ECLI:NL:RBDHA:2026:27894

ECLI:NL:RBDHA:2026:27894

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-08-2026
Datum publicatie 24-09-2026
Zaaknummer C/09/709798 / JE RK 26-1314
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/09/709798 / JE RK 26-1314

Datum uitspraak: 20 augustus 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming, 'sGravenhage,

hierna te noemen: de Raad,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

en

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

samenwonende op een bij de rechtbank bekend adres,

hierna ook tezamen te noemen: de ouders,

advocaat: mr. A.L. Witteveen te Rotterdam.

De kinderrechter merkt als informant aan:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 juli 2026;

het rapport van de Raad van 17 juli 2026, ontvangen op 7 augustus 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:

[naam 1] namens de Raad;

de ouders en hun advocaat;

- [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.

2. De feiten

[minderjarige] is erkend door de vader.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij de ouders.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Er is sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] . [minderjarige] groeit op in een instabiele opvoedsituatie, waarbij hij op verschillende plekken verblijft en er geen continuïteit en stabiliteit is in de verzorging en opvoeding. Er bestaan daarnaast grote zorgen dat [minderjarige] wordt blootgesteld aan ruzies en spanningen tussen de ouders en aan het middelengebruik van de ouders. Hoewel de ouders zeggen geen middelen meer te gebruiken, op een enkele uitzondering na, zijn de ouders volgens het Leger des Heils vrijwel constant onder invloed van alcohol. Daarbij laten de urinecontroles bij de vader zien dat de vader positief heeft getest op alcohol, cocaïne, XTC, cannabis en amfetaminen. De reclassering heeft de vader negatief terug gemeld, omdat hij zich onvoldoende aan de bijzondere voorwaarden zou hebben gehouden. Daar komt bij dat er meerdere politiemeldingen bekend zijn op het adres van de vader, voornamelijk vanwege geluidsoverlast. De ouders ontkennen en bagatelliseren de zorgen die zijn geuit door [hulpverlening] en het Leger des Heils en volgens de ouders ligt de oplossing in het vinden van een geschiktere (grotere) woning voor het gezin. Op dit moment komen de ouders de gemaakte veiligheidsafspraken van [hulpverlening] en het Leger des Heils niet na. Het contact tussen de ouders en de hulpverleners van [hulpverlening] en het Leger des Heils is ook verslechterd, het vertrouwen van de ouders in de hulpverlening is afgenomen en zij uiten veel boosheid en ongenoegen over de hulpverlening. De ouders treden uit contact en zijn moeilijk begeleidbaar, waardoor er onvoldoende zicht is op [minderjarige] . De Raad vindt de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk. De jeugdbeschermer dient zicht te houden op het welzijn en de ontwikkeling van [minderjarige] en de ouders de nodige begeleiding te bieden.

4. De standpunten

Door en namens de ouders is verweer gevoerd. Het gaat goed met [minderjarige] en ook met en tussen de ouders gaat het goed. De moeder herkent zich niet in de aantijgingen en beschuldigingen die in het raadsrapport zijn opgenomen. De ouders komen van ver. Zij hebben zich de afgelopen tijd aan de afspraken gehouden en volgens het borgingsplan gehandeld. Toen bleek dat het niet goed ging met de vader, heeft de moeder – volgens het borgingsplan – [minderjarige] uit de situatie gehaald en de woning verlaten. De ouders wonen nu in een kleine gehorige woning, waardoor er al snel sprake is van geluidsoverlast en meldingen worden gedaan. Het lukt de ouders, door hun verleden, niet om aan een grotere woning te komen. De moeder staat op de wachtlijst. Volgens de ouders wordt telkens ten onrechte naar het verleden teruggegrepen. De ouders gebruiken niet in het bijzijn van [minderjarige] . De positieve drugstesten zien op een enkel feestje en op die momenten zorgen zij ervoor dat er iemand anders is die voor [minderjarige] zorgt. [minderjarige] ontwikkelt zich verder goed en over hem worden geen zorgen geuit. De ouders bagatelliseren de zorgen niet en zij staan ook open voor de benodigde hulpverlening. De ouders vinden daarom dat de hulpverlening vanuit het vrijwillig kader kan worden voortgezet en dat op die manier de nog bestaande zorgen kunnen worden weggenomen. De ouders vinden een ondertoezichtstelling niet nodig en vragen om het verzoek af te wijzen.

De gecertificeerde instelling ziet ook de zorgen van de Raad. Er wordt een terugkerend patroon van zorgen waargenomen en de ouders bagatelliseren deze zorgen. De gecertificeerde instelling vraagt zich wel af of alleen een ondertoezichtstelling voldoende zal zijn om de grote zorgen over [minderjarige] weg te nemen, ook gezien op wat er tijdens de vorige ondertoezichtstelling al is geprobeerd.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. Door meerdere hulpverleners die betrokken zijn bij het gezin worden grote zorgen gezien. Zo zijn er zorgen over spanningen en ruzies tussen de ouders en zijn er zorgen over het gebruik van alcohol en drugs. Ook zijn er veel wisselingen in de plek waar [minderjarige] verblijft. De kinderrechter hoort dat de ouders hard aan zichzelf hebben gewerkt, maar uit het rapport blijkt dat de ouders nog wel wat stappen moeten gaan zetten om de zorgen verder weg te nemen. De kinderrechter ziet onvoldoende mogelijkheden om de zorgen weg te nemen in een vrijwillig kader. Zo blijven de ouders met name vertellen dat de zorgen niet terecht zijn en wat er speelt vinden zij ook niet zulke grote problemen. De kinderrechter ziet dat echt anders. Er zijn veel instanties betrokken bij het gezin en die geven eigenlijk allemaal aan dat het echt niet goed gaat. Dus er moet nu wel wat gaan gebeuren. De kinderrechter ziet zeker ook dat de ouders veel van [minderjarige] houden en het beste voor hem willen. Maar de afgelopen periode is gebleken dat het de hulpverlening in het vrijwillig kader niet is gelukt om ervoor te zorgen dat er geen zorgen zijn over [minderjarige] . De kinderrechter stelt dan ook vast dat het vrijwillig kader op dit moment onvoldoende is om de grote zorgen over [minderjarige] weg te nemen. De kinderrechter vindt het heel belangrijk dat er nu wat gaat veranderen voor [minderjarige] . Daarom is het nodig dat er een jeugdbeschermer komt die goed gaat kijken wat [minderjarige] nodig heeft en om ervoor te zorgen dat deze hulpverlening gaat starten en dat afspraken met de ouders worden gemaakt. Gelet op de forse zorgen en de stappen die de komende tijd moeten worden genomen, vindt de kinderrechter een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar passend.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden met ingang van 20 augustus 2026 tot 20 augustus 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2026 door

mr. M.J.L. van der Waals, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.M. Goossen als griffier, en op schrift gesteld op 21 september 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.M. Goossen als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand