ECLI:NL:RBDHA:2026:28086

ECLI:NL:RBDHA:2026:28086

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 25-09-2026
Zaaknummer C/09/707103 / FA RK 26-5958
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Afwijzing van de verzoeken tot het bepalen van de hoofdverblijfplaats

Uitspraak

Hoofdverblijfplaats

Beschikking op het op 12 juni 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. S.K. Gopal te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. E.J.W. Schuijlenburg te Leidschendam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:

Op 28 juli 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader met zijn advocaat, de moeder met haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Feiten

[geboorteplaats] .

17 augustus 2026 09:00 uur;

Verzoek en verweer

De vader verzoekt:

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens verzoekt de moeder zelfstandig:

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Vervangende toestemming en toevertrouwing

Op de zitting heeft de vader zijn verzoeken over de inschrijving in de Basisregistratie Personen en de voorlopige toevertrouwing van [minderjarige] ingetrokken, zodat daarop niet meer hoeft te worden beslist.

Hoofdverblijfplaats

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank kan op verzoek van de ouders of één van hen onder meer een beslissing nemen ten aanzien van de hoofdverblijfsplaats. De rechtbank dient, gelet op artikel 1:253a BW, een zodanige beslissing te nemen als haar in het belang van de minderjarigen wenselijk voorkomt.

Inhoudelijke beoordeling

Algemeen

Op 18 januari 2026 heeft de moeder de gezamenlijke huurwoning samen met [minderjarige] verlaten en is zij naar de woning van de oma van moederszijde vertrokken. Kort daarna heeft de moeder [minderjarige] weer naar de vader teruggebracht. De moeder geeft aan dat zij is vetrokken omdat zij langdurig slachtoffer is geweest van intieme terreur door de vader. Uiteindelijk heeft zij hiervoor hulp gezocht bij [zorginstantie 1] en [zorginstantie 2]. De vader verblijft op dit moment in de gezamenlijke huurwoning van partijen. De moeder verblijft op dit moment bij de oma en stiefopa van moederszijde. Recentelijk hebben de ouders afspraken gemaakt, waarbij zij voorlopig afwisselend in de gezamenlijke huurwoning verblijven om voor [minderjarige] te zorgen.

Hoofdverblijfplaats

Beide ouders verzoeken de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij hen vast te stellen. Op de zitting is aan beide ouders gevraagd welk belang zij hebben bij een beslissing hierover.

De vader geeft aan dat hij ongeveer elf tot twaalf jaar geleden via de [zorginstantie 1] in aanmerking is gekomen voor deze woning, dit is een vertrouwde omgeving voor hem. De vader stelt dat hij geen andere verblijfplaats heeft.

De moeder stelt dat de woning destijds enkel aan partijen is toegewezen omdat zij aan de inkomenseis voldeed en sindsdien de lasten van de gezamenlijke huurwoning heeft gedragen. De moeder voert aan dat zij niet langdurig bij de oma en stiefopa van moederszijde kan blijven.

De rechtbank begrijpt dat de aanleiding voor dit verzoek is gelegen in het voornemen van de ouders om in een andere procedure het huurrecht van de woning te vorderen. Vooruitlopend daarop verzoeken zij in deze procedure de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij hen vast te stellen. De rechtbank is van oordeel dat de ouders daarmee geen rechtens te respecteren belang hebben bij hun verzoeken. De vraag wie het huurrecht van de woning toekomt, dient te worden beoordeeld in een daarvoor geëigende procedure. De rechtbank zal daarop in deze procedure niet vooruitlopen.

Nu de ouders geen rechtens te respecteren belang hebben bij een beslissing over de hoofdverblijfplaats van [minderjarige], wijst de rechtbank de verzoeken daartoe af.

Raadsonderzoek

De moeder verzoekt subsidiair om een raadsonderzoek te gelasten waarbij – indien dit verzoek wordt toegewezen – [minderjarige] voorlopig aan de moeder wordt toevertrouwd en een voorlopige zorgregeling wordt bepaald.

Inhoudelijke beoordeling

Net als de Raad ziet de rechtbank geen aanleiding om een onderzoek te gelasten. De ouders, en met name [minderjarige], zijn gebaat bij een snelle beslissing die duidelijkheid biedt over de woonsituatie. Het is van belang dat [minderjarige] bij beide ouders een plek heeft waar hij goed kan worden verzorgd. De rechtbank acht een onderzoek door de Raad hiervoor niet noodzakelijk en verwacht niet dat een dergelijk onderzoek bijdraagt aan een oplossing hiervoor. De rechtbank wijst het verzoek van de moeder daarom af.

Beslissing

De rechtbank:

wijst de verzoeken af.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.N. van Megesen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand