RECHTBANK DEN HAAG
Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
[betrokkene],
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/710938 / FA RK 26-8375
Datum beschikking: 25 augustus 2026
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats], [geboorteland],
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. K.J. Kerdel te Den Haag.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 13 augustus 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 12 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 21 juli 2026, ondertekend op 23 juli 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 13 augustus 2026;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 25 augustus 2026. Daarbij zijn gehoord:
- de advocaat van betrokkene;
- namens GGZ [regio], de sociaal psychiatrisch verpleegkundige, [naam 2] en de casemanager, [naam 3].
Om betrokkene in de gelegenheid te stellen te worden gehoord over dit verzoek, heeft de rechtbank hem aangetekend opgeroepen voor de zitting. Betrokkene is echter niet ter zitting verschenen. De advocaat van betrokkene heeft eerder geen contact kunnen krijgen met hem.
Ter zitting heeft de advocaat betrokkene gebeld. Tijdens dit gesprek heeft betrokkene aangegeven dat hij de zaak wil voorbespreken met zijn advocaat, met bijstand van de aanwezige tolk Tigrinya. Tijdens dit voorgesprek heeft betrokkene aangegeven niet bij de zitting aanwezig te willen zijn en ook niet telefonisch te willen worden gehoord. De advocaat is gemachtigd om het woord te voeren namens betrokkene. De zitting is vervolgens voortgezet buiten aanwezigheid van betrokkene.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
De advocaat heeft namens betrokkene primair afwijzing van het verzoek bepleit en subsidiair toewijzing voor kortere duur. Het gaat goed met betrokkene en hij is niet eerder in beeld geweest bij de GGZ. Hij voelt zich mentaal goed en ervaart de medicatie als een last. Betrokkene krijgt depotmedicatie en het is niet voorzienbaar dat betrokkene zodanig ontregelt dat hij moet worden opgenomen. De vormen van verplichte zorg die zien op opname, insluiten en uitoefenen van toezicht dienen te worden afgewezen. Betrokkene maakt ook bezwaar tegen het beperken van de communicatiemiddelen.
Namens GGZ [regio] is naar voren gebracht dat er ten aanzien van betrokkene veiligheidsrisico’s spelen. Het is altijd spannend als betrokkene komt voor zijn depot, omdat zijn gedrag zich op voorhand moeilijk laat voorspellen. Er worden daarom extra veiligheidsmaatregelen genomen. Zo wordt het depot door twee personen toegediend. Betrokkene heeft geen ziektebesef en -inzicht. Er is geen zicht op de thuissituatie.
Beoordeling
Op 10 maart 2026 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, tot en met 10 september 2026.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige immateriële schade;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
In januari 2026 is betrokkene voor het eerst in beeld gekomen nadat hij op straat verward gedrag vertoonde. Bij opname was sprake van religieuze wanen, akoestische hallucinaties, beperkt ziekte-inzicht en dreigend gedrag. Voorafgaand aan de opname heeft betrokkene voorbijgangers aangevallen en lastiggevallen, een poging gedaan het dienstwapen van een politieagent af te pakken en doodsbedreigingen geuit. Eenmaal in de kliniek is betrokkene, tijdens een poging om van de afdeling weg te vluchten, van acht meter hoogte naar beneden gevallen. Bij deze val heeft hij zijn rug gebroken waarvoor een operatie noodzakelijk was. Betrokkene laat op dit moment, ondanks de inzet van medicatie, een ernstig psychotisch beeld zien dat mogelijk is geluxeerd door cannabisgebruik.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene heeft onvoldoende ziektebesef en -inzicht, vermijdt huisbezoeken en verzet zich tegen medicamenteuze behandeling. Hij wil geen antipsychotica meer gebruiken en stelt dat het ook zonder medicatie goed met hem gaat. Betrokkene heeft de depotmedicatie in de afgelopen periode een keer heeft geweigerd en het is elke keer weer spannend of hij de medicatie zal accepteren. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zonder meer noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat de vormen van zorg ‘insluiten’ en ‘uitoefenen van toezicht’ niet voorzienbaar zijn. Er is op dit moment onvoldoende aanwijzing dat dit nodig zal zijn gedurende de looptijd van de machtiging. Ook is niet gebleken dat het gebruik van communicatiemiddelen dient te worden beperkt. In zoverre zal het verzoek dan ook worden afgewezen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal derhalve worden verleend. Gelet op het huidige toestandsbeeld van betrokkene, het aanzienlijk ernstig nadeel dat daaruit voortvloeit en het gebrek aan ziektebesef en -inzicht bij betrokkene, ziet de rechtbank geen aanleiding om de machtiging voor een kortere periode dan de verzochte twaalf maanden te verlenen.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats], [geboorteland],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg in ieder geval de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
en daarnaast ook de volgende maatregelen indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 25 augustus 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.