beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling
op verzoek van:
het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amsterdam,
op grond van mandatering vertegenwoordigd door de directeur Inkomen, de heer [naam], terwijl het verzoek is ingevuld en onderbouwd door [verzoeker] , verbonden aan GGD Vangnet, correspondentieadres: [adres 1] ,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] , Sierra Leone op [geboortedag] 1988,
wonende te [adres 2] ,
hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek met bijlagen, ontvangen op 21 augustus 2026;
- de bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder om tot bewindvoerder te worden benoemd.
Het verzoek is mondeling behandeld op 24 september 2026.
Betrokkene is op de juiste wijze opgeroepen maar is niet verschenen en heeft zich ook niet afgemeld.
beoordeling
Verzoeker vraagt om het instellen van een bewind ten behoeve van betrokkene.
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat betrokkene als gevolg van verkwisting of het hebben van problematische schulden onvoldoende in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen. In die situatie is het College van burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene woont bevoegd een verzoek tot onderbewindstelling in te dienen op grond van artikel 1: 432 lid 2 BW.
De kantonrechter zal bewind instellen tot 5 oktober 2031. Na 3 jaar zal de voortgang van het bewind geëvalueerd worden. De kantonrechter zal de voorgestelde bewindvoerder, die een bereidverklaring heeft overgelegd, benoemen nu daartegen geen bezwaar is.
Indien gewenst kan betrokkene door de kantonrechter betrokkene op een later tijdstip alsnog horen. Dit kan ook telefonisch, op afspraak.
beslissing
De kantonrechter:
- deelt mee dat deze beschikking wordt ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van het Burgerlijk Wetboek;
- bepaalt dat de voortgang van het bewind na 3 jaar geëvalueerd dient te worden;
- bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam: