ECLI:NL:RBAMS:2026:9664

ECLI:NL:RBAMS:2026:9664

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 15-09-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer 12031847 WM 25-23310
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Parkeren op trottoir op de Eerste Oosterparkstraat te Amsterdam. Gemachtigde stelt dat het geen trottoir is. Uit de beelden op Google Maps blijkt dat betrokkene zijn auto had geplaatst op een plek waar gedurende een deel van het jaar een terras is geplaatst. Verder is te zien dat de parkeervakken in de Eerste Oosterparkstraat worden aangegeven door middel van witte belijning. Op de plek waar het voertuig van betrokkene stond is geen witte belijning aanwezig. Er is sprake van een soort klinkerstrook, die op gelijke hoogte ligt als het trottoir en van de rijbaan is afgescheiden met een licht verhoogde trottoirband. Het doet zich voor de gemiddelde weggebruiker voor als trottoir of voetpad, daarbij in aanmerking genomen al hetgeen op die zijde van de straat aanwezig is en dat fietsen en bromfietsen ingevolge artikel 27 van het RVV 1990 onder andere worden geplaatst op het trottoir of het voetpad. Bovendien bevindt zich een fietsstrook aan de zijde van de weg waar betrokkene stond geparkeerd. Deze fietsstrook is voorzien van een doorgetrokken streep. Daar mocht betrokkene niet overheen rijden. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

THIJMROOS B.V.

voor wie beroep is ingesteld door [functie] , de heer [gemachtigde]

CJIB-nummer: [nummer]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Afdeling privaatrecht

kantonrechter: mr. B. Brokkaar

zaaknummer: 12031847 WM VERZ 25-23310

beslissing van: 15 september 2026

func.: 65186

Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 15 september 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:

[adres]

(verder: betrokkene)

(verder: gemachtigde)

welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 15 april 2025 en is gericht tegen de beslissing van 1 april 2025 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene.

Aan betrokkene is bij beschikking van 31 december 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene heeft gemachtigde tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 15 september 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.

Gemachtigde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet bij de zitting verschenen. Wel heeft gemachtigde een aanvullend beroepschrift d.d. 29 augustus 2026 ingediend.

Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, niet de rijbaan is gebruikt door stil te staan op het trottoir, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad. Deze gedraging is geconstateerd op 13 november 2024 om 20:40 uur op de Eerste Oosterparkstraat ter hoogte van [huisnummer] te Amsterdam.

2. Het beroep is tijdig ingesteld.

3. Gemachtigde voert tegen de beslissing van verweerder - kort samengevat - aan dat:

 er geen duidelijke aanwijzingen zijn dat parkeren op de vermeende pleeglocatie niet is toegestaan;

 de plek waar betrokkene had geparkeerd er hetzelfde uitziet als de overige parkeerplaatsen in de straat en zeker op het moment dat betrokkene daar parkeerde, want toen was het donker;

 er geen sprake is van een verhoogde trottoirband ter plaatse. De verhoging is slechts 3 à 4 cm hoog. De trottoirband van de reguliere parkeerplaats direct aan de overzijde van de straat is nagenoeg net zo hoog/laag;

 de bestrating duidelijk anders is dan het gedeelte dat zich direct voor de winkels bevindt, waar de voetgangers lopen;

 het geen trottoir betreft waar hij stond geparkeerd;

 hij te goeder trouw heeft gehandeld en ook parkeergeld heeft betaald;

 de verbalisanten het ook bij een waarschuwing hadden kunnen laten, gezien het feit dat betrokkene wel parkeergeld heeft betaald en geen overlast of gevaar heeft veroorzaakt. De boete is een te zware straf.

4. Ter zitting stelt verweerder zich op het standpunt dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard. Er is ter plaatse wel sprake van een trottoir, gelet op de trottoirband en hoe de parkeervakken elders in de straat zijn aangegeven.

5. Het volgende wordt overwogen.

6. De verbalisant verklaart in het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht: “Het voertuig stond geparkeerd op een weggedeelte dat is bestemd voor het verkeer van voetgangers, zijnde een voetpad c.q. trottoir. Ik heb geen voor dat gebied geldige ontheffing waargenomen. Ik verbalisant zag dat het voertuig met vier wielen op het trottoir stond geparkeerd. Waarnemingstijd vijf minuten en bestuurder was niet aanwezig”.

7. In een op ambtsbelofte opgemaakt aanvullend proces-verbaal verklaart de verbalisant nog het volgende: “(..) Op woensdag 13 november2024, omstreeks 20.40 uur, bevond ik mij in uniform gekleed en met handhaving belast op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Eerste Oosterparkstraat hoogte van perceel [huisnummer] te Amsterdam.

Daar zag ik, dat een motorvoertuig, stilstaand, niet de rijbaan gebruikte.

Ik zag dat het motorvoertuig met het kenteken [kenteken] , een zwarte Volvo, stil stond op de Eerste Oosterparkstraat ter hoogte van perceel [huisnummer] te Amsterdam.

Ik zag dat dit motorvoertuig met vier wielen op het trottoir stond(zie foto).

Ik zag dat het trottoir was aangelegd met stoeptegels. Ik zag dat het trottoir verlag was met de verkeersweg. Ik zag naast het trottoir op de rijbaan een fietsstrook met doorgetrokken streep Om op het trottoir te parkeren moet het voertuig over de fietsstrook met doorgetrokken streep. Ik zag dat genoemd voertuig geparkeerd stond op een weggedeelte dat door de wegbeheerder aangewezen is voor voetgangers.

Met betrekking met u vraagstelling:

* Het was een verlaagde trottoir.

* Trottoir wordt gemarkeerd met een stoeprand De stoeprand wordt verhoog met trottoirband en wordt tussen het trottoir en de verkeersweg afgescheiden.

* Ik zag dat de parkeervakken gemarkeerd waren, door zowel voor als achteren een witte lijn van steentjes.

Ik zag dat dat aangemerkt kon worden als een parkeervak.

Ik zag dat genoemd voertuig niet in de aangewezen parkeervakken geparkeerd stond

Er is geen sprake van een onduidelijke situatie in deze (..)”.

Tevens zijn er foto’s van de aan betrokkene verweten gedraging in het geding gebracht.

8. Naar aanleiding van het namens betrokkene gevoerde verweer heeft de kantonrechter zich door middel van Google Maps Streetview nader georiënteerd op de situatie ter plaatse. Uit de beelden blijkt dat betrokkene zijn auto had geplaatst op een plek waar gedurende een deel van het jaar een terras is geplaatst. Verder is op de beelden te zien dat de parkeervakken in de Eerste Oosterparkstraat worden aangegeven door middel van witte belijning. Op de plek waar het voertuig van betrokkene staat geparkeerd is geen witte belijning aanwezig. Verder is te zien dat op die plek sprake is van een soort klinkerstrook, die op gelijke hoogte ligt als het trottoir en dat het van de rijbaan afgescheiden is met een licht verhoogde trottoirband. Naar het oordeel van de kantonrechter doet de plaats waar betrokkene zijn auto had geparkeerd zich voor de gemiddelde weggebruiker niet voor als een parkeerplaats, maar als een trottoir of voetpad. De kantonrechter neemt daarbij in aanmerking al hetgeen op die zijde van de straat aanwezig is en dat fietsen en bromfietsen ingevolge artikel 27 van het RVV 1990 onder andere worden geplaatst op het trottoir of het voetpad. Bovendien bevindt zich een fietsstrook aan de zijde van de weg waar betrokkene stond geparkeerd. Deze fietsstrook is voorzien van een doorgetrokken streep. Daar mocht betrokkene niet overheen rijden. Dat het donker was maakt niet dat het betrokkene niet duidelijk had kunnen zijn dat hij ter plekke niet mocht parkeren.

De aan betrokkene verweten gedraging kan worden vastgesteld.

9. Dat hij de gedraging niet opzettelijk heeft begaan, is geen reden om de oplegging van een sanctie achterwege te laten. De mogelijkheid tot oplegging van een sanctie als de onderhavige heeft de wetgever niet afhankelijk gesteld van opzet. Het verrichten van een gedraging als de onderhavige kan op zichzelf al het opleggen van een sanctie rechtvaardigen.

10. Het verweer dat het voertuig niet hinderlijk stond geparkeerd, treft geen doel. Deze omstandigheid kan het verboden karakter van de gedraging niet opheffen.

11. Ten aanzien van de stelling dat de verbalisant het ook had kunnen afdoen met een waarschuwing in plaats van een sanctie overweegt de kantonrechter dat de bevoegdheid van een verbalisant om, indien een gedraging is verricht, af te zien van het opleggen van een sanctie, discretionair van aard is. Die discretionaire bevoegdheid houdt in dat de betreffende ambtenaar een zekere ruimte heeft om te beslissen of hij volstaat met een waarschuwing dan wel een sanctie oplegt. In het onderhavige geval heeft de verbalisant afgezien van het geven van een waarschuwing. Niet is gebleken dat de verbalisant in redelijkheid, bij afweging van de betrokken belangen, niet tot oplegging van de sanctie heeft kunnen komen. Dit verweer slaagt niet.

12. Gelet op het voorgaande kan de gedraging worden vastgesteld, is de boete terecht opgelegd en zijn er geen redenen deze boete achterwege te laten dan wel te matigen.

13. Daarom wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kantonrechter:

- verklaart het beroep ongegrond.

De griffier De kantonrechter

Datum verzending

Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand