ECLI:NL:RBDHA:2026:27859

ECLI:NL:RBDHA:2026:27859

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-08-2026
Datum publicatie 24-09-2026
Zaaknummer C/09/704652 / FA RK 26-4511
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Gezagsgeschil. Wijziging zorgregeling, vervangende toestemming verhuizing en inschrijving basisschool.

Uitspraak

Geschil gezagsuitoefening

Beschikking op het op 6 mei 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.W. van den Hoek te Leiden.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. R.W.S. Nijman te Oegstgeest.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

Op 27 juli 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

Feiten

- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] .

 iedere donderdag overdag;

 iedere vrijdag van 9.00/9.30 uur tot zaterdag 8.00 uur;

 iedere zondag van 9.00/9.30 tot maandag 8.00 uur.

Verzoek en verweer

De moeder heeft verzocht – met wijziging in zoverre van voornoemde beschikking van 26 september 2024 en het addendum bij de beschikking van 6 juni 2025 - :

- dat [de minderjarige] bij de vader zal zijn:

 zolang hij nog niet naar school gaat: elke donderdag van 9.00 uur tot 17.00 uur, waarbij de moeder [de minderjarige] naar de ouders van de vader brengt en de vader [de minderjarige] weer terug brengt, en om de week van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur;

 vanaf het moment dat hij naar school gaat: elke donderdag uit school tot 17.00 uur, waarbij de vader [de minderjarige] van school haalt en de moeder hem om 17.00 uur bij de vader ophaalt, en om de week van vrijdag uit school tot maandag naar school;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vader heeft verweer gevoerd ten aanzien van de verzochte wijziging van de zorgregeling en de verzochte vervangende toestemming voor de inschrijving op [basisschool 1] , welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Daarnaast heeft de vader zelfstandig verzocht:

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen op verzoek van de ouder(s) geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een beslissing die zij in het belang van het kind wenselijk vindt.

Wijziging zorgregeling

Ontvankelijkheid

De rechtbank zal beide ouders ontvangen in hun verzoek tot wijziging van de zorgregeling. Dat sprake is van gewijzigde omstandigheden, als bedoeld in artikel 1:253a lid 4 in combinatie met artikel 1:377e lid 1 BW, staat naar het oordeel van de rechtbank immers vast nu beide ouders van mening zijn dat de huidige regeling niet meer passend is en zij deze willen wijzigen.

Inhoudelijke beoordeling

Op dit moment geldt een zorgregeling waarbij [de minderjarige] iedere donderdag overdag, iedere vrijdagochtend tot zaterdagochtend en iedere zondagochtend tot maandagochtend bij de vader verblijft. De moeder en de vader hebben allebei een wijziging van deze zorgregeling verzocht.

De moeder wenst een regeling waarbij [de minderjarige] elke donderdag overdag en om het weekend bij de vader verblijft. Volgens de moeder is de huidige zorgregeling onrustig en heeft deze te veel wisselingen, wat niet in het belang van [de minderjarige] is. De vader laat de zorg voor [de minderjarige] volgens de moeder vaak over aan anderen, zoals oma vaderszijde, omdat hij in verband met zijn werk als personal trainer in de avond en overdag vaak afwezig is. De moeder heeft tijdens de samenleving met de vader ook ervaren dat de vader vaak laat thuis was en de zorg voor [de minderjarige] grotendeels bij haar terecht kwam. De co-ouderschapsregeling die de ouders ten tijde van het opstellen van het ouderschapsplan voor ogen hadden is volgens de moeder niet meer passend en niet in het belang van [de minderjarige] . De ervaring van de moeder is dat de vader vaak geen tijd heeft en hij ook niet op komt dagen bij afspraken met betrekking tot [de minderjarige] . Op dit moment schikt de moeder zich vaak naar de wensen van de vader als het gaat om de zorg voor [de minderjarige] , en neemt zij een groot deel van het brengen en halen van [de minderjarige] voor haar rekening. De moeder denkt daarom niet dat een co-ouderschapsregeling, waarbij [de minderjarige] de helft van de tijd bij de vader is, voor de vader haalbaar zal zijn.

De vader wenst de huidige regeling voort te zetten en deze naar een co-ouderschapsregeling te wijzigen vanaf het moment dat [de minderjarige] naar de basisschool gaat, overeenkomstig de afspraken die de ouders in het ouderschapsplan met elkaar hebben gemaakt. De vader is zelfstandig ondernemer en heeft twee personal training studio’s, waar naast hemzelf drie personal trainers werkzaam zijn. Hij kan zijn werktijden zelf, in afstemming met zijn klanten, invullen en daarbij rekening houden met de zorg voor [de minderjarige] . De vader kan en wil zijn werktijden afstemmen op een co-ouderschapsregeling, met de wisseldag op woensdag of op maandag, zoals de ouders sinds het uiteengaan zijn overeengekomen en steeds met elkaar hebben afgesproken.

De rechtbank overweegt als volgt. Dat de huidige zorgregeling moet worden gewijzigd is tussen de ouders niet in geschil. Uit de stukken blijkt dat de ouders ook tijdens de in mediation gemaakte afspraken in oktober 2025 al hebben besproken dat de huidige zorgregeling veel wisselingen en overdrachtsmomenten bevat. De rechtbank acht het in het belang van [de minderjarige] dat er meer rust komt in die regeling. Die rust wordt naar het oordeel van de rechtbank niet gecreëerd met een co-ouderschapsregeling. Hoewel de ouders dit voor ogen hebben gehad ten tijde van het opstellen van het ouderschapsplan in september 2024, is de situatie nu gewijzigd. Na het uit elkaar gaan hebben de ouders tot juni 2025 uitvoering gegeven aan een co-ouderschapsregeling in de vorm van birdnesting, maar sindsdien geldt de huidige regeling waarbij [de minderjarige] elke donderdag, vrijdag en zondag bij de vader verblijft. Het zwaartepunt van de zorg ligt sindsdien bij de moeder. Uit die feitelijke gang van zaken leidt de rechtbank af dat het voor de vader – in ieder geval tot nu toe – niet mogelijk is geweest om meer zorg voor [de minderjarige] te dragen. De rechtbank neemt in haar overweging ook mee dat de vader tot nu toe niet eerder heeft gevraagd om de door hem gewenste co-ouderschapsregeling, en dat uit het door de vader gedane verzoek ook blijkt dat het voor hem pas mogelijk zou zijn om uitvoering te geven aan een co-ouderschapsregeling vanaf het moment dat [de minderjarige] naar school gaat. Tegelijkertijd acht de rechtbank de door de moeder verzochte regeling te beperkt, zoals op de zitting ook met de ouders is besproken. De moeder heeft aangegeven open te staan voor een uitgebreidere regeling, en de vader heeft aangegeven ook open te staan voor een andere verdeelsleutel zoals 45/55.

Alles afwegende acht de rechtbank de door de moeder op de zitting voorgestelde regeling waarbij [de minderjarige] – uiteindelijk – de ene week van donderdag uit school tot vrijdag naar school en de andere week van donderdag uit school tot maandag naar school bij de vader verblijft het rustigst en het meest in zijn belang. De rechtbank ziet daarbij wel aanleiding om deze regeling als volgt op te bouwen, waarbij [de minderjarige] bij de vader verblijft:

- vanaf 1 september 2026:

 de ene week van donderdagochtend tot vrijdagochtend;

 de andere week donderdag overdag vanaf de ochtend tot 17.00 uur en van vrijdag 17.00 tot zondag 17.00 uur;

- vanaf 1 november 2026:

 de ene week van donderdagochtend tot vrijdagochtend;

 de andere week van donderdagochtend tot zondag 17.00 uur;

- vanaf 1 februari 2027:

 de ene week van donderdagochtend tot vrijdagochtend;

 de andere week van donderdagochtend tot maandagochtend;

- vanaf het moment dat [de minderjarige] naar school gaat (in ieder geval [datum] 2027):

 de ene week van donderdag uit school tot vrijdag naar school;

 de andere week van donderdag uit school tot maandag naar school.

De rechtbank zal bepalen dat de ouder bij wie [de minderjarige] op dat moment verblijft, hem naar de andere ouder zal brengen. Verder gaat de rechtbank ervan uit dat de ouders met elkaar afspraken zullen maken over de tijdstippen waarop [de minderjarige] op donderdagochtend wordt gebracht en op vrijdagochtend wordt opgehaald.

Vervangende toestemming inschrijving basisschool

De moeder en de vader hebben over en weer toestemming verzocht, die de toestemming van de andere ouder vervangt, voor inschrijving van [de minderjarige] op een basisschool.

De moeder wil dat [de minderjarige] naar de [basisschool 1] gaat in [plaats 1] , omdat [de minderjarige] er volgens haar bij gebaat is bij de woning van de moeder in de buurt naar school te gaan, de familie van de moeder in de directe nabijheid van de school wonen en omdat deze school Daltononderwijs geeft.

De vader wil dat [de minderjarige] naar de basisschool [basisschool 2] gaat in [plaats 2] , omdat de ouders destijds samen voor deze school hebben gekozen, omdat oma vaderszijde op loopafstand van deze school woont en omdat de neefjes en nichtjes vaderszijde daar ook naar school gaan. Volgens de vader past regulier onderwijs, wat op deze school gegeven wordt, bovendien beter bij [de minderjarige] .

De rechtbank overweegt dat het belang van [de minderjarige] bij haar beslissing voorop staat. Naar het oordeel van de rechtbank is het in het belang van [de minderjarige] om naar school te gaan in de plaats waar hij het meest van de tijd verblijft. Dat is, gelet op de zorgregeling die zal worden vastgesteld, bij de moeder. Dat de ouders toen zij nog samen waren de keuze hadden gemaakt voor [basisschool 2] acht de rechtbank niet (meer) relevant, omdat de omstandigheden inmiddels zijn gewijzigd. De vader heeft verder niet toegelicht of onderbouwd waarom regulier onderwijs beter bij [de minderjarige] zou passen. Het feit dat de neefjes en nichtjes vaderszijde naar [basisschool 2] in [plaats 2] gaan is voor de rechtbank ook onvoldoende om anders te beslissen. Zoals door de vader naar voren is gebracht, zijn de neefjes en nichtjes iedere donderdag bij oma vaderszijde, en kan [de minderjarige] hen dan nog steeds zien omdat dit in de zorgtijd van de vader valt.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank aan de moeder vervangende toestemming verlenen om [de minderjarige] in te schrijven op de [basisschool 1] in [plaats 1] .

Proceskosten

Tussen de vader en de moeder is niet in geschil dat de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder de eigen proceskosten draagt. De rechtbank zal aldus beslissen.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van het aan de beschikking van 15 oktober 2024 van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, gehechte ouderschapsplan en het tussen partijen overeengekomen addendum van 6 juni 2025 – :

*

bepaalt in het kader van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 in [plaats 1] , bij de vader zal zijn:

- vanaf 1 september 2026:

 de ene week van donderdagochtend tot vrijdagochtend;

 de andere week donderdag overdag vanaf de ochtend tot 17.00 uur en van vrijdag 17.00 tot zondag 17.00 uur;

waarbij de ouder bij wie [de minderjarige] op dat moment verblijft, hem naar de andere ouder zal brengen;

- vanaf 1 november 2026:

 de ene week van donderdagochtend tot vrijdagochtend;

 de andere week van donderdagochtend tot zondag 17.00 uur;

waarbij de ouder bij wie [de minderjarige] op dat moment verblijft, hem naar de andere ouder zal brengen;

- vanaf 1 februari 2027:

 de ene week van donderdagochtend tot vrijdagochtend;

 de andere week van donderdagochtend tot maandagochtend;

waarbij de ouder bij wie [de minderjarige] op dat moment verblijft, hem naar de andere ouder zal brengen;

- vanaf het moment dat [de minderjarige] naar school gaat (in ieder geval [datum] 2027):

 de ene week van donderdag uit school tot vrijdag naar school;

 de andere week van donderdag uit school tot maandag naar school;

*

verleent toestemming aan de moeder, die de toestemming van de vader vervangt, voor de verhuizing van [de minderjarige] naar het [adres] ;

*

verleent toestemming aan de moeder, die de toestemming van de vader vervangt, voor de inschrijving van [de minderjarige] op de [basisschool 1] te [plaats 1] ;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand