Alimentatie
Beschikking op het op 22 september 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
de vrouw,
mede namens [jongmeerderjarige],
de jong-meerderjarige,
beiden wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.C.G. Voogt in Breda.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
Op 9 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat en de man.
De man heeft na de zitting een e-mail gestuurd aan de rechtbank waarin hij zijn stellingen nader onderbouwt. De rechtbank betrekt deze e-mail niet bij de beoordeling aangezien de behandeling ter zitting is gesloten en de vrouw niet in de gelegenheid is geweest om op deze e-mail te reageren.
Feiten
- [jongmeerderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats].
- [jongmeerderjarige] verblijft bij de vrouw.
Verzoek en verweer
De vrouw verzoekt de rechtbank te bepalen dat de man zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [jongmeerderjarige], met een bedrag van in totaal € 483,- per maand, met ingang van 7 juli 2025, dan wel een bedrag door uw rechtbank in goede justitie te bepalen, dan wel een datum door uw rechtbank in goede justitie te bepalen, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man heeft op de zitting mondeling verweer gevoerd.
Beoordeling
Op de zitting heeft de vrouw haar verzoek aangepast, in die zin dat ze verzoekt te bepalen dat de man een bedrag van € 576,- per maand aan alimentatie ten behoeve van [jongmeerderjarige] betaalt. De man heeft hier tijdens de zitting mee ingestemd zodat de rechtbank dit bedrag in deze beschikking zal vastleggen.
Wel in geschil is de datum vanaf wanneer de man de alimentatie voor [jongmeerderjarige] moet gaan betalen. De vrouw verzoekt de ingangsdatum te bepalen op 7 juli 2025. De man voert verweer. Op de zitting heeft de man aangegeven dat hij akkoord is met het betalen van het bedrag aan alimentatie voor [jongmeerderjarige] vanaf de datum waarop de rechter beslist, de rechtbank begrijpt: per datum van deze beschikking.
De rechtbank stelt voorop dat zij op grond van artikel 1:402 van het Burgerlijk Wetboek een grote mate van vrijheid heeft bij het vaststellen van de ingangsdatum. Drie data liggen het meest voor de hand: de datum waarop het verzoekschrift is ingediend, de datum waarop de rechter beslist of de datum waarop de omstandigheden intreden die voor de onderhoudsverplichting bepalend zijn.
Op de zitting heeft de man aangegeven dat hij, anders dan de vrouw wil doen geloven, weldegelijk bijdraagt in de kosten voor [jongmeerderjarige]. Zo heeft hij onder andere het collegegeld en de schoolboeken voor [jongmeerderjarige] betaald. De moeder heeft dit erkend. Nu gebleken is dat de man heeft bijgedragen en nog steeds bijdraagt in de kosten van [jongmeerderjarige] ziet de rechtbank onvoldoende grond om de alimentatie met terugwerkende kracht vast te stellen. De rechtbank acht het redelijk om als ingangsdatum voor de vast te stellen alimentatie de datum van deze beschikking te hanteren.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt de door de man met ingang van 28 augustus 2026 te betalen alimentatie voor de jong-meerderjarige [jongmeerderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats], op € 576,- per maand, vanaf vandaag telkens bij vooruitbetaling aan de jong-meerderjarige te voldoen;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.