is het van belang dat de hoeveelheid hulpverlening overzichtelijk en duidelijk blijft voor de moeder zodat zij niet overspoeld raakt. De moeder ziet op dit moment nog de meerwaarde van de betrokkenheid van de jeugdbeschermer. Zij vindt dat zij (nog) niet in staat is om vanuit het vrijwillig kader de hulpverlening, en alles wat daarbij komt kijken, op te pakken. De komende tijd is het dan ook van belang dat de benodigde hulpverlening van start gaat, er wordt gewerkt aan een (volledige) thuisplaatsing en dat er duidelijkheid komt voor de kinderen.

De oma moederszijde staat achter het verzoek. Het contact met de moeder is verbeterd en de oma moederszijde ziet dat de moeder anders met haar omgaat. Wel zou de oma moederszijde graag zien dat er nog (verder) wordt gewerkt aan hun onderlinge relatie en dat er dingen uit het verleden worden uitgepraat. Met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gaat het goed bij de oma moederszijde en zij ontwikkelen zich positief. De oma moederszijde ziet dat zij gehecht zijn aan de moeder en dat zij het fijn hebben bij de moeder. De oma moederszijde vindt het belangrijk dat de kinderen opgroeien in een duurzame stabiele omgeving en dat er duidelijkheid komt voor de kinderen. De oma moederszijde verwacht echter niet dat dit, gelet op de problematiek van de moeder, op korte termijn haalbaar is.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

Er is nog steeds sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen. Uit de stukken en het besprokene ter zitting is gebleken dat de moeder de afgelopen periode een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Zij gaat de benodigde hulpverlening aan, de samenwerking met de gecertificeerde instelling én de oma moederszijde verloopt goed en zij is in staat om op een passende manier aan te sluiten bij de kinderen. Ook bestaan er geen zorgen over de opvoedvaardigheden van de moeder. De kinderen verblijven nu deels bij de moeder en deels bij de oma moederszijde. Het gaat goed met de kinderen en er worden geen dusdanige zorgen gezien over hun ontwikkeling. Positief is ook dat er een omgangsregeling met de vader is afgesproken, welke op korte termijn van start zal gaan. Tijdens de zitting is duidelijk geworden dat veel hulpverlening in de startblokken staat. Zo zal op korte termijn IMH van start gaan, is het gezin aangemeld voor VUHP en gaat de moeder hulpverlening ontvangen voor haar fibromyalgie, waarbij ook haar emotieregulatie betrokken zal worden. De kinderrechter vindt het positief dat de moeder achter deze hulpverlening staat en hard haar best doet voor de kinderen. Dit neemt niet weg dat er nog zorgen bestaan over de opvoedsituatie van de kinderen. De zorgen hebben betrekking op de belastbaarheid en draagkracht van de moeder, de huisvesting van de moeder en de onduidelijkheid die er bestaat voor de kinderen. Gelet hierop en het feit dat verscheidenede hulpverlening op het punt staat van starten, acht de kinderrechter de betrokkenheid van de gecertificeerde instelling nog noodzakelijk. De jeugdbeschermer dient zicht te houden op de ontwikkeling van de kinderen en regie te voeren over de hulpverlening. Ook is het van belang dat de komende tijd wordt gekeken of een (volledige) thuisplaatsing in het belang van de kinderen is en dat er duidelijke afspraken worden gemaakt over de rol van de oma moederszijde bij de verzorging en opvoeding met de kinderen. De komende periode is het ook belangrijk dat wordt onderzocht of een warme overdracht van de hulpverlening naar het vrijwillig kader in het belang van de kinderen is. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van de kinderen, waartegen geen verweer is gevoerd, verlengen zoals verzocht.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 12 maart 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.M. Goossen als griffier, en op schrift gesteld op 7 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.M. Goossen als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand