RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.47417
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),
en
(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).
Procesverloop
In het besluit van 11 augustus 2026 heeft verweerder de herhaalde asielaanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure kennelijk ongegrond verklaard.
Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 16 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de waarnemend gemachtigde van eiser, mr. A.K.E. van den Heuvel, en de gemachtigde van verweerder.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Eiser heeft op 12 juli 2026 zijn opvolgende asielaanvraag gedaan. Eiser heeft gesteld dat hij de Algerijnse nationaliteit heeft en is geboren op [geboortedag] 1999. Aan zijn asielaanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij in Nederland een medische behandeling wenst te ondergaan
2. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder vindt eisers nationaliteit en herkomst geloofwaardig, maar zijn identiteit niet. Eiser heeft geen asielgerelateerde motieven. Dat hij uit Algerije komt, maakt niet dat hij in aanmerking komt voor vluchtelingschap. Ook loopt eiser geen reëel risico op ernstige schade. Er is ook geen aanleiding om eiser op een andere grond een verblijfsvergunning te verlenen of uitstel van vertrek te verlenen om medische redenen. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en betwist dat zijn identiteit ongeloofwaardig is. Ter onderbouwing heeft hij foto’s overgelegd van de voor- en achterkant van een Algerijnse identiteitskaart en van een op 24 november 2015 verlopen Algerijns paspoort.
De rechtbank oordeelt als volgt.
3. De rechtbank stelt voorop dat het aan eiser is om zijn identiteit aannemelijk te maken en documenten te overleggen die zijn identiteit kunnen onderbouwen. Daarbij heeft verweerder terecht meegenomen dat eiser in de diverse asielaanvragen die hij zowel in Nederland als in andere Europese landen heeft gedaan verschillende namen, geboortedata en nationaliteiten heeft opgegeven. Ook heeft verweerder mogen tegenwerpen dat eiser heeft verklaard wel over originele documenten te beschikken, maar deze pas te willen overleggen als hij een medische behandeling heeft ontvangen.
4. De door eiser opgestuurde foto’s van een Algerijnse identiteitskaart en verlopen paspoort zijn eveneens onvoldoende om eisers identiteit vast te stellen. Ten eerste overweegt de rechtbank dat deze beroepsgrond een herhaling is van wat eiser al in de zienswijze heeft aangevoerd. Daarop is verweerder al in het bestreden besluit ingegaan. Ten tweede heeft verweerder terecht overwogen dat de foto’s een andere geboortedatum vermelden dan de geboortedatum die eiser bij deze asielaanvraag heeft opgegeven en aan de foto’s geen doorslaggevende waarde kan worden gehecht.
5. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder de door eiser gestelde identiteit op goede gronden ongeloofwaardig heeft kunnen achten.
6. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft.
7. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. Partijen kunnen tegen deze mondelinge uitspraak in hoger beroep gaan zoals onderaan dit proces-verbaal staat.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 september 2026 door mr. A.J. de Danschutter, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Gasi, griffier. Dit proces-verbaal zal geanonimiseerd worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen twee weken na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.