Gezag, omgang c.q. verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, kinderalimentatie
Beschikking op het op 13 augustus 2024 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. I.G.M. van Gorkum te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de vrouw] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: voorheen mr. M.C. Carli-Lodder, nu mr. W.J. Vroegindeweij te Katwijk.
Procedure
Bij beschikking van 12 februari 2026 van deze rechtbank is een beslissing ter zake van het gezag, de omgang, de kinderalimentatie en de proceskosten aangehouden. Partijen zijn doorverwezen naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Omgangsbegeleiding en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie. Verder is aan de man vervangende toestemming verleend tot erkenning van de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats] .
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook:
- de brief van 21 mei 2026 van de zijde van de man, met bijlage;
- het F9-formulier van 10 juni 2026 van de zijde van de moeder;
- het F9-formulier van 31 juli 2026 van de zijde van de moeder, met bijlagen.
Op 11 augustus 2026 is de behandeling ter terechtzitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de man en de moeder, bijgestaan door hun advocaten en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming. Van de zijde van de moeder zijn op de zitting pleitnotities overgelegd.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Gezamenlijk gezag
De rechtbank kan pas definitief op het verzoek tot gezamenlijk gezag beslissen nadat de erkenning tot stand is gebracht. Bij beschikking van 12 februari 2026 heeft de rechtbank aan de man vervangende toestemming verleend om [de minderjarige] te erkennen. Dit heeft de man tot nu toe nog niet gedaan. Op de zitting heeft hij toegezegd de erkenning zo snel mogelijk te zullen laten registreren bij de gemeente. De rechtbank geeft de man hiervoor een termijn van 5 maanden. De rechtbank verzoekt de advocaat van de man om de akte van erkenning aan de rechtbank te sturen. Na ontvangst van de akte van erkenning zal de definitieve beslissing op het verzoek tot gezamenlijk gezag worden gegeven. De rechtbank zal de zaak in afwachting van de akte van erkenning pro forma aanhouden tot 1 februari 2027. De rechtbank overweegt dat indien de man aan het hiervoor bepaalde niet voldoet de zaak met toepassing van artikel 22 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal worden afgedaan.
Omgangsregeling
Partijen staan op de wachtlijst voor omgangsbegeleiding bij Jeugdformaat en op de zitting is besproken dat zij ook doorverwezen wensen te worden voor een traject ouderschapsbemiddeling.
Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap. De rechtbank zal de ouders en [de minderjarige] in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.
De rechtbank verzoekt de ouders om de rechtbank tijdig te informeren over het verloop van voornoemd traject. Van de uitvoerende hulpverleningsinstantie verwacht de rechtbank dat – zoals op de zitting met de ouders is besproken – zij de eindrapportage over het verloop van het traject indient op de hierna vermelde wijze. De hulpverleningsinstantie kan de rechtbank tussentijds informeren als daartoe aanleiding is. Als het traject niet heeft geleid tot een positief resultaat dient de instantie de eindrapportage ook tegelijkertijd te zenden aan de Raad. De griffier van de rechtbank stuurt binnen één week na ontvangst van deze rapportage een afschrift van de beschikking en van de voor de beoordeling relevante processtukken aan de Raad. Aan de hand hiervan zal de Raad bezien of er een onderzoek van de Raad noodzakelijk is. De Raad wordt verzocht binnen twee weken na ontvangst van de stukken de rechtbank hierover te informeren en, indien de Raad onderzoek noodzakelijk acht, dit te verrichten en daarvan bij de rechtbank een rapport in te dienen. De Raad wordt in dat geval verzocht om de volgende vraag te beantwoorden: welke omgangsregeling is het meest in het belang van [de minderjarige] ? Het staat de Raad vrij dit onderzoek uit te breiden naar een G&O-onderzoek en/of een beschermingsonderzoek.
Deze beschikking geldt als voorwaardelijke opdracht aan de Raad om een onderzoek te verrichten voor het geval dat het traject volgens de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht.
Partijen zijn op de zitting een voorlopige omgangsregeling overeengekomen, voor de periode dat zij bij Jeugdformaat nog op de wachtlijst staan. De man zal omgang met [de minderjarige] hebben op zondag eenmaal in de twee weken van 8.30 uur tot 12.00 uur in het bijzijn van de moeder met ingang van 16 augustus 2026. Op de zitting hebben zij in verband met de vakantie van de moeder en [de minderjarige] afgesproken dat na 16 augustus 2026 de eerstvolgende omgang op 6 september 2026 zal plaatsvinden en dan weer op 20 september 2026, enzovoorts. Zodra partijen gestart zijn met het traject omgangsbegeleiding en ouderschapsbemiddeling bij Jeugdformaat zullen zij in samenwerking met Jeugdformaat de omgangsregeling verder uitbreiden. De rechtbank verzoekt Jeugdformaat om met de ouders toe te werken naar een omgangsregeling overeenkomstig het verzoek van de vader, zijnde ieder zondag van 10.00 uur tot 17.00 uur alsmede de helft van de schoolvakanties en feestdagen.
Informatieregeling
Bij de beschikking van 12 februari 2026 is in de overwegingen een informatieregeling vastgesteld, maar per abuis niet in het dictum opgenomen. De rechtbank zal nu alsnog ten behoeve van de duidelijkheid de overeengekomen informatieregeling in het dictum vastleggen.
Kinderalimentatie
De moeder heeft verzocht om een bijdrage van aan kinderalimentatie van € 314,- per maand, met ingang van 1 maart 2024. Partijen hebben afgesproken dat de man voorlopig een bijdrage van € 100,- aan de vrouw zal betalen, met ingang van 1 september 2026. Omdat de procedure voor het gezag en de omgang wordt aangehouden, zijn partijen overeengekomen dat een definitieve bijdrage aan de hand van de Tremanormen wordt berekend bij een eindbeschikking. De aanhouding van een definitieve beslissing op het verzoek tot kinderalimentatie doet niets af aan de dan vast te stellen ingangsdatum. De voorlopige bijdrage van € 100,- per maand wordt op dat moment verrekend met de dan vastgestelde definitieve bijdrage.
Proceskosten
Omdat de verzoeken tot gezag, omgang en kinderalimentatie worden aangehouden houdt de rechtbank een beslissing op de proceskosten eveneens aan.
Beslissing
De rechtbank:
*
stelt vast dat de ouders, te weten:
naam: [de man]
adres: [adres 1] ,
en
naam: [de vrouw]
adres: [adres 2] ;
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie, met voorkeur voor Jeugdformaat omdat partijen daar voor omgangsbegeleiding reeds op de wachtlijst staan;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg en de Raad voor de Kinderbescherming;
bepaalt dat de ouders de rechtbank vóór na te melden pro formadatum informeren over het verloop van voornoemd traject;
bepaalt dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject, met kopie aan beide ouders;
bepaalt dat de griffier binnen één week na ontvangst van de rapportage van een niet positief afgerond traject een afschrift van deze beschikking, de rapportage en de relevante processtukken die na deze beschikking zijn ingekomen aan de Raad voor de Kinderbescherming toestuurt;
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming bij een niet positief verlopen traject na ontvangst van de brief van de rechtbank met de hiervoor genoemde stukken te bezien of raadsonderzoek noodzakelijk is met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover in de overwegingen heeft opgenomen, de rechtbank daarover binnen twee weken te informeren en, indien dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
*
bepaalt dat [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats] met ingang van 16 augustus 2026 voorlopig omgang met de man heeft eenmaal in de twee weken op zondag van 8.30 uur tot 12.00 uur in het bijzijn van de moeder, waarbij de omgang daarna zal plaatsvinden op 6 september 2026 en 20 september 2026, enzovoorts;
*
bepaalt dat de moeder met ingang van heden de man viermaal per jaar schriftelijk informatie zal verschaffen over de ontwikkeling en het welzijn van [de minderjarige] ;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van 1 september 2026 voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van [de minderjarige] van € 100,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de kinderalimentatie en de omgang- c.q. zorgregeling aan tot 1 februari 2027 pro forma.