ECLI:NL:RBDHA:2026:28317

ECLI:NL:RBDHA:2026:28317

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-09-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer NL24.27179 en NL24.27181
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Asielzaak. Turkse staatsburger van Oeigoerse afkomst. De discriminatie van eiseres in Turkije is niet ernstig genoeg voor asiel in Nederland. Eiseres vreest dat de Turkse autoriteiten haar uitzetten naar China. Het is niet aannemelijk dat Turkse staatsburgers van Oeigoerse afkomst in het algemeen een dergelijk risico lopen. Eiseres heeft echter met haar verklaringen aannemelijk gemaakt dat zij in de belangstelling staat van zowel de Chinese als de Turkse autoriteiten en haar beroep op het gelijkheidsbeginsel heeft verweerder niet weerlegd. Naar het oordeel van de rechtbank is niet zonder meer onaannemelijk dat eiseres het door haar gestelde risico loopt. Beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser ], V-nummer [nummer 1], eiser,

De zaken in het kort

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummers: NL24.27179 en NL24.27181

[eiseres] , V-nummer [nummer 2], eiseres,

mede namens hun minderjarige dochters[minderjarige dochter 1], V-nummer [nummer 3] en

[minderjarige dochter 2] , V-nummer [nummer 4],

eisers

(gemachtigde: mr. Ö. Saraç),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Kusters).

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eisers tegen de besluiten van 19 juni 2024 (de bestreden besluiten), waarbij verweerder hun asielaanvragen heeft afgewezen.

2. Eisers zijn het niet eens met de bestreden besluiten. Zij voeren aan dat eiseres in Turkije is gediscrimineerd vanwege haar Oeigoerse afkomst en dat zij bij terugkeer naar Turkije het risico loopt om te worden uitgezet naar China, waar zij vreest voor vervolging.

3. De rechtbank oordeelt dat de bestreden besluiten niet in stand kunnen blijven en dat verweerder opnieuw op de asielaanvragen van eisers moet beslissen.

Het verloop van de procedures

4. Bij de bestreden besluiten heeft verweerder de asielaanvragen van eisers afgewezen. Verweerder vindt dat eisers moeten terugkeren naar Turkije.

5. Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

6. De rechtbank heeft de beroepen op 13 augustus 2026 op zitting behandeld. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen T. Koc. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De beoordeling van de beroepen

Inleidende opmerking

7. In deze asielprocedures staan de gestelde problemen van eiseres centraal. Eiser en de kinderen hebben geen eigen asielmotieven naar voren gebracht. De uitkomst van hun beroepen is daarom afhankelijk van de uitkomst van het beroep van eiseres. Om die reden gaat de rechtbank bij de beoordeling van de beroepen alleen in op de positie van eiseres.

De discriminatie van eiseres in Turkije

8. Eiseres voert aan dat zij in Turkije vanwege haar Oeigoerse afkomst ernstig werd gediscrimineerd. Eiseres werd steeds als buitenlander gezien en behandeld, ook na het verkrijgen van de Turkse nationaliteit. Eiseres werd regelmatig beledigd en uitgescholden en zij kreeg op haar werk bijvoorbeeld te horen dat zij een terrorist zou zijn. Eiseres kreeg ook veel minder betaald voor hetzelfde werk dan haar collega’s. Zij kon zich hieraan niet onttrekken, want voordat zij de Turkse nationaliteit verkreeg, was zij voor haar verblijfsrecht afhankelijk van haar werk in Turkije en zij vreesde bij terugkeer naar China voor vervolging vanwege haar Oeigoerse afkomst.

9. Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat de discriminatie die eiseres in Turkije heeft ondervonden – hoewel deze discriminatie naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf ernstig was – het voor eiseres niet onmogelijk heeft gemaakt om in Turkije op sociaal en maatschappelijk gebied te functioneren. Eiseres heeft van [jaartal] tot [jaartal] in Turkije gewoond. Zij heeft daar gestudeerd op basis van een verblijfsvergunning. Eiseres heeft deze studie niet afgemaakt omdat zij de studie niet meer kon combineren met haar werk. Zij is vervolgens in Turkije blijven werken, ook op basis van een verblijfsvergunning. Vervolgens heeft eiseres de Turkse nationaliteit aangevraagd en verkregen. Eiseres is in Turkije getrouwd met [eiser ] en heeft kinderen gekregen. Verweerder concludeert daarom terecht dat de discriminatie van eiseres in Turkije, hoe naar die op zichzelf ook was, onvoldoende zwaarwegend is om haar in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel. De hierop betrekking hebbende beroepsgrond slaagt niet.

De vrees van eiseres voor uitzetting naar China

10. Eiseres vreest dat de Turkse autoriteiten haar ondanks haar naturalisatie in Turkije zullen uitzetten naar China, waar zij zal worden vervolgd vanwege haar Oeigoerse afkomst. [een persoon], die ook de Turkse nationaliteit heeft en van Oeigoerse afkomst is, heeft in Nederland een verblijfsvergunning asiel gekregen, omdat haar vrees voor uitzetting naar China aannemelijk werd geacht. Eiseres doet een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Eiseres heeft ter onderbouwing van haar vrees tijdens het nader gehoor een aantal krantenartikelen overgelegd. In beroep wijst zij op informatie van een Oeigoerse organisatie in Nederland, die inhoudt dat Oeigoeren in Turkije met ernstige problemen te maken kunnen krijgen en soms zelfs met uitzetting naar China. Ook wijst zij op onderzoek waaruit blijkt dat Oeigoeren buiten China vaker wel dan niet worden lastiggevallen en bedreigd door of namens de Chinese autoriteiten.

Eiseres wijst verder op haar persoonlijke ervaringen. Als zij contact heeft gehad met haar ouders in China, komen de Chinese autoriteiten steeds kort daarna naar haar ouders toe om navraag te doen naar hun contact met eiseres. In Turkije moest eiseres vanaf een gegeven moment [handelswijze eiseres]; dat wilden de Chinese autoriteiten. Eiseres heeft dit gedaan uit vrees voor wat haar ouders anders zou kunnen overkomen. Eiseres beperkt het contact met haar ouders in China tot een minimum. Verschillende kennissen en familieleden in Turkije hebben eiseres gevraagd geen contact meer op te nemen omdat dat risicovol voor hen is. Eiser is een keer opgebeld door een onbekende die eiseres wilde spreken en eiser is uitgescholden toen hij telefonisch vertelde dat eiseres geen contact wilde. Eiseres is zelf een keer benaderd door een onbekende die [beschrijving]. Bovendien hebben de Turkse autoriteiten de broer van eiser benaderd en navraag gedaan naar eiseres. Daarbij informeerden zij expliciet of eiseres Oeigoerse was, wat [een persoon] heeft bevestigd. Eiser heeft vervolgens telefonisch contact opgenomen met de politie in Turkije, die meedeelde dat er in Turkije een kennisgeving op eiseres ligt te wachten. Over de inhoud daarvan wilde de politie geen mededelingen doen; dat zou eiseres wel horen als zij zich persoonlijk op het politiebureau kwam melden. De politie vroeg eiser ook wanneer zij zouden terugkomen naar Turkije.

Eiseres benadrukt dat het moeilijk is om de gegrondheid van haar vrees met harde bewijzen te onderbouwen, maar zij meent deze vrees voldoende aannemelijk te hebben gemaakt.

11. Verweerder erkent dat eiseres in China gegronde vrees voor vervolging heeft, maar acht niet aannemelijk dat de Turkse autoriteiten haar ondanks haar Turkse nationaliteit zullen uitzetten naar China. Eiseres heeft zonder concrete problemen [tijdsduur] in Turkije gewoond. Bij verweerder zijn geen gevallen bekend van Oeigoeren met de Turkse nationaliteit die vanuit Turkije rechtstreeks naar China zijn uitgezet en verweerder herkent de door eiseres overgelegde informatie van de Oeigoerse organisatie in Nederland niet. Het kan voorkomen dat Oeigoeren in Turkije worden opgepakt, maar dat gebeurt doorgaans juist als zij worden verdacht van spionage voor China. Het staat niet vast dat er een kennisgeving op eiseres ligt te wachten bij de Turkse politie en als dat zo is, is niet duidelijk wat daarvan de inhoud is. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel gaat niet op, want iedere zaak wordt op zijn eigen merites beoordeeld. In de zaak die eiseres bedoelt, werd [bijzonderheid andere zaak] en de zaak van eiseres is daarmee niet vergelijkbaar.

12. De rechtbank overweegt als volgt. Tijdens het nader gehoor heeft eiseres verklaard dat er betrekkelijk veel Oeigoeren in Turkije wonen; zij noemde het getal vijftigduizend. Eiseres verklaart ook dat zij heeft gehoord over vier of vijf uitzettingen naar China en dat volgens haar geen sprake is van een praktijk die op grote schaal voorkomt (bladzijde 10 rapport nader gehoor). Gelet op deze verklaringen van eiseres en gezien verweerders standpunt dat hem geen gevallen bekend zijn waarin de Turkse autoriteiten iemand met de Turkse nationaliteit en van Oeigoerse afkomst rechtstreeks naar China hebben uitgezet, is er geen grond voor het oordeel dat iedere Turkse staatsburger van Oeigoerse afkomst een reëel risico loopt op uitzetting naar China. De door eiseres verstrekte informatie van een Oeigoerse organisatie in Nederland is onvoldoende voor een andere conclusie. Hoewel de hierin beschreven situaties op zichzelf zorgwekkend zijn, blijkt bij nadere bestudering van deze informatie dat het in de meeste gevallen niet tot een uitzetting naar China is gekomen, laat staan tot een rechtstreekse uitzetting naar China van een Turkse staatsburger. In het betreffende stuk wordt vrij weinig achtergrondinformatie gegeven en de beschreven situaties zijn ook daardoor niet goed vergelijkbaar met de situatie van eiseres. Eiseres baseert haar beroep op het gelijkheidsbeginsel ook niet op deze informatie.

13. Eiseres doet wel een beroep op het gelijkheidsbeginsel in verband met het gegeven dat aan [een persoon], ook een Turkse staatsburger van Oeigoerse afkomst, een verblijfsvergunning asiel in Nederland is verleend omdat de door haar gestelde vrees voor uitzetting naar China aannemelijk werd geacht. Terwijl verweerder zich in het voornemen nog op het standpunt stelde dat het daar ging om een persoon met een andere nationaliteit, heeft verweerder zich in het door eiseres bestreden besluit op het standpunt gesteld dat iedere zaak op zijn eigen merites wordt beoordeeld. Blijkbaar stelt verweerder zich niet meer op het standpunt dat de betreffende vreemdeling een andere nationaliteit heeft dan eiseres. Dat iedere zaak op zijn eigen merites wordt beoordeeld, is geen inhoudelijke reactie op het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel. Het door eiseres bestreden besluit is in dit opzicht niet deugdelijk gemotiveerd. Ter zitting heeft verweerder desgevraagd verklaard dat de vreemdeling in de door eiseres genoemde zaak [bijzonderheid andere zaak]. Hoewel een dergelijke verdenking op zich relevant kan zijn, betekent die verdenking nog niet dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt. Eiseres stelt namelijk dat zij zelf ook in de belangstelling staat van zowel de Chinese als de Turkse autoriteiten. Daarop gaat de rechtbank hieronder in. Het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel is in ieder geval in zoverre relevant dat er blijkbaar situaties zijn waarin verweerder niet uitsluit dat een Turkse staatsburger van Oeigoerse afkomst (toch) wordt uitgezet naar China, met alle mogelijke gevolgen van dien. Gelet op het voorgaande heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd waarom het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt.

14. Verweerder betwist niet dat eiseres in Turkije maandelijks [handelswijze eiseres] omdat de Chinese autoriteiten dat wilden. Hieruit volgt al dat de Chinese autoriteiten eiseres in de gaten hielden en misschien nog steeds houden. Het standpunt van verweerder dat dit nog niet betekent dat de Turkse autoriteiten eiseres zullen uitzetten naar China is op zichzelf juist, maar eiseres heeft ook gesteld dat de Turkse autoriteiten navraag naar haar hebben gedaan bij haar zwager en – zo verklaarde eiser op de zitting – daarbij expliciet hebben gevraagd of eiseres van Oeigoerse afkomst is. Er zou een kennisgeving voor eiseres klaarliggen bij de politie. Vervolgens heeft eiser de Turkse politie gebeld, die dit heeft bevestigd. Verweerders gemachtigde heeft ter zitting verklaard dat hij niet zonder meer wil aannemen dat deze kennisgeving er ligt, maar dat [een persoon] is gebeld, betwist verweerder op zichzelf niet. Eiser heeft zijn telefoongesprek met de Turkse politie opgenomen en eiseres heeft een vertaling van dat gesprek overgelegd. Verweerder heeft niet toegelicht waarom hij deze onderbouwing onvoldoende vindt. Daarmee heeft eiseres voor zover mogelijk onderbouwd dat de Turkse politie verwacht dat zij zich bij terugkeer naar Turkije meldt om een kennisgeving in ontvangst te nemen en dat deze kennisgeving gelet op het gesprek met haar zwager verband kan houden met haar Oeigoerse afkomst. Verweerder heeft dit vermoeden van eiseres niet deugdelijk gemotiveerd weerlegd.

15. Gelet op wat onder 13 en 14 is overwogen, is het door eiseres bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en berust het niet op een deugdelijke motivering. De beroepsgronden die zien op de vrees van eiseres voor uitzetting naar China slagen dan ook.

Conclusie

16. De beroepen zijn gegrond. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten wegens strijd met artikel 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. Partijen hebben de rechtbank niet gevraagd zelf in de zaken te voorzien of een tussenuitspraak te doen. De rechtbank doet een einduitspraak en draagt verweerder op om met inachtneming van deze uitspraak opnieuw op de asielaanvragen van eisers te beslissen. Als verweerder het mogelijk acht om deze aanvragen nogmaals af te wijzen, zal hij alle door eiseres verstrekte informatie kenbaar en in samenhang bij de besluitvorming moeten betrekken, dus bijvoorbeeld ook de krantenartikelen waarop eiseres tijdens het nader gehoor een beroep heeft gedaan (bladzijde 4 rapport nader gehoor).

17. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,00 (1 punt voor het indienen van de beroepschriften en 1 punt voor het verschijnen ter zitting in twee samenhangende zaken, met een waarde per punt van € 934,00 en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de bestreden besluiten;

- draagt verweerder op om met inachtneming van deze uitspraak opnieuw te beslissen op de asielaanvragen van eisers;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.868,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Velzen, rechter, in aanwezigheid van R.S. Loeff, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B. van Velzen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand