RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummers:
I. C/09/709203 / JE RK 26-1249 (verlenging ondertoezichtstelling)
II. C/09/711530 / JE RK 26-1518 (deskundigenonderzoek)
Datum uitspraak: 26 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een
I. verlenging ondertoezichtstelling en zelfstandige verzoeken van de vader; verwijzing meervoudige kamer
II. opdracht tot deskundigenonderzoek; verwijzing meervoudige kamer
in de zaak van
Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Erkens uit Den Haag,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. G.A. Nandoe Tewarie uit Den Haag.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 juli 2026, verder aangeduid als verzoekschrift I;
het verweerschrift van de moeder met producties, van 24 augustus 2026;
het verweerschrift van de vader met producties, tevens houdende zelfstandige verzoeken, ontvangen op 25 augustus 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
de moeder met haar advocaat;
[naam 1] en [naam 2], namens de gecertificeerde instelling.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
Tijdens de zitting heeft de moeder een brief voorgelezen. Deze is aan het dossier toegevoegd.
De zelfstandige verzoeken van de vader in de zaak met nummer C/09/709203 / JE RK 26-1249 zijn ter zitting aangehouden en door de kinderrechter verwezen naar de meervoudige kamer in deze rechtbank.
Op 25 augustus 2026 is verzoekschrift II met nummer C/09/711530 / JE RK 26-1518 bij de rechtbank binnengekomen. De behandeling van dit verzoek is ter zitting aangehouden en door de kinderrechter verwezen naar de meervoudige kamer in deze rechtbank.
2. De feiten
[minderjarige] is erkend door de vader.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
[minderjarige] woont bij haar moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 augustus 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 1 september 2026.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd. De sociaal-emotionele ontwikkeling van [minderjarige] staat onder druk vanwege de aanhoudende spanningen tussen de ouders, het voortdurende loyaliteitsconflict, het ontbreken van onbelast contact met de vader en het uitblijven van voldoende voortgang in de benodigde hulpverlening. De doelen van de ondertoezichtstelling zijn nog altijd niet behaald. De zorgen over [minderjarige] zijn in de afgelopen periode toegenomen. Het NIKA-traject is tot op heden niet van de grond gekomen, omdat de omgang tussen [minderjarige] en de vader door de moeder is opgeschort nadat er een incident had plaatsgevonden tijdens een van de omgangsmomenten. Ook wilde de moeder meer informatie over het NIKA-traject en heeft zij aangegeven dat zij het fijn zou vinden als het traject na de zomer kan starten. De gecertificeerde instelling maakt zich daarnaast zorgen over het feit dat de moeder de extra leesondersteuning van [minderjarige] heeft stopgezet. De school van [minderjarige] heeft aangegeven dat deze ondersteuning wel wenselijk is. De school is met de vader en de moeder in gesprek gegaan over de extra ondersteuning en het schoolverzuim van [minderjarige]. De moeder heeft daarop extra oefenmateriaal voor [minderjarige] meegekregen en er zal na de zomervakantie opnieuw een toetsmoment voor [minderjarige] plaatsvinden. Ten aanzien van het verzuim heeft de moeder in de gesprekken met school aangegeven dat dit niet ernstig was. De omgang tussen [minderjarige] en de vader is recent weer opgestart na een schriftelijke aanwijzing die bekrachtigd is door de rechtbank. Gelet op de spanningen die [minderjarige] nog steeds ervaart rondom de omgangsmomenten met de vader wil de gecertificeerde instelling onderzoek doen naar mogelijke ouderonthechting.
4. De standpunten
Door en namens de moeder is verweer gevoerd tegen het verzoek. De moeder verzoekt om afwijzing. [minderjarige] ontwikkelt zich goed en er is geen sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. [minderjarige] vindt het niet leuk bij de vader. Zij moet huilen als zij naar de vader moet en zij ervaart fysiek ongemak bij alleen al de gedachte daaraan. Na de contactmomenten met de vader is [minderjarige] meermaals teruggekomen met fysieke schade. De vader is uit op controle en macht en hij gebruikt de ondertoezichtstelling als een podium om zijn wensen af te dwingen. Hij wil dat de moeder [minderjarige] persoonlijk komt brengen en dat zij haar werkroosters met hem deelt. Ook zet de vader de huisarts en de school onder druk. [minderjarige] zit al vanaf haar geboorte klem tussen de zeer verstoorde verhouding en jarenlange ernstige strijd tussen de ouders. De moeder wenst dat de situatie rustiger wordt in het belang van [minderjarige]. De grenzen van [minderjarige] worden nu echter al drie jaar lang ernstig overschreden met een gecertificeerde instelling die zich achter de vader schaart. Er is geen sprake van ouderonthechting. [minderjarige] heeft het nooit leuk gehad bij de vader. Al jarenlang wordt er niet naar [minderjarige] geluisterd. Zij ervaart dat haar mening er niet toe doet. Haar vertrouwen in volwassenen wordt hierdoor ernstig ondermijnd en beschadigd. De ondertoezichtstelling heeft de situatie enkel verslechterd. De geboden hulp heeft niet geholpen en nog meer hulp zal enkel meer schade opleveren. De moeder merkt ter zitting op dat zij niet wil dat [minderjarige] haar lach kwijtraakt.
Door en namens de vader is ingestemd met het verzoek. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is nodig om de hulpverlening op te starten en te continueren. De hulpverleningstrajecten komen nog altijd niet (voldoende) van de grond, omdat de moeder constant redenen bedenkt om niet mee te werken. De moeder wil dat alles op haar manier gebeurt. Het is van belang dat de moeder gaat samenwerken met de gecertificeerde instelling. Dat zal ook bijdragen aan de rust voor [minderjarige]. [minderjarige] wordt op dit moment verscheurd door de situatie en het loyaliteitsconflict waarin zij zich bevindt. Zij krijgt van de moeder geen emotionele toestemming om het leuk te hebben bij de vader thuis. De vader merkt op dat hij blij is dat de omgang tussen hem en [minderjarige] weer is opgestart. De omgangsmomenten verlopen prettig, ondanks de begrijpelijke spanningen bij [minderjarige]. De vader is niet uit op controle of macht over de moeder. De vader houdt van [minderjarige] en wil enkel een rol spelen in haar leven als ouder met gezag. Het is belangrijk voor de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] dat zij weet dat er, naast de moeder en de grootmoeder moederszijde, ook andere mensen zijn die om haar geven.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
Er is nog steeds sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige]. [minderjarige] is door de ernstig verstoorde verstandhouding tussen de vader en de moeder beschadigd geraakt. Zij zit al langdurig vast in een loyaliteitsconflict. [minderjarige] heeft tijdens het kindgesprek met de kinderrechter duidelijk aangegeven dat zij niet naar de vader wil. Deze keuze lijkt te zijn ingegeven door haar wens om uit het loyaliteitsconflict te geraken. Hoewel het positief is dat de moeder weer uitvoering geeft aan de zorgregeling en de omgang tussen [minderjarige] en de vader onlangs weer is opgestart, lijkt [minderjarige] nog altijd niet de ruimte te voelen om onbelast contact te hebben met de vader. [minderjarige] en de ouders hebben dringend behoefte aan passende hulpverlening. De vader en de moeder vertrouwen elkaar niet en komen samen niet tot constructieve communicatie in het belang van [minderjarige]. De moeder lijkt het ouderlijk gezag van de vader niet te willen accepteren. Daarom acht de kinderrechter het noodzakelijk dat er in het gedwongen kader een jeugdbeschermer betrokken blijft die erop toeziet dat de noodzakelijke hulpverlening van de grond komt. Het is belangrijk dat het NIKA-traject wordt voortgezet en dat de omgang tussen [minderjarige] en de vader volgens de door de rechtbank vastgestelde afspraken plaatsvindt. Ook is het van belang dat de gecertificeerde instelling erop toeziet dat [minderjarige] op school de juiste ondersteuning krijgt. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] daarom verlengen voor de duur van twee maanden.
Gelet op de complexiteit van de problematiek en het aanhangige verzoek tot een deskundigenonderzoek (verzoekschrift II) dat op korte termijn door de meervoudige kamer in deze rechtbank zal worden behandeld en welke nauw verbonden is met het onderhavige verzoek, ziet de kinderrechter aanleiding om het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor het overige aan te houden – net als de zelfstandige verzoeken van de vader – en voor verdere behandeling te verwijzen naar de meervoudige kamer waar de verzoeken gelijktijdig behandeld zullen worden.
De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling om uiterlijk één week voorafgaand aan de zitting van de meervoudige kamer een schriftelijke update aan de rechtbank en de belanghebbenden te doen toekomen met daarin de laatste stand van zaken.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
in de zaak met nummer C/09/709203 / JE RK 26-1249
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 1 november 2026;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en verwijst deze voor verdere behandeling naar de zitting van de meervoudige kamer op 15 oktober 2026 om 09.00 uur;
verzoekt de gecertificeerde instelling om uiterlijk één week voorafgaand aan de voornoemde zitting een schriftelijke update aan de rechtbank en de belanghebbenden te doen toekomen;
in de zaak met nummer C/09/711530 / JE RK 26-1518
houdt de behandeling van het verzoek aan en verwijst deze voor behandeling naar voornoemde zitting van de meervoudige kamer;
verzoekt de griffier voor de zitting bij de meervoudige kamer op te roepen:
- de moeder en haar advocaat;
- de vader en zijn advocaat;
- de gecertificeerde instelling.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026 door mr. C.M. Koole, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. T.A.A. Hilhorst als griffier, en op schrift gesteld op 4 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.