RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/707251 / JE RK 26-1064
Datum uitspraak: 25 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder 1] ,
hierna te noemen: de moeder,
en
[de moeder 2] ,
hierna te noemen: de vader,
hierna gezamenlijk te noemen: de ouders,
beiden wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 17 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
[naam] , namens de gecertificeerde instelling;
de moeder.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] is via e-mailbericht van 16 juli 2026 afgemeld voor het kindgesprek.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] verblijft bij Pluryn.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 26 augustus 2025 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 26 augustus 2026.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 mei 2026 een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 26 augustus 2026.
3. Het verzoek
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen tot aan zijn meerderjarigheid, te weten [datum] 2026 en verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [de minderjarige] verblijft sinds eind maart dit jaar op de [behandelgroep] van Pluryn. [de minderjarige] profiteert van een sterk gestructureerde, prikkelarme omgeving met intensieve 2-op-1 begeleiding, vaste begeleiders, voorspelbaarheid en een individueel afgestemd dagprogramma. [de minderjarige] zet stappen in zijn sociale ontwikkeling en kan binnen duidelijke kaders en begeleiding positieve relaties onderhouden. Ondanks de positieve ontwikkelingen wordt gezien dat [de minderjarige] nog altijd moeite heeft met het verdragen van frustratie, het accepteren van ‘nee’ en het omgaan met veranderingen. Hij is sterk afhankelijk van co-regulatie en begrenzing. Het afgelopen jaar is meer duidelijk geworden over welke woon- en begeleidingsvoorwaarden noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van [de minderjarige] . Hoewel de [behandelgroep] goed lijkt aan te sluiten bij [de minderjarige] is de plaatsing nog relatief kortdurend en dient dit zorgvuldig gemonitord te worden. De gecertificeerde instelling zal, gelet op de naderende meerderjarigheid van [de minderjarige] , met de gemeente spreken over de financiering en continuering van het verblijf, de begeleiding en eventuele vervolgvoorzieningen. Vanwege de beperkingen van [de minderjarige] in zijn zelfredzaamheid en zijn blijvende behoefte aan ondersteuning dient ook onderzocht te worden welke juridische maatregel passend voor hem is en dient dit te worden geregeld.
4. De standpunten
Door de moeder is ingestemd met het verzochte. De moeder geeft aan dat zij en de vader zien dat het goed gaat met [de minderjarige] . Ze benoemt dat er mentorschap voor [de minderjarige] zal worden aangevraagd. Indien nodig kan ook bewindvoering bij deze persoon worden neergelegd. De ouders willen hun ouderrol kunnen behouden en een prettige band met [de minderjarige] onderhouden en zien dan ook graag dat een derde de rol van mentor en bewindvoerder op zich neemt.
5. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er is nog altijd sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [de minderjarige] . [de minderjarige] heeft forse emotieregulatie problematiek, autisme, ADHD en een sociaal-emotionele ontwikkelingsachterstand. Hij is sterk afhankelijk van co-regulatie en zijn gedrag vergt intensieve begeleiding. Deze bovengemiddelde opvoedbehoefte overstijgt de draagkracht van de ouders waardoor [de minderjarige] het afgelopen jaar een periode op een gesloten groep bij Pluryn heeft verbleven en inmiddels enkele maanden op een open groep is geplaatst. Er wordt gezien dat de intensieve begeleiding, structuur en voorspelbaarheid van de groep aansluit bij de behoeften van [de minderjarige] . Hij zet langzaamaan positieve stappen in zijn ontwikkeling, onder meer op het gebied van onderwijs, zelfreflectie, emotieregulatie en zijn sociale ontwikkeling. De nadere meerderjarigheid van [de minderjarige] zorgt echter voor onduidelijkheid over de continuïteit van deze plaatsing. Daarnaast heeft de gecertificeerde instelling aangegeven dat de huidige groep passend lijkt te zijn voor [de minderjarige] , maar dat deze plaatsing nog relatief kortdurend is en dan ook zorgvuldig gemonitord dient te worden. Het is van belang dat de gecertificeerde instelling de komende periode betrokken blijft bij het gezin. Er dient duidelijkheid te komen over de verblijfplaats van [de minderjarige] na meerderjarigheid en de eventueel in te zetten juridische maatregel(en). De kinderrechter acht het van groot belang dat de overgang naar de meerderjarigheid van [de minderjarige] voorspoedig verloopt en acht inzet van de jeugdbeschermer hiervoor noodzakelijk.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van [de minderjarige] tot aan zijn meerderjarigheid, te weten tot [datum] 2026.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot [datum] 2026;
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot [datum] 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026 door mr.drs. W.G. de Boer, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 31 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.