ECLI:NL:RBDHA:2026:28467

ECLI:NL:RBDHA:2026:28467

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 28-08-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer C/09/704406 / FA RK 26-4364
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Wijzigen hvp en vaststellen zorgregeling. Vervangende toestemming vakantie, inschrijving huisarts en zorgverzekering. Afwijzen lijfsdwang. Niet-ontvankelijk in verzoek vervangende toestemming omzetten kinderbijslag. Afgifte paspoort. Afwijzen kinderalimentatie.

Uitspraak

Gezagsgeschil en kinderalimentatie

Beschikking op het op 1 mei 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J. de Koning in Lisse.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. G.P. Geelkerken in Amsterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:

De minderjarige [minderjarige] heeft in een brief aan de kinderrechter zijn mening ten aanzien van de verzoeken gegeven.

Op 9 juli 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats]

Verzoek en verweer

De vader verzoekt de rechtbank – na wijziging –:

- een zorg en contactregeling vast te stellen waarbij [minderjarige] bij de vader is:

- de ene week van zondagmiddag tot en met woensdagochtend;

- en de andere week van zondagochtend tot en met donderdagochtend;

- zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 200,- voor iedere dag off deel hiervan dat de vrouw niet aan de beschikking voldoet;

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt zelfstandig:

- woensdag van 12:30 uur tot 19:00 uur.

- zondag van 10:00 uur tot 19:00 uur.

- Het omzetten van de kinderbijslag (SVB) naar de moeder;

- De inschrijving van [minderjarige] bij de zorgverzekering van de moeder;

- De overschrijving naar de door de moeder gekozen huisarts;

Op de zitting heeft de moeder haar verzoek haar vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van de minderjarigen op de door haar gekozen college ingetrokken. Daar hoeft de rechtbank niet op te beslissen.

Beoordeling

Voordat de rechtbank de verzoeken van de ouders inhoudelijke beoordeelt acht zij het van belang de achtergrond te schetsen tegen welke de verzoeken zijn gedaan. [minderjarige] heeft tot november 2025 bij zijn vader gewoond waarbij er uitvoering werd gegeven aan een zorgregeling tussen [minderjarige] en de moeder. De moeder heeft in november 2025 [minderjarige] bij zich gehouden omdat er grote zorgen bij de moeder leefden over de veiligheid van [minderjarige] bij de vader, met name vanwege het beweerdelijk seksueel misbruik dan wel grensoverschrijdend gedrag door de vader begaan.. Al sinds 2023 leven er bij de moeder verregaande zorgen en is Veilig Thuis betrokken bij het gezin. In februari 2024 zijn er veiligheidsafspraken gemaakt. De veiligheidsafspraken houden onder meer in dat [minderjarige] niet bij zijn vader in bed mag slapen, lichamelijk contact alleen plaatsvindt met toestemming van [minderjarige], het “onderbroekgebied” niet mag worden aangeraakt en [minderjarige] “in control” is over zijn eigen lichaam. In januari 2026 is er een kort geding procedure geweest waarbij de partijen hebben afgesproken dat [minderjarige] op woensdagmiddag uit school tot 19.00 uur bij de vader is. Tot medio april is er uitvoering gegeven aan de afgesproken zorgregeling. Sindsdien is er geen omgang geweest tussen [minderjarige] en zijn vader.

Hoofdverblijfplaats

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a lid 2 aanhef en onder b van het BW, kan de rechter, in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag, op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag, waaronder de beslissing bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft. De rechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Inhoudelijke beoordeling

De rechtbank oordeelt als volgt. Sinds november 2025 is de feitelijke verblijfplaats van [minderjarige] bij de moeder. [minderjarige] staat ook ingeschreven op het adres van de moeder. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat de juridische werkelijkheid aansluit bij de feitelijk situatie en zal daarom de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de moeder vaststellen.

Zorgregeling

Wettelijke kader

Op grond van artikel 1:253a tweede lid onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders of van één van hen een zorgregeling vaststellen. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Inhoudelijke beoordeling

De moeder heeft grote zorgen over de veiligheid van [minderjarige] in de opvoedsituatie bij zijn vader.. Tegenover de door moeder geuite zorgen, die betrekking hebben op seksueel misbruik, grensoverschrijdend gedrag, alcoholmisbruik en psychische mishandeling, staat dat de vader met klem de beschuldigingen ontkent. Veilig Thuis is al geruime tijd bij het gezin betrokken. In de brief van Veilig Thuis van 8 april 2026 aan de vader, staat – onder andere – het volgende te lezen:

“De gewijzigde omgangsregeling vond hij in eerste instantie moeilijk, maar inmiddels zegt hij eraan gewend te zijn. Hij zou wel vaker bij vader willen zijn. (…) Wel is hij bekend met juridische procedures en spanningen tussen ouders, wat erop wijst dat hij, ondanks ontkenning, in zekere mate betrokken raakt bij ouderlijke problematiek. De communicatie tussen ouders verloopt volgens hem moeizaam. (…) Gedurende het onderzoek komen er vanuit moeder zorgen naar voren omtrent alcoholgebruik van vader. Dit wordt door zowel vader als de huisarts niet bevestigd.

