RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie.
Samenvatting
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.53351
gemachtigde: mr. N. den Ouden,
en
1. Deze uitspraak gaat over de maatregel van vreemdelingenbewaring die aan eiser is opgelegd. Deze maatregel is opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, b en c, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser is het niet eens met die maatregel. Hij voert daartegen een aantal beroepsgronden aan. Onder meer aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van die maatregel en de vraag of aan eiser een schadevergoeding moet worden toegekend.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Het opleggen van de maatregel van vreemdelingenbewaring is niet onrechtmatig. De maatregel van vreemdelingenbewaring voldoet aan de voorwaarden. De minister hoefde niet te kiezen voor een lichter middel. Er is dus geen reden voor het toekennen van een schadevergoeding. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 9 september 2026 heeft de minister aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd en de rechtbank daarvan in kennis gesteld.
Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Het beroep wordt ook aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 17 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
3. De minister heeft aan eiser de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, b en c van de Vw. Dit betekent dat de minister de vreemdelingenbewaring noodzakelijk acht met het oog op de vaststelling van de identiteit of nationaliteit van eiser (sub a) en met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van zijn asielaanvraag (sub b). Daarnaast acht de minister sub c van toepassing omdat eiser (1°) in vreemdelingenbewaring werd gehouden in het kader van een terugkeerprocedure uit hoofde van de Terugkeerrichtlijn, (2°) reeds de mogelijkheid van toegang tot de asielprocedure heeft gehad en (3°) op redelijke gronden kan worden aangenomen dat hij de aanvraag louter heeft ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen.
In de maatregel heeft de minister ter onderbouwing van het onderduikrisico als gronden zoals bedoeld in artikel 5.6, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) vermeld dat eiser:
a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan, waarbij de vreemdeling zich gedurende enige tijd aan het toezicht heeft onttrokken of zich zonder toestemming tussen de lidstaten van de Europese Unie beweegt;c. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;f. in het Nederlandse rechtsverkeer gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste documenten;h. heeft te kennen gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan de verplichting tot terugkeer;p. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;r. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;s. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
Ter zitting heeft de minister grond c laten vallen. Deze wordt dus niet langer aan de maatregel ten grondslag gelegd.
4. Eiser betwist de aan de maatregel van vreemdelingbewaring ten grondslag gelegde gronden c, f, h, r en s.
Zoals onder 3.2. al is benoemd heeft verweerder grond c op de zitting laten vallen en wordt deze niet langer aan de maatregel ten grondslag gelegd. De rechtbank laat hetgeen eiser tegen deze grond heeft aangevoerd daarom ook onbesproken.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat grond f zich feitelijk voordoet. De Koninklijk Marechaussee, bureau falsificatie heeft bevestigd dat het door eiser getoonde document vals is. Ook uit onderzoek bij de Italiaanse autoriteiten is gebleken dat eiser geen verblijfsrecht heeft voor Italië en dat het nummer op het Italiaanse document is gekoppeld aan een ander persoon. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich verder terecht op het standpunt gesteld dat de gronden r en s zich feitelijk voordoen en dat hier een onderduikrisico uit volgt. Eiser heeft verklaard dat hij geen vaste woon- verblijfplaats heeft en dat hij weinig geld heeft. De gronden f, r en s zijn feitelijk juist, en waar nodig is het onderduikrisico voldoende toegelicht. Eiser heeft de gronden a en p niet betwist. Dit betekent dat er voldoende gronden zijn om de maatregel te rechtvaardigen. Er vloeit namelijk een onderduikrisico uit voort. Hetgeen eiser voor het overige heeft aangevoerd hoeft geen bespreking. De beroepsgrond slaagt niet.
5. Eiser voert aan dat de minister had moeten volstaan met een lichter middel, omdat
hij inmiddels al bijna vijf maanden in vreemdelingenbewaring verblijft en hij steeds meer
last heeft van mentale problemen door zijn verblijf in vreemdelingenbewaring.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Bij de beantwoording van de vraag of de minister met toepassing van een lichter middel had moeten volstaan, beoordeelt de rechtbank of de minister zich terecht op het standpunt stelt dat geen andere afdoende maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. De minister stelt zich, gelet op wat hierboven is geoordeeld over de gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd, terecht op het standpunt dat in dit geval geen andere afdoende, maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. Daarbij heeft de minister kunnen betrekken dat eiser al eerder asiel heeft aangevraagd, maar deze kort daarna weer heeft ingetrokken en dat eiser pas kort voor zijn uitzetting wederom asiel heeft aangevraagd op de G-pier. Eiser is al langere tijd illegaal in Nederland geweest en geeft aan dat als zijn asielaanvraag wordt afgewezen hij alsnog niet wil meewerken aan terugkeer naar Gambia.
Er is verder rekening gehouden met eisers medische situatie en uit het dossier blijkt dat eiser ook gebruik maakt van de medische dienst in het detentiecentrum. Daarbij is ook van belang dat de medische zorg die in het detentiecentrum beschikbaar is gelijkwaardig is aan de gezondheidszorg in de vrije maatschappij. Eiser kan klagen bij het detentiecentrum als hij in het detentiecentrum problemen ervaart of vindt dat hij daar niet de juiste zorg krijgt. De rechtbank is bovendien niet gebleken van andere (persoonlijke) omstandigheden die maken dat de vreemdelingenbewaring (door bijvoorbeeld de totale duur daarvan, sinds 24 april 2026) voor eiser onevenredig bezwarend is (geworden). De beroepsgrond slaagt niet.
Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?
5. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.W.H. Oude Aarninkhof, rechter, in aanwezigheid van H.B. Slot - Akkerman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.