ECLI:NL:RBDHA:2026:28175

ECLI:NL:RBDHA:2026:28175

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-09-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer SGR 26/6195
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voorlopige voorziening. Verzoek afgewezen. Geen acute noodsituatie. Verzoekster ontvangt zorgtoeslag en binnenkort ook studiefinanciering.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 september 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [woonplaats] , verzoekster

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 26/6195

en

(gemachtigde: mr. E.H. Buizert).

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de aanvraag om een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (Pw). Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af vanwege het ontbreken van spoedeisend belang. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Verzoekster, geboren op [geboortedatum] 2016, heeft op 14 juli 2026 een aanvraag ingediend voor een bijstandsuitkering. Met het besluit van 24 juli 2026 heeft het college de aanvraag afgewezen omdat de ouders van verzoekster nog recht hebben op kinderbijslag. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 september 2026 op zitting behandeld samen met de zaak SGR 26/6190. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, [naam 1] , [naam 2] en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Verzoekster heeft een beroep gedaan op het bestaan van betalingsonmacht ten aanzien van het betalen van griffierecht voor het beroep. De rechtbank komt aan de hand van de door verzoekster ingediende stukken tot de conclusie dat verzoekster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen eigen inkomsten heeft. Daarom is terecht afgezien van het heffen van griffierecht.

4. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. De aard van een verzoek om een voorlopige voorziening veronderstelt een actueel spoedeisend belang, als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In een geval als dat van verzoekster kan dat zo zijn wanneer sprake is van een (financiële) noodsituatie, welke het voor haar onevenredig bezwaarlijk maakt dat zij de beslissing op bezwaar af moet wachten. Pas als sprake is van spoedeisend belang komt de voorzieningenrechter toe aan een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Daarom zal de voorzieningenrechter eerst beoordelen of verzoekster een spoedeisend belang heeft bij het ingediende verzoek om een voorlopige voorziening.

5. Verzoekster heeft aan haar verzoek om een voorlopige voorziening ten grondslag gelegd dat hoewel ze vanaf augustus 2026 een mbo-opleiding volgt, ze pas vanaf oktober 2026 studiefinanciering zal ontvangen. Tot die tijd beschikt ze niet over inkomen. Nu ze achttien jaar is geworden moet zij zelf haar zorgverzekering betalen. Ook zijn er andere noodzakelijke kosten, zoals telefoonkosten en de kosten van levensonderhoud. Verzoekster kan niet de beslissing op bezwaar afwachten omdat er een risico bestaat op het ontstaan van betalingsachterstanden en financiële problemen.

6. Gelet op hetgeen uit de stukken blijkt en ter zitting is besproken is de voorzieningenrechter van oordeel dat niet is gebleken van een acute financiële noodsituatie. De voorzieningenrechter overweegt hiertoe dat verzoekster thuiswonend is en dat de ouders van verzoekster een onderhoudsplicht hebben die geldt tot de leeftijd van 21. De ouders van verzoekster ontvangen in ieder geval tot 30 september 2026 nog kinderbijslag, bedoeld voor de kosten die horen bij het opvoeden van een kind. Verzoekster ontvangt zorgtoeslag en zal vanaf oktober 2026 studiefinanciering ontvangen.

7. Verzoekster heeft haar stelling dat haar ouders niet in staat zijn om een bijdrage te leveren in de kosten van levensonderhoud tot het moment dat verzoekster zelf inkomsten zal ontvangen, niet onderbouwd. Niet is gebleken dat er iets is verandert in de financiële situatie van de ouders van verzoekster sinds verzoekster achttien jaar is geworden. Voor zover de zorgtoeslag de kosten van de zorgverzekering niet volledig dekt, heeft verzoekster niet met stukken onderbouwd dat zij niet in staat is de kosten te ondervangen – al dan niet met hulp van derden – en dat er als gevolg hiervan betalingsachterstanden zijn ontstaan. Hetzelfde geldt voor haar stelling dat ze onvoldoende inkomsten heeft om haar telefoonabonnement te betalen. Nergens is uit gebleken dat een onomkeerbare situatie dreigt en dat verzoekster in een acute financiële noodsituatie verkeert waardoor zij de uitkomst van de bezwaarprocedure niet zou kunnen afwachten. Van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening is daarom geen sprake.

8. Nu er geen sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening, kan de door verzoekster gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door het college ingenomen standpunt juist is en of het bestreden besluit in de bezwaarprocedure in stand blijft. Daarvan is de voorzieningenrechter in dit geval niet gebleken.

Conclusie en gevolgen

9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De voorzieningenrechter komt daardoor niet toe aan een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.C. Bannink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F. Leichel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 24 september 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. F. Leichel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand