Beëindiging werkzaamheden bijzondere curator ex artikel 1:212 BW
Beschikking op het op 27 oktober 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker] ,
verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L.C. de Rijk te Amersfoort.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] ,
in rechte vertegenwoordigd door mr. E. Jongkoen,
advocaat te Den Haag,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Procedure
Bij beschikking van 4 november 2025 is mr. E. Jongkoen voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige op grond van artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek te vertegenwoordigen. De inhoudelijke behandeling is pro forma aangehouden.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken waaronder:
Beoordeling
Verzoeker heeft de rechtbank op 19 januari 2026 bericht dat partijen in onderling overleg de erkenning van de minderjarige hebben geregeld. Op 26 januari 2026 heeft verzoeker de akte van erkenning overgelegd.
Omdat partijen in onderling overleg de erkenning hebben geregeld is vertegenwoordiging van de minderjarige door de bijzondere curator niet meer nodig. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.
Omdat verzoeker bij bericht van 11 maart 2026 zijn verzoeken heeft ingetrokken stelt de rechtbank vast dat er verder niets meer te beslissen valt.
Beslissing
De rechtbank:
beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;
stelt vast dat er verder niets meer te beslissen valt.