ECLI:NL:RBAMS:2026:9898

ECLI:NL:RBAMS:2026:9898

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 16-09-2026
Datum publicatie 07-10-2026
Zaaknummer 13-198133-26
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Pools vervolgings-EAB. Dubbele strafbaarheid. Art. 11 OLW: Poolse detentieomstandigeden in remand prisons. De aanvullende informatie op dit moment onvoldoende om algemeen gevaar voor de opgeëiste persoon weg te nemen. Onderzoek heropend om vraag voor te leggen aan de UJA.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-198133-26

Datum uitspraak: 16 september 2026

TUSSEN-UITSPRAAK

op de vordering van 13 juli 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 18 juni 2026 door de Regional Court in Siedlce, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] (Polen),

inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:

[inschrijvingsadres],

feitelijk verblijvende aan de:

[feitelijk verblijfadres],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 9 september 2026, in aanwezigheid van mr. E.M. Meppelink, officier van justitie.

De opgeëiste persoon is niet verschenen. Hij is vertegenwoordigd door een gemachtigd raadsman, mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat in Amsterdam.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een beslissing van the District Court in Mińsk Mazowiecki, van 28 december 2021, met referentie: II Kp 322/21. Uit het A-formulier blijkt dat deze beslissing een aanhoudingsbevel of gelijkwaardige rechterlijke beslissing betreft.

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Pools recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.

4. Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het strafbare feit niet aangeduid als lijstfeit. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, als – kort gezegd – voldaan is aan de vereisten dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

Het feit levert naar Nederlands recht op:

oplichting.

Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. Het is aan de opgeëiste persoon om omstandigheden aan te voeren en aan te tonen waaruit blijkt dat hij dit gevaar ook daadwerkelijk loopt.

Omdat de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.

Poolse detentieomstandigheden in remand prisons

Inleiding

De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het remand regime in Polen terechtkomen. Het kernpunt is dat in het remand regime slechts drie vierkante meter persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel is gegarandeerd voor de voorlopig gedetineerde, terwijl die structureel 23 uren per dag op zijn cel doorbrengt.

De vaststelling van een algemeen gevaar van schending van de grondrechten voor gedetineerden die terechtkomen in het remand regime, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden. Om te verzekeren dat de grondrechten in het concrete geval worden geëerbiedigd, is de rechtbank dan ook verplicht om na te gaan of er, in de omstandigheden van het geval, gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Polen een reëel gevaar zal lopen van schending van zijn grondrechten gezien de omstandigheden in het remand regime in Polen waar hij zal worden gedetineerd.

In het kader van dit onderzoek heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) op 29 juli 2026 vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.

Bij brief van 31 augustus 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende, voor zover hier relevante, informatie verstrekt:

“In accordance with the rules governing the territorial allocation of provisionally arrested prisoners within the area of jurisdiction of the regional inspectorate of the Prison Service in Warsaw, a person provisionally arrested, a convicted person or a person subject to a custodial penalty who has been transferred from another State pursuant to international agreements (including under a European Arrest Warrant), and who is wanted by criminal justice authorities but is not covered by the territorial allocation rules applicable to penitentiary establishments within the jurisdiction of the Regional Director of the Prison Service in Warsaw, and who has been brought in by the Convoy Department of the Warsaw Metropolitan Police Headquarters on a so-called scheduled flight, shall be detained at the Warsaw-Stuzewiec Remand Centre. Where, however, the person is brought in on a so-called group flight, the designation of the remand centre responsible for admitting that person shall be determined on each occasion by an agreement between the Head of the Convoy Department of the Warsaw Metropolitan Police Headquarters and the Regional Director of the Prison Service in Warsaw. With a view to the standards cited hereinabove, after a suspect has been brought to the territory of the Republic of Poland, the establishment to which one should be transferred, in accordance with the established territorial allocation of detention, is the Siedlce Penal Institution. Under the generally applicable provisions of law, those deprived of their liberty are accommodated in either shared or single-occupancy cells. The floor area in a cell allocated per one convicted person shall be no less than 3 m2. The floor area of a living accommodation does not include window recesses or radiator recesses, nor any area located beyond internal bars, or any separately designated sanitary areas. (…) Informs that provisionally arrested perso detained in the Siedlce Penal Institution are provided an opportunity to spend at least one hour per day outside their cell as part of a scheduled outdoor exercise period. In addition, a variety of cultural and educational activities are provided for them between 7.30 a.m. and 6.00 p.m. Prisoners accommodated in residential units may participate in cultural and educational activities at least twice a week. The establishment also operates interest groups in which prisoners may participate at least once a week. As part of recreational initiatives, dayrooms are equipped with dart sets, table tennis sets and other recreational-sports equipment. Sports tournaments are also organised. In the residential units, psychologists conduct thematic sessions focusing on life affirmation, suicide prevention and addiction prevention. As part of an ongoing information campaign, prisoners are also encouraged to attend screenings of films promoting life-affirming attitudes. At the same time, the establishment provides the following forms of activities for the provisionally arrested persons: thematic historical exhibitions in the dayrooms (from the 1PN resources); access to library materials provided by the Municipal Public Library; access to reading-room resources; dayroom and self-directed activities (provision of crosswords, sudoku and newspapers/magazines). Having regard to the practical opportunities available to prisoners to make use of these forms of activity, measures have been developed to improve access to dayroom activities. Appropriate scheduling arrangements allow the common room to be made available to another group if the prisoners in the group originally scheduled to use it withdraw from the activities. Persons held on remand are provided with access to the library, including the books, newspapers and periodicals, and educational materials held there. They are also entitled to participate in religious services once a week, subject to the division into separate isolation groups, and to receive individual pastoral care. I further inform you that, at the Warsaw-Stuzewiec Remand Centre, arrangements are in place to enable prisoners to spend at least two hours outside their cells, provided that they express a willingness to participate in activities organised within the establishment. (…) The range of activities organised in a particular establishment and the frequency with which prisoners may participate therein on a weekly basis depend on the organisational conditions and the type of prison concerned. Nevertheless, in accordance with the recommendations issued, each penitentiary establishment should seek to organise the day in such a way as to afford prisoners a genuine opportunity to spend time outside their cells to an extent exceeding the period allocated solely for the outdoor walk.”

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de zaak moet worden aangehouden, omdat het algemene gevaar van schending van grondrechten in het remand regime in Polen voor de opgeëiste persoon niet wordt weggenomen door de aanvullende informatie. Er is onvoldoende duidelijkheid over de tijd die een gedetineerde buiten de cel kan verblijven. De raadsman vindt dat nadere vragen aan Polen gesteld moeten worden hierover, zoals de rechtbank ook heeft gedaan in haar uitspraak van 2 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3301.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de detentiegarantie volstaat. Hoewel uit de aanvullende informatie niet expliciet blijkt hoeveel uur de opgeëiste persoon buiten zijn cel kan verblijven, volgt daaruit wel dat de uitvaardigende justitiële autoriteit ernaar streeft gedetineerden zoveel mogelijk buiten de cel te laten verblijven. Daaruit leidt de officier van justitie af dat de opgeëiste persoon niet structureel 23 uur per dag in zijn cel zal hoeven door te brengen. Met de aanvullende informatie is het vastgestelde algemene gevaar voor de opgeëiste persoon dan ook weggenomen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat zij, gelet op het arrest Generalstaatsanwaltschaft (Detentieomstandigheden in Hongarije) van het Hof van Justitie van de Europese Unie - ook wel het arrest ML genoemd -, uitsluitend de detentieomstandigheden dient te onderzoeken in de detentie-instelling(en) waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt, naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd, mede op tijdelijke of voorlopige basis.

De rechtbank stelt vast dat uit de verstrekte aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 31 augustus 2026 blijkt dat opgeëiste persoon na zijn overlevering naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd in Warsaw-Stuzewiec Remand Centre of in Siedlce Penal Institution en dat 3 m2 persoonlijke leefruimte, exclusief sanitaire voorzieningen, wordt gegarandeerd.

Zoals de rechtbank eerder heeft geoordeeld, wordt het algemene reële gevaar dat een opgeëiste persoon wordt blootgesteld aan een structureel verblijf van 23 uur per dag in een cel met een oppervlakte tussen de 3 m2 en 4 m2 in ieder geval weggenomen met de garantie dat hij minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. Als de autoriteiten een dergelijke garantie niet kunnen geven, heeft de rechtbank concrete informatie nodig met betrekking tot de vraag hoeveel uur een opgeëiste persoon onder normale omstandigheden - wanneer hij ervoor kiest om aan de aangeboden activiteiten deel te nemen - gemiddeld buiten zijn cel kan verblijven. Met andere woorden: de rechtbank heeft informatie nodig waaruit blijkt aan welke activiteiten de opgeëiste persoon dagelijks kan deelnemen, de duur van die activiteiten, én de omstandigheden waarvan die deelname en die duur afhankelijk zijn. Als de rechtbank op basis van de concrete informatie kan vaststellen dat de opgeëiste persoon gemiddeld genomen zo’n twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven, dan is het algemene gevaar weggenomen.

Uit de aanvullende informatie blijkt dat met betrekking tot Warsaw-Stuzewiec Remand Centre de garantie is gegeven dat de opgeëiste persoon minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven.

Uit de aanvullende informatie blijkt met betrekking tot Siedlce Penal Institution niet dat de opgeëiste persoon minimaal twee uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. Gedetineerden kunnen tweemaal per week deelnemen aan culturele en educatieve activiteiten en aan activiteiten in de gemeenschappelijke ruimten. Daarnaast wordt in algemene zin gewezen op verschillende activiteiten die beschikbaar zijn voor voorlopig gedetineerden. Verder hebben gedetineerden het recht op dagelijkse outdoor exercise van één uur. De rechtbank is van oordeel dat deze informatie onvoldoende concreet is om vast te kunnen stellen dat de opgeëiste persoon in Siedlce Penal Institution onder normale omstandigheden voldoende tijd buiten de cel kan verblijven, indien hij aan alle aangeboden activiteiten deel zou nemen. In dit kader is van belang dat informatie ontbreekt over de frequentie en tijdsduur van de activiteiten waaraan de opgeëiste persoon kan deelnemen in Siedlce Penal Institution. Dit betekent dat de aanvullende informatie op dit moment onvoldoende is om het algemeen gevaar voor de opgeëiste persoon weg te nemen. De rechtbank ziet daarom aanleiding om het onderzoek ter zitting te heropenen en de officier van justitie te verzoeken om aan de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende vraag voor te leggen:

- Kunt u voor de Siedlce Penal Institution zo concreet mogelijk aangeven hoeveel tijd de opgeëiste persoon, onder normale omstandigheden, gemiddeld dagelijks buiten zijn cel kan verblijven, waarbij ervan kan worden uitgegaan dat hij er ook daadwerkelijk voor kiest om aan die aangeboden activiteiten deel te nemen?

Verlenging van de beslistermijn

De beslistermijn die op de zitting van 9 september 2026 is verlengd, verstrijkt op 8 oktober 2026. Artikel 22, vijfde lid, OLW bepaalt dat de rechtbank in het uitzonderlijke geval, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, van dat artikel, de beslistermijn met telkens 30 dagen kan verlengen. Nu de rechtbank onderzoek doet naar een reëel gevaar van schending van de grondrechten van de opgeëiste persoon, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, OLW verlengt zij de beslistermijn met 30 dagen op grond van die bepaling, onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.

6. Beslissing

HEROPENT en SCHORST het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder 5.2 geformuleerde vraag voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.

VERLENGT de beslistermijn op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met 30 dagen onder gelijktijdige verlenging van de vrijheidsbeneming op grond van artikel 27, derde lid, OLW.

BEPAALT dat de zaak uiterlijk 14 dagen vóór het verstrijken van de verlengde beslistermijn, dus uiterlijk voor 2 oktober 2026, opnieuw op zitting wordt aangebracht.

BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen de datum en tijdstip van de volgende zitting, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.

BEVEELT de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen de datum en tijdstip van de volgende zitting.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. L. Sanders, voorzitter,

mrs. A.B.M. Wijnveldt en M. Speksnijder, rechters,

in tegenwoordigheid van B.C.M. Burger, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 16 september 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L. Sanders

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand