Omgang en voorlopige voorzieningen ex artikel 223 Rv
Beschikking op de op 25 februari 2026 ingekomen verzoeken van:
[de stiefmoeder] ,
de stiefmoeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. Ç. Bayrak te Bergen op Zoom.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.J. Bronsveld te Bergen op Zoom.
Als informanten worden aangemerkt:
Jeugdbescherming west Zuid-Holland,
de gecertificeerde instelling, in de hoedanigheid van jeugdbeschermer(s) van [de minderjarige 1] ,
Jeugdbescherming Brabant,
de gecertificeerde instelling, in de hoedanigheid van voogdes van halfbroer [de minderjarige 2] .
Procedure
Bij beschikking van 16 maart 2026 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant de zaak, in de stand waarin deze zich bevond, naar deze rechtbank verwezen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in beide procedures, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 7 juli 2026 van de advocaat van de stiefmoeder, met bijlage;
- het verweerschrift.
Op 12 augustus 2026 zijn op de zitting van deze rechtbank het verzoek in de bodemprocedure en het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen ex artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, gecombineerd behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de stiefmoeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam 1] , namens Jeugdbescherming west Zuid-Holland;
- [naam 2] , namens Jeugdbescherming Brabant.
Feiten
- De vader en de moeder, [de moeder] , hebben een
affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats 1] .
- De vader heeft [de minderjarige 1] erkend.
- De moeder en de stiefmoeder hebben een affectieve relatie gehad.
- De moeder is op 31 januari 2025 overleden. Zij was tot haar overlijden van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] belast.
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats 2] , is de halfbroer van [de minderjarige 1] .
- Bij beschikking van 5 juni 2025 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant is – voor zover hier van belang – bij wege van provisionele voorziening bepaald, totdat in de hoofdzaak definitief is beslist, dat de stiefmoeder en [de minderjarige 1] voorlopig gerechtigd zijn tot omgang met elkaar zoals weergegeven in rechtsoverweging 4.11 van die beschikking.
- Bij beschikking van 21 juli 2025 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – [de minderjarige 1] onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming west Zuid-Holland met ingang van 4 augustus 2025 tot 4 augustus 2026. Bij beschikking van 31 juli 2026 is de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] verlengd tot 4 augustus 2027.
- Bij beschikking van 31 juli 2025 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – de vader belast met het gezag over [de minderjarige 1] .
- Bij beschikking van 26 januari 2026 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant is – voor zover hier van belang – bepaald dat er een omgangsregeling geldt tussen [de minderjarige 1] en de stiefmoeder zoals weergegeven in rechtsoverweging 4.14 en 4.16 van die beschikking.
Verzoek en verweer
Het verzoek in de bodemprocedure (C/09/701784 / FA RK 26-2774)
De stiefmoeder heeft verzocht:
- de vader te veroordelen met onmiddellijke ingang na de datum van de beschikking zijn volledige medewerking te verlenen aan nakoming van de vastgestelde omgangsregeling zoals opgenomen in de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, van 26 januari 2026 (kenmerk C/02/434154), onder rechtsoverweging 4.14 alsmede onder punt 19 van het verzoekschrift, dit alles op verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat de vader, nadat twee dagen na betekening van de beschikking zijn verstreken, in gebreke blijft hieraan te voldoen met een maximum van € 25.000,-, dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen nakoming met dwangsom en maximum;
- te bepalen dat de vakanties en feestdagen bij helfte worden verdeeld, waarbij de vader in de even jaren de eerste keuze heeft en de stiefmoeder in de oneven jaren de eerste keuze heeft;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
Het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen (C/09/701785 / FA RK 26-2775)
De stiefmoeder heeft verzocht:
- de vader te veroordelen met onmiddellijke ingang na de datum van de beschikking zijn volledige medewerking te verlenen aan nakoming van de vastgestelde omgangsregeling zoals opgenomen in de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, van 26 januari 2026 (kenmerk C/02/434154), onder rechtsoverweging 4.14 alsmede onder punt 19 van het verzoekschrift, dit alles op verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat de vader, nadat twee dagen na betekening van de beschikking zijn verstreken, in gebreke blijft hieraan te voldoen met een maximum van € 25.000,-, dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen nakoming met dwangsom en maximum;
- primair de vader te veroordelen in de kosten van deze procedure dan wel subsidiair kosten rechtens;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De vader heeft in beide zaken verweer gevoerd, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Hij heeft verzocht te bepalen dat de uitvoerbaarheid bij voorraad van de beschikking van de rechtbank zal hebben te gelden totdat er in hoger beroep in deze zaak uitspraak is gedaan.
Beoordeling
Het verzoek in de bodemprocedure (C/09/701784 / FA RK 26-2774)
Op de zitting hebben de stiefmoeder en de vader afspraken gemaakt. Zij zijn overeengekomen dat met ingang van 12 september 2026 een omgangsregeling geldt waarbij [de minderjarige 1] om de vier weken van zaterdag 10.00 uur tot zondag 20.00 uur bij de opa en oma moederszijde zal verblijven. Bovendien hebben de stiefmoeder en de vader afgesproken dat [de minderjarige 1] in de even jaren van 24 december, 17.00 uur tot 25 december, 20.00 uur bij de opa en oma moederszijde zal verblijven en [de minderjarige 1] in de oneven jaren van 31 december 17.00 uur tot 1 januari 20.00 uur bij de opa en oma moederszijde zal verblijven. Ook zal [de minderjarige 1] in de zomervakantie een week bij de opa en oma moederszijde verblijven. Verder hebben de stiefmoeder en de vader afgesproken dat niet vereist is dat de stiefmoeder bij de omgang aanwezig is. Voorts zijn zij overeengekomen dat in beginsel de opa en oma moederszijde [de minderjarige 1] zullen brengen en ophalen bij de vader. Als het de opa en oma moederszijde niet lukt om [de minderjarige 1] te brengen en/of op te halen, zal [de minderjarige 1] door [de oom] worden gebracht en/of worden opgehaald. Als het zowel de opa en oma moederszijde, als [de oom] niet lukt om [de minderjarige 1] te brengen en/of op te halen, zal de stiefmoeder [de minderjarige 1] brengen en/of ophalen. De stiefmoeder en de vader zijn het erover eens dat de omgangsregeling vooral ziet op het faciliteren van contact tussen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] en dat de omgangsregeling op het contact tussen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wordt afgestemd.
De stiefmoeder en de vader zijn ook overeengekomen dat er geen verslagen over de omgang worden uitgewisseld. Zij hebben wel afgesproken dat zij bijzonderheden die tijdens de omgang hebben plaatsgevonden met elkaar zullen delen. Ook is afgesproken dat aan de nakoming van de omgang door de vader een dwangsom zal worden verbonden zoals door de stiefmoeder is verzocht, te weten € 500,- per dag met een maximum van € 25.000,-.
De rechtbank zal overeenkomstig de overeenstemming beslissen, nu zij de gemaakte afspraken ook in het belang van [de minderjarige 1] acht. Het meer of anders verzochte beschouwt de rechtbank gelet op de overeenstemming als ingetrokken.
De rechtbank overweegt verder dat de stiefmoeder op de zitting uitdrukkelijk heeft verklaard dat zij niet de intentie heeft om het gezag over [de minderjarige 1] uit te oefenen en daar niet om zal verzoeken in een gerechtelijke procedure. Deze verklaring leent zich echter niet voor opname in het dictum.
Tot slot zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld, nu de stiefmoeder en de vader dit zijn overeengekomen.
Het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen (C/09/701785 / FA RK 26-2775)
Op de zitting heeft de stiefmoeder het verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen ingetrokken. De rechtbank hoeft daarom niet meer op dit verzoek te beslissen.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 26 januari 2026 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant –:
in de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/701784 / FA RK 26-2774
*
bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2023 te [geboorteplaats 1] , met ingang van 12 september 2026 bij de opa en oma moederszijde zal zijn:
- om de vier weken van zaterdag 10.00 uur tot zondag 20.00 uur;
- in de even jaren van 24 december 17.00 uur tot 25 december 20.00 uur en
in de oneven jaren van 31 december 17.00 uur tot 1 januari 20.00 uur;
- een week in de zomervakantie;
waarbij het volgende geldt:
niet vereist is dat de stiefmoeder bij de omgang aanwezig is;
de opa en oma moederszijde zullen [de minderjarige 1] brengen en ophalen bij de vader;
als het de opa en oma moederszijde niet lukt om [de minderjarige 1] te brengen en/of op te halen, zal [de oom] [de minderjarige 1] brengen en/of ophalen;
als het zowel de opa en oma moederszijde, als [de oom] niet lukt om [de minderjarige 1] te brengen en/of op te halen, zal de stiefmoeder [de minderjarige 1] brengen en/of ophalen;
er zullen geen verslagen over de omgang tussen de vader en de stiefmoeder worden uitgewisseld, maar zij zullen wel bijzonderheden die tijdens de omgang hebben plaatsgevonden met elkaar delen;
*
bepaalt dat de vader een dwangsom aan de stiefmoeder moet betalen van € 500,- voor iedere keer dat hij de omgangsregeling, zoals in deze beschikking is bepaald, niet nakomt, met een maximum van € 25.000,-;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
in de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/701785 / FA RK 26-2775
*
stelt vast dat er niets meer te beslissen valt.