ECLI:NL:RBDHA:2026:28139

ECLI:NL:RBDHA:2026:28139

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer C/09/709847 / JE RK 26-1327
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

verl muhp

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/709847 / JE RK 26-1327

Datum uitspraak: 25 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter tot verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2].

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 24 juli 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.

De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen. De gecertificeerde instelling heeft ter zitting laten weten dat de vader is verhinderd wegens een ziekenhuisbezoek met de broer van [minderjarige].

De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld zijn mening te geven. [minderjarige] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2. De feiten

De ouders zijn met elkaar gehuwd.

[minderjarige] is gedurende het huwelijk van de ouders geboren.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

[minderjarige] verblijft bij [zorginstelling].

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 mei 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 6 december 2026.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 mei 2026 de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 6 september 2026.

3. Het verzoek en de gronden

De gecertificeerde instelling verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De afgelopen maanden heeft de gecertificeerde instelling intensief gezocht naar een passend toekomstperspectief voor [minderjarige]. Echter wordt hierbij tegen bredere problematiek aangelopen waarbij sprake is van een jeugdige met gedragsproblematiek, emotieregulatie problemen, een belaste voorgeschiedenis, wisselende behandelmotivatie en een forensisch risicoprofiel. Ondanks dat duidelijkheid, stabiliteit en continuïteit van begeleiding essentieel zijn voor een duurzaam perspectief, bestaat er nog steeds onduidelijkheid over het toekomstperspectief van [minderjarige]. Wegens het perspectiefonderzoek, de zoektocht naar een passende vervolgvoorziening en de noodzakelijke begeleiding is een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk. Zonder verlenging bestaat een reëel risico dat de ingezette ontwikkeling van [minderjarige] stagneert en de noodzakelijke bescherming, begeleiding en regie onvoldoende kunnen worden gewaarborgd. Ter zitting heeft de gecertificeerde instelling naar voren gebracht dat [minderjarige] feitelijk de hele week bij zijn vader slaapt en niet meer bij [zorginstelling]. [zorginstelling] vindt de woonplek voor [minderjarige] niet meer passend en heeft een alternatief aangeboden, maar de ouders staan daar niet achter. Inmiddels zoekt de jeugdbeschermer een andere plek voor [minderjarige]. Dat zal weer in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder zijn, maar uitzicht op een concrete plek is er nog niet.

4. De standpunten van de belanghebbenden

De moeder heeft het volgende naar voren gebracht. De moeder is veel in contact met de gecertificeerde instelling. De moeder en de vader waren niet op de hoogte van het aangeboden alternatief door [zorginstelling]. Daar staan de ouders niet achter, dat alternatief vergde een zelfstandigheid waar [minderjarige] nog niet aan toe is. De moeder heeft ook overigens geen vertrouwen meer in [zorginstelling]. De lijnen zijn niet kort; er wordt niet met [minderjarige] gepraat; inzet van gedragswetenschappers wordt aangekondigd maar resultaten blijven uit en er wordt niet doelmatig gewerkt. [minderjarige] zijn schoolgang gaat met periodes goed en minder goed. Het is belangrijk dat er ook met [minderjarige] zelf gepraat wordt. De moeder staat achter het verzoek.

5. De beoordeling

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. Betrokkenen zijn het erover eens dat een thuisplaatsing voor [minderjarige] niet aan de orde is. Het is belangrijk dat de al ingezette hulpverlening en de zoektocht naar een geschikte woonplek voor [minderjarige] gecontinueerd wordt. Het is belangrijk dat [minderjarige] met een perspectiefonderzoek duidelijkheid krijgt over waar hij zal opgroeien. Dat betekent dat het in het belang van de opvoeding en verzorging van [minderjarige] nog steeds noodzakelijk is dat hij elders verblijft. De jeugdbeschermer hoopt op korte termijn een plek in vervolg op de afgebroken plaatsing bij [zorginstelling] te vinden. Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor [minderjarige] verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 6 december 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026 door mr. M.H. Rochat, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. B. van der Laken als griffier, en op schrift gesteld op 10 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. B. van der Laken als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand