ECLI:NL:RBDHA:2026:28234

ECLI:NL:RBDHA:2026:28234

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-09-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer NL25.53960
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Asiel, Casematcher, beoordelingskader. Het beroep is gegrond, omdat de minister in de besluitvorming niet voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Samenvatting

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.53960

(gemachtigde: mr. M. Krikke),

en

(gemachtigde: mr. I.L.E. Dissevelt).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven, omdat de minister in de besluitvorming niet voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Ethiopische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op

[geboortedatum] 2009. De minister heeft met het bestreden besluit van 31 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 10 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, C.D. Regasa als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is bang voor de militie, de strijdkrachten en het leger. Hij is namelijk, kort nadat hij met een demonstratie had meegedaan, aangehouden en mishandeld. Dat was toen hij onderweg was naar het akkerland van zijn familie. Vervolgens is hij ook mishandeld toen hij op het voetbalveld aan het spelen was met vrienden. Daarnaast is eiser tweemaal gearresteerd, waarbij hij is verhoord, geschopt en geslagen. De eerste keer is hij meegenomen toen de autoriteiten bij hem thuis langskwamen om zijn vader te zoeken, omdat zijn vader ervan wordt beschuldigd lid te zijn van OLF/Shene. De andere keer is hij meegenomen toen hij in een hotel verbleef, waar ze hem Oromo hoorden spreken. Hij werd er toen van beschuldigd dat hij bij de OLF/Shene en Queerroo hoorde. Eiser is daarnaast bang dat hij bij terugkeer zal worden geronseld om te dienen in de regerings- of veiligheidstroepen, net zoals met zijn broer is gebeurd.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

De minister vindt de identiteit, nationaliteit, herkomst en politieke overtuiging van eiser geloofwaardig.

De minister vindt het niet geloofwaardig dat eiser problemen heeft ondervonden vanwege het lidmaatschap van zijn vader bij OLF/Shene, omdat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Daarbij heeft de minister betrokken dat eiser niets kan verklaren over de rol van zijn vader bij OLF/Shene, wanneer zijn vader lid is geworden, of dit vrijwillig was en hoe zijn vader met OLF/Shene in aanraking is gekomen. Daarnaast vindt de minister het ongerijmd dat de autoriteiten zijn vader na vier á vijf jaar weer komen opzoeken. Volgens de minister moet eiser hierover iets kunnen verklaren. Zijn vader is namelijk al het hele leven van eiser lid, dus mag verwacht worden dat eiser hierover iets heeft opgevangen. Daarbij betrekt de minister dat eiser zijn vader in de gevangenis heeft opgezocht en dat eiser stelt zelf problemen te ondervinden vanwege het lidmaatschap van zijn vader. Tot slot vindt de minister dat verwacht mag worden dat eiser er nu meer over zou moeten kunnen verklaren, aangezien hij ondertussen ouder is geworden.

De minister vindt het ook niet geloofwaardig dat eiser problemen heeft ondervonden of zal ondervinden bij terugkeer vanwege zijn politieke activiteiten, omdat de verklaringen geen samenhangend een aannemelijk geheel vormen. Daarbij heeft de minister betrokken dat eiser nauwelijks iets kan verklaren over de demonstraties. Hij wist niet goed waar de demonstraties over gingen en heeft verklaard dat hij maar met jongens is meegelopen. Er waren volgens eiser veel mensen aanwezig, zodat het niet aannemelijk is dat juist eiser hierdoor in de negatieve aandacht is komen te staan bij de autoriteiten. Verder heeft eiser wisselend verklaard over de gestelde mishandeling door de soldaten onderweg naar het akkerland en over het wel of niet direct daarna naar huis gaan. Ook heeft eiser summier en vaag verklaard over de mishandeling op het voetbalveld en door welke militie dit zou zijn gedaan.

De minister vindt het verder niet geloofwaardig dat eiser problemen heeft gekregen na het spreken van Oromo in de hotelkamer, omdat ook deze verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Daarbij heeft de minister betrokken dat het ongerijmd is dat de hoteleigenaar eiser heeft kunnen horen praten in zijn eigen hotelkamer. Daarnaast heeft eiser vaag verklaard over zijn arrestatie en blijkt nergens uit dat Oromo’s in het Amhaarse gebied allemaal als OLF aanhangers worden gezien. Verder heeft eiser summier verklaard over zijn detentie en vrijlating. Ook zijn de verklaringen wisselend, omdat hij enerzijds heeft verklaard geen problemen te hebben gehad in de laatste maanden voor zijn vlucht en anderzijds heeft verklaard dat hij is gearresteerd.

De minister heeft de asielaanvraag daarom als ongegrond afgewezen.

Heeft de minister gebruikt gemaakt van CaseMatcher?

Wat is het betoog van eiser?

5. Eiser voert in de gronden aan dat er een gebrek kleeft aan het besluit, omdat bij de besluitvorming mogelijk gebruik is gemaakt van CaseMatcher.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

6. Omdat de minister tijdens de zitting heeft verklaard dat de beslismedewerker heeft bevestigd dat er bij de besluitvorming geen gebruik is gemaakt van CaseMatcher en eiser daarna zijn gronden die hierop zien heeft ingetrokken, hoeft dit punt geen verdere bespreking.

Heeft de minister het juiste beoordelingskader toegepast?

Wat is het standpunt van de minister?

7. In het bestreden besluit heeft de minister opgenomen dat hij bij de geloofwaardigheidsbeoordeling WI 2024/6 heeft gebruikt. Eiser heeft niet onderbouwd waarom deze WI in strijd zou zijn met Europees recht.

Wat is het betoog van eiser?

8. Volgens eiser moet WI 2024/6 onverbindend worden verklaard of had de minister deze niet mogen gebruiken. Er is namelijk ondertussen sprake van een vaste gedragslijn waarbij in het voordeel van de vreemdeling wordt afgeweken van de passage in WI 2024/6, inhoudende dat als een vreemdeling zijn asielmotief niet voldoende heeft onderbouwd met objectieve bewijsstukken, het asielrelaas niet geloofwaardig is als de vreemdeling niet voldoet aan één of meer onderdelen van artikel 31, zesde lid, van de Vw. Dat had hier ook moeten gebeuren.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

9. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Uit het bestreden besluit blijkt dat de vaste gedragslijn waarop eiser doelt, ook is toegepast. De minister heeft namelijk een standpunt ingenomen over meerdere onderdelen van artikel 31, zesde lid, van de Vw en dus de voornoemde passage in WI 2024/6 niet strikt toegepast. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Heeft de minister voldoende rekening gehouden met het referentiekader?

Wat is het standpunt van de minister?

10. Volgens de minister is er voldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiser. Tijdens de gehoren is er rekening gehouden met het feit dat eiser 15 jaar was. De gehoren zijn op een kindvriendelijke wijze afgenomen en waar nodig is er ondersteunend met eiser omgegaan. Dit ziet er vooral op dat er regelmatig pauzes zijn gehouden en dat er diverse keren aan eiser is gevraagd of het goed met hem ging. De minister stelt zich verder op het standpunt dat eiser geen medische klachten had en zes jaar basisonderwijs heeft genoten. Volgens de minister blijkt uit het bestreden besluit voldoende waarom voor specifieke verklaringen, ondanks zijn referentiekader, meer van eiser verwacht had mogen worden.

Tijdens de zitting heeft de minister naar voren gebracht dat niet wordt verwacht dat eiser kan verklaren over de inhoud van de politieke stroming waar zijn vader bij betrokken was, maar wel over de rol en houding van zijn vader in deze stroming. Het lidmaatschap van zijn vader bij OLF/Shene was namelijk één van de redenen van zijn vertrek uit Ethiopië. Eiser had meer navraag kunnen doen bij zijn moeder en zijn oudere broer over dat lidmaatschap. Ook vindt de minister dat eiser meer zou moeten kunnen verklaren over de gestelde problemen als gevolg van de demonstraties. Daarbij vindt de minister van belang dat eiser ten tijde van het gehoor al 15 jaar was.

Wat is het betoog van eiser?

11. Eiser is van mening dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader. Volgens eiser had de minister zich ervan bewust moeten zijn dat minderjarigen vaak nog niet heel zelfstandig zijn en weinig ervaring hebben. Ook speelt mee dat sprake is van een andere culturele context. De minister heeft onvoldoende toegelicht waarom hij op bepaalde punten van eiser verwacht dat eiser (net als een volwassene) consistent en gedetailleerd zou moeten kunnen verklaren. Eiser was ten tijde van zijn vlucht 13 jaar oud, wat een zeer jonge leeftijd is en hij heeft alleen basisonderwijs gehad. Uit het feit dat de gehoren kindvriendelijk zijn ingericht, blijkt niet hoe de minister het referentiekader in het geval van eiser heeft betrokken bij de besluitvorming.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

12. De minister heeft in de besluitvorming onvoldoende rekening gehouden met het referentiekader van eiser. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.

Op het moment dat de vader van eiser was gevlucht, was eiser negen jaar oud. Voordat zijn vader was gevlucht, heeft zijn vader een tijdlang in de gevangenis gezeten. Het is niet duidelijk wanneer dit precies is geweest, maar duidelijk is dat eiser ook op dat moment in ieder geval negen jaar oud was en mogelijk nog jonger. De rechtbank is van oordeel dat van een kind van negen jaar - dat nog op de basisschool zit en daarnaast wat werkt op het land en voetbalt met zijn vrienden – niet mag worden verwacht dat hij weet wat de rol van zijn vader is bij een politieke stroming of waarom zijn vader in de gevangenis zit. Uit de verklaringen van eiser volgt dat hij niet veel meer heeft gedaan dan zijn vader een bakje eten brengen in de gevangenis en het lege bakje weer mee naar huis nemen. Eiser heeft tijdens de zitting verder verklaard dat hij en zijn broer wel een paar keer hebben geprobeerd om met zijn moeder te praten over zijn vader, maar dat hij dan nooit een concreet antwoord kreeg. De minister heeft niet gemotiveerd waarom eiser op zo’n jonge leeftijd meer zou moeten hebben begrepen. De enkele stelling dat hij vast wel wat moet hebben opgevangen is hiervoor echt onvoldoende. De rechtbank begrijpt dat het voor de minister noodzakelijke informatie is om te kunnen beoordelen wat de ernst is van de dreiging, maar dat betekent niet dat het aan eiser, gelet op zijn referentiekader, kan worden tegengeworpen wanneer hem dit niet lukt.

Ditzelfde speelt ook bij de het tweede en derde asielmotief. De minister heeft bij de beoordeling van de gestelde arrestaties en mishandelingen niet voldoende betrokken dat eiser ten tijde van het gebeuren een zeer jonge leeftijd had. Hij was ten tijde van de eerste demonstratie namelijk ook negen á tien jaar oud en ten tijde van de tweede demonstratie twaalf jaar. Op het moment dat hij Ethiopië heeft verlaten was hij dertien jaar oud. De impact van deze gebeurtenissen kan enorm zijn, voor een volwassene al, maar zeker voor een jong kind. Daardoor is het mogelijk dat eiser niet alles voldoende heeft opgenomen, begrepen en kunnen onthouden, waardoor zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De minister heeft hier onvoldoende rekening mee gehouden.

Dat eiser ten tijde van het gehoor al zestien jaar was maakt dit niet anders. Hoe zou hij meer moeten kunnen verklaren over iets dat hij op zo’n jonge leeftijd niet heeft meegekregen of niet voldoende heeft kunnen begrijpen? Hij kan ook geen navraag meer doen bij zijn moeder of broer, omdat hij geen contact met ze kan krijgen. Dat heeft de minister niet bestreden.

Deze beroepsgrond slaagt daarom.

Wat blijkt uit openbare informatie?

13. De rechtbank merkt nog op dat uit openbare bronnen blijkt dat families van OLA (ook wel Shene genoemd) aanhangers gevolgen kunnen ondervinden van het lidmaatschap van het familielid. Het is de rechtbank echter onvoldoende duidelijk hoe lang een dergelijk risico zich nog kan voordoen.

14. Verder merkt de rechtbank op dat de minister tijdens de zitting heeft erkend dat het nieuwe ambtsbericht, van augustus 2026, afwijkt van het voorgaande ambtsbericht voor wat betreft het risico op gedwongen rekrutering. Op pagina 77 van dit ambtsbericht staat vermeld: “In november 2024 berichtte Addis Standard (AS) dat regeringstroepen jongemannen in Oromia onderwierpen aan gedwongen rekrutering. Volgens AS vond deze gedwongen rekrutering op ‘wijdverbreide’ schaal plaats.” Eiser heeft in de aanvullende gronden ook diverse bronnen opgenomen waaruit blijkt dat gedwongen rekrutering in Ethiopië plaatsvindt, zowel door regeringstroepen als aan de regering gelieerde veiligheidstroepen.

Conclusie en gevolgen

15. De minister heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding om het geschil finaal te beslechten. De minister moet eerst de betreffende asielmotieven opnieuw onderzoeken, een nieuwe integrale geloofwaardigheidsbeoordeling verrichten en vervolgens een nieuw besluit nemen, met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen. Zo moet de minister het referentiekader voldoende betrekken bij de besluitvorming en ook wat in de punten 14 en 15 is overwogen. Omdat de uitkomst hiervan nog onduidelijk is, zal de rechtbank de overige beroepsgronden in deze uitspraak niet bespreken. De rechtbank geeft de minister zes weken voor het nemen van een nieuw besluit.

Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 31 oktober 2025;

- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;

- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H.W.H. Oude Aarninkhof, rechter, in aanwezigheid van A. Kanis, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H.W.H. Oude Aarninkhof

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand