ECLI:NL:RBDHA:2026:28356

ECLI:NL:RBDHA:2026:28356

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 26-09-2026
Zaaknummer C/09/711229 / JE RK 26-1497
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/711229 / JE RK 26-1497

Datum uitspraak: 26 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,

hierna te noemen de gecertificeerde instelling,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat mr. mr. A. Neermawatie Nandoe uit Voorburg,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2] ,

advocaat mr. M.F. Laning uit Den Haag.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 augustus 2026 een spoedmachtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de moeder met gezag tot 2 september 2026, en het verzoek voor het overige deel aangehouden tot deze zitting.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 augustus 2026;

de pleitaantekeningen die de advocaat van de vader tijdens de zitting heeft overgelegd.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- de moeder met haar advocaat;

- [naam] , namens de gecertificeerde instelling.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

Het huwelijk van de ouders is door echtscheiding ontbonden.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij zijn moeder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 26 januari 2026 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 26 januari 2027 en de machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de vader met gezag tot 26 juni 2026.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 juni 2026 de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de vader met gezag tot 26 januari 2027.

3. Het verzoek

De gecertificeerde instelling verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de moeder met gezag te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De gecertificeerde instelling heeft het verzoek, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd.

[minderjarige] was middels een machtiging bij de vader geplaatst, maar verblijft sinds kort bij de moeder. [minderjarige] heeft sinds de vorige zitting van 22 juni 2026 voor het eerst openheid van zaken gegeven en heeft herhaaldelijk aangegeven bij de jeugdbeschermer dat hij zich niet veilig voelt bij de vader thuis. Hij ervaart veel psychische druk vanuit de vader en zijn broers over het contact tussen [minderjarige] en de moeder en vertelt door zijn broers gepest te worden. [minderjarige] heeft aangegeven zijn vader niet meer te willen zien en dat hij wil dat de vader hem en zijn moeder met rust laat. Er zijn een aantal keren geweest dat [minderjarige] niet naar de vader wilde, waarbij de vader [minderjarige] probeerde te dwingen om toch mee te gaan. Als [minderjarige] niet mee zou komen, was hij bang voor wat er zou gebeuren. Naar aanleiding van hetgeen [minderjarige] aan de jeugdbeschermer heeft verteld, heeft de jeugdbeschermer op 28 juli 2026 een gesprek gevoerd met de vader. De vader heeft in dit gesprek juist aangegeven zich zorgen te maken om [minderjarige] . Volgens de vader heeft de moeder onvoldoende zicht op het gedrag van [minderjarige] , zowel thuis als buitenshuis. De vader benoemt dat [minderjarige] regelmatig buiten verblijft en vaak online is, waarbij onbekend is met wie hij is en wat hij bekijkt. Bij de moeder mag [minderjarige] veel en bij de vader zijn er grenzen. De vader vindt hiernaast dat de twee oudste broers een belangrijke rol hebben in het aanspreken, begeleiden en beschermen van [minderjarige] . De vader stelt daarnaast dat de moeder [minderjarige] tegenhoudt wanneer hij met vader mee wil gaan. De vader heeft aangegeven niet achter een tijdelijke plaatsing bij de moeder te staan als zijnde een time-out. Hij heeft gedreigd [minderjarige] bij de moeder weg te halen, wat heeft gezorgd voor veel onrust en onvoorspelbaarheid bij [minderjarige] . Door de situatie heeft de gecertificeerde instelling zorgen over de (emotionele) veiligheid van [minderjarige] bij de vader. De vader uit zich dwingend, schreeuwt en belast de kinderen met zorgwekkende uitspraken. Voor nu is het belangrijk dat er rust en stabiliteit komt voor [minderjarige] , wat de moeder hem op dit moment kan bieden. De gecertificeerde instelling kan niet inschatten wat er zal gebeuren met [minderjarige] veiligheid wanneer hij nu terug zou moeten naar de vader. Het moet daarom duidelijk zijn voor alle betrokkenen dat [minderjarige] de komende periode bij de moeder zal blijven. Vanuit een rustige en stabiele situatie moet vervolgens gekeken worden wat er nodig is om [minderjarige] duurzaam veilig te laten opgroeien en waar dit moet plaatsvinden. Vanuit deze rust kan dan ook gekeken worden hoe het contact tussen [minderjarige] en de vader en zijn broers hersteld kan worden en hoe de omgang met de vader en de broers weer vorm kan krijgen.

4. De standpunten

Er is door de vader naar voren gebracht dat hij het gevoel heeft dat [minderjarige] onder druk is gezet door de gecertificeerde instelling om deze keuze te maken. De vader vormt geen gevaar voor [minderjarige] . De vader vindt het prima als [minderjarige] bij de moeder verblijft als hij dat wil en weet dat de moeder voor hem kan zorgen. De vader heeft het contact tussen hen ook altijd gestimuleerd. De vader heeft zich ook aan de time-out gehouden, ondanks dat hij het hiermee niet eens was. De vader heeft echter zorgen dat er onvoldoende zicht is op [minderjarige] , dat hij met oudere minderjarigen omgaat en dat hij zorgwekkende dingen bekijkt online. De vader ziet het als zijn taak om hem hiervoor te behoeden en hem hierin te begrenzen. De vader heeft grote zorgen over de afstand die tussen [minderjarige] en zijn broers is ontstaan door de situatie.

De advocaat van de vader heeft namens hem naar voren gebracht dat de kinderen in de afgelopen periode naar eigen inzicht naar de moeder zijn gegaan, wat goed verliep. De ouders waren in staat hier gezamenlijk afspraken over te maken. Ook [minderjarige] verblijf bij de moeder na de zitting van 22 juni 2026 is in goed overleg verlopen. De vader vindt contact tussen de kinderen en moeder erg belangrijk en heeft ook altijd, naast [minderjarige] , de twee oudste zoons gestimuleerd om naar moeder te gaan. De vader maakt zich echter zorgen over [minderjarige] omdat hij rookte/vapete en omgang had met een meisje. Daarnaast geeft de vader dat het misschien tot misverstanden en onrust heeft geleid dat hij de kinderen wilde laten inschrijven bij de gemeente op zijn adres, om zo een grotere woning voor hem en de kinderen te kunnen krijgen. Op 28 juli 2026 zijn aanvullende afspraken gemaakt door de gecertificeerde instelling, namelijk de time-out, waaraan de vader zich heeft gehouden. Afgesproken was verder dat als de vader zich niet aan de bodemeisen zou houden dat met beide ouders een gesprek gepland zou worden om te bespreken wat de ouders nodig hebben om zich aan de afspraken te houden. Dat is niet gebeurd, wat een gemiste kans is. De vader heeft het gevoel dat deze plotselinge uithuisplaatsing een wig drijft tussen de broers en heeft hier grote zorgen over. De kinderen zijn verder veilig bij de vader, wat ook uit ook blijkt uit de veiligheidsrisicotaxatie van de gecertificeerde instelling van 13 mei 2026. Het is van belang dat de gecertificeerde instelling opnieuw afspraken met de ouders maakt, met betrokkenheid van OnsVerbind, en dat de gecertificeerde instelling zorgt dat de vader in aanmerking komt voor urgentie voor een ruimere woning.

Er is door en namens de moeder ingestemd met het verzoek. De moeder heeft naar voren gebracht dat zij niet wil dat de kinderen onder druk worden gezet om een keuze te maken tussen hun ouders. Zij moeten de vrijheid krijgen om van beide ouders te houden. De ouders moeten op emotioneel gebied klaarstaan voor de kinderen en moeten hen hierin niet belasten. De moeder wil dat het contact tussen [minderjarige] en de broers wordt hersteld en dat de vader hieraan meewerkt.