[minderjarige] benoemt positieve aspecten van beide ouders en ervaart vooral plezier en gezelligheid bij zijn vader. Bij moeder ervaart [minderjarige] steun, hulp en emotionele beschikbaarheid. In algemene zin heeft Veilig Thuis de indruk dat [minderjarige] zich presenteert als een jongen die zegt dat het goed gaat en geen veranderingen wenst. Tegelijkertijd laten zijn spanning, loyaliteit en het relativeren van eerdere zorgen zien dat voorzichtigheid geboden blijft in de interpretatie van zijn uitspraken. De behoefte van [minderjarige] aan gezelligheid en nabijheid bij vader, in combinatie met eerdere zorgen rondom grenzen, vraagt blijvende aandacht voor duidelijke kaders en veiligheid. (…) Veilig Thuis adviseert voor vader opvoedondersteuning bij [zorginstantie], waarbij er aandacht is voor grenzen en regels en adequaat voorbeeldgedrag van de ouder. Daar Veilig Thuis geen zorgen heeft over [minderjarige] is er ook geen advies voor hulpverlening.”

Ook komt uit de brief van Veilig Thuis van 7 april 2026 aan de moeder, welke brief voor een belangrijk deel dezelfde is als die van 8 april aan de vader, staat daarnaast nog dat de huisarts van [minderjarige] geen zorgen heeft over de opvoedvaardigheden van de vader en dat er geen zorgen meer zijn over het alcoholgebruik. De vader heeft inmiddels opvoedondersteuning vanuit [zorginstantie] ontvangen, dit is tijdelijk stopgezet in afwachting van het hervatten van de omgang tussen de vader en [minderjarige].

De rechtbank acht omgang tussen kinderen en hun ouders, in het algemeen, in het belang van het kind, tenzij er sprake is van omstandigheden die maken dat bijvoorbeeld de veiligheid van een kind in het geding komt. Afgaande op bovenstaande recente informatie van Veilig Thuis acht de rechtbank de thuissituatie bij vader niet zodanig dat dit meebrengt dat de veiligheid van [minderjarige] nu daadwerkelijk in het geding is en dat de situatie maakt dat er geen enkele vorm van contact tussen de vader en [minderjarige] kan zijn. Dat betekent niet dat de rechtbank de zorgen van de moeder niet serieus neemt. Echter, de rechtbank kan er niet omheen dat objectieve bronnen een minst genomen genuanceerder beeld laten zien over de opvoedvaardigheden van de vader. Daar komt bij dat de moeder afgelopen januari tijdens de kort geding procedure nog heeft ingestemd met een zorgregeling tussen [minderjarige] en zijn vader waarbij [minderjarige] wekelijks en onbegeleid omgang met zijn vader kon hebben, terwijl de zorgen van de moeder op dat moment ook al speelden. Gelet op het voorgaande enerzijds en de zorgen van de moeder en de lange tijd waarin [minderjarige] zijn vader niet heeft gezien anderzijds, zal de rechtbank een zorgregeling tussen [minderjarige] en de vader vaststellen zonder overnachtingen en met, in eerste instantie, begeleiding. Conform de afspraken gemaakt tijdens de kortgeding procedure van januari 2026 zal de rechtbank een zorgregeling vaststellen waarbij [minderjarige] op woensdagmiddag bij de vader is. Op de zitting is gebleken dat [zorginstantie] de opvoedondersteuning intensiveert op het moment dat de omgang tussen de vader en [minderjarige] wordt hervat. De rechtbank acht het van belang dat [zorginstantie] de eerste vier omgangsmomenten tussen [minderjarige] en de vader zal begeleiden, zoals op de zitting ook door de Raad is geadviseerd.

Dwangsom en lijfsdwang

Volgens de vader heeft de moeder aangegeven dat als de rechtbank een zorgregeling tussen hem en [minderjarige] bepaalt, zij hier niet aan zal meewerken. De vader acht het hierom noodzakelijk om een dwangsom en lijfsdwang te verzoeken.

Op de zitting heeft de moeder aangegeven dat zij zal meewerken aan de door de rechtbank vast te stellen zorgregeling. Daarnaast is er tijdens de kort gedingprocedure in januari een zorgregeling afgesproken waarna er enige tijd uitvoering is gegeven aan deze zorgregeling. Gezien het voorgaande heeft de rechtbank er voldoende vertrouwen in dat de moeder zal meewerken aan de zorgregeling zonder dat hier een dwangmiddel voor nodig is. Zij zal de verzoeken van de vader afwijzen.

Vervangende toestemming vakantie

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a eerste lid BW kunnen op verzoek van de ouder(s) geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Inhoudelijke beoordeling

De vader wenst met [minderjarige] in de zomervakantie een rondreis te maken langs

attractieparken in Scandinavië van 9 augustus tot en met 26 augustus 2026. De vader vraagt de rechtbank om hem vervangende toestemming te verlenen om met [minderjarige] deze reis te kunnen maken.

Zoals ook op de zitting aan vader uitgelegd, brengt de huidige situatie, gelet de zorgen van de moeder en het feit dat er lange tijd geen omgang is geweest tussen [minderjarige] en zijn vader, mee dat het op dit moment niet in het belang van [minderjarige] is als hij drie weken met zijn vader op vakantie gaat. Zij zal het verzoek van de vader om hem vervangende toestemming voor de vakantie te verlenen dan ook afwijzen.

Vervangende toestemming inschrijving huisarts

De moeder acht het noodzakelijk om [minderjarige] in te schrijven bij een nieuwe huisarts nu hij feitelijk bij de moeder verblijft. [minderjarige] kan volgens haar momenteel nergens terecht voor medische zorg. De vader heeft op de zitting verweer gevoerd. [minderjarige] staat ingeschreven bij zijn huisarts en kan hier dan ook terecht voor zijn medische zorg.

De rechtbank oordeelt als volgt. Alhoewel [minderjarige] feitelijk bij de huisarts van de vader staat ingeschreven en hier terecht kan, is gebleken dat de moeder geen vertrouwen heeft in deze huisarts. De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] dat hij staat ingeschreven bij een huisarts waar de moeder wel vertrouwen in heeft en die bij haar in de buurt is gevestigd, aangezien zij op dit moment het grootste deel van de zorg en opvoeding voor [minderjarige] draagt. De rechtbank zal het verzoek van de moeder om die reden toewijzen

Vervangende toestemming inschrijving zorgverzekering

In het verlengde van het voorgaande vindt de rechtbank het voor de hand liggen dat [minderjarige] op de zorgverzekering van de moeder wordt bijgeschreven. De rechtbank zal dit verzoek van de moeder ook toewijzen.

Vervangende toestemming omzetten kinderbijslag

De rechtbank zal de moeder niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek en legt dit als volgt uit. De rechtbank kan in het kader van artikel 1:253a BW geen vervangende toestemming verlenen voor het omzetten van de kinderbijslag omdat het een administratieve handeling en geen gezagsbeslissing betreft. Evenmin is gesteld of gebleken dat er een andere wettelijke grondslag is voor het verzoek.

Afgifte paspoort

De rechtbank acht het van belang dat de ouder waar [minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats bij heeft ook zijn paspoort in beheer heeft. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn bij ziekenhuisbezoeken. De rechtbank zal het verzoek van de moeder toewijzen.

Kinderalimentatie

De moeder stelt dat [minderjarige] sinds november 2025 bij haar verblijft en zij alle dagelijkse kosten voor hem voldoet, de vader heeft volgens de moeder geen financiële bijdrage geleverd. De moeder stelt dat de vader over voldoende financiële middelen beschikt om een kinderalimentatie van € 450,- per maand te voldoen. De vader heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

De rechtbank oordeelt als volgt. Het ligt op de weg van de moeder om voldoende feiten te stellen en, bij betwisting daarvan, deze voldoende te onderbouwen en de rechter voldoende te informeren om een beslissing te kunnen nemen over het verzoek. Hoewel de rechtbank niet uitsluit dat de vader gehouden is kinderalimentatie te voldoen, heeft de rechtbank geen enkel zicht op de behoefte van [minderjarige] of de draagkracht van de ouders. De moeder heeft volstrekt onvoldoende gesteld, laat staan onderbouwd. De rechtbank zal gelet hierop het verzoek van de moeder tot vaststelling van een door de vader voor [minderjarige] aan haar te betalen kinderalimentatie afwijzen.

Proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

*

bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats], de hoofverblijfplaats bij de moeder zal hebben;

*

bepaalt dat [minderjarige] bij de vader zal zijn op woensdagmiddag uit school tot 19.00 uur, onder de voorwaarde dat [zorginstantie], of een andere professionele instantie, de eerste vier omgangsmomenten zal begeleiden;

*

verleent aan de moeder toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, ten behoeve van de inschrijving van [minderjarige] bij de door de moeder gekozen huisarts;

*

verleent aan de moeder toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, ten behoeve van de inschrijving van [minderjarige] bij de zorgverzekering van de moeder;

*

beveelt de vader het paspoort van [minderjarige] aan de moeder af te geven;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.A.E. de Koning

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand