RECHTBANK DEN HAAG
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/705402 / JE RK 26-854
Datum uitspraak: 28 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
hierna ook tezamen te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. D. Verdulja uit Den Haag.
1. Het verdere verloop van de procedure
Bij beschikking van 6 juli 2026 heeft de kinderrechter in deze rechtbank is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 7 september 2026 en het verzoek voor het overige aangehouden.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de voornoemde beschikking van 6 juli 2026 en de daarin genoemde stukken.
Op 28 augustus 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Het betrof een gecombineerde behandeling van zowel onderhavige procedure als de procedure met betrekking tot vastlegging van de zorg- en vakantieregeling en een informatie- en consultatieregeling (C/09/670016 / FA RK 24-534). Op dit verzoek wordt bij afzonderlijke beslissing beslist.
Bij de zitting waren aanwezig:
[naam 1] namens de gecertificeerde instelling;
de advocaat van de vader in de familieprocedure;
[naam 2] namens de Raad.
De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] naar haar mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft geen mening gegeven.
2. De feiten
Voor een overzicht van de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 6 juli 2026.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling handhaaft het verzoek en verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de resterende duur, zijnde 7 juli 2027, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Er bestaan nog steeds ernstige zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling en veiligheid van de kinderen. De kinderen groeien op in een instabiele en onveilige opvoedomgeving, waarbij er sprake is geweest van huiselijk geweld en een ernstig verstoorde communicatie tussen de ouders. In juni 2025 heeft er een geweldsincident plaatsgevonden waardoor het contact tussen de kinderen en de vader lange tijd heeft stilgelegen. Dit contact is sindsdien niet meer van de grond gekomen, ondanks dat er een regeling is vastgesteld door de rechtbank op 16 april 2026. Hierin is bepaald dat het contact onder regie van de jeugdbeschermer en in begeleidende vorm hersteld moet worden. De vader heeft meerdere afspraken afgezegd en het lukt de gecertificeerde instelling sindsdien niet met de vader in contact te komen. Het is daardoor niet gelukt om uitvoering te geven aan de vastgestelde zorgregeling. In de afgelopen periode is de samenwerking tussen de jeugdbeschermer en de moeder wel verbeterd. Deze ontwikkeling is nog pril; de moeder blijft wantrouwend en laat de hulpverlening onvoldoende binnen. Hierdoor is het nog niet gelukt om zicht te krijgen op de onderliggende problematiek en om de gezinspatronen aan te pakken. Het lukt de moeder ook niet om hulpverlening aan te gaan voor haar eigen problematiek. Het komende jaar wil de jeugdbeschermer de samenwerking tussen de ouders verbeteren, veilig contactherstel vormgeven tussen de kinderen en de vader en de moeder versterken in hun opvoedvaardigheden. Verder zal er een verklarende analyse worden opgesteld, zodat er zicht komt op de onderliggende oorzaak van het gedrag van de moeder, de psychische problematiek en de dynamiek binnen het gezin.
4. De standpunten
Het is de advocaat niet gelukt om contact te krijgen met de vader, waardoor zij niet weet of zij gemachtigd is om een standpunt namens de vader in te nemen.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben in hun leven veel meegemaakt. Zij zijn getuige geweest van huiselijk geweld en tussen de ouders is al langere tijd sprake van een conflictsituatie. Tussen de ouders is sprake van wederzijds wantrouwen en het lukt de ouders niet om in het belang van de kinderen afspraken te maken. De kinderen worden belast met deze spanningen en bevinden zich hierdoor in een loyaliteitsconflict. Daarbij kampen beide ouders met persoonlijke (psychische) problematiek en zijn zij onvoldoende (emotioneel) beschikbaar voor de kinderen. Het contact tussen de vader en de kinderen is weggevallen en het is afgelopen periode de gecertificeerde instelling niet gelukt om dit contact op te starten. Het lukt de gecertificeerde instelling niet om in contact te komen met de vader en afspraken te maken over het opstarten van de contactmomenten. De samenwerking met de moeder is voorzichtig verbeterd, maar gebleken is dat zij nog steeds wantrouwend is richting de hulpverlening en de hulpverlening onvoldoende binnenlaat. Hierdoor is het de afgelopen periode niet gelukt om de benodigde hulpverlening voor de moeder én de kinderen op te starten en te continueren, wat wel noodzakelijk is om de zorgen over de kinderen te kunnen wegnemen. De kinderrechter is er, gelet op het voorgaande, onvoldoende van overtuigd dat de ouders zelfstandig in staat zijn om de zorgen over de kinderen weg te nemen en de hulpverlening van de grond te laten komen. Daarom acht de kinderrechter het nog noodzakelijk dat de jeugdbeschermer betrokken blijft. De komende tijd is het van belang dat de jeugdbeschermer zicht houdt op de ontwikkeling van de kinderen en regie voert over de hulpverlening. Ook is het belangrijk dat wordt onderzocht of en hoe het contactherstel tussen de vader en de kinderen kan plaatsvinden. Gelet op de zorgen en de stappen die de komende tijd moeten worden genomen zal de kinderrechter het verzoek toewijzen zoals verzocht.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 7 juli 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.M. Goossen als griffier, en op schrift gesteld op 7 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.