De advocaat van de moeder heeft naar voren gebracht dat de moeder voorafgaand aan de toewijzing van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing een procedure is gestart met betrekking tot het gezag en de omgang met de kinderen en hun hoofdverblijfplaats. Bij de machtiging tot uithuisplaatsing is echter bepaald dat de kinderen bij de vader zouden verblijven, wat nadien is verlengd, mede omdat een wijziging van de verblijfplaats voor veel onrust voor de kinderen zou zorgen. De moeder heeft tijdens de desbetreffende zitting ook besloten een geen verweer te voeren, omdat de plaatsing tijdelijk was en zij door hoge inzet wat meer toenadering had gekregen tot de kinderen. [minderjarige] wilde nu echter naar de moeder en mocht van de vader niet daar blijven. De situatie is geëscaleerd. [minderjarige] ervaart emotionele druk van zijn broers en vader en voelt zich emotioneel onveilig. De moeder vindt het van belang dat [minderjarige] zich veilig voelt. Het is niet goed voor [minderjarige] om hem nu weer naar de vader terug te laten gaan. Hij durft zich nu eindelijk uit te spreken en hij moet ook het gevoel moet krijgen dat hiernaar wordt geluisterd. Het is van belang dat er rust komt en dat er op korte termijn wordt ingezet op contactherstel tussen de broers van [minderjarige] en [minderjarige] en de moeder, zodat vanuit hier uiteindelijk een omgangsregeling kan worden vastgesteld.

5. De beoordeling

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.

De kinderrechter overweegt daartoe dat het voor haar duidelijk is dat beide ouders veel van hun kinderen houden en het beste voor hen willen. De kinderrechter overweegt evenwel ook dat, onder andere in de beschikking van 26 januari 2026, is geconstateerd dat de kinderen klem zitten tussen de ouders. Naar aanleiding van deze zorgen is een jeugdbeschermer betrokken geraakt die erop moet toezien dat het goed gaat met de kinderen en dat hun belang voorop wordt gesteld, en zijn de kinderen op dat moment bij de vader geplaatst. Bij beschikking van 22 juni 2026 is bepaald dat de kinderen nog bij de vader zouden blijven om de rust voor hen te waarborgen. Het was te vroeg om een beslissing te maken over de verblijfplaats van de kinderen voor de lange termijn. De kinderen hadden wel hun eigen schema op basis waarvan zij naar de moeder gingen en Ons Verbind zou betrokken raken om de moeder in haar moederrol te versterken. Het uitgangspunt was dat de uithuisplaatsing bij de vader zou worden voortgezet, maar dat de kinderen regelmatig contact zouden hebben met de moeder. Sinds die beslissing van 22 juni 2026 heeft de betrokken jeugdbeschermer echter zorgelijke signalen over en van [minderjarige] gesignaleerd, wat maakt dat een andere situatie voor hem is ontstaan. De kinderrechter begrijpt uit de stukken, hetgeen ter zitting naar voren is gebracht en uit haar gesprek met [minderjarige] dat hij op dit moment graag bij zijn moeder wil blijven. Hier moet gelet op zijn leeftijd, en het feit dat nog niet was vastgesteld wat de meest passende verblijfplaats was voor de kinderen voor de lange termijn, passend gewicht aan worden gehangen. De kinderrechter is dan ook van oordeel, in lijn met het standpunt van de advocaat van de moeder, dat het op dit dit moment niet in het belang van [minderjarige] is om hem terug naar vader te laten gaan. Het is van belang dat [minderjarige] tot rust komt en die rust kan de moeder hem nu het beste bieden. De kinderrechter zal daarom de machtiging verlenen om [minderjarige] bij de moeder met gezag te laten verblijven voor de duur van de ondertoezichtstelling. Vanuit hier zal samen met de ouders, de jeugdbeschermer en de kinderen moeten worden onderzocht, met onderling respect en rekening houdend met ieders belang, hoe het contact tussen [minderjarige] en zijn broers en zijn vader hersteld kan worden en hoe een passende omgangsregeling voor hen tot stand kan worden gebracht.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de moeder met gezag met ingang van 2 september 2026 tot 26 januari 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026 door mr. M. Kramer, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Leeuwen als griffier, en op schrift gesteld op 14 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. van Leeuwen als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand