ECLI:NL:RBDHA:2026:28269

ECLI:NL:RBDHA:2026:28269

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-09-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer NL26.49313 en NL26.49314
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

De rechtbank is van oordeel dat de minister het besluit onvoldoende heeft voorbereid en onvoldoende heeft gemotiveerd. De minister heeft onvoldoende rekening gehouden met de verwondingen die eiser stelt te hebben opgelopen tijdens de mishandeling door de tituski. Ten tweede heeft de minister ten onrechte tegengeworpen dat eiser vaag en summier heeft verklaard over zijn staandehouding en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gevangen heeft gezeten op het politiebureau. Beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna: de minister

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummers: NL26.49313 (beroep)

NL26.49314 (voorlopige voorziening)

V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

(gemachtigde: mr. H. Loth),

en

(gemachtigde: mr. F. Gieskes).

Procesverloop

Bij besluit van 22 augustus 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening die ertoe strekt zijn uitzetting te verbieden totdat op zijn beroep is beslist.

De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) heeft het beroep en het verzoek op 14 september 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk in de Georgische taal is verschenen A. Djavakhadze. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Het asielrelaas

1. Eiser stelt van Georgische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag] 1999. Hij heeft in het verleden in het Verenigd Koninkrijk gestudeerd en in Polen gestudeerd en gewerkt. Daarna heeft hij voor de Amerikaanse ambassade in Georgië gewerkt en voor de administratie van de voormalig president, die nu in de oppositie zit. Eiser stelt dat hij het niet eens is met de huidige Georgische regeringspartij ‘Georgische Droom’ en al honderden keren in Tbilisi heeft meegedaan aan demonstraties tegen de regering. Hij heeft ook posters tegen de regering gemaakt en opgehangen in de stad. Eiser heeft ook wel eens berichten met foto’s en video’s van demonstraties gepost op social media, maar die heeft hij weer verwijderd omdat hij bang was voor boetes. Na de laatste demonstratie liep eiser in de nacht van 1 augustus 2026 naar huis en werd hij op straat aangesproken door titushki, mannen in het zwart die informeel door de Georgische overheid worden ingeschakeld. Hij werd mishandeld, in een auto getrokken en naar een politiebureau gebracht, waar hij in een cel nog verder werd mishandeld. Daarna is hij door de politie vrijgelaten. Een paar dagen later werden zijn ouders gebeld met bedreigingen en nog een paar dagen later zijn er ’s nachts mensen bij hem aan de deur geweest. Hij heeft toen niet open gedaan. Op 10 augustus 2026 heeft eiser Georgië verlaten.

Toepasselijk recht

2. Op 12 juni 2026 is het Asiel- en Migratiepact (AMP) in werking getreden. Eiser heeft zijn aanvraag na die datum ingediend, zodat op zijn aanvraag de regels van na die datum van toepassing zijn.

Het bestreden besluit

3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

-identiteit, nationaliteit en herkomst;

-problemen vanwege politieke overtuiging.

De minister acht de identiteit, nationaliteit, herkomst en politieke overtuiging van eiser geloofwaardig, maar de problemen als gevolg van zijn politieke overtuiging niet. De minister heeft de politieke overtuiging van eiser aangemerkt als ‘matig’.

De minister heeft de geloofwaardigheid van eisers problemen als volgt beoordeeld. Eiser heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten. Daarom heeft de minister beoordeeld of de problemen alsnog geloofwaardig zijn. Dit is volgens de minister niet het geval, omdat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Volgens de minister heeft eiser namelijk vaag en summier verklaard over zijn staandehouding, niet aannemelijk gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling staat en niet aannemelijk gemaakt dat hij gevangen heeft gezeten op het politiebureau. Daarnaast vindt de minister het telefonisch dreigement aan de ouders van eiser niet aannemelijk en werpt de minister tegen dat eiser niet direct het land heeft verlaten terwijl dit wel mogelijk was.

Omdat de problemen van eiser volgens de minister niet geloofwaardig zijn, is hij niet aan te merken als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag en loopt hij geen risico op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM1. Bij de beoordeling van de politieke overtuiging van eiser heeft de minister deze overtuiging aangemerkt als ‘matig’.

Vervolgens heeft de minister beoordeeld of eisers aanvraag kon worden afgewezen als kennelijk ongegrond. Dat is volgens de minister het geval. Georgië is aangewezen als veilig land van herkomst in de zin van artikel 62, eerste lid, van de Procedureverordening omdat het een kandidaat-lidstaat van de Europese Unie is. Omdat het relaas van eiser niet geloofwaardig is, heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat Georgië voor hem geen veilig land is, als bedoeld in artikel 61, vijfde lid, van de Procedureverordening. De minister heeft de aanvraag daarom afgewezen als kennelijk ongegrond.

De gronden van beroep

4. Eiser voert aan dat de minister zijn problemen ten onrechte niet geloofwaardig heeft geacht. De minister heeft de verschillende elementen onvoldoende in samenhang bezien. Zo heeft de minister geen rekening gehouden met zijn werkzaamheden voor de Amerikaanse ambassade, onvoldoende doorgevraagd naar de littekens die hij bij de mishandeling heeft opgelopen en de landeninformatie over de situatie in Georgië in het algemeen en de titushki in het bijzonder onvoldoende meegewogen. Ook heeft de minister eisers politieke overtuiging ten onrechte als ‘matig’ beoordeeld. Eiser wil zijn politieke overtuiging ook na terugkeer kunnen uiten en niet tot terughoudendheid worden gedwongen. Georgië is voor eiser niet aan te merken als veilig land van herkomst.

Beoordeling

5. De rechtbank is van oordeel dat de minister het besluit onvoldoende heeft voorbereid en onvoldoende heeft gemotiveerd.

Ten eerste heeft de minister onvoldoende rekening gehouden met de verwondingen die eiser stelt te hebben opgelopen tijdens de mishandeling door de tituski. Eiser heeft foto’s van zijn verwondingen laten zien, waarop wonden aan armen en benen te zien zijn, en een verwonding in de vorm van een kruis, die volgens eiser is aangebracht met sigaretten. De minister heeft over deze foto’s opgemerkt dat de herkomst, datum en oorzaak van het letsel niet kunnen worden vastgesteld. Bovendien is volgens de minister niet vast te stellen dat de verwondingen aan eiser toebehoren. Dat laatste is naar het oordeel van de rechtbank onjuist: op het moment dat eiser werd gehoord, was het volgens zijn eigen stellingen nog maar 17 dagen geleden dat hij deze verwondingen had opgelopen. De verwondingen hadden dan ook eenvoudig door een arts kunnen worden bekeken en kunnen worden vergeleken met de foto’s. Dat niet is vast te stellen dat de verwondingen door de titushki zijn toegebracht, is feitelijk juist. Daarbij heeft de minister echter uit het oog verloren dat dergelijke verwondingen, met name letsel brandende sigaretten, wel degelijk een aanwijzing kunnen zijn dat eiser in het verleden reeds is blootgesteld aan vervolging of ernstige schade, in de zin van artikel 4, vierde lid van de Kwalificatieverordening. De minister had dan ook nader onderzoek moeten doen naar de gestelde verwondingen, in combinatie met de foto’s.

Ten tweede heeft de minister ten onrechte tegengeworpen dat eiser vaag en summier heeft verklaard over zijn staandehouding en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gevangen heeft gezeten op het politiebureau.

De tegenwerpingen die de minister in dit verband heeft gedaan zijn onder andere de volgende. De minister werpt tegen dat eiser enerzijds heeft verklaard dat de mensen die hem staande hielden titushki waren, maar anderzijds dat deze mensen hem totaal onbekend waren. Verder werpt de minister tegen dat eisers verklaring over zijn overbrenging naar het politiebureau niet logisch is. Volgens de minister is het ongerijmd dat de overheid een niet-overheidsinstantie zou inzetten om eiser te arresteren, om hem vervolgens op een officieel politiebureau te detineren. Eiser heeft bovendien op geen enkele wijze onderbouwd dat hij door de titushki is staande gehouden en dat zij zijn ingehuurd door de Georgische autoriteiten. Daarnaast volgt de minister niet dat eiser op straat is gevraagd waarom hij als geheim agent opereert en dat hij enkele uren later zonder uitleg weer is vrijgelaten. Dat strookt volgens de minister niet met de operationele logica van een dienst die door de overheid is ingehuurd. Optreden als geheim agent wordt volgens de minister doorgaans overal ter wereld gekenmerkt als een ernstig staatsmisdrijf dat de nationale veiligheid

rechtstreeks raakt. Als de autoriteiten hem daadwerkelijk ervan zouden verdenken geheim agent te zijn, had het in de rede gelegen dat zij hem hier niet op straat mee zouden confronteren en had het in de rede gelegen dat er een diepgaand strafrechtelijk onderzoek had plaatsgevonden. Op de zitting heeft de minister nader toegelicht dat deze werkwijze niet past in de bekende landeninformatie.

Deze tegenwerpingen kunnen geen stand houden. In dat verband stelt de rechtbank voorop dat Georgië weliswaar in naam nog kandidaat-lidstaat van de Europese Unie is, maar dat het toetredingsproces de facto is gestaakt na de beslissing van de Georgische autoriteiten op het proces op te schorten tot 2028. Dit blijkt uit het bericht van de Europese Commissie van 4 november 20252. Bovendien kunnen de tegenwerpingen geen stand houden in het licht van eisers verklaringen en de landeninformatie waarnaar eiser heeft verwezen, te weten het rapport van de OVSE3 van 24 februari 20264.

Eiser heeft niet verklaard dat hij door de autoriteiten als ‘geheim agent’ wordt gezien. Hij heeft verklaard dat hij vermoedt dat de autoriteiten denken dat hij een ‘buitenlands agent’ is, mede omdat hij in het buitenland heeft gewoond en voor de Amerikaanse ambassade heeft gewerkt. In het OVSE-rapport wordt veelvuldig ingegaan op de wetgeving tegen ‘buitenlands agenten’ of ‘foreign agents’ die in 2024 en 2025 is aangenomen door het Georgische parlement. De minister heeft dit miskend in het bestreden besluit. Bovendien wordt in het OVSE-rapport meerdere keren melding gemaakt van gemaskerde, ongeïdentificeerde personen, of van mannen in het zwart, vaak gemaskerd, die critici op de regering gewelddadig aanvallen, ook in het openbaar. Deze worden in het rapport ook ‘titushky’ genoemd. Uit het rapport blijkt ook dat de politie niet ingrijpt bij aanvallen van titushki. Uit het bestreden besluit blijkt niet dat de verklaringen van eiser in het licht van deze informatie zijn beoordeeld.

6. Reeds op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister het relaas van eiser onvoldoende heeft onderzocht en het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd. Het beroep is gegrond en het besluit wordt vernietigd wegens strijd met artikel3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank kan de geloofwaardigheid van het relaas niet zelf beoordelen, omdat daarvoor eerst van belang is dat eiser op korte termijn door een arts wordt gezien, die zijn verwondingen of littekens daarvan kan vergelijken met de foto’s die hij heeft overgelegd. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. De minister zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.

7. Omdat het beroep gegrond wordt verklaard, heeft eiser geen belang meer bij zijn verzoek om een voorlopige voorziening. Dit verzoek wordt afgewezen.

8. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.802,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank, in de zaak met nummer NL26.49313:

-verklaart het beroep gegrond;

-vernietigt het bestreden besluit;

-draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;

de voorzieningenrechter, in de zaak met nummer NL26.49314:

-wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;

de rechtbank/voorzieningenrechter, in beide zaken:

-veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.802,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Schaberg, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. H. El Ouahabi, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. H. El Ouahabi

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand