Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 12 februari 2024 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.R. van Leeuwen te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
Bij beschikking van 11 februari 2025 van deze rechtbank zijn de ouders doorverwezen naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling en Omgangsbegeleiding. Iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorg- en opvoedingstaken en de proceskosten is aangehouden, in afwachting van het traject.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
De minderjarige [de minderjarige 1] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 28 juli 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar waarnemend advocaat mr. C.E. van der Meijs en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Het nog voorliggende verzoek
De vader verzoekt zelfstandig een zorgregeling vast te stellen, in die zin dat [de minderjarige 2] bij de vader is:
De moeder heeft verweer gevoerd.
Beoordeling
Zorgregeling
De rechtbank wijst het verzoek van de vader tot vaststelling van de zorgregeling tussen hem en [de minderjarige 2] af. Uit de stukken en hetgeen op de zitting naar voren is gekomen, blijkt dat er al langere tijd geen contact is tussen [de minderjarige 2] en de vader en dat het hiervoor genoemde traject niet is gestart. Hierdoor heeft de vader onvoldoende zicht op de huidige situatie en de behoeften van [de minderjarige 2] . De rechtbank acht het daarom niet in het belang van [de minderjarige 2] om op dit moment een zorgregeling vast te stellen.
Proceskosten
Nu het een familierechtelijke kwestie betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten tussen de ouders te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek van de vader af;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, kinderrechter, bijgestaan door mr. L.N. van Megesen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2026.