RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
de stichting Woningstichting Rochdale
[gedaagde]
Verder verloop van de procedure
vonnis
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 12283928 CV EXPL 26-8305
vonnis van: 25 september 2026
fno.: 506
I n z a k e
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam
eisende partij
gemachtigde: GGN Mastering Credit Rotterdam
t e g e n
wonende te [woonplaats]
gedaagde partij
niet verschenen
Op 14 augustus 2026 is een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft eisende partij gedaagde partij bij exploot van 20 augustus 2026 opgeroepen om in het geding te verschijnen.
Gedaagde partij heeft geen uitstel verzocht en evenmin uiterlijk op de in het exploot vermelde terechtzitting geantwoord.
Tegen gedaagde partij is verstek verleend.
Om administratieve redenen is de behandeld kantonrechter in deze zaak gewijzigd.
Gronden van de beslissing
Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening
3. Tevens stelt de kantonrechter vast dat uit de specificatie van de hoofdsom (productie 2 bij dagvaarding) blijkt dat daarin ook posten zijn opgenomen die verband houden met de afrekening van servicekosten.
4. In de huurovereenkomst is vermeld dat de maandelijks verschuldigde servicekosten € 37,80 bedragen en dat deze kosten nader zijn gespecificeerd in de bijlage c van de huurovereenkomst. De hiervoor bedoelde bijlage is niet bij de huurovereenkomst gevoegd.
5. Eiseres wordt daarom in de gelegenheid gesteld bij akte de in de huurovereenkomst vermelde bijlage c met daarin de specificatie van de kosten leveringen en diensten in het geding te brengen, dan wel bij gebreke daarvan een uiteenzetting te geven welke posten daar ten tijde van het sluiten van de huurovereenkomst onder waren begrepen.
6. De zaak wordt voorts verwezen naar de rol over vier weken voor het indienen van een akte door eisende partij, zoals onder r.o. 2 en r.o. 5 van dit vonnis is overwogen.
7. Eisende partij dient een kopie van haar akte, inclusief dit vonnis, ten minste twee weken vóór de hierna te bepalen rolzitting aan de gedaagde partij toe te sturen. Daarbij dient eisende partij aan gedaagde partij mee te delen dat gedaagde partij op die akte mag reageren of daarvoor uitstel mag vragen, en op welke wijze dat kan: mondeling door verschijning op de rolzitting of schriftelijk, in welk geval dit stuk uiterlijk op de laatste werkdag voorafgaand aan de rolzitting door de rechtbank moet zijn ontvangen. Eisende partij dient in dat kader niet alleen de akte, maar ook de hiervoor bedoelde mededeling/brief aan gedaagde partij in het geding te brengen. Wanneer niet kan worden vastgesteld dat de akte tijdig en met de juiste mededeling aan gedaagde partij is toegestuurd, wordt deze akte in beginsel buiten beschouwing gelaten.
Beslissing
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rolzitting van 23 oktober 2026 om 10:00 uur voor het nemen van een akte door eisende partij als hierboven omschreven;
bepaalt dat eisende partij de akte tenminste twee weken vóór deze rolzitting aan gedaagde partij moet sturen, zoals hiervoor is bepaald;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kraak, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.