RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/710048 / JE RK 26-1355
Datum uitspraak: 26 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
- [minderjarige 1] geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
en
- [minderjarige 2] geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 28 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2026. Daarbij was aanwezig:
- [naam] , namens de gecertificeerde instelling.
De vader en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de moeder wel juist zijn opgeroepen.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben geen mening gegeven.
2. De feiten
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn erkend door de vader.
De moeder is belast met het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 februari 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 2 september 2026.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige 1] laat geregeld boos en onzeker gedrag zien. Hij heeft moeite met emotieregulatie en hij is gevoelig voor negatieve beïnvloeding door leeftijdsgenoten. In de afgelopen periode is [minderjarige 1] twee keer in aanraking geweest met de politie. Daarnaast ervaart [minderjarige 1] veel onzekerheid en verdriet rondom het contact met zijn vader. Hij heeft behoefte aan meer voorspelbaar contact. Bij [minderjarige 2] worden signalen van traumagerelateerde klachten gezien. Zij heeft een ambivalente houding ten opzichte van het contact met de vader. Beide kinderen vertonen signalen van parentificatie, wat de gecertificeerde instelling zorgelijk vindt. De gecertificeerde instelling heeft een aanmelding gedaan bij Kracht om begeleide omgang tussen de vader en de kinderen op te starten. Daarnaast staat het gezin op de wachtlijst voor behandeling bij de Waag (FAST-programma), waarbij de focus zal liggen op het grensoverschrijdende gedrag van [minderjarige 1] . Ook zal met de moeder worden besproken of een persoonlijk begeleider voor haar helpend kan zijn.
4. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt.
Het is erg fijn dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een positieve ontwikkeling laten zien op school en dat er – ondanks de woningbrand – meer rust is ontstaan in de thuissituatie van de moeder. Er is echter nog steeds sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen. Bij [minderjarige 1] komt dat door de moeite die hij heeft met het reguleren van zijn emoties en (negatieve) beïnvloeding van leeftijdsgenoten. Daarnaast ervaart hij veel onrust door de onvoorspelbaarheid in de contactmomenten met de vader. [minderjarige 2] laat signalen van traumagerelateerde klachten zien en is wisselend in haar houding omtrent het contact met de vader. Belangrijk is dat er zicht komt op de contactmomenten tussen de vader en de kinderen en dat hier duidelijke afspraken over worden gemaakt. De begeleide omgangsmomenten die vanuit Kracht worden opgestart zullen hiertoe helpend zijn. Ook de (systeemgerichte) behandeling bij de Waag acht de kinderrechter noodzakelijk. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer is nodig omdat de moeder naar het oordeel van de kinderrechter nog onvoldoende in staat is om de bedreigingen in de ontwikkeling van de kinderen onder eigen verantwoordelijkheid weg te nemen. De kinderrechter ondersteunt het voornemen van de gecertificeerde instelling om met de moeder te spreken over het inzetten van een persoonlijk begeleider voor haar. Dit zou helpend kunnen zijn, met name bij het maken en nakomen van afspraken. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen voor de duur van zes maanden, zoals is verzocht.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 2 maart 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026 door mr. C.M. Koole, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. T.A.A. Hilhorst als griffier, en op schrift gesteld op 4 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.