ECLI:NL:RBAMS:2026:9679

ECLI:NL:RBAMS:2026:9679

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 08-09-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer 12285244 \ KK EXPL 26-403
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Kort geding. Rechtsgeldige opzegging van arbeidsovereenkomst door werknemer? Vordering tot wedertewerkstelling toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12285244 \ KK EXPL 26-403

Vonnis in kort geding van 8 september 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. C.A. Fokker,

tegen

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

gemachtigde: mr. K.C. Bemelmans.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 26 juni 2026, met producties;

- de conclusie van antwoord, met producties;

- de aanvullende producties van [eiser] .

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2026. [eiser] is verschenen met de gemachtigde en zijn moeder. Namens [gedaagde] zijn [naam 1] (senior manager, hierna: [naam 1] ) en [naam 2] (legal counsel) verschenen met de gemachtigde en mr. F.A. Ozturk. Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. De gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen, die in het dossier zijn gevoegd. [eiser] heeft daarbij zijn eis gewijzigd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt die eveneens in het dossier zijn gevoegd. Ten slotte is een vonnis gevraagd en is een datum voor het vonnis bepaald.

2. De feiten

[eiser] was vanaf 15 oktober 2023 als uitzendkracht werkzaam bij [gedaagde] en is sinds 1 april 2024 in dienst bij [gedaagde] in de functie van [functie] . Hij heeft een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en zijn laatstverdiende brutosalaris is € 3.453,31 exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten.

Op 3 september 2025 heeft [eiser] zich ziekgemeld. Een maand eerder, op 1 augustus 2025, had een incident plaatsgevonden, waarna [eiser] op non-actief was gesteld. Na dit incident is [eiser] in augustus gedurende drie weken opgenomen geweest bij de GGZ.

Op 4 september 2025 heeft [eiser] een telefonisch consult bij de bedrijfsarts gehad, die heeft vastgesteld dat [eiser] nog niet in staat was zijn eigen functie of aangepaste werkzaamheden uit te voeren. Op 19 september, 31 oktober en 6 november 2025 heeft [eiser] wederom contact gehad met de bedrijfsarts.

In november 2025 ontstond onenigheid over de invulling van de re-integratie van [eiser] . De heer [naam 3] , HR Business Partner bij [gedaagde] en hierna te noemen [naam 3] , heeft [eiser] verzocht af te zien van communicatie in WhatsAppgroepen met retailers. Na wat e-mails over en weer heeft [eiser] op 19 november 2025 naar [naam 3] gemaild dat hij zich aan de gemaakte afspraken houdt en schrijft hij verder:

“(…) Mocht je half december op vakantie zijn verwacht ik dat we elkaar in het nieuwe jaar weer spreken, waar ik overigens erg naar uit kijk. (…)

Daarna constateerde [naam 3] dat [eiser] bezoeken aan retailers had gebracht. Hierop heeft hij op 20 november 2025 naar [eiser] gemaild:

“(…) Ik wil je dus ook uitdrukkelijk vragen om niet meer langs te gaan in deze (of andere) winkelpunten waar jij als CE of Senior CE aan het werk was, en al helemaal niet om consumenten over onze producten aan te spreken. Dit zijn dingen die je niet op eigen titel kan of mag doen.

Je vermengt hierbij de twee werelden en kan het bedrijf schade berokkenen als je de perceptie geeft ons te vertegenwoordigen. Praten met klanten is immers je werk werk, retailers kennen je en zelfs klanten eventueel ook. Door dit soort acties te doen terwijl je niet aan het werk bent kan dan ook verwarring ontstaan die negatieve gevolgen voor ons en voor jezelf kunnen hebben.

Ik hoop dat het daarom ook duidelijk dat dit niet kan en dat je deze activiteiten onmiddellijk staakt. (…)”

Op vrijdag 21 november 2025 om 14.23 uur heeft [eiser] naar [naam 3] gemaild:

“Beste [naam 3] ,

Bij deze dien ik mijn ontslag in.

Vriendelijke groet,

[eiser] ”

Een paar uur later, om 17.11 uur, heeft hij daar achteraan gemaild:

“PS Suck my balls”

Op maandag 24 november 2025 om 10.03 uur heeft [naam 3] op de mail van [eiser] gereageerd:

“Beste [eiser] ,

We hebben de opzegging in goede orde hebben ontvangen.

Gezien de wettelijke opzegperiode komt je contract te vervallen op 1 januari 2026. Je laatste dag onder contract bij [gedaagde] is dan 31 december 2025.

(…)

We willen je graag bedanken voor je tijd bij ons en wensen je het allerbeste voor de

toekomst.

Met vriendelijke groeten,

[naam 3] ”

Diezelfde dag om 16.05 uur heeft [eiser] naar [naam 3] gemaild:

“Beste [naam 3] ,

Ik trek mijn ontslagmail van vrijdag in. Ik zal dit per aangetekende brief wederom bevestigen.

Vriendelijke groet,

[eiser] ”

Eveneens diezelfde dag, op 24 november 2025, heeft [eiser] een onaangekondigd bezoek gebracht aan het hoofdkantoor van [gedaagde] in [plaats 1] (Zwitserland). [gedaagde] heeft naar aanleiding van dit bezoek beveiligingsmaatregelen getroffen, omdat [eiser] voorafgaand aan zijn bezoek aan [plaats 1] zijn arbeidsovereenkomst had opgezegd, onaangekondigd op het hoofdkantoor in Zwitserland verscheen, in het systeem op non-actief stond en eerder informatie had gedeeld over zijn lidmaatschap bij een schietvereniging.

Op 25 november 2025 heeft de ambulant psychiatrisch begeleider van [eiser] het volgende geregistreerd:

“Werkgever [eiser] gesproken. Hij heeft me onderstaande mail gestuurd:

Beste [naam 4] ,

Ik heb je contactgegevens via [eiser] die me eerst wou mee uitnodigen voor een intake bij jullie, maar dat nu niet meer wil.

Ik zou graag (urgent) even telefonisch contact met je willen.

Reden hiervoor is dat er de laatste dagen een paar dingen zijn gebeurd waardoor we ons ernstig zorgen maken en schrik hebben dat hij dingen zou kunnen doen waar hij spijt van krijgt.

Uiteraard hoef ik geen medische info, maar wil ik zou wel even een paar feiten willen meegeven zodat jullie die kunnen samenvoegen met de info die jullie wel al hebben en zo juist kunnen handelen.

(…)

Meneer gebeld en hij vertelde dat er zorgen zijn rondom [eiser] . Hij is 1,5 jaar in dienst bij hen en dit ging goed tot hij ontregelde en opgenomen werd. Gaf aan toen in een waan te zitten en heeft het idee dat dit nu weer zo is. Hij denkt namelijk dat hij wordt ingewerkt voor de hoogste functie binnen het bedrijf en stond een aantal dagen gelden zelfs op het hoofdkantoor om te spreken met de vice presedent van europa (hoogste directeur binnen het bedrijf). Hij was totaal nat gerend en had geen warme kleding aan. Ze waren met re-integratie bezig maar hebben dit gestaakt omdat het niet gaat. Vervolgens heeft hij een email van [eiser] ontvangen met een belediging erin en dat hij ontslag neemt. De ontslag wens heeft hij vervolgens weer ingetrokken. Hij heeft bij hem ook benoemd geen medicatie te nemen en dat hij bij een schietclub zit.

Eerder een keer een moment geweest dat hij in een waan zat en opgenomen was. Nu weer zorgen vanuit werk. Stond in zwitserland om de vice president voor Europa te spreken (directeur).”

Op 27 november 2025 heeft [eiser] een consult met de bedrijfsarts gehad, die heeft geconcludeerd dat [eiser] geen re-integratie-inspanningen mocht verrichten.

Op 20 december 2025 heeft [eiser] zich beter gemeld.

Op 12 januari 2026 heeft [gedaagde] [eiser] uitgenodigd voor een gesprek, om zijn opzegging en de gevolgen daarvan te bespreken en op 16 januari 2026 heeft [gedaagde] een concept vaststellingsovereenkomst naar [eiser] gestuurd. [eiser] heeft laten weten die niet te zullen tekenen.

Op 27 januari 2026 heeft [naam 1] van [gedaagde] naar [eiser] gemaild:

“(…) Zoals ik eerder heb aangegeven, is er voor [gedaagde] geen ruimte meer om te spreken over een verdere toekomst bij [gedaagde] . We zijn hier graag duidelijk en transparant in, want wij willen ook dat jij verder kan en weet waar je aan toe bent.

Ons standpunt blijft ongewijzigd. Als je ervoor kiest om geen gebruik te maken van het aangeboden alternatief van een vaststellingsovereenkomst, dan betekent dit, zoals we al eerder hebben gecommuniceerd, dat jouw arbeidsovereenkomst per 31 december 2025 is geëindigd. Je kunt de vaststellingsovereenkomst nog tot en met uiterlijk a.s. vrijdag 30 januari 2026 accepteren en ondertekenen. Daarna komt het voorstel te vervallen en blijft jouw opzegging staan. (…)”

Bij aangetekende brief van 3 maart 2026 heeft [gedaagde] aan [eiser] laten weten dat zijn dienstverband rechtsgeldig is beëindigd door zijn opzegging en dat er daardoor voor [gedaagde] na 31 december 2025 geen verplichting tot betaling van loon of verstrekking van secundaire arbeidsvoorwaarden bestond.

Bij brief van 21 april 2026 heeft de gemachtigde van [eiser] [gedaagde] gesommeerd tot betaling van het loon van [eiser] (vermeerderd met de wettelijke verhoging, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten) en om hem uiterlijk op 28 april 2026 tot de bedongen werkzaamheden toe te laten. Bij brief van 4 mei 2026 heeft de gemachtigde van [gedaagde] hierop afwijzend gereageerd.

3. Het geschil

[eiser] vordert – samengevat en na wijziging van eis – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeling van [gedaagde] tot:

nakoming van zijn arbeidsovereenkomst door hem binnen 24 uur na betekening van het vonnis weder te werk te stellen in de overeengekomen functie onder gelijktijdige terbeschikkingstelling van een (bedrijfs)auto met tankpas, op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag dat [gedaagde] met de nakoming hiervan in gebreke blijft;

betaling van € 30.099,81 bruto aan achterstallig loon en wettelijke verhoging over de periode januari 2026 tot en met mei 2026 tegen deugdelijk bewijs van kwijting en onder gelijktijdige verstrekking van bruto-netto specificaties;

betaling van € 1.041,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;

betaling van € 3.453,31 per maand vanaf 1 juni 2026 onder gelijktijdige verstrekking van bruto-netto specificaties, te verhogen met de wettelijke verhoging bij gebreke van tijdige betaling;

betaling van de proceskosten.

[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Er is geen sprake geweest van een geldige opzegging van zijn arbeidsovereenkomst, omdat het evident is dat zijn e-mail van 21 november 2025 was ingegeven door hoogopgelopen emoties en [gedaagde] ten onrechte niet heeft onderzocht of [eiser] de gevolgen van zijn ingrijpende e-mail daadwerkelijk kon overzien. Daarom loopt de arbeidsovereenkomst door en heeft [eiser] recht op wedertewerkstelling en achterstallig loon, vermeerderd met de wettelijke verhoging.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.

[gedaagde] voert het volgende aan. [eiser] heeft zijn arbeidsovereenkomst met zijn e-mail van 21 november 2025 duidelijk en ondubbelzinnig opgezegd. Deze opzegging is een eenzijdige rechtshandeling, waardoor aanvaarding door de werkgever voor het intreden van het rechtsgevolg niet vereist is. [gedaagde] mocht de verklaring van [eiser] , gelet op de bewoordingen en de context waarin zij werd gedaan, als een rechtsgeldige opzegging opvatten. Er waren op dat moment voor [gedaagde] geen concrete, objectieve aanwijzingen dat [eiser] niet in staat was zijn wil te bepalen. De arbeidsovereenkomst is dus per 1 januari 2026 beëindigd en [eiser] heeft geen recht op achterstallig loon. Voor wat betreft de vordering tot betaling van achterstallig loon geldt dat [eiser] hierbij ook een zaterdagvergoeding vordert. Die toeslag geldt echter alleen als een werknemer daadwerkelijk heeft gewerkt op zaterdag en kan in dit geval dus niet worden toegewezen, aangezien [eiser] sinds januari 2026 niet heeft gewerkt.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. De kantonrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.

[eiser] heeft een spoedeisend belang bij zijn vorderingen, omdat hij sinds januari 2026 geen inkomen meer heeft en belang heeft bij een spoedige voortzetting van zijn dienstverband bij [gedaagde] .

Het gaat er in deze zaak om of [eiser] zijn arbeidsovereenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd. De kantonrechter stelt daarbij voorop dat de opzegging van een arbeidsovereenkomst door een werknemer een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring vereist, die erop is gericht de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Deze strenge maatstaf dient ertoe de werknemer te behoeden voor de ernstige gevolgen die vrijwillige beëindiging van het dienstverband voor hem of haar kan hebben, zoals het mogelijk verlies van een uitkering, met name een werkloosheidsuitkering. Daarom mag een werkgever niet snel aannemen dat een verklaring van de werknemer is gericht op vrijwillige beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Soms moet de werkgever onderzoeken of de werknemer daadwerkelijk wilde opzeggen en is hij verplicht om de werknemer over de gevolgen van de opzegging voor te lichten. Daarbij is de context waarin de verklaring is afgelegd van groot belang.

De e-mail waarin [eiser] zijn ontslag indient is in principe duidelijk. Gelet op de context waarin deze e-mail is gestuurd is de kantonrechter voorlopig van oordeel dat er in dit geval echter een onderzoeksplicht rust op [gedaagde] als werkgever, om na te gaan of [eiser] zijn arbeidsovereenkomst echt wilde opzeggen en een verplichting om hem voor te lichten over de gevolgen van die opzegging. [gedaagde] mocht er niet zonder meer van uitgaan dat [eiser] bekend was met die gevolgen en dat hij desondanks een weloverwogen keuze had gemaakt om zijn arbeidsovereenkomst op te zeggen. Naast de verstrekkende gevolgen die een dergelijke opzegging kunnen hebben voor het recht op WW- of ZW-uitkering zijn daarvoor de volgende omstandigheden van belang.

[eiser] was op het moment dat hij de ontslagmail stuurde ziekgemeld. Ook al was er sprake van discussie over de invulling van de re-integratie, [eiser] liet twee dagen voor zijn ontslagmail nog weten aan [naam 3] dat hij verwachtte hem in het nieuwe jaar weer te spreken en dat hij daar erg naar uitkeek. Dat wijst erop dat hij na zijn ziekteperiode juist graag wilde terugkeren bij [gedaagde] . [eiser] heeft toegelicht dat zijn ontslagmail het gevolg was van de emotie die hij voelde toen hij de daaraan voorgaande e-mail van [naam 3] las, waarin stond dat hij [gedaagde] niet langer mocht vertegenwoordigen. Dat de ontslagmail is verstuurd vanuit emotie komt de kantonrechter aannemelijk voor, ook omdat [eiser] nog geen drie uur later een e-mail met een grove belediging daar achteraan heeft gestuurd. Ook speelt mee dat [eiser] tijdens de zitting heeft verteld dat hij, toen hij de ontslagmail stuurde, onderweg was naar [plaats 2] voor een reis die hij wel gepland had, maar waarnaar hij uiteindelijk halsoverkop en zonder bagage is vertrokken. De ontslagmail, waarin hij zijn beslissing ook op geen enkele manier heeft toegelicht, heeft hij vanaf een parkeerplaats ergens onderweg naar [plaats 2] verstuurd. Dat wijst niet direct op een weloverwogen besluit. Ook het feit dat hij drie dagen later langs het hoofdkantoor van [gedaagde] in [plaats 1] reed – wat bovendien bepaald niet op de route terug naar Nederland ligt – om de vice president te spreken en daar aankwam zonder jas in de stromende regen wijst erop dat hij op dat moment in een kwetsbare positie verkeerde.

Daarnaast hecht de kantonrechter zwaar aan de e-mail die [naam 3] uiterlijk een dag na de ontvangstbevestiging heeft verstuurd aan de ambulant psychiatrisch begeleider van [eiser] (zie 2.10). Daarin schrijft [naam 3] notabene nadrukkelijk dat hij bang is dat [eiser] dingen zou kunnen doen waar hij spijt van krijgt en dat hij zich ernstig zorgen om hem maakt. In het telefoongesprek met de ambulant psychiatrisch begeleider heeft [naam 3] vervolgens toegelicht dat hij denkt dat [eiser] in een waan zit, ook omdat [eiser] het idee had dat hij werd ingewerkt voor de hoogste functie binnen het bedrijf. Gelet op die uitlatingen acht de kantonrechter het onbegrijpelijk dat [gedaagde] zich in de onderhavige procedure op het standpunt stelt dat op haar geen onderzoeksplicht rustte om na te gaan of [eiser] de verstrekkende gevolgen van zijn e-mail kon overzien. Dat geldt temeer omdat [eiser] de ontslagmail op vrijdag heeft verstuurd en hij daar meteen de volgende werkdag, op maandag, op teruggekomen is. Hij heeft ter zitting bovendien verklaard dat hij dit gedaan had nadat hij juridisch advies had ingewonnen en dat hij, toen hij hoorde wat zijn opzegging juridisch voor gevolgen had, niet meer achter zijn ontslagmail stond.

[gedaagde] heeft [eiser] na zijn opzegging wel voorgelicht over de gevolgen van zijn opzegging, maar daarmee beoogde zij niet na te gaan of [eiser] wel echt had willen opzeggen. Het was voor [gedaagde] geen optie dat [eiser] ook echt kon terugkomen op die opzegging. Zij wilde hem er juist alsnog aan houden en heeft hem alleen voorgelicht over de gevolgen van een opzegging in het kader van een vaststellingsovereenkomst, waarmee de arbeidsovereenkomst alsnog zou eindigen, maar met gunstigere voorwaarden voor [eiser] .

Gelet op dit alles is de kantonrechter voorlopig van oordeel dat [gedaagde] er niet gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [eiser] zijn arbeidsovereenkomst daadwerkelijk wilde opzeggen en wist welke gevolgen dat zou kunnen hebben. Bij die stand van zaken mocht [gedaagde] [eiser] dus niet houden aan zijn opzegging. De kantonrechter gaat er daarom voorlopig vanuit dat de arbeidsovereenkomst niet is opgezegd en dus is doorgelopen.

[gedaagde] heeft verzocht om desondanks de vordering tot wedertewerkstelling af te wijzen, omdat de relatie tussen partijen ernstig is verstoord doordat [eiser] instructies (al dan niet rondom zijn re-integratie) niet heeft opgevolgd en vanwege de discussie rondom de opzeggingsmail. [eiser] heeft dit betwist en toegelicht dat hij juist dolgraag en in goed overleg weer aan het werk wil. Ook nu hiervoor is overwogen dat [gedaagde] rondom de opzeggingsmail de nodige steken heeft laten vallen en de voortdurende discussie dus deels voor haar eigen rekening komt, ziet de kantonrechter onvoldoende aanleiding om de vordering tot wedertewerkstelling af te wijzen. Deze vordering zal worden toegewezen en [gedaagde] moet [eiser] dus weer toelaten tot zijn werkzaamheden in zijn functie van [functie] . De gevorderde dwangsom zal echter worden afgewezen, omdat [gedaagde] heeft verklaard zich te houden aan dit vonnis.

Nu de arbeidsovereenkomst van [eiser] niet is opgezegd, heeft hij recht op loon over de afgelopen maanden. [gedaagde] heeft zich betoogd dat zij een restitutierisico loopt wanneer een geldsom wordt toegewezen, maar dit heeft zij onvoldoende aannemelijk gemaakt. Verder heeft [gedaagde] aangevoerd dat [eiser] geen recht heeft op de zaterdagvergoeding, omdat hij niet heeft gewerkt op de zaterdagen. Dat hij de afgelopen maanden niet heeft kunnen werken op de zaterdagen, komt echter voor rekening van [gedaagde] . Daarvoor heeft hij altijd gewerkt op zaterdag. De vordering tot betaling van loon zal dus inclusief de zaterdagvergoeding worden toegewezen. De gevorderde wettelijke verhoging zal ook worden toegewezen, omdat [gedaagde] te laat heeft betaald. De wettelijke verhoging zal worden gematigd tot 25%.

De loonvordering zal worden toegewezen tot en met augustus 2026. Op toekomstige loonbetalingen kan [eiser] aanspraak maken op grond van zijn arbeidsovereenkomst en hierop kan niet vooruit worden gelopen. De vordering tot betaling van loon voor de toekomst zal dus niet worden toegewezen. In totaal wordt daarom € 40.133,10 aan achterstallig loon en wettelijke verhoging toegewezen, te weten acht maal € 3.453,31 plus € 560,00, vermeerderd met 25%.

De vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Hij heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 1.041,50 worden toegewezen.

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- griffierecht

€

93,00

- salaris gemachtigde

€

577,00

- nakosten

€

144,00

Totaal

€

814,00

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om [eiser] binnen 24 uur na betekening van dit vonnis weder te werk te stellen in de overeengekomen functie van [functie] onder gelijktijdige terbeschikkingstelling van een (bedrijfs)auto met tankpas,

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 40.133,10 bruto aan achterstallig loon en wettelijke verhoging over de periode januari 2026 tot en met augustus 2026, onder gelijktijdige verstrekking van bruto-netto specificaties,

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.041,50 aan buitengerechtelijke kosten,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 814,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Wiltjer, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.

66351

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Wiltjer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand