ECLI:NL:RBAMS:2026:9757

ECLI:NL:RBAMS:2026:9757

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 01-10-2026
Datum publicatie 01-10-2026
Zaaknummer 13/200890-26
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Grieks EAB; overlevering geweigerd op grond van artikel 12 OLW

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/200890-26

Datum uitspraak: 1 oktober 2026

UITSPRAAK

op de vordering van 17 juli 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 21 juli 2025 door the Prosecutor's Office of the Appeal court of Thessaloniki, Griekenland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] (Griekenland) op [geboortedag] 1971,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[BRP-adres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

Zitting van 25 augustus 2026

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 25 augustus 2026, in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. S.M. Hof, advocaat in Amsterdam en de heer K. Gkazis, advocaat te Chania (Griekenland). Door de late aanvang van de zitting was de opgeroepen tolk niet langer beschikbaar. De opgeëiste persoon, die de Nederlandse taal enigszins machtig is, heeft afstand gedaan van bijstand door een tolk in de Griekse taal.

De rechtbank heeft de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd geschorst, teneinde de reeds gestelde vragen ten aanzien van artikel 11 en 12 OLW (nogmaals) te laten beantwoorden, alsook de aanvullende informatie van 4 augustus 2026 afkomstig van The Deputy Head of General Directorate or Prison and Crisis Management, Georgios Thrapsaniotos te laten vertalen door een beëdigd vertaler in de Griekse taal.

Zitting van 17 september 2026 Op de zitting van 17 september 2026 heeft de rechtbank – met instemming van partijen – de behandeling van het EAB in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door een advocaat, mr. S.M. Hof, advocaat in Amsterdam. De opgeroepen tolk is niet ter zitting verschenen. De opgeëiste persoon heeft wederom afstand gedaan van bijstand door een tolk in de Griekse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Griekse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis, namelijk de final decision no. 739/11-04-2014 of the Three-Member Appeal Court of Felonies of Thessaloniki.

De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van acht jaar. De opgeëiste persoon is tot deze straf veroordeeld in het hiervoor genoemde vonnis.

De hiervoor genoemde veroordeling ziet op het feit zoals dat is omschreven in het EAB.

4. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat de overlevering op basis van artikel 12 OLW moet worden geweigerd. De opgeëiste persoon was niet aanwezig bij de procedure in eerste aanleg die getoetst moet worden aan artikel 12 OLW. Hij heeft evenmin zijn verdedigingsrechten kunnen uitvoeren tijdens die procedure. Er zijn stukken overgelegd waaruit volgt dat bij de Griekse autoriteiten bekend was dat ten tijde van het sturen van de dagvaarding de opgeëiste persoon geen adres meer had in Griekenland of in ieder geval niet meer woonachtig was op het eerder bekende adres. Ter ondersteuning hiervan is ook gewezen op het inmiddels ingetrokken EAB uit 2024, dat op hetzelfde feit en dezelfde procedure in eerste aanleg zag, maar waar de verzetgarantie is aangekruist. De opgeëiste persoon wist niet dat er een strafprocedure tegen hem liep en kon daar niet van op de hoogte zijn. De aanvullende vragen die door het IRC op 20 juli 2026 en 28 juli 2026 zijn gesteld, zijn niet beantwoord. Hierdoor is er onvoldoende informatie om over artikel 12 OLW te oordelen en omdat de beslistermijn verloopt kunnen die antwoorden niet worden afgewacht.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er nog ruimte is in de beslistermijn om de antwoorden af te wachten. Er is geen sprake van onwil bij de Griekse autoriteiten, maar ze kunnen geen antwoord geven omdat zij momenteel niet over het dossier beschikken. De rechtbank zou de resterende ruimte in de beslistermijn de Griekse autoriteiten moeten gunnen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de overlevering van de opgeëiste persoon is gevraagd voor de tenuitvoerlegging van de beslissing van de Three-Member Appeal Court of Felonies of Thessaloniki van 11 april 2014. Hoewel door de opgeëiste persoon hiertegen een rechtsmiddel is ingesteld, is dit op 4 maart 2025 niet-ontvankelijk verklaard door de Three-Member Appeal Court of Second Instance of Thessaloniki omdat sprake was van een delayed appeal (de rechtbank begrijpt: het rechtsmiddel was buiten de termijn ingesteld). De zaak is dus niet ten gronde behandeld in de procedure bij de Three-Member Appeal Court of Second Instance of

Thessaloniki, waardoor alleen de procedure die heeft geleid tot de beslissing van 11 april 2014 aan artikel 12 OLW wordt getoetst. De opgeëiste persoon was niet aanwezig bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid.

In onderdeel D) van het EAB is de situatie onder 3.3 aangekruist, maar uit de toelichting volgt dat de beslissing niet in persoon aan hem is betekend en uit die toelichting blijkt niet dat de opgeëiste persoon de beslissing op andere wijze daadwerkelijk kende en in de gelegenheid was daartegen een rechtsmiddel aan te wenden.

Hierover zijn meerdere keren nadere vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Deze vragen zijn tot op heden niet inhoudelijk beantwoord. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 4 augustus 2026 medegedeeld dat het strafdossier bij het Hooggerechtshof van Griekenland ligt, in verband met het door de veroordeelde op 22 juli 2025 ingestelde cassatieberoep, en dat zij daardoor op dat moment niet in staat zijn de gevraagde gegevens te verstrekken. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft in de brief van 31 augustus 2026 nogmaals medegedeeld dat zij niet over het strafdossier beschikken, waardoor zij de vragen niet kunnen beantwoorden en dat zij evenmin kunnen aangeven wanneer dit dossier aan hen zal worden teruggezonden.

De rechtbank overweegt dat zij zonder nadere informatie niet kan vaststellen of één van de omstandigheden van artikel 12, sub a tot en met d, OLW van toepassing is of dat er redenen bestaan om af te zien van de toepassing van de weigeringsgrond. De beslistermijn van 90 dagen verloopt in deze zaak op 12 oktober 2026. Gelet op het bericht van de Griekse autoriteiten is het naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk dat er nog nadere informatie voor het verstrijken van de 90 dagentermijn wordt ontvangen. Bij deze stand van zaken zal de rechtbank de overlevering op grond van artikel 12 OLW weigeren. Gelet op het voorgaande behoeven de overige weigeringsgronden voor de overlevering geen nadere bespreking.

5. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Daarom wordt de overlevering geweigerd.

6. Toepasselijke wetsbepalingen

Artikel 12 OLW.

7. Beslissing

WEIGERT de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Prosecutor's Office of the Appeal court of Thessaloniki (Griekenland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

HEFT OP de geschorste overleveringsdetentie van [de opgeëiste persoon].

Deze uitspraak is gedaan door

mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,

mrs. E.M de Bie en J.T.H. Zimmerman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek en M.C. Nooij, griffiers,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 1 oktober 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. O.P.M. Fruytier

Griffier

  • mr. C.W. van der Hoek en M.C. Nooij

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand