ECLI:NL:RBDHA:2026:28090

ECLI:NL:RBDHA:2026:28090

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer C/09/709779 / KG ZA 26-844
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Kort geding. Raadsonderzoek gelast ten behoeve van de bodemprocedure. Schorsing zorgregeling ouderschapsplan, voorlopig begeleide zorgregeling.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/709779 / KG ZA 26-844

Vonnis in kort geding van 25 augustus 2026

in de zaak van

[de moeder] te [woonplaats],

eiseres in conventie,

gedaagde in reconventie,

advocaat mr. S. Gopal te Den Haag,

tegen:

[de vader] te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. P. Rodrigues de Carvalho te Rotterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de moeder’ en ‘de vader’.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord, houdende een eis in reconventie, met producties;

- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

- de op 11 augustus 2026 gehouden mondelinge behandeling.

Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2. De feiten in conventie en in reconventie

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

De moeder en de vader hebben een affectieve relatie gehad. Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats]. De vader heeft [minderjarige] erkend. De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over [minderjarige].

Na beëindiging van de relatie in 2020 hebben de ouders op 1 februari 2020 een ouderschapsplan opgesteld, waarin zij – voor zover hier aan de orde – hebben afgesproken dat [minderjarige] bij de moeder zal zijn iedere donderdag, vrijdag en zaterdag en om de week op zondag.

In 2021 heeft de vader contact opgenomen met Veilig Thuis, omdat hij zich zorgen maakte over de veiligheid en het welzijn van [minderjarige] vanwege het middelengebruik en de verslavingsproblematiek van de moeder. Naar aanleiding daarvan is hulpverlening vanuit het Centrum voor Jeugd en Gezin ingezet en hebben de ouders onder begeleiding van die hulpverlening in oktober en november 2021 en in maart 2022 nieuwe afspraken gemaakt over het contact tussen [minderjarige] en de moeder. In juli 2022 is het hulpverleningstraject beëindigd, mede vanwege de opname van de moeder in een verslavingskliniek waardoor contact tussen [minderjarige] en de moeder gedurende enige tijd niet mogelijk zou zijn.

Nadien hebben de ouders opnieuw samen afspraken gemaakt over het contact tussen [minderjarige] en de moeder. Vanaf het moment dat de moeder eigen woonruimte verkreeg in 2025 is het contact weer uitgebreid.

De vader heeft het contact tussen [minderjarige] en de moeder stopgezet in juni 2026, omdat hij opnieuw zorgen had over de veiligheid van [minderjarige] bij de moeder vanwege verschillende incidenten in de maanden daarvoor en zorgen van de vader over het medicijngebruik van de moeder.

3. Het geschil

in conventie

De moeder vordert – zakelijk weergegeven – de vader te veroordelen tot nakoming van de zorgregeling uit het ouderschapsplan, een regeling voor de zomervakantie te treffen en de vader te veroordelen tot betaling van een dwangsom aan de moeder van € 500,- voor iedere dag, of gedeelte van een dag, dat de vader in gebreke blijft aan de zorgregeling en de zomervakantieregeling te voldoen, met een maximum van € 10.000,-. Verder vordert de moeder te bepalen dat zij de afgifte van [minderjarige] zelf kan bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie indien de vader weigert [minderjarige] aan haar af te geven. Tot slot vordert de moeder de veroordeling van de vader in de proceskosten, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Daartoe voert de moeder – samengevat – het volgende aan. De moeder stelt dat de door de vader geuite zorgen over de veiligheidssituatie ongegrond zijn en dat zij nu al drie jaar geen middelen meer gebruikt. Volgens haar is er geen reden is om de zorgregeling, zoals deze in 2020 in het ouderschapsplan is overeengekomen, geen doorgang te laten vinden.

De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

in reconventie

De vader vordert in reconventie – zakelijk weergegeven – de zorgregeling uit het ouderschapsplan op te schorten en een zorgregeling vast te stellen, inhoudende dat [minderjarige] tot de beslissing in de bodemprocedure uitsluitend contact zal hebben met de moeder in aanwezigheid van een familielid en nadat de moeder een negatieve drugstest heeft overgelegd. Ook vordert de vader te bepalen dat de ouders hun medewerking verlenen aan aanmelding bij een omgangshuis of vergelijkbare professionele hulpverleningsinstantie om het contact tussen de moeder en [minderjarige] gefaseerd op te bouwen en de Raad te verzoeken onderzoek te verrichten en de rechtbank in de bodemprocedure te adviseren, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

Daartoe voert de vader – samengevat – het volgende aan. De vader stelt dat de omstandigheden wezenlijk zijn gewijzigd ten opzichte van de situatie tijdens het opstellen van het ouderschapsplan, waardoor de daarin opgenomen zorgregeling niet meer aansluit bij de feitelijke situatie. De vader geeft aan dat hij nog altijd zorgen heeft over de veiligheid en het welzijn van [minderjarige] in de leefomgeving van de moeder, onder meer vanwege het medicijngebruik van de moeder en de berichten die hij van bekenden heeft ontvangen over het gedrag van de moeder bij de sportlessen van [minderjarige] en over de mensen die zij thuis ontvangt. Hij stelt ook dat de moeder de zorg voor [minderjarige] met name aan haar (stief)ouders laat en dat zij slechts beperkt betrokken is geweest bij [minderjarige] voor een groot deel van haar leven.

De moeder voert verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze gezamenlijk worden behandeld.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat het uitgangspunt is dat de tussen partijen in het ouderschapsplan overeengekomen zorgregeling nagekomen moet worden. Dit kan evenwel anders zijn als daarna feiten zijn voorgevallen of omstandigheden zijn gebleken die maken dat onverkorte nakoming van deze zorgregeling niet (meer) in het belang van [minderjarige] moet worden geacht. De voorzieningenrechter oordeelt hierover als volgt.

Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de voorzieningenrechter gebleken dat de middelenverslaving waarmee de moeder kampte, gevolgen heeft gehad voor de uitvoering van de zorgregeling in die zin dat er periodes zijn geweest waarin de zorgregeling aangepast is geweest en [minderjarige] haar moeder niet of minder vaak zag. De moeder heeft gesteld dat zij inmiddels drie jaar clean is en dat zij nu alleen nog medicatie voor ADHD en tegen nachtmerries gebruikt. De vader heeft echter nog altijd zorgen over het gedrag en het medicijngebruik van de moeder, onder meer naar aanleiding van incidenten bij de sportlessen van [minderjarige], waarbij de moeder in conflict raakte met andere ouders en opvallend gedrag vertoonde en waarover hij door derden is geïnformeerd. Ook heeft hij nog zorgen over de bezoekers die de moeder volgens haar buurvrouw ontvangt. Tijdens de zitting heeft de vader toegelicht dat deze omstandigheden, in combinatie met het feit dat er een voor de vader en [minderjarige] onbekende man bij de moeder bleef slapen op het moment dat [minderjarige] daar overnachtte, aanleiding voor hem waren om het contact stop te zetten.

De voorzieningenrechter overweegt allereerst dat het invoelbaar is dat het de moeder frustreert dat zij [minderjarige] nu al weer enige tijd niet heeft gezien en dat zij het gevoel heeft zich steeds opnieuw te moeten bewijzen vanwege haar verslavingsachtergrond. Daar staat tegenover dat de voorzieningenrechter ook begrijpt dat de vader zich zorgen maakt over de veiligheid en het welzijn van [minderjarige] bij de moeder door de combinatie van het verleden van de moeder en de recente signalen die hij van derden heeft gekregen over het gedrag van de moeder. De huidige situatie is complex en roept dusdanig veel vragen op dat de voorzieningenrechter noodzaak ziet voor nader onderzoek, temeer omdat de ouders verschillende beelden schetsen van de incidenten die zijn voorgevallen. Een kort geding leent zich niet voor nader feitenonderzoek; dat dient in een bodemprocedure te gebeuren. De vader heeft aangegeven dat hij al een bodemprocedure is gestart, waarin hij verzoekt om wijziging van de zorgregeling. Tegen deze achtergrond zal de voorzieningenrechter de Raad verzoeken om onderzoek te doen en naar aanleiding daarvan te rapporteren en te adviseren in de bodemprocedure. Daarbij wordt de Raad verzocht in ieder geval de volgende vragen te beantwoorden:

Hoe ziet de gezinssituatie van [minderjarige] er uit?

Zijn er zorgen over de veiligheid van [minderjarige] in relatie tot de zorgregeling?

Is het handhaven dan wel wijzigen van de zorgregeling met de moeder in het belang van [minderjarige]? En, indien wijziging in het belang van [minderjarige] is, hoe dient de zorgregeling met de moeder er qua aard, duur en frequentie uit te zien?

Is (nadere) hulpverlening voor de vader, de moeder en/of [minderjarige] noodzakelijk? Zo ja, welke hulpverlening wordt geadviseerd?

De voorzieningenrechter acht het daarbij van groot belang dat het contact tussen [minderjarige] en de moeder snel – en dus ook al voor de mondelinge behandeling van de bodemprocedure – wordt hervat. Gelet op de onduidelijkheid over de geschetste incidenten en de oorzaak daarvan, is de voorzieningenrechter met de Raad van oordeel dat dit contact hangende het raadsonderzoek alleen begeleid kan plaatsvinden. Daarmee wordt de veiligheid van [minderjarige] gewaarborgd en is er geen reden meer voor de vader zich langer tegen contact te verzetten. Overigens meent ook de vader dat het contact tussen [minderjarige] en de moeder onder begeleiding kan worden hervat en hij heeft ter zitting te kennen gegeven bereid te zijn dat zelf te begeleiden. De voorzieningenrechter zal dan ook bepalen dat er voorlopig eens per week een door de vader te begeleiden contactmoment zal zijn tussen [minderjarige] en de moeder. De ouders dienen in onderling overleg te bepalen op welke dag dit contactmoment plaatsvindt. Indien zij daar samen niet uit komen, zal het contactmoment plaatsvinden op woensdagmiddag. In het geval een van de ouders op de afgesproken dag verhinderd is, dienen de ouders een andere datum in dezelfde week te kiezen voor het contactmoment. Daarbij staat het de ouders vrij om de contactmomenten in onderling overleg uit te breiden en/of daar andere afspraken over te maken.

Het voorgaande betekent dat de verderstrekkende vorderingen van de moeder zullen worden afgewezen. De vordering van de vader om de zorgregeling zoals opgenomen in het ouderschapsplan te schorsen en het contact tussen [minderjarige] en de moeder voorlopig uitsluitend onder begeleiding te laten plaatsvinden zal worden toegewezen. Tevens zal de Raad worden gelast onderzoek te doen in verband met de bodemprocedure.

Omdat de contactmomenten voorlopig onder begeleiding van de vader zullen plaatsvinden, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding te bepalen dat de moeder daaraan voorafgaand een negatieve drugstest moet overleggen. Gelet op deze begeleiding en het door de Raad te starten onderzoek ziet de voorzieningenrechter ook geen reden om de ouders te verplichten tot aanmelding bij een omgangshuis of andere professionele hulpverleningsinstantie, nog los van het gegeven dat de voorzieningenrechter de ouders hiertoe niet kan verplichten omdat het een vorm van vrijwillige hulpverlening betreft. Deze vorderingen wijst de voorzieningenrechter dan ook af.

In de omstandigheid dat dit een procedure van familierechtelijke aard betreft, wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij in conventie en in reconventie de eigen proceskosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie en in reconventie

schorst de zorgregeling zoals opgenomen in het ouderschapsplan van 1 februari 2020 en bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats], voorlopig eens per week op een door de ouders in onderling overleg te bepalen dag contact zal hebben met de moeder onder begeleiding van de vader, waarbij geldt dat als de ouders niet onderling een dag kunnen bepalen, het contactmoment op woensdagmiddag plaatsvindt;

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het in 4.4. omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen ten behoeve van de bodemprocedure, waarvan het zaak- en rekestnummer nog door de meest gerede partij aan de Raad voor de Kinderbescherming zal worden doorgegeven;

de Raad kan daartoe telefonisch een eerste afspraak maken met de advocaten van de ouders, die te bereiken zijn op de volgende telefoonnummers:

[telefoonnummer 1] (advocaat van de vader);

[telefoonnummer 2] (advocaat van de moeder);

bepaalt dat de griffier daartoe een afschrift van de processtukken in dit kort geding aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;

gelast de ouders een kopie van dit vonnis in te brengen in de hiervoor aangeduide bodemprocedure;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026.

AJK

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand