RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/709480 / JE RK 26-1280
Datum uitspraak: 25 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. A. Ramsoedh uit Delft.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in Den Haag.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 20 juli 2026;
de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 24 augustus 2026;
het getekende hulpverleningsplan.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
[naam] , namens de gecertificeerde instelling;
[minderjarige] met zijn advocaat;
- de moeder bijgestaan door een tolk.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen kindgesprek gehad, maar zijn mening ter zitting naar voren gebracht.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft bij [zorginstelling 1] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 november 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 11 december 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 mei 2026 een voorwaardelijke machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 26 augustus 2026. Ook heeft de rechtbank een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 11 december 2026.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de voorwaardelijke machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De jeugdhulpaanbieder heeft in het hulpverleningsplan van 23 april 2026 de voorwaarden opgenomen en de jeugdhulpaanbieder genoemd die bereid is [minderjarige] op te nemen. Ook is vermeld welke medewerker bevoegd is tot het nemen van het besluit tot opname.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De start van de plaatsing van [minderjarige] verliep moeizaam. In anderhalve maand heeft hij twee officiële time-outs op [zorginstelling 2] gehad en meerdere waarschuwingen. De afgelopen weken laat hij positieve ontwikkelingen zien. Hij maakt goed contact met de begeleiders, laat zich beter aansturen en het lukt hem beter om zich te houden aan afspraken rondom de daginvulling en werk. De ontwikkelingen zijn pril waardoor het van belang is dat de machtiging wordt voortgezet. Het functioneren van [minderjarige] is onvoldoende gebleken om het vangnet van een time-outmogelijkheid los te laten. De situatie van [minderjarige] is nog onvoldoende stabiel en de risico’s op onttrekking aan hulpverlening zijn nog te groot. Een verlenging van de voorwaardelijk gesloten machtiging biedt [minderjarige] het noodzakelijke vangnet om binnen de open setting verder te oefenen met het nakomen van afspraken, het omgaan met vrijheden en het ontwikkelen van meer stabiliteit, zonder dat bij terugval een direct meer ingrijpende maatregel nodig is.
4. De standpunten
Door en namens [minderjarige] is ingestemd met het verzochte. [minderjarige] heeft het naar zijn zin op zijn werk en is bereid zich te houden aan de voorwaarden uit het hulpverleningsplan.
Namens de moeder is ingestemd met het verzochte.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Buiten de gesloten accommodatie kan de ernstige belemmering in de ontwikkeling naar volwassenheid alleen worden afgewend door het stellen en naleven van voorwaarden. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
[minderjarige] heeft kenbaar gemaakt de jeugdhulp te aanvaarden, zoals opgenomen in het overgelegde hulpverleningsplan.
De kinderrechter overweegt als volgt. [minderjarige] heeft een belast verleden. Hij heeft een aantal jaren met zijn oma in [land] gewoond terwijl de moeder in Nederland verbleef. In 2019 is hij naar Nederland gekomen en is in het nieuwe gezin van de moeder (met halfbroertjes) gaan wonen. Er wordt vermoed dat het contactverlies met de moeder en later met de oma invloed heeft gehad op zijn gehechtheidsontwikkeling. [minderjarige] heeft daarnaast een licht verstandelijke beperking en is hierdoor kwetsbaar en beïnvloedbaar. Ook wordt gezien dat hij moeite heeft met het inzien van oorzaak-gevolg. [minderjarige] is in aanraking gekomen met politie en justitie en wordt verdacht van meerdere ernstige feiten (overvallen). Naar aanleiding van dit gedrag is [minderjarige] een periode gesloten geplaatst bij [zorginstelling 2] . Inmiddels verblijft hij bij [zorginstelling 1] en kan hij met een voorwaardelijk gesloten machtiging tot uithuisplaatsing als time-out worden geplaatst bij [zorginstelling 2] . De afgelopen maanden is dit enkele keren ingezet. Sinds korte periode is een prille positieve ontwikkeling te zien in het gedrag van [minderjarige] . Hij lijkt te profiteren van de structuur en begeleiding van de groep. Ook is hij gemotiveerd voor zijn werk. Deze verandering is echter nog onvoldoende duurzaam en het risico op onttrekking aan hulpverlening is thans nog aanwezig. Het is dan ook van belang dat [minderjarige] bij een terugval gebruik kan worden gemaakt van het vangnet dat geboden wordt door de voorwaardelijk gesloten machtiging tot uithuisplaatsing. [minderjarige] heeft ter zitting aangegeven dat hij bereid is zich aan de gestelde voorwaarden te houden. Ook de moeder is het eens met het hulpverleningsplan. De gecertificeerde instelling heeft verklaard dat de komende periode zal worden bekeken of [minderjarige] voldoende stappen heeft gezet om (zonder voorwaardelijke gesloten machtiging) geplaatst te kunnen worden op een open groep.
Gelet op het voorgaande verlengt de kinderrechter de voorwaardelijke machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 11 december 2026.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de voorwaardelijke machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 26 augustus 2026 tot 11 december 2026, onder de voorwaarden welke aan [minderjarige] in het aangehechte hulpverleningsplan zijn gesteld.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026 door mr.drs. W.G. de Boer, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 31 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.